vrijdag 30 september 2016

Jommetjes van zes


  1. Maken bij alles wat ze doen een geluid (denk WOESJ, BENG, WOOHAA, IJAAAA).
  2. Zien in alles een mogelijkheid om te springen of te klimmen (bank, knie het is ze om het even).
  3. Zouden het liefst de hele dag hun piemel vasthouden.
  4. Hebben nu al vaak een snor (lees van chocopasta of ander lekkers).
  5. Klimmen nog altijd graag op schoot (om daar verder te wiebelen).
  6. Hebben onweerstaanbare fietsenrekken in hun mond.
  7. Laten met hun kusjes een ijskap smelten.
  8. Nemen de wereld serieus ("mama, ik vind het maar stom dat we dood gaan.").
  9. Houden je hand vast als je als je samen Star Wars kijkt en waarschuwen je als als er geweld aan te pas gaat komen ("Je zult zien dat het niet eng is, mama")
  10. Zingen graag achterop de fiets ("Beter in Mokum zonder poen, dan in Parijs met een miljoen.").
  11. Zitten snel vol van groenten maar hebben altijd plek voor zoetigheid.
  12. Vertellen hele verhalen tijdens het spelen (of ze nou alleen of samen zijn).
  13. Fietsen alsof ze op een motor zitten (zie ook punt 1).
  14. Ontdekken overal stokken en stenen (en deze moeten altijd bewaard). 
  15. Sparen blauwe plekken en schaafwonden.
  16. Laten windjes op commando om vervolgens de tranen in hun ogen te lachen.
  17. Fluisteren geheimpjes in je oor (dat je zo lief bent).
  18. Stellen vragen waar je niet altijd het antwoord op weet (waarom is er oorlog?).
  19. Zien er - net aangekleed - alweer verhabbezakt uit. 
  20. Worden later groot, stoer en sterk. 
Jommetjes van zes... maken de wereld mooier!


woensdag 28 september 2016

Diginek

Gemiddeld kijken we 221 keer per dag op ons scherm, lees ik in de Groene Amsterdammer. Het artikel heeft de pakkende kop: Sammy kijk omhoog. Iets wat we over lange tijd wellicht fysiek niet meer kunnen. Hebben onze nekwervels zich aangepast aan het kleine scherm dat onze wereld beheerst. Zoals de nek van de giraf is afgestemd op de blaadjes in de hoge bomen. Ik grinnik bij de gedachte aan al die licht kromme nekken, maar het artikel blijft hangen.

Verwachten we meer van onze smartphone dan van elkaar? De schrijver van het artikel haalt het boek Reclaiming Conversation: The Power of Talk in a Digital Age aan van de Amerikaanse sociologe Sherry Turkle. Ze schrijft: in situaties waarin mensen de gelegenheid hebben elkaar te bevragen, aandacht aan elkaar te schenken en elkaar in de ogen te kijken kiezen ze voor het scherm, soms uit gewoonte, maar vaak ook bewust. Het feit dat we meer connected zijn dan ooit zegt meer over kwantiteit dan over kwaliteit. Hoe connected zijn we echt? Digitale technologie legt de weg van de minste weerstand nog verder open. Maar is die stortvloed van WhatsApp-berichten, Facebook-posts en tweets geen pover substituut voor een echte conversatie, waarin gesprekspartners steeds dieper kunnen afdalen zonder te worden onderbroken door losse flarden uit tientallen andere gesprekken. Het scherm is een instrument om de stroperigheid van menselijke interactie te omzeilen. Het is oneindig veel makkelijker om sorry te zeggen als je niet wordt geconfronteerd met de gekwetste blik van de ander, schrijft Turkle.  En een afspraak afzeggen is makkelijk gedaan via een tekstbericht.

