woensdag 29 november 2017

Nog-niet-november

Ik hou van goede voornemens. Voornemens en projecten die mijn leven leuker, beter, zinvoller en meeslepender zullen maken. Een kleding-capsule, elke dag bloggen, elke week yoga en regelmatig brieven en kaarten schrijven, eindelijk eens een School-of-Life-workshop volgen, op school helpen met lezen en van het vlees afblijven. 

Tegelijkertijd ben ik meer van de theorie dan de praktijk. Hoofd heeft twee gezichten. Enerzijds is daar de ambitieuze dame die zich dit allemaal moeiteloos voorneemt, anderzijds is daar de vooruitschuivende treuzelaar die er best over na wil denken, maar doen... Natuurlijk zou ik me kunnen voornemen om dat te veranderen (en geloof me dat ik heb ik regelmatig gedaan) maar dat blijkt nog moeilijker dan geen vlees eten (dat heb ik toch zo'n vier maanden volgehouden). 

Zo aan het einde van het jaar, bedenk ik me hoe en wat ik allemaal zou willen voor het nieuwe jaar. Flauwekul natuurlijk, ik weet het, want vandaag is de eerste dag van de rest van je leven. Maar een nieuw jaar is voor mij toch een soort nieuw begin. Een lege bladzijde van de agenda waar je in eerste instantie nog met je allermooiste vulpen in schrijft. Dat je dat niet gaat volhouden, weet je heus wel, maar dat duw je nog even weg. In mijn hoofd ben ik al begonnen aan mijn lijstje. En het allerfijnste? Dat het nog niet hoeft. Het is namelijk nog-niet-november. Druk met alle feestdagen en laatste jaar-loodjes dus geen tijd - in de praktijk - om ook maar één goed voornemen op te pakken. Bovendien zijn het nog maar vijf weken tot het nieuwe jaar en dan...

De vooruitschuivende treuzelaar in mij geniet enorm van deze laatste twee maanden, de ambitieuze dame ook! In harmonie leven zij samen in mijn hoofd. De een verzint dat ik nu echt elke week naar yoga ga, terwijl de ander zonder enig schuldgevoel bevestigend knikt om daar aan toe te voegen: volgend jaar dan he, want dit jaar gaat het er niet meer van komen. Heerlijk!





maandag 27 november 2017

Mijn eigen stok!

Begin dit jaar kreeg mijn droom om een boek te schrijven over stiefmoederen een onverwacht duwtje. Ik begon met schrijven en kon bijna niet geloven dat - zonder nog een letter op papier - een uitgever geloofde in mijn droom. Wat een fijne stok achter de deur. Ik schreef zoveel als ik kon. Vaak op zondag omdat doordeweeks het dagelijks leven teveel tijd in beslag nam. Dus nam ik verlof zodat ik vaker kon schrijven en langer achter elkaar. Wat een groot geluk. Elke maand een week in mijn schrijfbubbel.

Mijn droom kreeg vorm en letters op papier. Eerst één hoofdstuk en toen twee... Ik sprak met de uitgever en toen zij twijfelde over de persoonlijke vorm, besefte ik dat ik geen ander boek kon schrijven dan het boek waar ik aan begonnen was. Ze adviseerde me met een of meer experts te gaan praten, maar ik had daar andere ideeën over. Onbewust was de uitgever niet alleen mijn stok achter de deur om tijd vrij te maken voor mijn droom maar ontdekte ik ook steeds meer welk boek ik wilde schrijven. De puzzelstukjes vielen steeds beter op hun plaats en ik legde de uitgever uit dat ik geen ander boek kon schrijven dan dit. Persoonlijk en vanuit mijn eigen ervaringen en die van andere stiefmoeders die het gewoon maar zijn gaan doen. Een positief geluid als tegenwicht voor alle zwaarte die er rondom het onderwerp lijkt te hangen. Een boek dat je aan het lachen maakt als je net verliefd bent geworden op iemand met kinderen. Een praktisch boek en vooral een liefdevol boek. 

De uitgever en ik beloofden eerlijk tegen elkaar te blijven. Het ging er immers om wat het beste was voor het boek. Een mooi uitgangspunt, maar stiekem hoopte ik natuurlijk dat we er samen uit zouden komen. Ik stuurde haar vijf hoofdstukken en een opzet van wat ik nog wilde schrijven. Dat het persoonlijk was, kon ik niet ontkennen, maar alleen als rode draad voor een meer universeel verhaal. Hopelijk zag ze dat. Waar ik er steeds meer in begon te geloven, werd de twijfel bij de uitgever groter. Niet te sturen, heeft ze misschien wel gedacht. Of heb ik dat ook gezegd? In een telefoontje vertelde ze dat ze mijn verhaal mooi maar te persoonlijk vond en daarom niet goed vond passen in hun portfolio. 

