woensdag 30 september 2015

Lanterfanten en lummelen (Dag 8)

Misschien omdat de woorden zo mooi zijn, maar wat houd ik toch van lanterfanten en lummelen. Hoewel ik het vroeger vaker deed dan tegenwoordig, ben ik het nog niet verleerd. Ik ben er zelfs erg goed in. Ik zou er mijn geld mee kunnen verdienen. Als dat zou kunnen dan. Ik lanterfant en lummel namelijk, denk ik, erg aanstekelijk. Met een hoofdletter L. zeg maar. Dat het plezier ervan straalt en dat je zelf ook het liefste meteen zou willen lummelen en lanterfanten. Ben je er nooit goed in geweest? Of zou je het willen leren? Lees dan snel verder.

Men neme een dagdeel, een ochtend of avond maar als het even kan de hele dag. De voorpret begint met het besef dat er geen afspraken staan. Heerlijk helemaal niets. Geen brengen en geen halen van gezinsleden, geen koffiedate, bijkletslunch, doktersafspraak... helemaal niets. Misschien raak je even van je apropos van zoveel niets. Een paar uur stuk te slaan zonder afspraken of verwachtingen? Het deel van je brein dat graag ' braafste kind van de klas'  is, weet raad: wassen, boodschappen, eindelijk een keer echt overstappen naar die duurzame bank, opruimen... Maar dan staan lummel en lanterfant op. Ze knipogen verleidelijk naar je en hebben voor je het weet een perfecte cappuccino voor je gemaakt, de tuinstoel neergezet mét kussen en 'Wij' van David Nicholls uit de boekenkast getoverd. Hypothetically speaking uiteraard. Een tevreden zucht en je ploft neer. Digitale apparatuur ver buiten handbereik. Een stukje chocola ver daarbinnen. 

Niets kan je gebeuren. Behalve dan hele fijne dingen. Een zonnetje, dat niet achter de wolken gaat en perfect van temperatuur is. Een babyslak die zijn neus over de rand van je ligbed steekt. Overvallen worden door een perfect dutje. De postbode die een aanstekelijk deuntje fluit en je galmend een fijne dag wenst. Een boek dat op elke bladzijde wel een mooie zin verbergt. Nog wat meer chocola. En dan zomaar ineens nog een dutje. 

Lummelen en lanterfanten, het kan je zomaar overkomen. En als niet, dan is het de hoogste tijd om deze twee in te plannen. Met glimlach-garantie!


(ofwel het zalige niets doen, illustratie www.elskeleenstra.nl)


dinsdag 29 september 2015

Beauty (Dag 7)

Beauty is in the eye of the beholder. Een mooi gezegde en zo waar. Want wat is mooi? En wie is mooi? Wie het weet mag het zeggen. En dat gebeurt volop, vaak op een negatieve manier. Ik kijk naar het nieuwe programma van Sophie Hilbrand, Sophie in de kreukels. Ik vind Sophie mooi. Als ik het goed inschat van buiten en van binnen. Ik schrik daarom ook als ze op tv wat meningen deelt die over haar worden uitgestort op social. Ik vind ze het niet waard hier te noemen, maar het maakte me verdrietig. Waarom worden mensen zo hard beoordeeld om hun buitenkant? Een gewetensvraag, want ook ik heb liever sjans van een mooie man dan van een minder mooie man. Hoewel ik dan wel meteen weer terugkom op mijn eerste vraag: Wat is mooi?

Ben ik mooi? Mijn lief vindt van wel. Tegelijkertijd heb ik op straat nog nooit ongelukken veroorzaakt met mijn verschijning. Wat gek is op dagen dat ik mezelf mooi vind en te verwachten op dagen dat ik daar anders over denk. Zo ingewikkeld is het dus, schoonheid. Ik vind mijn lief de allermooiste en weet toevallig dat vriendin I. en vriendin S. en vriendin A. daar net zo over denken, alleen dan als het over hun mannen gaat. Als ik naar mijn kinderen kijk, weet ik zeker dat zij de mooiste schepsels zijn ooit op de wereld gezet. Objectief? Zeker weten. Subjectief? Dat ook.

