dinsdag 18 februari 2014

Cabaret aan huis

Met kinderen kom je niet meer zo snel in het theater (of iets anders leuks voor volwassenen), maar je hebt cabaret in huis. Dat dan weer wel.


  • Kleine man aan tafel vanavond: 'Mama, als je je pyjama aan hebt en hebt gepoetst... krijg je van mij een kus en een knuffel'.
  • Kleine man op de trap, terwijl ik zijn schoenen aandoe: 'Mama, ik heb jou uitgekozen als mama. En papa heb ik uitgekozen als papa'. Ik: 'Dat is fijn. Ik heb jou uitgekozen als kindje'. Kleine man: 'Danku'.
  • Kleine man, terwijl hij al zijn treinspullen opruimt: 'Dat valt niet mee mama, ik ben er een beetje moe van.'
  • Ik: 'Zullen we een boekje lezen'. Kleine man:' Nee hoor mama, nu even niet'.
  • Kleine man loopt 's ochtends de badkamer in waar ik in mijn ondergoed sta. Ik: 'Goedemorgen lieverd, krijg ik een kus?' Kleine man: 'Nee hoor, mama, eerst een broek aan.' 
  • Kleine man heeft in bed geplast en als ik vraag waarom hij me niet heeft geroepen dat hij moest plassen, zegt hij: 'Het plasje was sneller dan ik'.
  • Kleine man heeft er zin in: 'Het wordt vandaag een jarige dag!' 
  • Opa is jarig en we bellen om een verjaardagsliedje te zingen, kleine man zet in: ' Onder de grond, onder de grond... (daar woont een mol met een jasje van bont)
  • Lief en ik doen een spelletje ' ballon omhoog houden'  met kleine man. De ballon valt op de grond. Kleine man, terwijl hij de bal oppakt: 'Niet bukken, jullie zijn al een stukje ouder.'
  • Oma brengt kleine man naar bed: 'Ik kan je niet tillen, want ik heb pijn in mijn rug'. Vervolgens tilt ze hem boven in bed, waarop kleine man triomfantelijk zegt: 'Hee oma, je kan toch tillen.'
  • Oudste schrijft kerstkaarten maar weet niet zo goed wat ze moet schrijven aan opa en oma. Ik: 'Gewoon opschrijven wat er in je opkomt lief.' De tekst: lieve opa en oma, ik wens voor 2014 dat jullie nog niet dood gaan.




zondag 16 februari 2014

Eaty

Ik ben gek op lekker eten. Vandaag nog had ik manlief en kinderen meegesleept naar de Neighbour Foodmarket in de Westergasfabriek. Relaxte sfeer, fijne muziek en nog fijner eten. Ethiopische stoof, Vietnamese handrolls, een meterslang gebraden varken (dat waarschijnlijk met liefde is doodgeknuffeld voor het aan het spit belandde), pindasoep, verse ravioli... ik kwam zintuigen tekort. Middelste en oudste smulden van sushi teryaki, manlief kauwde kritisch op een vegetarische wrap en jongste haalde slechts zijn neus op bij al het lekkers en vroeg om een appelsap. En ik? Terwijl ik langs de kraampjes liep, droomde ik mezelf als foodie. Zo eentje die haar hand er niet voor omdraait en altijd iets lekkers op tafel zet. Natuurlijk ook nog eens gezond en puur en ambachtelijk. Zo eentje die door familie en vrienden op handen wordt gedragen. Een keukengodin. Die ogenschijnlijk nonchalant ingrediënten in de pan flikkert maar precies weet wat ze doet, terwijl ze tussendoor een slok van haar wijntje neemt. En dat daarna met een jaloersmakende foto op haar nonchalante foodie-blog plaatst. Alsof het niets is.

De werkelijkheid is anders. Heel eerlijk? Ik heb er niet zoveel aanleg voor. Voor lekker koken. Oneerlijk, als je bedenkt hoeveel ik van lekker eten houd, kookboeken en foodblogs. Ik kook best oké en de kinderen willen geen andere dan mijn zelfgemaakte pesto. Maar ik denk dat ik bij vier lekkere gerechten blijf steken. En probeer ik iets nieuws, dan is het nonchalant in de pan flikkeren bij mij meestal één vinger op het kookboek om maar geen stap over te slaan. En dan nog slaag ik erin te veel of te weinig te koken, een ingrediënt te vergeten of gewoon een zo-zo-gerecht op tafel te zetten.

Vanavond. Op het menu stonden vegetarische burgers, gevonden op de fijne blog uitpaulineskeuken.nl. Ik hakte en sneed, kneedde de burgers en maakte de broodjes net zo fotogeniek als op de blog. De gesmolten kaas glom ons tegemoet. Maar na de eerste enthousiaste hap, moesten we het allemaal bekennen. Zo-zo. De kinderen en ik kregen eigenlijk vooral heel veel trek in een echte hamburger. En manlief, al jaren vegetariër, verontschuldigde zich door te zeggen dat hij falafel ook al nooit lekker had gevonden. Na deze kleffe hap, werden mijn tosti's met kaas met gejuich ontvangen. Dat dan weer wel. Maar een culinair hoogstandje kun je dat toch niet noemen. Hetzelfde verging het mijn gezonde bananenbrood (alleen lekker met dik boter en suiker erop), indiase curry (te pittig of niet pittig genoeg), aziatische soep (best lekker hoor, gewoon, volgens oudste) en zelfgemaakte sushi (ach). Allemaal zo-zo. Had ik al gezegd dat het niet eerlijk is? Manlief daarentegen kan enorm goed koken. Maar het interesseert hem niet echt (hoe cynisch!). Maar na de hamburgers van vandaag beseffen we allebei dat het ook anders kan. Dus ik blijf me verdiepen in kookboeken, foodblogs en alles wat biologisch, ambachtelijk, eerlijk en puur is. En hij flikkert het vervolgens nonchalant in de pan. Met behulp van oudste, die het talent van haar vader heeft.

