woensdag 6 februari 2013

Een hart van goud

Toen M. en ik gingen samenwonen, leek het ons allebei verstandig hulp in de huishouding (mooie uitdrukking trouwens) te zoeken. Dat zou onze liefde, het huis en de algemene hygiĆ«ne ten goede komen. Allereerst was er D. Die kwam, zag het gezin uitbreiden naar vijf stuks en ging. Niet zo erg, want zowel ons huishouden als ons humeur werd er niet  beter van. Nadat de eerste chloorlucht uit onze neuzen was getrokken, struikelden we over speelgoed, volle luieremmers en stofwolken die vanonder niet verplaatste meubels kwamen spoken. Manlief M. raakte naarmate de weken vorderden steeds meer geobsedeerd door een donker hoekje in onze badkamer dat zich volgens hem aan het uitbreiden was. En mijn blijdschap dat er in ieder geval was gedweild en gezogen, verloor ook al snel haar glans. Toen in de week van onze bruiloft het enige bewijs dat D. was geweest het ontbrekende geld op tafel was, hebben we het officieel uitgemaakt. Tot opluchting van iedereen. 

Na een periode van bezinning en (stoffige) rust, kwam N. in ons leven. Ontdekt door mijn lieve praktische mama. We maakten kennis met koffie en kletspraat. De mooiste ogen ooit blikten openhartig onder haar hoofddoek. Toen ze wegging had ze alvast kleine man zijn hart gestolen. En wij zouden snel volgen. Ons huis is nog nooit zo schoon geweest. Elke week stap ik vol verwachting over de drempel als ik weet dat N. is geweest. Grinnikend kijk ik naar onze oude bank en fluister: "ben je weer door de mangel gehaald?" Het is een wonder wat ze met ons huis doet. Het blinkt en bloost en straalt aan alle kanten. Het knort nog net niet van genoegen. Dat doe ik wel als ik 's avonds ons bed instap. "Het is weer hotelnacht lief!" verkneukel ik me. Terwijl ik mijn keurig opgevouwen nachthemd van mijn kussen pak en me verwonder hoe N. ons bed zo mooi krijgt opgemaakt.

Met liefde. Dat is haar geheim. Ik weet het zeker. Het valt zelfs de kinderen op. "Zelfs beer ziet er netjes uit", riep A. laatst, toen N. was geweest. En verrek, zijn haren nog net niet in een scheiding, maar de pijpen van zijn broek keurig opgerold. Kaarsrecht zit hij in het gareel naast al het andere knuffelspul op het stapelbed. En ook in J. zijn bedje is het feest. Zijn lapjes uitnodigend gevouwen en een theekrans van apen, beren en Bumba.

Af en toe twijfel ik. Waar hebben we N. aan verdiend? Zenuwachtig verschoon ik de avond voordat ze komt ons dekbed, want ik wil geen slechte indruk maken. Ik vouw braaf alle was op, want ze heeft het al zo druk en we kunnen niets voor haar verbergen. Ik verklaar haar per handgeschreven briefjes op de keukentafel, per sms en - als het kan - bij een kop koffie hoe gelukkig ze ons maakt . Dat wuift ze lachend weg, terwijl haar ogen schitteren. Ze vertelt over haar leven en haar kinderen. En vraagt of ze Marokkaanse soep voor ons kan maken. "Liever op zaterdag of op zondag?" Ik geef geen antwoord maar tel zachtjes in mijn hoofd. Ik tel mijn zegeningen. Met N. Onze hulp in de huishouding met een hart van goud.




1 opmerking:

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedach...