woensdag 28 november 2018

Ik weet niet voor jou

Middelste maakt huiswerk. Geschiedenis. Ze vertelt me over de Grieken en Romeinen en dat die laatste maar nakkers waren. "Wat waren de Romeinen?", proest ik. "Nakkers!" Ze rolt nog net niet met haar ogen als ze opsomt wat de Romeinen allemaal genakt hebben van de Grieken. Tot hun Goden aan toe. Maar dan wel met een andere naam. Nu rolt ze wel met haar ogen terwijl ze het rijtje opsomt. "Venus is dus eigenlijk Aphrodite, Jupiter Zeus en Mars Ares." Ik knik, terwijl ik in mijn hersenen het kamertje zoek waar vijf jaar Grieks en Latijn in opgesloten zitten. Ik schuif naast middelste aan de keukentafel en kijk mee in haar geschiedenisboek. We besluiten dat die Romeinen maar een brutaal en praktisch volkje waren. Ze eigenden zich niet alleen toe wat niet van hen was, maar gaven er ook nog een eigen draai aan. "Beter goed gejat, dan slecht zelf verzonnen", zeg ik. "Zou dat een spreuk uit de Romeinse Oudheid zijn?" Deze keer kijkt middelste me niet begrijpend aan. Zou ze weten wat jatten betekent?

Oudste fietst naast me. We zijn op weg naar school. Kleine man en ik naar die van hem, maar die ligt op de weg van die van oudste. Dus fietsen we samen. Haar blonde haren wapperen terwijl kleine man voor ons uit scheurt. Ze kletst de koude oren van mijn hoofd. "Ik weet niet voor jou", hoor ik tussen alle regels door. "Ik weet niet voor jou?, proest ik. "Ja, ik weet niet voor jou." Haar wenkbrauwen gaan een stukje de lucht in als ik vaststel dat dat geen goed Nederlands is. "Hoezo?", zucht ze, waarop ik haar vraag de zin te ontleden. Ze denkt even na, terwijl ik alvast begin. "Ik weet niet..., wat weet je niet, er ontbreekt een stukje. Toch? En, voor jou... wat is er voor jou? En hoe valt dat samen met niet weten van... ja, van wat?" Oudste kan net zo met haar ogen rollen als middelste.

"Ik weet niet voor jou", zegt ze dan, "maar dat is straattaal. Voor ons. Niet voor jou." Ze wacht even. "Niet voor ouderen." Au, denk ik maar zeg "O" en grinnik in de wollen kraag van mijn winterjas. Mijn bril beslaat ervan, maar voor ijdelheid ben ik vast ook te oud.

Kleine man heeft een nieuwe jas. Zelf uitgezocht. Zo eentje met bubbels en in het geel. Hij kijkt de dagen tot de levering om en valt nog net niet de postbode om de hals. Meteen passen. Hij is een jaar ouder, denk ik. Het gele Michelin-mannetje denkt hele andere dingen. Vooral dat er een mobiele telefoon in zijn binnenzak zou passen. Maar die heeft hij niet. Gelukkig wel een iPod, een ouderwetse die zijn moeder lang geleden als kerstcadeau kreeg. Heel hip, toen. Nog steeds, zie ik nu. Kleine man schuift de iPod in zijn binnenzak en doet zijn oortjes in. Met zijn heupen danst hij op iets dancerigs. Ik hoor de beat heel zachtjes. "Nu ben ik net een puber, mama." Ik rol met mijn ogen en proest tegelijkertijd.

"En jullie houden me voor eeuwig jong", zeg ik, tegen niemand in het bijzonder.





maandag 19 november 2018

De overkant

Blonde korte haren en een zware tas op je rug. Je praat honderduit en doet me denken aan kleine man. Een beetje dan. Jij bent groter en neemt de pont naar huis. In je zware tas zitten schoolboeken. Denk ik. En een apparaatje tegen benauwdheid. Zie ik. Je inhaleert diep en snel omdat je verder wil vertellen. Aan je grote zus. Denk ik. Ze is net zo blond als jij en een beetje bezorgd. Maar dat wil ze niet laten merken, dus  woelt ze door je haren en lacht. "Gaat het?" Haar rugzakje is licht en haar fiets tweedehands. Op de achterkant een sticker van Appelsap, het hiphop festival.

Je bent vandaag uitgescholden en uitgelachen, vertel je. Door kinderen op school. Omdat je een pyjama-broek aanhebt. Ik kijk en zie een hippe zwart-wit geruite broek. Hij lijkt zacht en warm. Ik vind hem mooi. Mooier dan al die dertien-in-een-dozijn-broeken.

Je zus zucht en is even stil. De lucht boven het IJ is adembenemend mooi. "Je kunt er maar beter om lachen, denk je niet?" Je kijkt weg en knippert met je ogen de tranen die aan de oppervlakte lagen weg. Ik hoop dat je ziet hoe de lucht oranje kleurt.  

We zijn aan de overkant. De dag blijft achter op de pont en we stappen de avond in. Je fietst voor me uit. Je praat nog steeds maar ik hoor niet meer wat je zegt. Je zus wel, ik zie haar lachen.  Je achterlicht heeft de vorm van een hart en geeft licht in het donker. Ik denk aan de liefde in al haar verschillende vormen.


Bron beeld StoryTiles

zaterdag 10 november 2018

Bijzonderlijk

We hebben les op de school van middelste. Sinds ze daar is begonnen, is het al de tweede keer dat we zijn uitgenodigd om de school, de leraren, de kinderen en de ouders beter te leren kennen. Participatie vinden ze belangrijk. Los van het woord, dat ik sinds De Luizenmoeder niet meer kan horen zonder aan participizza te denken, maakt het me blij. Deze school is namelijk niet van de theorie maar van de praktijk. Dus hebben alle leerlingen van klas 1b lessen voorbereid. We beginnen om 4 uur en om half 7 ben ik niet alleen wijzer maar ook trots en ontroerd. De kinderen lieten ons een krokofant tekenen, english praten, door een vergrootglas naar een boon kijken, touwtje springen en nadenken over onze levensvraag. Ook hing het klusteam voor onze neuzen een whiteboard op terwijl we het verschil leerden tussen een dril- en een klopboor. Er was ontzettend veel verteld, gelachen en gevraagd. En alle kinderen hadden meegedaan. Serieus, charmant, grappig of verlegen. Maar vooral stoer.

Tot slot vertelt klassenoudste L. nog dat iedereen zichzelf kan zijn op school. En dat iedereen zijn of haar eigen talent heeft. Want iedereen is bijzonderlijk. Een verspreking om te onthouden. De kinderen worden niet alleen gezien om wie ze zijn maar ook uitgedaagd om te worden wie ze willen zijn. En om na te denken hoe ze kunnen bijdragen aan de maatschappij waarin ze leven. Mooi toch. Het individu en het grotere geheel gaan prima samen. Met deze school zit het wel snor. Nu de wereld daarbuiten nog.

Op de fiets naar huis, kletst middelste honderduit. Trots op de les die ze heeft gegeven. Blij met de vriendinnen die ze heeft gemaakt. Ze wijst op de lichtjes in de stad en de oliebollenkramen langs de route. Die moet ze elke dag weerstaan. Ik lach en we fietsen harder om de pont naar huis te halen. Op het water wapperen haar krullen. Mijn bijzonderlijke middelste op een bijzonderlijke dag op een bijzonderlijke school.


vrijdag 9 november 2018

Wiebelig

Hoe gaat het met je? Ik kijk naar buiten en zie de zon zich uitsloven om het herfstplaatje nog perfecter te maken dan het al is. Ik probeer de kleuren te tellen, maar besef dat er oneindig veel tinten zijn tussen rood en oranje. Ik doe mijn ogen dicht en laat de zon mijn wangen aaien.

Hoe gaat het met je? Ik wandel langs de weilanden en kijk oneindig ver. De koeien houden even op met grazen als ze onze voetstappen horen. Ik lach en wijs naar het zwarte schaap tussen alle witte. We kiezen een boerderij uit waar we ooit maar eigenlijk nooit willen wonen.

Hoe gaat het met je? Ik blaas de hete thee minder heet en kijk naar je handen die kleine cadeautjes inpakken. Ik wil wel helpen, maar vraag het niet. Je redt je wel terwijl ik mijn handen vol heb aan de mok.

Hoe gaat het met je? Ik pak een pen en papier. Maar de bladzijde blijft leeg. Morgen weer een dag.

Hoe gaat het met je? Ik zucht en lach tegelijkertijd. Samen vormen ze een regenboog in mijn hoofd. 