Dat ik het laatste af en toe doe, moet ik tot mijn schaamte bekennen. En dat het makkelijker is dan bellen, moet ik ongemakkelijk toegeven. Is het vandaar een kleine stap naar erger? Ik ken al twee vrouwen wiens relatie is verbroken via whatsapp. Of er symbooltjes aan te pas kwamen weet ik niet, maar dat hun harten IRL waren gebroken, alleen al door deze botte actie, weet ik wel. En hoe gewoon is het om via tekstberichten diepe gevoelens te delen als het IRL vaak al zo verdomd moeilijk is de woorden ervoor te vinden. Buurvrouw N. op onze Italiaanse berg vertelde hoe ze een moeilijke periode deelde met vriendinnen over whatsapp en zich vervolgens eenzamer voelde dan ooit. Een vliegend kus-symbooltje is toch echt anders dan een vriendin die op dat soort momenten tijd voor je vrijmaakt.

Maar het kan toch prima naast elkaar bestaan? Turkle wijst op standaardtesten voor empathische vermogens die onderzoekers elk jaar afnemen bij studenten. Die scores vertonen een afname van veertig procent in de afgelopen twintig jaar, met de grootste terugval gedurende de afgelopen tien jaar...

De week nadat ik het artikel heb gelezen, zie ik om me heen hoeveel conversaties worden onderbroken of eindigen met een scherm. Buurvrouw I. vertelt over een vloer die ze graag zou willen en als ik het materiaal niet ken, wordt de iPad al gepakt om te googlen. Ik lach en vraag haar het zonder een scherm aan me uit te leggen. Ook denk ik terug aan een logeerweekend met vriendin I. waarin ik - terwijl ik koffie voor haar zet - de woorden probeer te vinden voor iets dat ik graag met haar wil delen. Terwijl ik haper, kijkt zij op haar scherm. Een berichtje van een collega, zegt ze lachend om vervolgens verbaasd naar me te kijken als ik hier boos om word. Ik probeer uit te leggen waarom het me kwetst en ze zwijgt. Later lees ik een berichtje van mijn lief die met de man van I. op een festival is: 'Heeft I. een app-verbod van je gekregen?' Ik verbaas me opnieuw maar leg me de rest van het weekend neer bij haar niet onverdeelde aandacht. En waarom voelt het anders als lief naast me op de bank een boek aan het lezen is of eindeloos op zijn scherm aan het turen en tikken is. In de tweede wereld lijkt hij veel verder weg van me te zijn.

Er zijn gelukkig ook genoeg voorbeelden hoe het anders kan en ik denk ook dat het naast elkaar kan bestaan. Maar het kan geen kwaad er af en toe bij stil te staan. Hoe voel je je als je zonder telefoon de deur uit bent gegaan? Of lach je bij de gedachte alleen al, omdat dat je nooit zou gebeuren? De verleiding van de wereld die schuilgaat onder je scherm is groot, maar 221 keer per dag kijken kan toch niet de bedoeling zijn. Dat moet ten koste gaan van iets. 

Ik kijk niet 221 keer op mijn mobiel en ga er denk ik best bewust mee om. Aan de andere kant, ligt het apparaat best vaak binnen mijn handbereik. En de gedachte om er als experiment een tijdje mee te stoppen, stuitte op ogenschijnlijk onoverkomelijke bezwaren in mijn hoofd. Dan zou ik immers de updates van collega's missen in de ochtend en de ditjes en datjes van mijn vriendinnen-app die ik IRL toch al te weinig zie. Natuurlijk loopt mijn redenering scheef. Want wat zou ervoor in de plaats komen? En zou ik echt zoveel missen?

De oplossing heb ik niet. Maar als je weer eens om je heen kijkt, wat is dan jouw gedachte bij al die licht gebogen nekjes?


Als reactie op een 'schermenmaatschappij' maakte kunstenares Anna Hoetjes de korte surrealistische film Interface.  







dinsdag 27 september 2016

Snordrukkerij en steenzitterij

Ik schreef het al in mijn eerdere blog, soms is het leven ingewikkeld. Dat is niet erg. Dat is gewoon. Dan moet er zoveel dat je niet meer weet wat je moet en wat je wil. Snap je? Kinderen naar school. Dat moet. Ze weer ophalen. Moet ook. Zelf naar je werk. Moet ook. Koken. Boodschappen doen. Wekker zetten. Moet allemaal. Je kan het natuurlijk ook niet doen. Maar dan wordt het leven nog ingewikkelder. En de meeste tijd gaat het ook vanzelfsprekend. Voelt het niet als moeten.

