zondag 25 oktober 2015

Dusss (Dag 23)


Hoe ging het eigenlijk verder met...
  • Mijn voornemen om geen shampoo meer te gebruikenNo poo(ha) liep uit op Poo(hee)! De shampoo is niet verbannen uit mijn leven. Toch zijn de talloze flessen verdwenen uit de badkamer. Ik was mijn haar nog maar twee keer per week met een natuurlijke (manlief zou zeggen: linksomgedraaide en koudgeslingerde) shampoo en crèmespoeling. De kinderen zijn shampoo-vrij en manlief ook, naar volle tevredenheid.
  • Mijn voornemen om mijn conditie op te krikken door te gaan hardlopenHardlopen met Dolf werd hardlopen met een hele andere man. Bij het selecteren van Dolf liep namelijk iedere keer mijn hardloop-app vast, tot mijn grote ergernis. De andere man bleek veel stabieler. Dat ging dus goed de eerste twee weken. In week drie sloeg ik een training over, die ik niet verzette, dus toen moest ik van drie minuten hardlopen in een keer naar zeven minuten hardlopen. Hijg! Deze week kwam de klad er in. Manlief was weg en ik had vakantie en vakantie en hardlopen is voor mij als een vis op een fiets. In gedachten ben ik alweer aan het terugkrabbelen. Ik verlang naar mijn wekelijkse yogales en overtuig mezelf dat dat dan misschien niet zo goed is voor mijn conditie, maar altijd nog beter dan niet hardlopen. (ps ik ben blij dat ik die twee weken heb hardgelopen in het kloffie van manlief en niet ben gezwicht voor een flitsende nieuwe outfit. Voor het laatste ging ik ook nog niet hard genoeg. Soort van contradictio in terminis)
  • Mijn voornemen om elke dag een blog te schrijven en dat voor 31 dagen. Niet gelukt. Op dag 4 ging het al mis. Op dag 10 probeerde ik uit te leggen waarom en verzon ik een nieuwe vorm van marathonbloggen. Kortom ik zit nog niet op de 31, maar ik ben voornemens (voor wat het waard is) dat dit jaar nog te doen. 

Wat zegt dat...

  • Ik hou duidelijk van lijstjes, goede voornemens, schone leitjes en plannetjes bedenken. Vervolgens, scherp in theorie, iets minder in de uitvoering. Je zou kunnen denken dat ik geen volhouder ben. Maar dat is niet waar. Ik ben meer een uitsmeerder. Voornemen 1 en 2 komen vast weer een keertje bovendrijven. En voornemen 3 duurt gewoon iets langer dan gedacht. Ondertussen is mijn herfstblues verdwenen. Dat dan weer wel.



donderdag 22 oktober 2015

Stront (Dag 22)

Ik denk dat het drie jaar geleden is dat manlief het Rijksmuseum tot no-go-area benoemde. Tenminste  tot de kinderen volwassen waren. Ik zie het hem nog zeggen, een mengeling van wanhoop en irritatie op zijn gezicht. Dat was na een vrij ambitieuze poging om onze drie oogappels wat cultuur bij te brengen. Op een drukke zaterdag. Met de kleinste nog in de luiers. Het resultaat: stront! Letterlijk en tot twee keer aan toe.

We roken het toen we bijna bij de Nachtwacht waren aangekomen (na eerst een krap uurtje in de rij voor de garderobe te hebben gestaan): stront! Manlief was zo lief om de kleine man van een schone luier te voorzien en besefte zich pas op de trap naar beneden dat hij de luiertas zojuist had afgegeven. Wat blijkt, er is geen snelle rij voor stro... eh spoedgevallen. Een krap uurtje later moest niet alleen de luier maar ook de spijkerbroek verschoont. Goed voorbereid als we altijd zijn,  hadden we deze keer gelukkig een schoon setje kleren meegenomen. Met kleine man op zijn schouders, deed zijn dappere vader een tweede poging om de Nachtwacht te bereiken. Toen hij daar werd tegengehouden door een suppoost (je mag geen rugzakken om, maar ook geen kinderen), rook hij het opnieuw: stront! En de luiertas... nouja, je begrijpt het al.

De meiden en ik dwaalden - wetend van niets - langs alle eeuwen. We lachten om het huishouden van Jan Steen en gluurden in het poppenhuis naar binnen. Daar kregen we dorst van, dus zochten we een fijn plekje in het restaurant van het Rijks, ons afvragend waar M. en J. waren. "Vast en zeker op avontuur", begon ik toen ik zijn gestreepte trui vanuit mijn ooghoek zag. J. in zijn armen. Die blik. En toen dus die belofte.

Gelukkig is manlief veel, maar niet consequent, dus vandaag deden we een nieuwe poging. En wat was het leuk! We deden het grappige Rijks-familiespel en ontdekten wel acht geheimen. Onze drie oogappels hadden het stiekem enorm naar hun zin. Mijn lief heeft maar liefst tien minuten naar de Nachtwacht kunnen kijken. Ik ontdekte twee van mijn lievelingsschilderijen en er was een expositie van Dick Bruna, nog zo'n favoriet van mij. Kleine man vond Nijntje inmiddels te kinderachtig. Maar dat mag als je geen luier meer draagt.


Weer voor het Rijks!

maandag 19 oktober 2015

Afspraken (Dag 21)

Het is maandag en er gaat geen wekker. Dat kan maar één ding betekenen: vakantie! Herfstvakantie om precies te zijn en ik ben vier dagen vrij. Gewoon omdat het kan en omdat ik zin heb om bovenop mijn gezin te zitten. Niet dat ze daar rekening mee houden. Manlief werkt en vertrekt morgen voor twee dagen naar België en middelste logeert. Oudste compenseert het aantal met een logée, beste vriend L. die het geen probleem vindt om 's ochtends ook in het grote bed te kruipen. De dag kan beginnen. Het liefst met schermen vinden de kinderen, maar die zijn vandaag verboden. Dat slaat heel even uit het lood, maar dan bedenken ze iets wat ook eigenlijk wel leuk is. We krijgen de slappe lach met een spelletje proeven (blinddoek om, blind proeven van vier schoteltjes en raden) en wie-ben-ik (post-it op je voorhoofd met een persoon of voorwerp, vragen stellen en raden maar).

Aan het einde van de ochtend fietst L. naar huis voor de verjaardag van zijn oma. We halen middelste op en rijden door naar de film Binnenstebuiten. Kleine man eet zijn vingers bijna op, waardoor ik even twijfel of hij nog niet te klein is voor deze film. Maar eenmaal buiten hebben we het over de mannetjes en vrouwtjes in onze hoofden: plezier, afkeer, angst en verdriet. In mijn hoofd woont plezier, roept middelste. Kleine man denkt dat angst het grootste mannetje is in zijn hoofd, vanwege zijn enge dromen, gelukkig is het tweede mannetje in zijn hoofd plezier. Oudste denkt lang na en besluit dan dat de navigatie in haar hoofd is aangekomen bij de knop: pubértijd (een erg grappige scene uit de film).

De dag lijkt af te stevenen op just a perfect day, daarom besluiten we nog wat te gaan eten bij de Landmarkt. Maar middelste en kleine man zijn moe en belanden mokkend aan tafel. Terwijl ze boos tegen elkaar doen, hun tong verloren lijken te zijn als de serveerster iets vraagt, rolt oudste met haar ogen en voel ik mijn goede humeur als sneeuw voor de zon verdwijnen. In de auto kibbelen ze nog even door en ik dreig dat we thuis maar eens een goed gesprek moeten hebben. Over liever voor elkaar zijn, beter luisteren... ik zeg geloof ik ook nog dat ik vroeger blij was als ik naar de film was of uit eten ging. Ai...

Eenmaal aan de keukentafel is de boosheid wel weer weggeëbd en moet ik mijn lachen inhouden als drie paar ogen me serieus aankijken als ik vraag wat nou een oplossing kan zijn voor het liever zijn en beter luisteren. Kleine man weet het: "Eerst zeg je stop-hou-op en als dat niet gebeurt ga je naar de juf". Ook moet je denken wat het is om het zelf te voelen, vult hij aan. Middelste moet nu hardop lachen: "Je bedoelt dat je niet bij een ander doet wat je zelf ook niet wilt". Kleine man knikt afwezig terwijl zijn blik afdwaalt naar de koektrommel. Maar ik pak een groot wit papier. Weet je wat, we maken gewoon een paar afspraken met elkaar en daar proberen we ons dan aan te houden. Iedereen mag wat zeggen en zo komen we op een mooi rijtje van acht. De belangrijkste zijn wel liever voor elkaar zijn en wat vaker tot tien tellen voordat je wat zegt.