Hoe gaat het met je? Ik trek je op schoot en houd oneindig veel van je. Ik steel een kus en krijg een vraag. Eentje die ik kan beantwoorden. Over wat we vanavond eten.

Hoe gaat het met je? Hart zwijgt koppig. Als je toch niet luistert...

Hoe gaat het met je? Wiebelig, fluister ik. Helemaal niet erg, zeg jij.


zondag 4 november 2018

Wat anders is, wordt gewoon. Toch?

Ruim 8 jaar was het 4 om 3 en 3 om 4. Wisselen op woensdag en dan zaterdag of zondag weer om 12 uur. Zo hadden we de week en ons gezin in twee├źn gesplitst. Toen ik net samen was met lief, moest ik nog wel eens bijkomen van de dagen waarin ik ineens onderdeel uitmaakte van een kant en klaar gezin. En was het wisseldag, dan had ik naast kriebels van verliefdheid ook kriebels van de zenuwen als zijn twee grote liefdes eigenzinnig de trap weer op kwamen lopen.

Het wende en meer dan dat. Zijn gezin werd mijn gezin met kleine man als hekkensluiter. Samengesteld met bijbehorend gedoe en geregel. Soms stom. Veel vaker leuk. Wat anders was, werd gewoon. De twee huizen. De twee stijlen. Het ge-heen en het ge-weer. Met het vliegen van de dagen leek er soms weinig tijd te zitten tussen het gedag kussen van de meiden en het hee-daar-zijn-jullie-weer. "Ben je je hockey-sokken niet vergeten? En hadden jullie het fijn bij mama?" 

Sinds deze zomer is het 7 om 7. Een hele week samen met de meiden. Dat betekent minder stress bij oudste die het wisselen op de woensdagochtend voor school zo onrustig vond. Dat betekent voor het eerst een heel weekend samen. Dat betekent voor het eerst de woensdag, de donderdag en de vrijdag. De eerste tijd haalde ik de dagen van de week door elkaar, waaruit maar weer blijkt wat een gewoontedieren we, of in ieder geval ik, zijn. Dan twijfelde ik welke dag het was als we met zijn allen aan tafel zaten en de week al halverwege was. Gewoonte gebroken. 

De meiden vinden het fijn. Oudste meteen. Middelste inmiddels, maar die had tijd nodig om te wennen. Als ze bij ons was, miste ze mama. Als ze bij mama was, miste ze ons. Al met al teveel verandering. Een nieuwe school, elke dag huiswerk en de bijbehorende vermoeidheid. Haar tranen lagen op de oppervlakte. Zelfs poes mocht liever niet naar buiten als ze thuis was, want anders moest ze die ook weer missen. Bij het afscheid nemen, was haar knuffel net iets steviger en langer. Inmiddels gaat het beter en sturen we wat vaker tussendoor berichtjes aan elkaar. Als ik ernaar vraag, is ze allang gewend. Lief ook, zegt hij. Hoewel hij nog nooit zo snel in zijn auto is gesprongen als er iets bij ons is blijven liggen. Terwijl hij al bij de deur staat, roep ik hem na dat het theorieboek voor Frans geen haast heeft. Maar hij is al weg.

En ik? Omdat niemand het me vroeg, stond ik er pas deze week bij stil. Toen ik mezelf zachtop de vraag stelde. Een antwoord had ik niet meteen, terwijl ik nadacht over ons leven sinds de zomer. Er was veel nieuw en anders. Maar dat is weinig verrassend met drie kinderen die op zevenmijlslaarzen door het leven hollen. Middelste op de middelbare. Oudste weer ouder en zelfstandiger. En kleine man groter dan ik af en toe wil toegeven. Maar dat was het niet. Ik moest toegeven aan mezelf dat ik nog niet gewend ben. Hoewel ik geniet van de volle week die we nu samen hebben, vind ik de week zonder wel lang. Er is meer contrast. En hoewel ik niet meer, zoals vroeger, moeite heb met schakelen, voelt het toch soms alsof ik in twee gezinnen woon met ieder een eigen ritme. Meer dan hiervoor.

Het zal wennen. Wat anders is, wordt gewoon. Maar nu knispert en schuurt het nog een beetje. Zoekend naar een nieuwe vorm. Nieuwe gewoontes. Met en zonder. Maar in mijn hoofd en in mijn hart. Altijd.


Het maakt de liefde niet uit...

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...