Het kostte me een dag om deze teleurstelling te verwerken. Dag fijne stok! Het leek ook bijna te mooi om waar te zijn, om al een uitgever te hebben voor een boek dat je nog gaat schrijven. Zo gaat het toch bijna nooit... Mijn lief was een beetje boos op de uitgever, gewoon omdat hij van me houdt. Mijn oudste schrok en wilde weten hoe het met me ging en vriendinnen kwamen met wijze woorden. En wat bleek. Hoewel de stok weg was, bleef de deur wijd open staan. Misschien nog wel uitnodigender dan eerst. Ik had immers mijn stem en vorm gevonden. Wat een groot geluk. Ik besefte dat ik mijn eigen stok kan zijn! 

Dus daar ga ik weer. Een week vrij en een hoofd vol zinnen. Eerst maar eens dat verhaal op papier. Dan zie ik wel weer verder. 


Bron beeld: Etsy

zondag 26 november 2017

Voor later


De tijd rolt met een razende Rrrrrr... het is vast mijn leeftijd want de kinderen hoor ik er niet over. Die wisselen moeiteloos Sint Maarten in voor Sinterklaas en kijken alweer reikhalzend uit naar het weekend waarin we de kerstboom gaan kopen. Ho Ho Ho, denk ik, eerst nog het Sinterklaasfeest en lief die 48 wordt en een weekje mee mag met beste vriendin en stewardess W.

Het is heerlijk allemaal en groot geluk maar soms lijkt het sneller te gaan dan ik erbij stil kan staan. Geen tijd om het op schrijven, de mooie praatjes en magische vragen, de knuffels en het keten. Daarom leg ik het vast met mijn camera. Beelden die deze tijd vasthouden voor later. Net als de foto-albums van mijn vader, waar we vrijdag in keken tijdens mijn moeders verjaardag. De kamer vol vrienden die al mijn hele leven meegaan. Ooms en tantes die geen familie zijn maar wel zo voelen. Ouder en grijzer maar nog net zo goedlachs en lief als vroeger en bereid om de boel op stelten te zetten. Tante G. die vraagt hoe het gaat en een glaasje wijn afslaat omdat ze nu medicijnen slikt die niet goed samen gaan met een drankje. In haar ogen zie ik nog dezelfde tante G. waar ik als klein meisje altijd ging buurten. Voor lange gesprekken, koekjes en grapjes met oom A. Haar blonde krullen heeft ze niet meer maar haar engelengeduld nog wel. Ze vertelt over zoon M. en vraagt naar mijn samengestelde gezin.

Dan komt oom L. binnen. Alleen, want van  tante S. hebben we alweer bijna een jaar geleden afscheid genomen. De broer van mijn vader is nog steeds een grappenmaker en geeft handig elk serieus gesprek een draai. Maar als mijn tante L. vraagt hoe het met hem gaat, betrekt zijn gezicht heel even en zegt hij: "Voor de helft". Voor mijn moeder heeft hij hyacinten meegebracht, in nagedachtenis van mijn tante die dat elk jaar deed. Zo schrijft hij ook de verjaardagskaarten die zij niet meer kan schrijven. Dan is ze er nog een beetje. Zijn daden vertellen wat hij niet zeggen kan. Voor de helft.

Er wordt alweer gebeld en uit Hoorn zijn daar oom J. en tante A., de oudste vriendin van mijn moeder. Grijzend maar nog net zo levenslustig als vroeger. Haar aanstekelijke lach klinkt terwijl ze iedereen een dikke smakkerd geeft. Oom J. komt erachteraan, de oudste van iedereen maar net terug uit Indonesië waar hij geboren is. Voor zaken van zijn oudste zoon, vertelt hij lachend: "Ik kijk of het allemaal goed gebeurt." Voorbij de tachtig maar ik zou het niet raden als ik het niet wist.

Ik ga naast R. zitten en we hebben het over leeftijd. Dat je in je hoofd ergens blijft steken rond de dertig. Ik zie het in haar ogen. Ze heeft altijd pijn en daarom is november niet haar favoriete maand. Te weinig naar buiten en teveel binnen. Ze wuift het snel weg want ze is niet gekomen om te mopperen en we praten over van alles anders. Haar man H. helpt met de koffie. De kamer is gevuld met veel gelach en gepraat. Als verrassing zijn ook tante A. en oom J. uit Apeldoorn komen rijden. En mijn moeder is het stralende middelpunt, net als vroeger toen ze met tante L. de meest gekke dingen uithaalde tot iedereen tranen had van het lachen. Ik voel me heel even weer dat meisje van toen omringd door de mensen uit mijn jeugd. En als later tante L. en oom B. er ook zijn, zie ik hoe lief ze zijn voor mijn kleine man. Net als alle anderen.