Terwijl kleine man en oudste blij zijn als de afspraken op papier staan, krijgt middelste de smaak te pakken. Op nog een groot vel trekt ze de afspraken over zodat er in iedere kamer eentje kan komen te hangen. En dan moeten er natuurlijk ook nog afspraken voor mij komen. Goed idee, vind ik en ik vraag of zij ze wil opschrijven. En dat doet ze, met het puntje van haar tong uit haar mond. Een halfuurtje later vraagt ze me de 10 regels voor te lezen. Werd het toch nog een perfecte dag:
  1. Wees lief voor A., E., J., M (of papa voor de kindere) en tijgermuis
  2. Tel tot 10 (Soms tot 20) (en word niet te snel boos!)
  3. Geef heel veel kusjes aan J. (een beetje), E., M. en tijgermuis
  4. Vaker met de kinderen in bad (Soms met PaPa)
  5. vaker brauni's maken met de Kids! dat zeker!!!!!
  6. de Kids mogen ook Koken!
  7. Meer aandacht aan je zelf!
  8. Je bent grappig meer grapjes maken
  9. Dat was HET!
  10. vaker tekenen met de kids!
   10. vaker naar de onderstreepten kijken


Op ons bed zodat ik het niet vergeet, aldus middelste




zondag 18 oktober 2015

Het slenteren voorbij (Dag 20)

Ik houd erg van slenteren. Gewoon maar wat verdwalen door een buurt of stad. Maar net als mijn andere heimelijke genoegens lummelen en lanterfanten, komt het er maar weinig van. Volop geslenterd hoor in mijn leven, maar het wil al een tijdje niet lukken. Er zijn namelijk een paar belangrijke ingrediënten nodig voor slenteren: een zee van tijd, geen doel of een to-do en het liefst iemand die mee wil slenteren. Van het eerste heb ik te weinig, van het tweede teveel en van het derde een verkeerde hand van kiezen.

Gisteren waren we in Hoorn, een schattig stadje waar ik, ondanks de miezerige regen, zin kreeg om te slenteren. Er was een marktje, een leuk koffietentje, een Italiaanse traiteur en een winkel met ambachtelijk gemaakte worst waar heel veel mensen in de rij stonden. Maar er moesten schoenen gekocht voor middelste en oudste en een Legowinkel bezocht voor kleine man. Met Google Maps baanden we ons een weg door Hoorn. Snelste route, want mijn lief is praktisch als het om winkelen gaat. Toen dat uiteindelijk allemaal soort van afgevinkt was, bleek de middag gevlogen en herinnerde lief me eraan dat we nog geen boodschap in huis hadden.

Met een snelle warme stroopwafel van de markt in onze handen, lieten we het leuke koffietentje links liggen en liepen terug naar de auto. Kleine man zong een eigengemaakt liedje over dat hij naar huis wilde, middelste nam extra grote stappen op haar nieuwe laarzen en oudste vroeg of we wel knoflookolijven op het boodschappenlijstje hadden staan. En ik grinnikte zachtjes omdat slenteren met een gezin, mijn gezin in ieder geval, net zo realistisch is als het Nederlands elftal en het EK van 2016. Over vier jaar misschien.



donderdag 15 oktober 2015

Mooi maf (Dag 19)

Nog maar weer eens over Sophie. Ik lees op Facebook dat ze vanavond zonder make-up op de rode loper van het Televizier-Gala zal verschijnen. Tromgeroffel, heel veel likes en wat wisselende reacties. Ik vind het stoer, is mijn eerste gedachte, maar eigenlijk meteen daarna bedenkt mijn  tweede gedachte dat het toch niet gekker moet worden. Waar gaat het met de wereld heen, als we het stoer vinden als een vrouw de rode loper betreedt als zichzelf.

Ik frons mijn denkrimpel nog maar eens wat dieper. Toch is het stoer. Want zou ik het durven? Zonder make-up naar een feestje? Ik ga niet eens naar mijn werk zonder make-up. Wel eens gedaan hoor, maar de eerste collega die ik tegenkwam vroeg meteen of ik een griepje onder de leden had. En daar ligt precies het pijnpunt van Sophie's statement. Is make-up nog leuk als we denken niet meer zonder te kunnen. Of omdat we dat zelf vinden. Of omdat anderen het vinden. 

