woensdag 23 maart 2016

Nieuws

#schrijfopdracht

De afspraak was om elf uur, maar de tijd leek voorbij te kruipen. Nog vijf minuten. Ze zat er al een halfuur. Haar sjaal had ze al minstens drie keer om en weer afgedaan. Ook had ze haar mobiel al veel te vaak gecheckt. Berichtjes van haar lief klikte ze ongelezen weg. Ze wilde nu niet aan hem denken. Eerst zou de dokter haar naam moeten roepen. Nog drie minuten. Ze deed haar sjaal nog maar eens af en pulkte een velletje van haar nagel. Het komt vast goed, had haar beste vriendin gezegd. Zo voelde het niet. Nog één minuut. De deur van de dokterskamer ging open en ze hoorde haar naam.

Het gesprek duurde tien minuten, lang genoeg om de wereld onder haar voeten weg te slaan. Aan het gezicht van de dokter zag ze dat hij een reactie verwachtte. Hij leek in de war. Ze zocht naar haar stem en hoorde dat ze iets geruststellend zei. Ze had er zelfs bij gelachen. Toen ze voelde dat het weer kon, stond ze op. Naar buiten, frisse lucht.

Voor de etalage van de bakker bleef ze staan. Zou ze een taartje kopen? Maar ze kwam thuis met bloemen, roze ranonkels die ze in haar lievelingsvaas zette. Ze sprongen brutaal uit de bolle glazen buik... Haar adem sloeg even over en ze moest zich vasthouden aan het keukenblad, met haar ene hand, haar andere hand beschermend over haar buik. Ze wist het. Ze zou het houden en daarmee zou ze hem verliezen. Haar allerliefste lief. Ze kneep haar ogen dicht. Een halfjaar al moest ze hem missen omdat hij was uitgezonden. Ze pakte haar telefoon en keek naar zijn foto. Wat was ze dom geweest en eenzaam vooral. Toen tikte ze: "Ik ben zwanger lief. Wees niet boos maar word maar heel gelukkig." Terwijl het scherm zwart werd, zei ze hardop tegen zichzelf: "Dan ga ik dat ook proberen."




dinsdag 22 maart 2016

Het zou hier Brussel moeten heten

"Het zou hier Brussel moeten heten", zongen Paul de Munnik en Thomas Acda alweer een tijd geleden, "dan was ik eindelijk eens weg". Mooi nummer en mooie tekst over een prachtige stad.

Vandaag denk ik aan Brussel en ben in de war. Aanslagen. Alweer. Doden. Alweer. Haat. Zoveel. Vragen. Geen antwoorden. Op mijn mobiel krijg ik berichtjes binnen van collega's in Hoofddorp. Ook daar is de dag aan het doordraaien met een ontruiming van het treinstation en later ook het pand waar we werken. Iedereen is veilig lees ik en hier en daar een grap tegen de schrik. |

In Brussel klinken geen grappen. Daar heerst verwarring en verdriet om de doden en gewonden. Uit naam van een groepering die haat predikt en dood en verderf. Dát is hun geloof, niet een god.

Wat is het tegengif? Hoe kunnen we reageren? Burgemeester Aboutaleb van  Rotterdam spoort aan niet te buigen voor angst en tweedracht in de samenleving: "Daar zullen wij nooit voor buigen. We zijn één in ons verdriet, we zijn één in onze afschuw.''

Ik hoop het. Ik hoop dat er als tegenwicht voor al het verdriet, de angst, de onmacht, ook iets goeds voortkomt uit deze aanslagen en dat is dat mensen nader tot elkaar komen. Dat we over de verschillen heen kunnen stappen omdat we één ding met elkaar gemeen hebben. En dat is dat we dit niet willen. Begin dus niet over het sluiten van grenzen. Ga niet wijzen maar steek je hand uit. Kijk voorbij uiterlijkheden de ander in de ogen. Niet uit naam van een geloof of een god. Maar uit naam van het gezonde verstand. En uit naam van de liefde natuurlijk. Het enige antwoord dat sterker is dan haat.


zondag 20 maart 2016

Drie keer vallen...