Als ik Sophie zie rondlopen op een beurs voor cosmetische chirurgie, schrik ik van de ambassadrices die daar staan. Strakgetrokken gezichten met rare volle lippen en wangen. Wat me treft is vooral het gebrek aan humor en fantasie. Alsof die verdwijnt met iedere spuit en ingreep. Misschien niet meteen, maar ergens op dat hellende vlak. Alsof je aan de buitenkant gaat zien, dat het aan de binnenkant only skin deep is.

Wat zou de wereld saai worden zonder fascinerend grote neuzen (vriendin C. heeft er een zwak voor), littekens die een verhaal vertellen, oren die een beetje flappen (en waar je gekmakend verliefd op kunt worden), lachrimpels, maar ook die ene verdrietige rimpel die vraagt om liefdevolle kussen, een rug die een beetje krom loopt, een kleine en een grote borst, hamertenen (niet leuk, wel grappig) en sproeten op elk denkbaar plekje. Die wereld willen we toch voor geen goud verruilen voor gladgestreken gezichten en lippen die uit hun velletjes barsten van de fillers?

Ik hoop dat Sophie volhoudt en haar eigen mooie ik blijft tot ze heel oud en rimpelig is. Wedden dat ze dan nog steeds lichtjes in haar ogen heeft.




maandag 28 september 2015

Dear Cheshire Cat (Dag 6)

Dus, ik loop hard met Dolf. Ik blog een marathon. Ik slik vitamine D van het juiste merk op aanraden van vriendin A. Ik drink elke dag een Golden Sunrise, wat niet zo lekker is als het klinkt. Ik eet broccoli voor de lunch én voor het avondeten. Ik doe koud geslingerde honing in mijn thee. En dan nog... echt! En dan nog...

Al twee weken lang, hangt er een lappenmand boven mijn hoofd. Groot en grijnzend als de Cheshire Cat uit Alice in Wonderland. Is mijn hoofdpijn weg, begint mijn keel, trek ik een trui aan omdat ik het zo koud heb, breekt het zweet me uit. Ik weet niet bij wie ik het moet indienen. Maar ik heb zin noch tijd om ziek te worden. Kijk me eens mijn best doen, mensen van het Griep-Ministerie. Legt u me maar in het bakje 2016. Dan zien we wel weer.

Ondertussen val ik op de bank in slaap, ben ik een luisterend oor op feestjes omdat ik mijn stem kwijt ben en hebben wekker en ik het dieptepunt in onze relatie bereikt.

Dear Cheshire Cat, would you tell me please, wich way I ought to go from here?



zondag 27 september 2015

Papa (Dag 4... euh dag 5)

Toen ik klein was, vertelde hij elke avond het verhaal dat ik wilde horen. Het verhaal ging over zijn acht broers en hoe verbaasd zij waren toen ik geboren werd. Een dochter! Alsof het een wonder was, alsof ik een wonder was. Ik kon er geen genoeg van krijgen, van dat verhaal. En mijn vader vertelde het met eindeloos geduld. Hoewel hij werkte, was hij - eenmaal thuis - met al zijn aandacht bij ons. Bij mijn moeder, bij mijn broer en bij mij. Zelfs de poes kon rekenen op zijn aandacht en ook het door ons verwaarloosde konijn Snorrebor.

Ik kan me niet herinneren dat hij ooit uit zijn humeur was of boos op ons. Zelf doet hij dat af als "het opvoeden heb ik overgelaten aan jullie moeder". Maar ik weet dat dat niet zo is. Hij bracht naar bed, las voor, stoeide, knuffelde,  noemde me zijn lievelingsdochter en gaf me stevige vleugels terwijl ik opgroeide en steeds meer de wereld ging verkennen. Ook in deze fase bleef hij over een eindeloos geduld en zachtaardigheid beschikken. De keren dat hij me in de stad kwam ophalen omdat ik mijn nachtbus had gemist, zijn niet op één hand te tellen. Het eerste dat hij altijd zei als ik instapte: "wat ben ik blij je koppie weer te zien". Toen ik op mezelf ging wonen, kluste hij 's avonds mijn woonwensen in elkaar. En bij elke stap die ik zette, studie, eerste baan, eerste verre reis... vertelde hij me hoe trots hij op me was.