Middelste kijkt graag toe als ik me opmaak 's ochtends. Ze vindt het prachtig. Als ze vraagt om ook wat blush of lippenstift, antwoord ik wel eens dat ze dat toch helemaal niet nodig heeft. Een gek antwoord, moet ik toegeven. De boodschap? Zij heeft het niet nodig, maar ik wel? Welke boodschap geef ik haar mee? Met een beetje geluk dat make-up gewoon leuk is. Met een beetje pech dat je als vrouw op een gegeven moment niet meer zonder make-up de deur uitgaat. Thuis en op vakantie zien ze me wel vaak zonder make-up. Veel mooier, aldus oudste. Maar hoelang vindt zij dat nog? 

Make-up, een lekker luchtje, een mooie jurk en hoge hakken, ze maken het leven mooier, leuker en lichter. De keerzijde is complex. Het raakt veel ingewikkelde issues, de verschillen tussen mannen en vrouwen, de onderdrukkende kant van het schoonheidsideaal en een rits aan onzekerheden waar meisjes al jong mee worstelen. En dan heb ik het nog niet eens over de opkomst van botox en plastische chirurgie, dat door sommigen al gelijk wordt gesteld aan een bezoekje aan de kapper. 

Vanwege die keerzijde en complexiteit vind ik Sophie stoer. Met haar actie legt ze haarscherp de paradox bloot. Het vraagt durf om jezelf te laten zien zoals je echt bent. Dat is helaas waar. Mooi maf toch. 


(Een interessant project van kunstenaar Eddi Aquire: Nobody's perfect)

maandag 12 oktober 2015

Things that make me smile (Dag 18)

Wel eens gedaan? Elke avond tenminste drie dingen opschrijven that made you smile. Ik doe het veel en kom dan ook regelmatig dagboekjes tegen met deze vrolijke opsommingen. Soms weken achter elkaar, soms zomaar hier en daar een dag. Het begin is altijd even wennen en een beetje geforceerd. Maar als je eenmaal de smaak te pakken hebt, presenteren ze zich elke dag op een dienblaadje bij je aan: the things that make you smile. Zomaar een paar die mij altijd blij maken:


  • Alice in Wonderland. Het verhaal, de tekeningen, de wijze uitspraken. Er is nu een mooie nieuwe uitgave, waar ik altijd even in blader als ik in de boekwinkel ben. Ik mag hem pas kopen van mezelf als de stapel boeken naast mijn bed tenminste de helft geslonken is.
  • Koffie! De allereerste van de dag, bij voorkeur op bed en door mijn lief gemaakt. Maar de eerste op het werk is ook een fijne of eentje buiten de deur met ambachtelijk schuimhart of een kleintje espresso tussendoor.
  • Autorijden in het donker, bij voorkeur in mijn up maar lief mag ernaast. Op de radio fijne muziek en een hoofd vol gedachtes. 
  • Eavesdropping. In de trein, kroeg of gewoon op straat. Flarden van gesprekken zonder context. Die verzin ik er zelf bij!
  • Een weekend zonder plannen. Hoewel een weekend met plannen ook fijn is, houd ik van de belofte van een weekend zonder plannen. De wereld ligt voor één zaterdag en zondag aan mijn voeten.
  • De boeken van Toon Tellegen. En dan vooral zijn prachtige verhalen over eekhoorn en mier met titels als Toen niemand iets te doen had en Misschien wisten zij alles. Als ik toch eens zo mooi kon schrijven. 
  • Amsterdamse humor
  • Als ik mensen tegenkom die een typetje kunnen zijn van Koot & De Bie.  Ik ga het liefst elke week met middelste naar taalles omdat haar juf een vermomde Kees van Kooten is.
  • Alle Loesjes!


zondag 11 oktober 2015

Vijfenzeventig (Dag 17)

Vandaag wordt hij vijfenzeventig. Opa H. ofwel mijn schoonvader. Ik vraag me af wat hij daarvan vindt, dat hij vijfenzeventig wordt. Enerzijds fijn, denk ik, omdat hij zielsveel houdt van zijn kleinkinderen en ze graag groter ziet groeien. Anderzijds valt het hem, denk ik, ook een beetje zwaar. Omdat het leven hem zwaar valt. Vroeger niet. "Mijn vader was een eeuwige optimist", weet mijn lief te vertellen. Hij groeide op in Amsterdam Noord, waar hij al jong volwassen werd omdat zijn vader overleed. Hij verloor zijn hart aan zijn buurmeisje en wist zonder twijfel dat zij de ware was. Doortastend wist hij haar hart te veroveren en ze trouwden. En zoals dat vaak gaat met grote liefdes kan daar iets heel moois uit voorkomen. In dit geval maal twee: mijn lief en zijn grote broer R.