Vrienden die al een leven meegaan. Mijn familie. Gelukkig zijn de meesten er nog. Meegevlogen met de tijd. Herinneringen in hun hart maar de dag plukkend tegelijkertijd. Meer tijd dan vroeger maar ook weer niet. Voor je het weet ben je een week zoet met een bezoek aan het ziekenhuis, vertellen zowel tante A. als tante G. Je kunt er maar beter uit de buurt blijven, lachen ze. En als de eersten willen gaan, bakt mijn vader net bitterballen van Dobben en is de lach van mijn moeder nog een reden om te blijven. Ik geniet en schenk voor iedereen nog een drankje in. En ik neem me voor ze op te schrijven. Voor later. 


En de tijd stónd even stil

zondag 12 november 2017

Snoep en eieren

Sint Maarten, ik hou ervan. Als kind al. En sinds ik (stief)moeder ben weer. De liedjes, de zelf geknutselde lampionnen en de verwachtingsvolle gezichten als het snoep tevoorschijn wordt gehaald. Maar dit jaar had ik de Sint Maarten-blues. Zowel kleine man als middelste liepen het op de dijk, allebei uit logeren bij vriendjes. Oudste had ook plannen en lief was haar chauffeur. Van hockey naar huis naar logeerbestemming. Ik zou de kroeg in gaan, maar wilde nog even thuis zijn voor Sint Maarten. De bak met snoep was gevuld en het buitenlampje brandde.

Hoewel ik de trap op en neer blijf lopen - de bel gaat meestal als ik net weer op de bank wil gaan zitten - geniet ik van de liedjes, de zelf geknutselde lampionnen en de verwachtingsvolle gezichten als ik het snoep tevoorschijn haal.

Net wanneer ik denk dat alle kinderen nu wel naar huis zijn, wordt er aangebeld. Door het smalle raam naast onze deur zie ik een jongen staan. Een jaar of twaalf. Ik doe de deur open en het blijken een stuk of vijf jongens. Zonder lampionnen, tassen al geopend en blik op bijdehand. "Ik zie het al, geen lichtjes, maar wel zin in snoep. Dan moeten jullie tenminste een liedje zingen", spreek ik ze toe. En terwijl ze 11 november inzetten, komt er nog een groep jongens bij de deur staan. Zwarte hoodies, schreeuwend. Terwijl ik ze vraag of het wat rustiger kan, houd ik ze de bak met snoep voor. Een vervelende gast die het meest kabaal maakt, pakt een reep uit de bak en smijt vervolgens het lege papiertje weer terug. Als ik hem vraag of hij dat niet wil doen, gooit hij een doosje met smarties naar me. Ik zet een stap naar voren en terwijl ik vraag of hij dat normaal vindt, rent hij het tuinpad af de straat op. Ik voel de woede in me opborrelen als ik hem achterna loop en zeg te blijven staan. Op een afstand scheldt hij me uit. Ik vertel hem dat hij duidelijk niet opgevoed is. Het hele groepje lacht en blijft op afstand. Als ik mijn huis weer inloop, hoor ik een harde knal tegen ons raam. En nog een.

Behalve snoep, hadden ze ook eieren in hun tassen. Vast al van plan om ruzie te maken en rottigheid uit te halen. Gewoon omdat. Maar het is niet gewoon, denk ik, terwijl de jongens nog voor ons huis blijven staan. Ik kijk naar buiten en zie ze een vuurtje maken tegen het hek van het schoolplein. Ik bel de politie maar tegen de tijd dat ze er zijn, hebben de jongens zich al uit de voeten gemaakt. Joelend. Lachend. Want voor niets of niemand bang.

De politie vertelt dat het elk jaar raak is en rijdt nog een rondje. De jongens zijn allang verdwenen, in anonieme huizen waar ouders het niet weten of het niet meer weten. Ik ben boos en verdrietig. Omdat het verder gaat dan kattenkwaad. Het is kwaadaardig. Jongens die het niets kan schelen. Als een sliert fabrieksrook weten ze de sfeer in onze wijk aan te tasten. Een spoor van plastic en blikjes achterlatend. Scheldend omdat ze geen andere woorden tot hun beschikking lijken te hebben. Trappend naar elkaar en naar de wereld.