Toen ik moeder werd, ontdekte ik wat ik al wist. Dat kleine man zich geen lievere opa kon wensen. Voor het eerst ging hij oppassen, één dag in de week. En vijf jaar later is hun band al onverbrekelijk. Het ontroert me iedere keer weer om die twee samen te zien. Schaterend, stoeiend en knuffelend. De meest gekke uitspraken en streken leert kleine man van mijn vader. Want zoals hij zelf zegt "het opvoeden laat ik over aan oma".

Het afgelopen jaar was zwaar voor hem. Omdat zijn grote liefde, mijn moeder ziek werd. Toen we het net te horen hadden gekregen, wist ik niet om wie ik me meer zorgen moest maken, mijn moeder of mijn vader, wiens hart in duizend stukken leek te zijn gebroken. Maar toen de dokters ons konden geruststellen, raapte hij de brokstukken op en nam zijn plek in als rots in de branding. Met een eindeloos geduld en zachtaardigheid. Voor mijn moeder, voor ons. Wat was ik trots en wat besefte ik  weer eens hoeveel ik van deze man houd.

Mijn vader is een boeddhist zonder dat hij er ooit een letter over las. Mindful avant la lettre. Zonder gedoe, op zijn Amsterdams zeg maar. Ik ken niemand die zo kan genieten van de dagelijkse dingen als hij. En dat hardop deelt met iedereen die hem lief is. We maken er grapjes over, maar ik neem er ook een voorbeeld aan, getuige mijn blog. Hij laat me mijn hele leven al zien, wat inmiddels mijn credo is geworden: All you need is Love. Love is all you need. De rest is bijzaak. Toch pap?








vrijdag 25 september 2015

Olivia Newton John (dag 4)

Ik heb last van het Olivia Newton John syndroom. Dat besefte ik toen ik mijn portretfoto zag die was gemaakt op een feestje van mijn werk. Op zich niks mis mee. Ik kijk vriendelijk, houd mijn handen normaal en mijn buik in. Zoals gezegd, op zich niks mis mee. Behalve dat ik mezelf ineens zo saai vind. Ik zie dat ik nooit tijd maak voor de kapper. Soms uit tijdgebrek maar vaak omdat ik gewoonweg niet weet wat ik wil. Mijn kledingkast is flink opgeschoond met de Marie Kondo methode, maar mijn streven naar een duurzamer garderobe zorgen ervoor dat de gaten nog niet zijn opgevuld. Tel daarbij op dat ik niet heel handig ben met make-up, mijn haar een eigen leven leidt en ik er voortdurend een beetje moe uitzie vanwege ochtendwekkers. Het resultaat: een beetje saai.

Sindsdien voel ik me zoals Olivia Newton John zich in de film Grease moet hebben gevoeld. Nu maakt mijn John Travolta het allemaal niet zoveel uit. Sterker nog, hij kan hier helemaal niks mee. Saai? Ik zie zijn blik al naar binnen keren en hem de grote zucht der zuchten zuchten. Maar in mijn hoofd is alleen nog plek voor Olivia, smachtend naar iets anders. Haar in de krul, volume op overdreven, knetterstrakke broek aan en  - zoals Kenny B. zegt - met boeng hoge hakken. Dat ik in de spiegel kijk en de tune automatisch begint te spelen. Mijn lief stopt accuut met zuchten, maar ik zing: You'd better shape up, cause I need a man. And my heart is set on you. 

Morgen heb ik een afspraak met de kapper. Zal hij het begrijpen als ik om een Olivia vraag? 