De ambities van mijn schoonvader? Simpel. Zorgen dat zijn vrouw en zijn twee zoons gelukkig waren. En dat leek hem te lukken. Hij werkte hard en als het nodig was deed hij er 's avonds nog extra werk bij. Op de onnavolgbare wijze van ouders lukte het hem dan ook nog om betrokken te zijn bij de school en sportclub van zijn zoons. Mijn lief kan het met een mengeling van trots en verbazing vertellen. Op zijn werk bleef zijn loyaliteit, optimisme en eindeloze inzet niet onopgemerkt en zo maakte hij op latere leeftijd nog carrière. Werk, dat hem houvast bood toen het leven hem haar donkere kant liet zien. Zijn vrouw werd ziek. Complicaties en fouten zorgden ervoor dat hij haar bijna kwijt raakte, maar het lot bepaalde gelukkig anders. Door zijn optimisme? Je zou het willen geloven. Hij werkte, zat in het ziekenhuis, zorgde en weigerde over een slechte afloop te praten, laat staan te denken. Hij is klein van stuk maar groot van koppigheid. Alle emoties liggen verborgen in zijn ogen, praten erover doet hij niet. Nog steeds niet. 

Na deze periode van groot verdriet, braken betere tijden aan. Zijn zoons vlogen uit maar kwamen met nog net zoveel plezier weer thuis. Hij maakte reizen met zijn oudste, grappen met zijn jongste en waakte nog steeds over hun geluk. Het belangrijkste in zijn leven. En hetgeen hij uiteindelijk niet kon afdwingen. Hij verloor zijn oudste zoon. 

Toen ik mijn schoonvader leerde kennen, sloot ik hem meteen in mijn hart. In zijn ogen zag ik niets dan goedheid. Van zijn optimisme was alleen het gebaar overgebleven, niet het heilige vuur. Het bleek niet opgewassen tegen het verlies dat hij met zich meedraagt. Maar hij doet zijn best. Hij is de allerliefste opa en waakt nu over het geluk van zijn kleinkinderen. Elke week, als hij oppast en tosti's bakt, vertelt hij ze hoeveel hij van ze houdt. Het stemt me hoopvol, tegelijkertijd zie ik hoe het verdriet hem steeds kleiner en kwetsbaarder maakt. Erover praten gaat niet. Ons geluk gaat boven het zijne, dus vertelt hij ons dat het goed met hem gaat. 

Lieve schoonpapa, veranderen ga je niet meer, dat hoeft ook niet, maar weet hoe goed je het hebt gedaan en doet als vader, opa en schoonvader.



zaterdag 10 oktober 2015

Zelf(ie)beeld (Dag 16)

Ik sta in de winkel voor een nieuwe bril. Met tegenzin. Want eigenlijk wil ik geen bril, maar voor laseren ben ik nog te jong. Dat vind ik dan wel weer grappig. Als ik het nog even volhoud met bril, ben ik straks oud genoeg voor een leesbril, dan hoef ik nog maar één oog te laten laseren en nooit meer een bril. Zo, het hele verhaal!

Inmiddels is oude bril op en moet ik al heel lang een nieuwe. Van uitstel komt afstel, maar niet vandaag. Ik sta dus in de winkel voor een nieuwe bril. Terwijl ik bij de afgeprijsde modellen sta, kijkt de eigenaar van de brillenwinkel me diep in de ogen, loopt weg en komt met een model nieuwe collectie. Raak! Hij heeft er verstand van. En hoewel in mijn zelf(ie)beeld geen bril past, staat deze best mooi. Ik lach mijn bebrilde gezicht toe in de spiegel en schrik van mijn lachrimpels. En dan zitten er nog niet eens glazen op sterkte in. Snel loop ik naar de andere kant waar het zonlicht niet zo meedogenloos naar binnen schijnt. Een zelf(ie)beeld is immers zo gemanipuleerd en wat is waarheid? 