Ik ben verdrietig omdat er al buren zijn verhuisd - op zoek naar rust - en ik ben boos omdat er bij andere buren een camera hangt voor de buitendeur. Niet gewoon. Toch gebeurt het, gewoon in onze buurt.

dus schop ik ze weer uit mijn hoofd en pluk de lege chipzakjes uit onze heg.

vrijdag 3 november 2017

Opgesodemieterd, we gaan op wereldreis!

Hij ligt in ons grote bed te slapen en ik kijk naar hem. Zijn armpjes in de lucht, want zo slaapt hij het allerliefst. Als baby al. Mij stelt het gerust omdat het daarmee lijkt alsof hij zich veilig voelt in de wereld. Ondanks de bange poeperd die hij kan zijn. In de ban van Michael Jackson, maar het clipje Thriller kijkt hij liever niet. Bij het naar bed brengen kan het idee hem alleen al de kriebels geven: "Stel je voor mam, dat we in het donker naar Thriller zouden kijken." Zo laveert hij tussen stoer en eng en eenmaal de drempel genomen weer stoer: "Het was een makkie, mam!"

Ik moet regelmatig mijn lachen inhouden. Zo was hij samen met beste vriend T. een tijdje in de ban van zombies. T. had zijn vader gevraagd een hele enge van internet uit te printen om deze als poster op zijn kamer op te hangen. Overdag. Want stoer en echt niet eng en hartstikke nep. Tot hij de volgende ochtend wakker werd en oog in oog stond met de engerd. Zijn vader vertelt lachend op het schoolplein (uit het zicht van onze zonen) dat hij spierwit en als een haas naar beneden was gehold. Met een hartslag die pas na een boterham met kaas weer wat tot rust kwam. Terwijl we de tranen van het lachen uit onze ogen vegen, zien we de mannen alweer tegen elkaar opbieden op het schoolplein.

Zeven jaar, zo groot al en nog zo klein tegelijk. Bij de tandarts lig je schijnbaar stoer in de stoel, maar als de tandarts het tandsteen-haakje je mond in brengt, gaat je hand al voorzichtig in de stop-hou-op-stand. Zo kan hij steeds een minuutje wat doen tot jouw hand hem iets anders vertelt. Eenmaal buiten viel het reuze mee en was eigenlijk alleen het piepen in je oor irritant. "Vond jij het eng, mama?" "Het viel mij ook reuze mee", antwoord ik, maar jij bent al weggescheurd op je fiets. Want, vertelde je op de heenweg, dat warme hart van het fietsen gaat ook steeds beter. "Dus daar mag je liever niet meer over schrijven mam." Stel je voor...

Jouw leven is een grote ontdekkingsreis. Van coole auto's spotten (maar ook kleine Fiat 500's voor je moeder), van rekenen (makkie!) tot staal (stom! want moeilijk) en veel te dikke boeken lezen (want dunne zijn voor baby's). Van tussen deurposten hangen voor een sixpack en spierballen tot piekeren over een vriendje die zijn voet tussen de spaken van een fiets kreeg. Van slapen is stom, omdat jij en je zus nu ieder een eigen kamer hebben en donker heus niet leuk is. Tot op je kousenvoeten achter je moeder sluipen en mij een hartverzwansing laten schrikken maar boos zijn als ik dat bij jou doe. Van piesemieten met het avondeten maar over een avontuurlijke nieuwsgierigheid beschikken als het over zoetigheid in gekleurde papiertjes gaat. Van onbewust nog mijn hand pakken als we naar school lopen tot weghollen in de klas als ik je gedag wil kussen. Van elke dag een nieuw woord dat als een konijn uit een hoge hoed lijkt te komen. Van oneindig veel LEGO bouwen en dingen voor je verlanglijstje zoeken op internet tot liedjes meezingen en dansen op je heel eigen manier. De HUR-LEE-DEE-DUP-dans, waar jij en vriendje T. een patent op hebben en die je op vakantie tot bink bombardeerde bij de andere kinderen. Hoewel ik de grote ook verdacht vaak op hun wangen zag bijten om hun lachen in te houden.

Uit mijn buik, in mijn hart, soms in mijn holletje (op de bank) kan ik met verbazing naar je kijken. Dingen die ik herken (taalnerd! en enorm kunnen bokken) tot heel eigen jij. Mijn dappere avonturier die het leven lachend en grommend tegemoet gaat. Of zoals je op vakantie luid verkondigde aan je nieuwe vakantievrienden: Opgesodemieterd! We gaan op wereldreis, buiten het hek!

Hiep hiep

Jarig! Hoewel niet meer zo kriebel-verwachtingsvol-magisch-spannend als vroeger blijft het iets fijns. Kon ik vroeger niet wachten om oude...