Mmm, those sweat memories!

donderdag 24 september 2015

De eenzamen (Dag 3)

Eenzaamheid in de stad neemt toe, lees ik in het Parool. Bijna veertig procent van de Amsterdammers voelt zich matig tot ernstig eenzaam, vertelt vrijwilligersorganisatie Regenboog die deze groep sinds vier jaar zag verdrievoudigen. Opvanghuizen worden opgeheven. Thuiszorg en individuele begeleiding vallen weg.  In de bijlage krijgen deze cijfers een gezicht. In een openhartig interview vertellen Kevin (23), Hans (66), Marjan (37) en Yvonne (62) hoe ze langzaam in een sociaal isolement terecht kwamen. Kevin is autistisch en maakt moeilijk contact, nadat het huwelijk van Hans na 23 jaar stopte, sloeg de eenzaamheid toe, Marjan raakte geïsoleerd door haar gewelddadige partner en Yvonne kon na de dood van haar moeder zich er niet meer toe zetten van de bank te komen.

Alle vier kunnen ze haarscherp de eenzaamheid onder woorden brengen. "Die eenzaamheid vreet je bijna op", vertelt Kevin die droomt van een grote vriendenkring en een baan als ICT-er. Als hij later werk krijgt, gaat hij nooit meer op vakantie, weet hij nu al. Hans schrijft blaadjes vol over eenzaamheid, hij twijfelt over zijn bestaan als hij niet van belang lijkt te zijn voor anderen. Oplossingen heeft hij ook, die hij met liefde meegeeft aan de interviewer. Hoewel hij blij was met de maatjes die hem via een vrijwilligersorganisatie kwamen opzoeken, zoekt hij een duurzaam maatje. Eentje die uiteindelijk niet op de klok kijkt. "Adoptie van een eenzame."

Wat een dappere mensen deze vier die tussen wal en schip zijn gevallen. Zomaar, omdat niemand oplette. Dat ze elke dag proberen door te komen, zonder dat het iemand wat uitmaakt. Yvonne wil geen zeurpiet zijn en Hans geeft aan dat hij niet depressief is maar wel intens verdrietig. Eenzaam zijn geeft stress, vertellen ze. Het doet fysiek pijn in je buik en in je hart. Ik voel het bijna.

Vandaag gaat de week tegen eenzaamheid van start. En hoewel ik erg opstandig word van de dag van de dit en de week van de dat, denk ik dat deze week belangrijk is. Dat het een stem geeft aan mensen die geen stem meer denken te hebben. Die af en toe hardop praten tegen zichzelf omdat ze anders bang zijn om gek te worden. Een oplossing heb ik niet. Ja in theorie. Een andere politiek. Een ander soort samenleving. Maar waar begin je? In mijn geval door er eens wat vaker bij stil te staan. Door erover te schrijven. Door wat beter op de mensen in mijn omgeving te letten. Een vriendin vertelde me laatst tussen neus en lippen door dat ik niet kon voorstellen hoe eenzaam ze zich af en toe voelde... Ik wist niet goed wat ik moest zeggen, maar kon wel mijn armen om haar heen slaan. Adoptie van een eenzame. Ik ben voor. 

woensdag 23 september 2015

Mannen (dag 2)


Ze zitten achterin de auto: J. en J. ofwel kleine man en zijn beste vriend. Terwijl we stoppen voor rood, herinnert kleine man J. eraan dat zijn vader tijdens zijn kinderfeestje zo gaaf ging schudden met de auto. "Ja, dat was gaaf!" herinnert ook J. zich. "Schudt jouw moeder ook?", vraagt beste vriend. "Nee, mijn moeder houdt niet van schudden", antwoord mijn zoon met iets van spijt in zijn stem. Het blijft even stil op de achterbank. "Als ik later een papa ben, ga ik ook schudden", neemt J. zich voor. Kleine man knikt enthousiast met zijn hoofd: "Ja, ik ook als ik een papa ben." Opnieuw blijft het even stil tot J. zich bedenkt "dat hij toch niet gaat schudden, want dat ben ik dan vast vergeten". Alsof hij precies weet hoe die dingen gaan, knikt mijn kleine man nog maar eens bevestigend.

