maandag 4 april 2016

Domweg gelukkig

#schrijfopdracht

Ik woonde heerlijk, driehoog achter in de Willemsstraat, hartje Jordaan. De bakker en de kroeg om de hoek. Onder mij buurvrouw Bep met haar spionnetje op scherp. Opgegroeid in Amsterdam Noord, was ik in wezen een echte Jordanese. Import volgens mijn buurvrouw ook al noemde ze me schat. Uitkijkend op de Westertoren, kwam verhuizen niet in me op. Oké, heel af en toe. Als ik verlangde naar een extra kamer of gratis parkeerplek voor de auto die ik inmiddels reed. Na bijna tien jaar grootstedelijk geluk, lokte de liefde me naar de Kwakel. Maar na een halfjaar zette ik opgelucht mijn koffers weer in mijn aangehouden Amsterdamse paleis. Nooit meer een Vinex, waar om klokslag half acht de hele buurt in de auto stapt en om zes uur ’s avonds aan tafel gaat. Brrr. Dan liever buurvrouw Bep die me trakteerde op roddels over de buurt.

Toen werd ik opnieuw verliefd. Op een man uit Amsterdam Noord. Ik kende hem van vroeger, toen ik nog een Noord-meisje was. Terwijl ik de wijde stad in was getrokken, was hij domweg gelukkig in Noord gebleven. Dat werd latten, besloot ik op het eerste gezicht. De pont was romantisch én geduldig. Wij iets minder en na ruim een jaar pakte ik mijn spullen om bij hem te zijn en zijn twee dochtertjes. In mijn buik het bewijs van onze liefde. Mijn zolder verruilde ik voor een vier-onder-één-kap, mijn dakterras voor een serieuze grote-mensen-tuin. Op zondag werd ik niet langer wakker gemaakt door ‘Sammy’ van Ramses Shaffy, die door de binnentuin galmde tot buurvrouw Bep – meestal na vier keer herhalen – eroverheen ging met een Amsterdamse “Kappe nou!” Ik kreeg er andere geluiden voor terug, klussende buren en spelende kinderen. Meestal op een iets vroeger tijdstip dan ik gewend was. En was het mooi weer, dan kon je de klok er op gelijk zetten dat in de namiddag een walmende BBQ-lucht door de wijk trok.

Een vinex, jawel hoor, oordeelde ik bevooroordeeld terwijl ik schoorvoetend aanschoof bij mijn eerste zondagmiddagborrel in de wijk. Een beetje stilletjes probeerde ik de buren in hokjes te stoppen. De buurman, die vaak ’s avonds laat nog in de tuin een biertje dronk en prachtige schilderijen bleek te maken. Het hippe stel op de hoek, waarvan hij stotterde maar zij zijn zinnen moeiteloos wist af te maken. Het groepje vrouwen dat me mee uit eten vroeg en waar we algauw de ‘Bongerd Housewives’ mee vormden, ook wel de ‘Hongerd Bousewives’ als er veel drank in het spel was.

Ik was in verwarring. Terwijl mijn buik groeide en de zon naar binnen scheen in onze doorzonwoning, zocht ik naar bezwaren. Natuurlijk, ik miste de bakker om de hoek, het café en Bep. Maar de pont bleek geduldig en de Jordaan binnen handbereik. Uitkijkend op een braakliggend bouwterrein en de ontbrekende bomen van onze Boomgaardlaan, maakte de verwarring langzaam plaats voor een ander gevoel. Een gevoel dat ik snel onderdrukte. Want waarom zou ik het hardop toegeven.

Domweg gelukkig in de Vinex.
Niet verder vertellen.



2 opmerkingen:

  1. Hahahaha, ik geniet van je verhaal!! Ik denk dat 80% van de Bongerd zich in je verhaal/gedachten/situatie kan verplaatsen. Een eigen 'burcht' vol stadse mensen!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dankjewel voor je reactie, leuk te lezen dat het herkenbaar is :-)

    BeantwoordenVerwijderen

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedach...