zondag 29 juli 2018

Oudste

"Volgend jaar ga ik niet meer mee hoor", zegt ze. Ik draai me om naar de achterbank en lach. "Dat kan niet, we hebben tenminste nog een jaar nodig om aan het idee te wennen." Ze lacht ook en waarschuwt dat volgend jaar dan haar laatste jaar met ons is. Daarna gaat ze iets wereldwijds, groots en meeslepend doen met vrienden. Groot gelijk, maar ik duw de gedachte nog even weg. Het is als het labyrint waarin we liepen deze week. De bouwer ervan vertelt ons het geheim: "Ga niet op zoek  naar de uitgang maar naar het verhaal dat het doolhof verbergt". "Maar wat gebeurt er als ik de uitgang niet vind?", vraag ik tegen beter weten in. "Dan eet de Minotaurus je op!"

Natuurlijk.

Dus geniet ik van de verhalen die we deze vakantie maken. Hoe hoog de meiden klimmen langs het parcours in de bomen terwijl kleine man besluit met beide benen op de grond te blijven. De Bretonse crêpes en eindeloze woordgrapjes die we daarop kunnen maken. De avondmarkt en Orangina aan het barretje. De kleine perfecte gitaar van hout die met oudste mee mag en de kunstenares die de krullen van middelste probeert vast te leggen. De suikerspin die Barba du Papa heet. De Eb. En de vloed.

Voor het slapen gaan, verzamelen we op ons bed. Voor slaapklets en de vragen van de dag. Een wirwar van lakens en gemopper afgewisseld met keten en lachen. De camping is te rustig voor ons gezin. Luidruchtige Hollanders. De kinderen stoppen ons onder. Nog een kus en dan zorgt ze ervoor dat middelste en kleine man ook in bed komen. Oudste. "Volgend jaar is mijn laatste jaar dat ik met jullie meega hoor." 

Ik sluit mijn ogen en denk aan het geheim van het labyrint.



woensdag 18 juli 2018

Ik zie je en ik geloof in je

Vandaag fietste ik naar school en was er iets veranderd. Geen middelste. Kleine man huilde er al twee keer tranen met tuiten om en ik moet ook nog wennen aan het idee. Hoewel ze de helft van de week bij ons is, zag ik haar elke dag wel even op school. Na de zomer is ze om de week bij ons en gaat ze naar de middelbare. Over het IJ. Te ver voor kusjes.

Terwijl bij mij de tranen hoog zitten, houdt middelste me zoals altijd een spiegel voor. Met een stralende glimlach en vol overgave beleeft ze de laatste weken. Musical, plan O, het afscheidsfeest van de stamgroep, plan X en dan het echte afscheid. In de vertrouwde hal met alle ouders en juffen. De Wespenstoel staat al op het podium, want daarop mag ieder kind straks zitten als hij of zij wordt toegesproken door hun juf die ze de afgelopen drie jaar van zesdeklasser naar achtsteklasser heeft zien groeien.

Elk verhaal is uniek. Elk verhaal ontroert me. Ik zie je, vertellen de woorden en ik geloof in je. De kinderen die het soms moeilijk hadden en de kinderen die erdoorheen rolden. De verlegen kinderen en de kletskousen. De leergierigen en de doeners. De observators, de verbinders, de leiders, de grappenmakers en de lanterfanters. We zien jullie en we geloven in jullie. Middelste wordt vergeleken met een zeemeermin. Rustig, lief en met een zwerm vriendinnen. Aan haast doet ze niet. Mijn spiegeltje. Ze lacht nog maar eens haar stralende lach om haar verlegenheid te verbergen. Haar lange benen passen bijna niet meer op de Wespenstoel. In de film die een paar ouders van het afgelopen jaar maakten, horen we hun grootse dromen. Van chocoladefabriek tot gelukkig gezin met twee kinderen. Van accountant tot modeontwerpster in Los Angeles. R. wil graag in haar ouderlijk huis blijven wonen, maar dan moeten haar moeder en broertje wel weg. En M. omschrijft zichzelf als geweldig én heel bescheiden. Middelste wil later werken op de crèche en een boek schrijven. Ik glim en wens de wereld aan haar lange benen.

Er gaat van alles door me heen. Hoe belangrijk goede scholen zijn. Hoe belangrijk dromen zijn. Hoe belangrijk zetjes zijn en mensen die je zien en in je geloven. Ik besef dat we het een beetje kwijtraken als we ouder worden en bedenk hoe we het terug kunnen krijgen. Eenvoudig. Een Wespenstoel. Voor elk bedrijf, in elke familie, op elk schoolplein en elke zorginstelling. Op de beurs. In het Witte Huis. En op de Dam. Daar mag je dan elk jaar een keer in zitten. Wie je ook bent en hoe oud je ook bent. En dan komt er iemand om je toe te spreken. Lieve woorden die zeggen ik zie wie je bent en ik geloof in je.

Middelste verlaat het Wespennest en fladdert uit. Met zichzelf op zak. De wereld boft maar. 



Deze kaart hangt bij ons al jaren op de wc. Dromen mag!

woensdag 11 juli 2018

Niets te doen? Bel mij!

Ik nam verlof om te schrijven. Maar toen gebeurde er van alles waardoor mijn verlof ook een beetje werd om uit te rusten. Om gewoon maar te genieten. Om af te spreken. Om te fietsen. Om op het schoolplein te staan. Om te lezen. Om koffie te drinken. Om te dagdromen. Om alleen te zijn of met anderen. Om iets te willen of juist niet.

Tijd en ik zijn sinds mijn verlof dikke vrienden en ik weet weer wat ik eigenlijk al wist. Ik kan heel goed niets doen. En met niets doen bedoel ik dan vooral niet werken. Als ik er mijn geld mee zou kunnen verdienen, liet ik kaartjes drukken waarop stond:

HEEFT U NIETS TE DOEN? BEL MIJ! IK DOE HET EFFICIËNT EN MET VEEL PLEZIER. ZO NIETS KUNT U HET ZELF NIET. REFERENTIES OP AANVRAAG.  

Eventueel wil ik naast het nietsen ook nog wel mee eten, want daar ben ik ook heel goed in. Moet je wel zelf koken. Dan laat ik je weten hoe lekker het is. Daarna wil ik ook nog wel koffie drinken en naast je komen zitten om te vertellen hoe heerlijk en hoe goed we het toch hebben. Want dat denk ik vaak de laatste tijd. 

Het valt op. Want de hele wereld knoopt praatjes met me aan en zwaait of zegt me gedag als ik langs kom fietsen. Versnellinkie drie, want sinds ik verlof heb en ook geen auto meer fiets ik me de motpokken om kleine man van en naar school te brengen en meestal ook nog van en naar vriend T. Heerlijk! Want tijd is mijn vriend en ik heb hem helemaal voor mezelf. 

maandag 9 juli 2018

Papieren netje

Het is vast te verklaren, waarom ik zoveel houd van lijstjes en schriftjes. Misschien heb ik het al eens opgeschreven, hoe ik dagelijkse dingen probeer te vangen in mijn papieren netje. Tegen het vergeten. Om te bewaren. Als houvast voor een warrig hoofd.
  • tomaatjes
  • komkommer
  • cactus
  • Jan
Als ik zonder lijstje in de winkel sta, ben ik verloren. Zullen er mensen zijn die boodschappen doen zonder? Toch eens op letten. Behalve nuttige lijstjes maak ik ook leuke lijstjes:
  • meer Ja!
  • daten met M., J. en P.
  • kaartje schrijven aan V.
  • dagje stad?
  • plannetje huis
  • Morris & Bella met M. ♥
Elke week neem ik me zo'n lijstje voor. Ik schrijf het op de lege bladzijde die aan de week vooraf gaat in mijn agenda. Soms streep ik ze door, soms verhuis ik ze mee. Het gaat vooral om het schrijven. De voorpret en de belofte. Alsof ik daarmee alles al in gang zet. Voor het slapen gaan, bedenk ik vaak nog wat er fijn was aan de dag. Soms met moeite, soms met gemak. Daarvoor heb ik dan een schriftje in klein formaat. De fijne dingen van de dag passen precies op één bladzijde. In grotere schriftjes houd ik met grote onregelmatigheid een dagboek bij. Een gewone maar soms ook een gelegenheids-dagboek. Voor deze zomer kocht ik een boek-dagboek. En toen de kleine man net was geboren, schreef ik bladzijden vol over alle geluidjes die hij maakte en blikjes die hij keek. Inmiddels schrijft hij zelf:
  • Ik ben Job en Ties is mijn beste vriend. Van Job. 
Zo tussen de boodschappen door. Ik ben trots en stop het afgescheurde papier in de herinneringen-doos. Naast het briefje van middelste dat pas op mijn kussen lag:
  • Het spijt me dat ik te laat thuis was, ik zal het nooit meer doen. Ik hou van jou!
Daar kan toch geen app-je tegenop. 

Later als ik groot ben, word ik schrijver. Dan wandel ik door de stad en vang alle dagelijkse dingen in mijn papieren netje. 





zondag 1 juli 2018

Schommelen

Schrijven is doen. Gewoon maar beginnen. Vaak al wat zinnen in mijn hoofd, een idee of gedachte. Nu ik verlof heb genomen om te schrijven voelt dat als een zegen en drempel tegelijk. Ik weet dat de woorden gaan komen en de zinnen gaan rollen als ik gewoon maar ga zitten. En daar heb ik nu tijd voor. Tegelijkertijd lijkt mijn boek een beetje ondergesneeuwd de laatste weken. Door van alles. Gedoe. Twijfel. Een zetje dat ik toch niet kreeg. De schommel hangt stil. Maar het is nog steeds een schommel. Terwijl ik erop ga zitten, weet ik dat mijn verlof niet om het boek gaat. Dat is hopelijk de uitkomst maar mag geen drempel worden. En het is teveel over het boek gegaan de afgelopen tijd. In gesprekken, in mijn hoofd. Over hoe ik al zoveel hoofdstukken heb geschreven en hoop op een uitgever...

Ik zet me voorzichtig af en de schommel begint te bewegen. Steeds harder net als vroeger. Haren in de wind, mijn benen in de lucht. Als ik mijn ogen sluit voel ik het in mijn buik. De kriebel waarom ik dit boek wil schrijven. Waarom ik deze weg wil bewandelen. En waarom ik ervan wil genieten. Van de gesprekken die ik wil voeren, de dingen die ik wil uitzoeken, het puzzelen met woorden en zinnen, het dagdromen en het luchtfietsen. En hoewel een boek me nog steeds het mooiste lijkt wat er is, komt er misschien wel iets veel mooiers uit. Of niet mooier maar anders mooi. Of gewoon anders.

Daarvoor moet ik gewoon de weg maar gaan, aldus een malle ouwe beer.


Voor het kennen van de Weg,
moeten we gewoon op Weg.
Je dingen doen,
liefst met plezier.

Dat hoeft niet Daar,
je kan het ook Hier.
Heel simpel op de Poeh-manier,

Maar ga niet Zoeken naar de Weg,
want je zal zien, dan is hij weg!

Ik ben ik
en jij bent jij,
dat weten we allebei;
maar als je nu de dingen doet,
de dingen die jij kan,
dan vind je neus de Weg vanzelf,
en de Weg komt achter je an!

Tao van Poeh, Benjamin Hoff

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...