maandag 9 oktober 2017

Gekke gewoontes toch?

Bam! En dan loop je - al append - met je neus tegen een geparkeerd busje. Die staat er normaal niet, denk ik, terwijl ik beduusd over mijn neus wrijf. Om daarna mijn mobiel snel en schuldbewust in de zak van mijn jas te steken. Stom ding! Oké, stom van mij. Want ik wilde per se nog wat appen terwijl ik onderweg was om oudste van hockey te halen. Was het belangrijk? Niet echt. Beleefdheid een beetje omdat ik midden in een gesprek zat en niet zomaar offline wilde gaan. En omdat uitleggen dat ik nu echt weg moest vanwege ophalen kind langer zou duren dan een kort symbooltje. Dat ik dan wel even moest vinden. Bam!

Op de radio hoorde ik vorige week een leraar vertellen dat hij een onderzoek had gedaan onder zijn studenten. Ze moesten hun mobiele telefoon 10 dagen inleveren. De resultaten waren zorgwekkend. Na die 10 dagen wilden de studenten eigenlijk hun mobiel niet terug. Ze hadden het namelijk heerlijk gehad. Ze konden zich beter concentreren, hadden sneller hun huiswerk af en ervoeren meer rust in hun leven. Wat ze dus fijn vonden. Praktisch gezien was het ook enorm meegevallen. Een student had zelfs een bijzonder onvergetelijke avond gehad omdat de kroeg waar hij had afgesproken niet bleek te bestaan. Hij kon niet even bellen en was dus met andere mensen in gesprek gekomen. Onvergetelijk dus. Ik moet lachen om de leraar als hij beschrijft hoe zijn studenten de mobiele monsters met weerzin weer terug namen. Al wetend dat ze verloren zouden zijn en binnen een dag minstens meer dan nodig op het ding zouden kijken. Ogen op het scherm, de echte wereld vergeten. Bam!

Ik durf te geloven dat ik niet verslingerd ben aan mijn mobiel. Waarom voelt het dan gek als ik 'm niet bij me heb? En waarom kijk ik er vaker op dan nodig is? Waarom ligt hij naast mijn bed en check ik 's ochtends het weer in plaats van de gordijnen te openen? Of ontdek ik dat mijn collega thuis gaat werken terwijl ik mijn lief nog niet eens goedemorgen heb gekust? Waarom wil ik altijd weten waar hij ligt? Waarom weet ik bijna altijd waar hij ligt? Waarom gebruik ik symbooltjes in mijn gesprekken terwijl ik zo van woorden houd?

Zucht! Ik bedenk dat ik ook 10 dagen zonder wil. Minstens! Tegelijkertijd vraag ik me af of ik dat moet melden in al mijn app-groepjes? Van school. Van werk. Vriendinnen die ik te weinig IRL spreek. En wat nou als er iets met de kinderen is en ik zit op mijn werk? Al die beren bezorgen me een beetje de slappe lach. Alsof de wereld vergaat als ik 10 dagen niet mobiel bereikbaar ben. Maar het is toch ook best leuk. En het valt toch nog best mee...

Als mijn lief op zijn telefoon zit, voel ik me soms lucht. Als een vriendin koffie komt drinken en ze heeft naast ons gesprek nog een gesprek op haar telefoon, bijt ik op mijn tong. Het verbaast me dat iedereen na een uit etentje als een soort van afgesproken allemaal op zijn telefoon gaat kijken. En ik me dan moet inhouden het niet ook te doen. Bam!

Gekke gewoontes hebben we ontwikkeld. Verdiept in een eindeloze wereld aan linkjes, berichtjes, filmpjes en likes. Zo weinig oog meer voor de echte wereld. Het hier en nu. In de auto houd ik bezorgd de bestuurder achter me in de gaten die op zijn scherm kijkt. Bam? 

Wat zou ik echt missen als mijn mobiel alleen nog ouderwets kon bellen? Mijn vriendinnen. Maar die zou ik dan denk ik op een andere manier opzoeken. Bovendien leent WhatsApp zich ook niet voor alle gesprekken. Het zou misschien wat lastiger afspreken zijn met ouders van school. Maar dat zou vast goed komen. En werk. Dan zou ik op het werk erachter komen wie er die dag wel of niet of vroeg of laat zouden zijn. Prima toch! Ik sta waarschijnlijk een keer aan de verkeerde kant van de afgesproken plek en als ik wil afzeggen kan ik me niet verschuilen achter een makkelijk berichtje. Ik zou dingen missen... maar misschien ook wel meer meemaken. 

Dus, ik ga het maar doen. 10 dagen zonder mobiel. Je kunt gewoon bellen hoor of een berichtje achterlaten op mijn antwoordapparaat. Ouderwets gezellig! Ik heb er nu al zin in.







zaterdag 7 oktober 2017

Prachtig lawaai

Herfst. De regen tikt en de blaadjes vallen. Al twee dagen. Sinds de dood van Eberhard van der Laan lijkt het. Amsterdam huilt.

Omdat mijn kleine man ziek is en onze plannen in het water vallen, heb ik alle tijd om bij de dood van onze burgemeester stil te staan. En bij zijn leven. Natuurlijk hobbel ik weer eens achter de feiten aan en ontdek nu pas hoe bijzonder hij was. Door Zomergasten, door zijn stomme ziekte en wat dat deed met Amsterdam en zijn ontroerend korte afscheidsbrief: zorg goed voor onze stad en voor elkaar. Dat vat het wel samen. Wat onze stad nodig heeft. Ons land. De wereld. 

Hij probeerde het, lees ik in de krant en hoor ik mensen vertellen op radio en tv. Met een tomeloze energie en vastberadenheid probeerde hij voor iedereen te zorgen. Problemen op te lossen en onze stad en daarmee de wereld een beetje beter te maken. Vriend en schrijver Geert Mak vergeleek Eberhard met zijn vader, die huisarts was geweest en dag en nacht klaar stond voor zijn patiënten. Eberhard van der Laan was de huisdokter van Amsterdam. Mooi!

Maar hij zorgde niet alleen, hij zette in beweging, stak mensen aan en veranderde dingen daadwerkelijk door zijn mouwen op te rollen. Ik moet lachen als ik lees over zijn scherpe tong en woedeaanvallen. Hij wilde betrokkenheid en het liefst in een richting die hij voor ogen had. Zijn gevoel voor humor en oprechtheid maakten de balans. Zelfs nu hij er niet meer is, laat hij me over mezelf nadenken. Mijn idealen, mijn betrokkenheid en ik weet dat het beter kan. Meer. Ook buiten familie, werk en vrienden. 

Een beetje verdrietig. Dat ben ik. Een beetje verbaasd ook. Dat het me zo raakt. Dan lees ik op de voorpagina van Het Parool het gedicht 'Hart' van voormalig stadsdichter F. Starik en zijn woorden vangen wat ik voel. Troost. Dat is wat Eberhard bood. En dat zoveel mensen daar behoefte aan hebben, bleek na zijn ziekte. Blijkt na zijn dood. En gek genoeg biedt dat ook hoop. Als het applaus dat klonk op de grachten. Een prachtig lawaai

Hopelijk komt er nog veel prachtig lawaai, als eerbetoon en belofte aan Eberhard van der Laan.


Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...