Maar soms. Dan moet je daarnaast ook nog van alles van jezelf. Een perfecte moeder zijn. Een lieve vriendin. Een breed ge├»nteresseerd en geori├źnteerd persoon. Woest en wild aantrekkelijk voor je lief. Een luisterend oor voor wie maar wil. Werken aan je conditie en tussendoor dat boek schrijven dat al een paar jaar in de pen zit.

Hoofd heeft de regie overgenomen van hart en schreeuwt de verwachtingen in je oor tot er kortsluiting is. Vervolgens doe je (lees ik) niets meer, behalve dus datgene wat moet. Ik druk mijn snor bij dingen die ik eigenlijk graag wil en daarmee lijken de dingen die moeten ineens buiten proportie groot. 

Vriendin C. zou zeggen, je zit onder je steen. Waar ik dus af en toe onderuit piep voor het hoognodige. Het duurt nooit lang weet ik uit ervaring. Onder mijn steen is het fijn schuilen, maar ook wel saai. Dus gluur ik af en toe eronder vandaan of de mist al is opgetrokken, hoofd minder praatjes krijgt en ik hart weer wat harder hoor kloppen.

Snordrukkerij...

zondag 11 september 2016

Spek

Soms is het leven ingewikkeld. Of beter. Soms maak ik het leven ingewikkeld. Dan pieker ik over zaken waar lief - als ik ze durf te delen - met zijn hoofd niet bij kan. In zijn hoofd rijdt het verkeer keurig dezelfde richting uit en als de stoplichten uitvallen, trekt mijn lief zijn oranje vestje aan en leidt alles in goede banen. In mijn hoofd rijdt het verkeer op een soort achtbaan, verdwaalt niet zelden en als de stoplichten uitvallen ben ik mijn oranje vestje kwijt of net even koffie aan het drinken.

Het is niet anders. Bijna 45 en dagboeken vol geschreven, ben ik er wel achter dat de aard van het beestje niet verandert. De omstandigheden kunnen veranderen. Maar zelfs als daar alles koek en ei is, kan het toeslaan. Piekeren. Onzekerheid. Vanmorgen brachten we middelste weg. Ze vertrok op kamp. Vijf dagen maar liefst en verkleed als Keltische prinses. Omringd door jongens in Schotse rokken, Vikings met rode (opplak)baarden en bosnimfen is het feest al op het schoolplein begonnen. Middelste loopt dromerig te dromen. Als de groepsfoto wordt gemaakt, ontbreekt onze krullenbol om net op tijd afwezig lachend aan te schuiven voor die foto voor later. Wat is ze lief. Wat is ze mooi. 

Lief en ik staan te co-ouderen op het schoolplein met moeder N, haar schoonmoeder, oudste, kleine man en de twee meiden uit het andere co-gezin, waarvan de jongste inmiddels bij onze jongste in groep drie zit. (World domination is het niet, maar we hebben toch ons best gedaan met 5 kinderen de school te bevolken.) Terwijl lief en N. goedaardig kibbelen over wie wat had moeten regelen voor kamp, zwijg ik en voel me zomaar ineens een stiefmoeder in het kwadraat. Het autootje in mijn hoofd rijdt langzaam de steile helling van de achtbaan op. En terwijl middelste haar hele aanhang een afscheidsknuffel komt geven, voel ik een kriebel in mijn buik. Als laatste houdt ze me vast en ik snuffel nog even aan haar krullen. Dan is ze met haar gedachten al en even later ook met haar lange benen bij de bus. 