Ik slaap, ik werk, ik knuffel, ik zing, ik lach, ik pieker, ik hol, ik haast, ik plof, ik lummel... de weken vliegen, het is angstaanjagend. Op mijn appel bekijk ik foto's. Teveel jaren nog niet in albums. Kleine man nog echt klein, oudste met twee staartjes en middelste nog pieper. Waar blijft de tijd... Ik zucht als een oude dame. Oudste maakt een playlist met muziek die ze chill vindt. Ik bijt op mijn tong en kijk neutraal terwijl de raps om mijn oren wapperen. Ik zucht zachtjes. Toen mijn vader mijn muziek niet begreep had ik me nog zo voorgenomen dat later anders te doen... En dan is het zomaar ineens later. Terwijl ik me opmaak voor de spiegel en tevreden ben met het resultaat, zie ik in de autospiegel mijn kraaienpootjes. Het zonlicht is welkom maar genadeloos. Snel klap ik het spiegeltje dicht en probeer niet te zuchten. Het is ook niet erg. Ouder worden. Het is een zegen en ik denk aan P. en aan R. wiens kraaienpootjes ik graag had willen tellen. Ze waren vast en zeker mooi ouder geworden. P. met veel zuchten maar dezelfde aanstekelijke lach en R. met veel wijsheid en tegendraadsheid tegelijkertijd. Ik mis ze en moet mijn ogen dichtknijpen om ze te zien. De kamertjes van mijn hart zijn goed gevuld. Daar zitten ze. Veilig. Tussen veel mooie herinneringen. 

Het leven is mooi. Mijn hoofd vult zich alweer met plannen. Als de tijd vliegt, vlieg dan maar mee. Een rake van Loesje. Toch is de zondag verloren. Ik ben mijn houvast een beetje kwijt en modder de dag door. Oudste speelt gitaar in het café en lief kookt zijn uiterste best. Na het eten draait hij liedjes voor me, van vroeger. Mijn hart gaat open en ik zucht. Ik val en ik sta weer op. Dat weet ik. 


Het is een dag voor Toon Tellegen.


dinsdag 8 maart 2016

Sem

#schrijfopdracht

Hij wiebelde van zijn ene voet op de andere, terwijl hij wachtte tot het water zou koken. Vorige week was hij 11 jaar geworden en was zijn wens uitgekomen. Hij had van zijn vader voetbalschoenen gekregen. Dezelfde als die van Wouter, zijn buurjongen en beste vriend. Het water kookte en Sem schonk het in de lievelingsbeker van zijn moeder. Hij wist nu al wat ze zou zeggen als ze wakker zou worden.  Dat hij haar rots in de branding was en dat ze niet wist wat ze zonder hem zou moeten beginnen. Hij was blij dat zijn vader op zijn verjaardag was gekomen maar hij had ook een beetje pijn in zijn buik gehad. De taart die zijn moeder speciaal voor hem had gebakken, had hij met moeite naar binnen gekregen. Zijn vader had niets gegeten en ook niets gedronken. Zijn moeder was in de keuken gebleven en pas weer naar de kamer gekomen toen zijn vader weg was. Hij was maar even gebleven. Weinig tijd vandaag, had hij tegen Sem gezegd terwijl hij hem een afscheidskus in de hal gaf en afwezig door zijn bruine krullen woelde. Hij had het toen willen vragen, maar het ging allemaal zo snel. Hij had zijn vader niet eens echt bedankt voor zijn cadeau.

Hij liep de trap op naar de kamer van zijn moeder. Nog geen geluid. Over een halfuur moest hij op school zijn. Hij liep altijd samen met Wouter. Soms zwijgend, maar meestal pratend over voetbal en hun droom om later prof te worden. Die gesprekken gaven hem een fijn gevoel. Het werd dan rustig in zijn hoofd. De wereld aan zijn voeten, elke ochtend heel even. Hij opende voorzichtig de deur en knipte op de tast het bedlampje aan. Zijn moeder kreunde en draaide zich nog eens om. Ze had vast niet goed geslapen. Dat betekende dat hij het weer niet zou kunnen vragen en het kwam steeds dichterbij. Zijn moeder had dezelfde bruine krullen als hij en hij vond haar lief zo in het licht van het lampje. Hij dacht aan vroeger toen ze hem thee op bed kwam brengen. Het geeft niet, dacht hij, ik heb nog een hele week. Terwijl hij de thee op haar nachtkastje zette, sloop hij weer de kamer uit.

Met een boterham in zijn hand en de huissleutel om zijn nek, trof hij Wouter voor de deur. Hij had een grijns van oor tot oor en wapperde met een briefje. Het was geregeld. Hij mocht van zijn ouders naar de trainingsgroep voor jong talent. Ze hadden niet eens met hun ogen geknipperd toen ze hoorden wat hij allemaal nodig zou hebben en dat ze hem drie keer in de week zouden moeten halen en brengen. Sem's mond voelde droog aan en hij luisterde stilletjes naar de enthousiaste verhalen van zijn beste vriend. Hij had nog een week de tijd om toestemming te krijgen. Zijn vader zou hij zeker niet meer zien voor die tijd en met zijn moeder leek het net weer een beetje beter te gaan. Het was ook niet makkelijk, in je eentje zorgen voor een opgroeiende jongen. En ze deed toch haar best ook al hadden ze weinig geld.

Ik denk niet dat ik ga, onderbrak hij Wouter. In de stilte die viel voelden zijn schouders ineens zo zwaar. Maar hij rechtte zijn rug en lachte zijn mooie mond in een grijns. Ik heb toch zeker wel iets beters te doen.



Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...