Grote man en kleine man vinden de bril mooi. Maar ik schrik. Van de prijs. En dan zitten er nog niet eens glazen op sterkte in. Kijk, zegt de eigenaar van de winkel, je kunt de bril gewoon alle kanten op buigen. En hij is ook nog eens vederlicht. Ik knik, hij heeft gelijk. En beide is wel wat voor mij. Maar ik bedenk in mijn hoofd wat ik allemaal voor dat bedrag zou kunnen doen. Grote man kent me en lacht zijn scheve - ietwat spottende - glimlach. "Gewoon doen prinses!" Maar ik kan het niet en even later zitten we weer op de fiets naar de negen straatjes. Daar zit namelijk een brillenwinkel met monturen voor weinig. Daar krijg je dan gratis geen goed advies bij, de brillen zijn onbuigzaam en ook niet bepaald licht. Ik zet er wel tien op mijn gezicht, maar tevergeefs. 

Potver! Bij mijn nieuwe zelf(ie)beeld past nu een vederlichte, buigzame bril volgens de nieuwste trend en uit de nieuwe collectie, waar bovenal mijn ogen zo goed in uitkomen. Ik negeer scheve glimlach van lief en ga er volgens goede traditie maar eens wat weekjes over twijfelen.



Voorlopig nog niet verlost van oude bril...

donderdag 8 oktober 2015

Ik hou van jou (Dag 15)

"Wat doe ik van je?", vraag ik vaak aan de kinderen. "Houden!" is hun steevaste antwoord. "En wat vind ik van je?", is dan mijn volgende vraag. "Lief!", weten ze uit hun hoofd. De antwoorden komen soms afwezig vanachter een boekje maar meestal met uitroepteken en glimlach van oor tot oor. Lief en ik herhalen hetzelfde riedeltje een paar keer per week. Gewoon omdat je het niet vaak genoeg kunt zeggen. Amerikaans? Misschien wel. Maar als kleine man dan zijn armen om me heen slaat en in mijn oor fluistert dat hij van mij tot aan Pluto houdt, neem ik dat graag voor lief. Of als middelste haar 'ik ook van jou'  nog eens benadrukt met een langgerekt 'heeeeeeel veeeeeel',  kan me dat niets schelen.

Oudste wordt inmiddels een beetje te oud voor het riedeltje. Haar antwoord is een zucht en een steun, maar ze onderdrukt tegelijkertijd een glimlach. En als ik haar afzet bij haar moeder, krijg ik in de auto nog een nonchalante 'dahag'. Maar met het dichtslaan van de deur, hoor ik het nog net: "Ik hou van je". In de geweldige film Love & Sex beweert John Favreau dat als je te vaak zegt dat je van iemand houdt, het net zo normaal wordt als een broodje kaas. Nou kan ik nog steeds heel blij worden van een broodje kaas, dus I Cheese Sandwich mijn lief regelmatig. En dat klinkt dus gekker dan ik het bedoel. 

Mijn punt? Soms is het moeilijk om uit te spreken dat je van iemand houdt. Toen ik nog niet zo lang stiefmoederde durfde ik vooral oudste hier niet mee op te zadelen. En misschien was ik ook een beetje bang voor het antwoord. Maar eenmaal de drempel genomen... Want hoe fijn is het om tegen iemand te zeggen dat je van hem of haar houdt en hoe fijn is het als iemand het tegen jou zegt.  Soms tussen neus en lippen door, een broodje kaas, en soms heel bewust en met aandacht. Omdat je het  niet vaak genoeg kan zeggen of omdat je het nog niet vaak genoeg hebt gezegd. 




woensdag 7 oktober 2015

Van die dingen (Dag 14)

  • Dat je lief Freek zit te zijn in een ver land en dat je hem mist
  • Dat je - pas halverwege je blogmarathon - om inspiratie verlegen zit
  • Dat de blues sterker lijkt dan rennen, bloggen en broccoli
  • Dat er dan gelukkig nog altijd vriendinnen zijn...