"Dus jullie worden later papa's?", doorbreek ik de filosofische stilte. "Ja, ik word later een papa", weet J. Maar van hoeveel kindjes kan hij nog niet zeggen. Wel dat hij nooit gaat trouwen, want meisjes zijn iieeeeeeeuww. "Omdat ze niet van schudden houden?", probeer ik. "Nee, omdat ze altijd willen kussen", verklaren J. en J. in koor. "En jongens houden niet van kussen." "Dus", heeft J. net bedacht, ga ik eerst wel met een meisje zodat ik een papa ben, maar daarna trouw ik met een man." Dat is veilig want mannen kussen niet. Terwijl ik probeer serieus door de achteruitkijkspiegel te kijken, leg ik uit dat ze later vast en zeker willen kussen. En dat ze dan vast en zeker blij zijn als er een meisje of een jongen is die dat ook met hen wil. "Iiiieeeeeeeeeeeeeeeeeuww", klinkt het eenstemmig.

We rijden langs een meisje op een omafiets. "Iiiieuww, een meisje!" roepen ze, hard lachend om deze opmerking. "Maar jullie moeders zijn ook meisjes", zeg ik. Weer blijft het even stil. "Maar die meisjes zijn lief", zegt J. "Ja", zegt kleine man met een klein stemmetje.

Mannen van vijf. Het komt goed.


Alleen bij het instoppen (beeld is van een erg leuk boekje)




dinsdag 22 september 2015

De r van schrijven, rennen en septemberrrrblues (dag 1)

Bijna precies een jaar geleden deed ik het. En verrek, sinds vandaag kriebelt het. Tijd voor een blog-marathon zoemt het al de hele dag in mijn hoofd. Het heeft vast iets te maken met de maand september, de regen die onophoudelijk lijkt te vallen en de eerste najaarsgriep die me al te pakken heeft. Septemberblues? Kom maar op, denk ik, dan hebben we die maar gehad voor de rest van de herfst en winter. Maar als je diep in mijn hart kijkt, wil ik hem ook wel eens een jaartje overslaan.

Dus ben ik - ondanks staat lappenmand - begonnen met hardlopen (de laag stof op mijn Nikes was beschamend lachwekkend). Samen met Dolf Jansen. In mijn oor dan. Leek me leuker dan Evy, die loopt al met de rest van de wereld. En Dolf maakt me aan het lachen, wel zo prettig tijdens iets wat niet mijn favoriete bezigheid is. Bloggen dus wel. Maar toch schiet het er bij in. Vandaar dus... dat zoemen in mijn hoofd. Een blog-marathon van 30 dagen. Elke dag 1 blog. Gewoon omdat het  kan, nouja dat hoop ik dan. Ik deed het al eerder. Twee keer eerder. En dat beviel. Het was leuk en verbazingwekkend dat het me lukte om elke dag een blog te schrijven. Waar het vandaan kwam? Ik had soms geen idee. Dat is het wonder van gewoon maar gaan zitten schrijven. En dat wonder moet dus de septemberblues buiten de deur houden. Samen met die afgestofte hardloopschoenen en Dolf. Ambitieus? Misschien. Maar aantrekkelijker dan die lappenmand.


een schoenendoos met een laagje stof, dat moeten mijn hardloopschoenen zijn...




vrijdag 11 september 2015

Klaar voor de start...

Nog maar drie weken is het. Drie weken waarin werk en school weer begonnen zijn. Niks mis mee. Oudste is als een vis in het water op de middelbare, middelste net terug van haar eerste kamp en jongste loopt rond op school alsof die van hem is. Ook manlief heeft de draad weer opgepakt. Druk dat wel, maar prima, vindt hij. Zo vliegt hij van Berlijn heen en weer en lacht me geruststellend toe vanachter zijn laptop 's avonds: "heel even wat mailtjes wegwerken".

Op mijn werk is het eigenlijk ook leuk. Terwijl ik tijdens mijn vakantie nog een scenario probeerde te bedenken om geld te verdienen met vakantie, viel het alleszins mee. De dagen zijn gevuld met leuke nieuwe plannen en gezelligheid met collega's. Je zou bijna vergeten dat het werk was. Nog iets te klagen dan? Helaas wel. Sinds drie weken is de vermoeidheid weer mijn leven in geslopen. De dag kom ik door, maar 's avonds kun je me opvegen. En omdat dat laatste niemand doet, heb ik besloten dat ik diegene dan maar moet zijn. Want ik weet natuurlijk wel dat het komt omdat ik te weinig beweeg. Met vier dagen zittend achter een laptop, is het hollen en vliegen met kinderen niet voldoende tegenwicht. De twee trappen in huis in combinatie met mijn vergeetachtigheid helpen een beetje, maar zijn ook niet genoeg.

Ik moet gaan beginnen met sporten. Manlief traint sinds de zomer drie ochtenden in de week en het is hem aan te zien (knapperd!). Hij barst van de energie en daar steek ik dan een beetje lafjes bij af. Ook merk ik dat ik teveel op hem mopper, omdat ik moe ben. Logisch? Nee! Slim? Allerminst, zeker omdat hij zo'n knapperd is. Dus heb ik hem van de week mijn oprechte excuses aangeboden, beterschap beloofd en gevraagd of hij mijn stok achter de deur wil zijn. Ik ga namelijk hardlopen.  Eigenlijk niet iets om van de daken (lees: blog) te schreeuwen als je nog niet eens begonnen bent. Maar je begrijpt, ik kan alle stokken gebruiken die er zijn. De app staat al op mijn mobiel en mijn hardloopschoenen zijn uit de doos gehaald. Klaar voor de start...


Hoop ik dus. 

zondag 6 september 2015

Aylan

Ik krijg het beeld niet van mijn netvlies. Aylan. Hij leeft niet meer. Zijn kleine lichaam is aangespoeld. Dood en onvoorstelbaar kwetsbaar zoals hij daar ligt. Hij was op de vlucht. Samen met zijn vader Abdullah, zijn moeder Rehanna en zijn broertje Galip. Ik lees dat zijn moeder en broertje net als Aylan zijn verdronken. Ik kan het niet helpen om te denken dat het lot van de moeder een zegen is. Hoe had ze met dit verlies kunnen leven? De vader bevestigt dit in een interview met de BBC: "alles is weg nu". In zijn ogen de wanhoop als hij vertelt dat zijn kinderen de mooiste kinderen van de wereld waren. Ze maakten hem elke dag wakker om met hem te spelen. Wat is er mooier dan dat?

Ik hoef niet naar de foto te kijken om opnieuw Aylan voor me te zien. Zijn rode shirt, zijn lieve mollige armpjes, zijn schoentjes die zijn moeder waarschijnlijk bij hem heeft aangetrokken. Drie jaar oud nog maar en hij leert de wereld een les. De les om niet weg te kijken. Aylan geeft de eindeloze stroom vluchtelingen - wiens verhalen we onmogelijk allemaal kunnen leren kennen - een gezicht en een stem met de verhalen die over hem geschreven worden.

Kijk naar zijn foto en vraag om de grenzen te sluiten. Kijk naar zijn foto en maak harde opmerkingen. Kijk naar zijn foto en doe niets. Het is onmogelijk. Dat hoop ik.

Aylan is samen met zijn broertje en moeder afgelopen vrijdag begraven in hun geboorteplaats Kobani in Syrië. Canada, waarheen het gezin ooit wilde vluchten, heeft de vader aangeboden alsnog te komen. Hij wil niet meer. Voor hem is het te laat. Laat het niet te laat zijn voor alle andere vluchtelingen. Deze wanhopige en dappere gelukszoekers. Op zoek naar wat geluk voor al die mooiste kinderen van de wereld.


Aylan gaf vluchtelingen een gezicht. Deze foto geeft hem en zijn broertje Galip een gezicht. 

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...