Ze schuift naast vriendin L. en dan gebeurt waar ik onbewust een beetje bang voor ben. Haar ogen zoeken haar vader. Ze zwaait en kust handjes. Haar vader ziet het eerst niet, maar dan breekt de zon op zijn gezicht door. Hij zwaait uitbundig. Ze zijn lief samen. Dan zoeken haar ogen haar moeder. Die is even druk met haar jongste en ik zie middelste bezorgd fronsen. Haar mond zie ik het woord mama vormen. Nog een keer. En dan kijken ze elkaar aan. Lachend en zwaaiend en kusjes blazend. Ik sta een stukje verder. Links, maar niet uit het zicht. Het autootje in mijn hoofd staat even stil bovenaan de helling. De ogen van middelste zoeken opnieuw haar vader en daarna haar moeder en daar ga ik... roetsj de helling af. Een vervelend gevoel in mijn buik. Ik zwaai uitbundig. Voor spek en bonen, fluistert hoofd gemeen. Hart weet beter. 

Als de bus optrekt, zoek ik nog steeds haar blik en dan kijkt ze. Heel even. Ik zie de voorpret in haar ogen. Ik buitel door mijn looping en wens met mijn ogen dicht dat ze het onvergetelijk fijn gaat hebben en dat ik... Ik zucht en denk aan de aard en het beestje. 


vrijdag 2 september 2016

Vriendin T.

Lieve T. alweer 8 jaar mijn vriendin! Ik kreeg je gratis cadeau bij mijn lief. Beste vriendin van en liefste tante van inmiddels 'mijn' middelste en oudste. We keken allebei een rode dikke kater uit de boom en toen was het beklonken. Je zorgde ervoor dat ik me welkom voelde in de vinex waarheen ik verhuisde voor de liefde.  Ik ben ze vergeten te tellen, maar wat zijn we de eerste jaren vaak bij jullie aangeschoven voor het eten of een wijntje op zondag. En ik zie ons nog zitten op het terras in de jordaan waar je als een ware zendelinge me probeerde te bekeren tot het moederschap. Dat wist ik natuurlijk allang, maar dat hoefde jij niet zo te doorzien.

Eenmaal die gelukkige moeder, liet kleine man zijn eerste lachje zien bij jou. Nadat je me nog maar net had gerustgesteld dat hij heus een keer ging lachen. De jaren vlogen, maar wat gebeurde er veel. De vakanties samen. Het droomhuis in Frankrijk, dat we gillend betrokken, ons plechtig voornemend onze eigen huizen nu ook eens fatsoenlijk in te richten. Dat andere huis in Frankrijk, toen jouw leven er ineens zo anders uit was gaan zien.

Je verhuisde uit de vinex, maar bleef gelukkig in de buurt. De judolessen van onze kinderen veranderden de dinsdag in vaste prik samen eten. Vaak hollen en vliegen en woonkamers overhoop, zodat we bij het afscheid weer moesten constateren niet te hebben bijgepraat. Niet erg. Op de juiste momenten wisten we elkaar te vinden. En in je nieuwe huis, je nieuwe leven, zag ik langzaam een andere kant van jou tevoorschijn komen. Wat vond ik je stoer en nog steeds. Dansend op straat in Buenos Aires. De dag plukkend en het glas halfvol. Dreaming and chasing. Want waarom niet? Ze kwamen uit, een nieuwe liefde, een prachtig nieuw huis, een fijne nieuwe baan. Maar het belangrijkste, dat zat van binnen.

En al die tijd mijn vriendin, beste van lief en liefste tante van inmiddels ook kleine man. Ik zeg het denk ik niet zo vaak, maar wat ben ik blij met je. En wat doe je het goed, als moeder van J. en gewoon in alle dagelijkse dingen. Vandaag ben je jarig - ook zo fijn dat je me voorgaat in deze respectabele leeftijd - en we bedenken alvast thema's voor het feestje dat we samen met vriendin W. willen gaan geven. Net als voor ons 38e en ons 40e. Pasgeleden dus nog maar...

Lieve T. ik wens je nog heel veel dreaming and chasing, halfvolle glazen en dagen die moeten geplukt. En inderdaad, dit paste niet allemaal op een verjaardagskaartje.


Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...