Stars can't Shine without Darkness... (X voor D.)

maandag 5 oktober 2015

Freek (Dag 13)

Mijn lief zit in Suriname. Tenminste, op dit moment zit hij nog in het vliegtuig naar Suriname. De bofkont is mee met vriendin én stewardess W. Ze nam mij al eens mee naar Buenos Aires en Lissabon en nu mag mijn lief mee de jungle in. Hij durfde zich amper te verheugen omdat de vlucht overboekt was en er nog een heel setje IPB'ers (Indien Plaats Beschikbaar'ers) stond te  popelen met een betere kans dan hij. Vanmorgen berichtte hij zijn kans op één procent om een minuut later digitaal te joelen dat hij in mocht stappen. Wauw!

Wat ben ik blij dat hij mee is, hoewel ik hem nu al mis (beneden hoor ik namelijk al een uur gerommel, terwijl de kat naast me op de bank ligt te slapen). Suriname stond al heel lang op zijn verlanglijstje, je weet wel zo'n verlanglijstje van landen die je zo graag nog een keer wilt bezoeken. En vriendin W. maakt dromen graag waar.  Dus daar gingen ze.

Lief half voorbereid, omdat hij het toch niet helemaal kon geloven. Dus hij is straks die toerist die in de jungle in een te warme spijkerbroek en op gympies loopt. Met op zijn rug de schooltas van middelste. In zijn koffer zitten brieven van ons, een verrassing die hij gisteren al ontdekte toen er nog een (Jip en Janneke!) toilettas in de koffer gepropt moest worden. Het maakt allemaal niets uit. Lief waant zich een week lang Freek Vonk, slapen in een hangmat in de jungle en op zoek naar kaaimannen (in Artis kan hij uren kijken naar de achterlijke gaviaal). En wij? Wij houden thuis een beetje vakantie met logeerpartijtjes. Oudste slaapt vannacht bij mij in het grote bed, morgen middelste en de rest van de week kleine man, schat ik zo in. Dromend van een behouden thuiskomst van Freek.


zondag 4 oktober 2015

Sisyphus en Tantalus (Dag 12)

Ontbijt op zondag. We praten over over dodelijke selfies. Laatst stortte een vrouw van de Taj Mahal omdat ze een onmogelijke pose aannam voor een selfie. In haar val sleurde ze een andere toerist mee. Selfie-vrouw dood, andere toerist hield er alleen een gebroken been aan over. Oudste weet niet of ze moet lachen om zoveel domheid of zich moet ergeren aan dit 'Narcissus-syndroom". Manlief verslikt zich in zijn beschuit om deze wijze verwijzing van oudste.

Sinds ze op de middelbare school zit, lijkt haar algemene kennis zich als Gremlins te vermenigvuldigen. Haar verwijzing naar deze Griekse ijdeltuit is extra leuk omdat ze al vaak hardop te kennen heeft gegeven dat het Gymnasium echt niks voor haar is. Ze wil namelijk ook nog een leven naast school en met al dat Grieks en Latijn lijkt dat er niet in te zitten volgens haar. Ik zeg er niks van. Af en toe vertel ik hoe leuk ik vroeger het Gymnasium heb gevonden en niet alleen vanwege de Rome-reis in de vijfde. In de brugklas kregen we een proefles en ik was meteen gegrepen door de geweldige verhalen uit de Griekse mythologie.

Ik geniet dan ook als oudste aan het ontbijt enthousiast begint te vertellen over Sisyphus. Waar bij mij ergens was blijven hangen dat de stakker oneindig een rots de berg op moest rollen, vertelt zij het hele verhaal. Waarom hij deze straf kreeg en ook nog hoe de veerman op de boot naar de Hades heet. En Tantalus, ik wist toch zeker wel waar hij door gekweld werd? Nou?, kraken mijn hersens. Oudste vertelt alsof het een film is die ze gisteren nog op tv heeft gezien. De hele tafel hangt aan haar lippen en de laptop wordt erbij gehaald om nog wat godenspul op te zoeken. Aphrodite, Zeus (die weer eens met een nimf aan het rommelen is, aldus oudste), Apollo en Bacchus schuiven aan aan het ontbijt. Daarmee halen we voor het gemak de Grieken en Romeinen door elkaar. En hoe zat het ook alweer met Odysseus... Oudste besluit deze week aan haar leraar te vragen hoe het boek heet, waarin al deze verhalen staan. Ik glimlach om zoveel nieuwsgierigheid. Daar kom je ver mee, Gymnasium of niet.


zaterdag 3 oktober 2015

Dag 10 (Dag 11)

Voor de opmerkzame lezer. Op dag vier lukte het me niet om te bloggen. Op dag tien, gisteren dus,  hetzelfde verhaal. Er moest gewerkt, naar huis gejakkerd, omgekleed, op de fiets gesprongen, met de pont het IJ over om met vriendin W. sushi te eten. Moet ook gebeuren.  Maar eenmaal thuis waren mijn luiken zwaar, de blogkamer koud en de armen van mijn lief warm. Hij probeerde het nog wel: "Lief, je weet toch wel dat je nog moet bloggen." Ik draaide mijn goede oor nog wat dieper tegen zijn gespierde (jawel, hij traint!) borst en liet de opmerking langs mijn dove oor gaan.

Dus de regels van mijn blogmarathon zijn daarmee een pietsie aangepast. In principe blog ik elke dag en in ieder geval (insjallah...) 30 dagen lang. Dus voor elke dag dat ik niet blog, komt er eentje bij. Bloggen blijkt een kwestie van plannen en dat is niet helemaal mijn sterkste kant. Privé dan. En volgens de lat van mijn lief. Ik vind het namelijk reuze meevallen allemaal. Het is meer zo dat hij een extreme planner is. Als hij aan is dan. Want een uit-knop heeft hij ook. Wat wel weer fijn is en ook wel grappig omdat er weinig tussenin zit. Geen stand-by zeg maar. Volgen jullie het nog? 

Als manlief aan is, plant hij keurig in dat hij drie keer in de week wil trainen, de kinderen zijn met hem altijd op tijd op school en wanneer er een studiedag is (kinderen vrij) bliept dat tijdig uit zijn telefoontje. Met afspraken vertrekt hij keurig op tijd en de weekendplannen legt hij graag eerst tegen de buienradar-lat. Ik ben meer degene die op zondag joelend het strand op holt om vervolgens heel verbaasd te zijn als de bui losbarst. Ik reken bijna alles in kwartiertjes. "Ja, ik ben er over een kwartiertje!" (badjas nog aan, fiets nog niet gepakt, laat staan de pont gehaald.) Een vrije dag is voor mij een zee van tijd waarin we van alles kunnen doen. Fietsen, naar het strand, lummelen en lanterfanten, de krant lezen en ook nog de boodschappen. Soms lukt dat, vaak heb ik net een stukje dag te weinig. En dat is dan net dat stukje waarin ik mijn blog wilde schrijven. Volgen jullie het nog? Geen onwil dus. Meer karakter. Van het hardnekkige soort. 


Volgens manlief heb ik een rekbaar besef van tijd... 



donderdag 1 oktober 2015

Hotelbedden (Dag 9.)

Ruim drie jaar geleden kwam ze in ons leven: N. ofwel de hoeksteen van ons gezin. Iedere week maakt ze ons huis schoon, met zoveel liefde en grondigheid, dat zowel huis en ik er altijd weer een beetje beduusd van zijn. Zelfs het LEGO staat in het gelid als ze is langs geweest.

Afgelopen twee weken was ze er niet. Omstandigheden, griep (ik) en offerfeest (zij). Huis en ik (en  manlief stiekem ook) misten haar. Al na een week daalde er een grijze stoflaag neer, die niet meer wilde verdwijnen.  Het zonnetje scheen vrolijk naar binnen, maar tegen de gekleurde hagelslag en kattenharen was niet op te vegen. Tussen school, werk en hollen door, konden we er ons niet toe zetten de boel bij te houden, waardoor ik vanmorgen opstond met een gevoel van angst en vreugde. "Vandaag komt ze weer!" juichte ik zachtjes, tegelijkertijd haalde ik een snelle lap over de stoffige traptreden en verstopte twee manden vouwwas in de bergkast. Tegen manlief mopperde ik dat het wel duidelijk was dat we zonder N. nergens waren. "Dan verloederen we", beweerde ik met enig gevoel voor drama. 

"Zou ze het met ons uit maken", bedacht ik me op de terugweg naar huis. Maar toen ik de deur opendeed, rook ik het al. N. was geweest en had haar toverkunsten weer op ons huis losgelaten. De kraakheldere gang knorde van genoegen. Met twee treden tegelijk nam ik de trap naar onze slaapkamer. "Hotelbedden", joelde ik naar grote en kleine man beneden. Waarop een indianenkreet van kleine man klonk. Bij grote man klonk vooral opluchting: "relatie gered schat!


Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...