zaterdag 2 december 2017

Ik nog wel van jou

Ik kruip tegen zijn warme rug aan. "Hou je van me?", fluister ik, nadat ik mijn boek op het nachtkastje heb gelegd. Ik nog wel van jou, lees ik. Op aanraden van collega E. die bij de auteur Elke Geurts een schrijfworkshop volgde. Dat wil ik ook wel, want wat schrijft ze mooi. Haar verhaal ontroert me en maakt me verdrietig omdat ik weet dat het 'waar' is. Waar volgens de schrijfster dan. In dappere hoofdstukken vertelt ze hoe haar lief, na 24 jaar samen met haar, vertelt dat de liefde over is. Zomaar ineens, voor haar gevoel dan. Voor hem voelt het anders. Maar ze begrijpt het niet. Ze hebben zoveel. Twee dochters. Elkaar. Een gezin. Ze hoopt en denkt hem terug te schrijven. Probeert te begrijpen waarom en wanneer zijn liefde ophield te bestaan. Ze beseft, nu pas echt, hoeveel ze van hem houdt. Niet zonder kan.

"Kan liefde zomaar overgaan?", fluister ik tegen mijn lief. "Poef, je kijkt naar de ander en beseft het ineens." De man in het boek vindt het moeilijk, vanwege het gezin waar hij zo moeilijk afstand van kan doen. Zijn dochters, het vertrouwde samenzijn, de rituelen die ze door de jaren heen hebben geperfectioneerd. Is dat liefde? Wat is liefde? Hij is stellig in zijn woorden maar wankelt in zijn daden. Zij houdt haar adem in tot ze hyperventileert. Waarom zij nog van hem houdt, kan ze niet in woorden vangen. Waarom hij niet meer van haar, ook niet. Ongrijpbaar of een paradox?

Lief is inmiddels wakker en draait zich om: "Ik hou van je", fluistert hij, "alleen maar meer". Tevreden kruip ik tegen hem aan, maar ik lig nog even wakker. Denk aan de schrijfster die kwijtraakt wat al die jaren zo vanzelfsprekend was. Te vanzelfsprekend misschien. Maar niet meer terug te draaien. Omdat hij het niet op tijd vertelde? Omdat zij het niet op tijd zag? Omdat het gewoon gebeurde? Poef!

Ik denk aan de tranen die ik heb vergoten vanwege de liefde. Wanneer de ander niet hetzelfde voelde als ik. Toen ik niet meer wilde wat de ander wel nog wilde. Dat "maar ik ben verliefd genoeg voor twee" niet werkt. En dat, wanneer je iemand verlaat, jij de laatste bent die de ander kan troosten. Dat het niet zwart-wit is, maar vaak met twijfel en gedoe. Dat hoofd en hart soms zo anders erover denken, maar uiteindelijk de knoop heel diep van binnen de weg wijst. Ik denk aan het zoeken en aan het vinden. Ik denk aan het geluk dat de liefde me heeft gebracht. Onderweg en inmiddels. De rust. De warmte. Een springplank en een dak tegelijkertijd. Een ja, ik wil! En het liefst tot we samen oud. Geen garanties, alleen elkaar, drie kinderen en een kat. Niet alleen.

In het donker neem ik me voor mijn liefde te koesteren, niet te laten ondersneeuwen door het alledaagse, hoewel we daar misschien wel het allerbeste in zijn. Gelukkig. Maar hoe je de liefde van de ander koestert? Ik weet het niet. Hopelijk door het eerste. En door het niet te vanzelfsprekend te gaan vinden. Misschien.

Lief heeft alweer zijn ogen dicht. Ik nog lang niet en fluister: "Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee?"






Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Hiep hiep

Jarig! Hoewel niet meer zo kriebel-verwachtingsvol-magisch-spannend als vroeger blijft het iets fijns. Kon ik vroeger niet wachten om oude...