En ik. Ik word een eaty. Want niemand kan zo genieten van lekker eten als ik. Ik mmmm en ik aaaa en ik draag elke goede kok op handen. En misschien begin ik wel een blog. Eentje met een live webcam,  want in Zuid-Korea schijn je enorm veel geld te verdienen door voor de camera met smaak te eten.


Meok-Bang: eten voor de webcam


maandag 10 februari 2014

Van die dingen...

  1. Dat we over mooie mensen vaak zeggen: "en ze (of hij) is nog aardig ook". Want?
  2. Dat we niet grieperig kunnen zijn zonder dat iemand tegen je zegt: "het heerst". Daar was je al achter!
  3. Dat het weekend is, niets hoeft, alles mag en er dan een ziel onder je arm zit. Klemvast!
  4. Dat je meer mist dan je meemaakt. En dat dat niet erg is, aldus Martin Bril.
  5. Dat brood nooit meer hetzelfde smaakt na de allerlaatste Keuringsdienst van Waarde
  6. Dat er überhaupt iets bestaat als broodverbeteraar. Want?
  7. Dat goede voornemens beter gedijen in theorie dan in praktijk.
  8. Dat Mark Rutte Gordon belt om verslag te doen van zijn gesprek met Putin. Want?
  9. Dat op maandag de maan zich zelden laat zien (aldus middelste). 
  10. Dat we op vrijdag nooit vrij zijn (aldus oudste) "Maar we altijd vrijen", zeg ik dan om te pesten. Iew! (aldus oudste)
  11. Dat 10 een mooi lijstjes-getal is en 11 niet. Sorry!


maandag 3 februari 2014

Stiefmoeder

Toen ik mijn lief weer ontmoette, was hij inmiddels vader van twee dochters. 2 en 5 jaar oud. Blonder dan blond en liever dan lief. En mijn lief was ook liever dan lief als hij over ze sprak. Terwijl wij de draad van onze vriendschap moeiteloos oppakten, begon hij tegelijkertijd aan een nieuwe fase in zijn leven. Als co-ouder. De helft van de week zijn rijkdom bij hem thuis, de andere helft van de week in zijn hart.

Als vanzelfsprekend spraken we elkaar weer dagelijks en zagen elkaar ook wanneer het maar kon. En dat was best vaak. Dus dat co-ouderschap vond ik zo gek nog niet. De halve week zorgen en de halve week gaan en staan waar je maar wilt. Ik moet er wel bij zeggen dat ik toen nog weinig kaas gegeten had van het ouderschap. Wel zag ik dat deze vader een hele leuke was. En toen we aan elkaar bekenden meer dan vriendschap te voelen, begon ik aan een nieuwe fase in mijn leven waar twee blonde meisjes deel van uitmaakten.

De eerste ontmoeting was spannend en wat was het fijn toen E. zonder argwaan bij me op schoot kroop en haar krullen tegen mijn neus kriebelden. Nog fijner was het dat ze bleef zitten, ook toen haar vader even wegliep om wat drinken te gaan halen. A. was al net zo lief. En van een vriendin van papa werd ik langzaam de vriendin van papa. Soms nog even wennen. Voor iedereen. Dachten we dat ik beter nog niet kon blijven slapen, vertelde A. dat ze het wel fijn vond als papa niet meer alleen in bed lag. Om een paar weken later te beseffen dat als ik bleef slapen, mama dan nooit meer zou kunnen blijven slapen. Zo deden we een stapje vooruit en af en toe weer een stapje achteruit. Het belang van de meisjes voorop, zij hadden hier immers niet voor gekozen.

Lattend met de liefde van mijn leven, leerde ik ze steeds beter kennen. Zijn twee liefdes van zijn leven. Het contrast met het leven dat ik gewend was, kon soms niet groter zijn. En wat verlangde ik soms op zondag naar de rust van mijn huisje in de jordaan. Maar wat was het tegelijkertijd heerlijk als ze bij me op schoot kropen, we liedjes zongen voor het slapen gaan of ze de winkeljuffrouw niet tegenspraken als ze naar mij refereerde als hun moeder. Samenwonen schoven we nog even voor ons uit. Maar ik - die altijd twijfelde over wel of niet moeder worden (later als ik groot was) - zag het een andere vorm krijgen. Dat had ik zomaar kado gekregen.

Er brak weer een nieuwe fase aan toen ik zwanger werd en we gingen samenwonen. Van de vriendin van papa werd ik stiefmoeder. Een woord dat ik het liefst vandaag nog zou afschaffen. Want wat moet je met een woord dat zoveel verwachtingen stelt en tegelijkertijd altijd het loodje legt tegen het mooiste woord ter wereld: moeder. Stiefmoeder is een label dat we gebruiken om een situatie uit te leggen, maar het zegt genoeg dat er geen liefdevolle verbastering te bedenken is. In mijn geval betekende het dat ik mee ging zorgen en opvoeden. Een moeder in theorie, denk ik wel eens nu ik erop terugkijk. Ik werd pas een moeder in de praktijk toen mijn kleine man werd geboren. En met zijn komst werd ook ons gezin geboren. Ons patchwork gezin. Mooi en met liefde samengebracht. Niet perfect, maar wel kleurrijk en warm.

En 'stiefmoeder' zijn, dat vind ik nog steeds een groot kado. Soms moeilijk, maar al lang vanzelfsprekend. Dankzij die twee. Blonder dan blond en liever dan lief.


Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...