donderdag 19 september 2019

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De magie van het wensen lijkt net zo betrouwbaar als de magie van het schrijven. Het keurige handschrift op de envelop herken ik uit duizenden en mijn hart maakt een sprongetje. Een bericht van mijn kleine grote man die voor de allereerste keer een week op kamp is. Dit lekkers kan ik niet bewaren voor later. Met mijn jas nog aan, scheur ik de envelop voorzichtig open. Met halen en lussen en op zijn aller netst vertelt hij over hoe leuk en hoe spannend en hoe het van slapen niet echt komt. We krijgen maar liefst tien kusjes en een zachtaardige

Lievs

Ik glimlach en zie hem de brief in de envelop stoppen, ongeduldig inmiddels want de beek, het bos en het kampvuur wachten. Deze brief gaat bij de brieven die we kregen van zijn twee zussen. Toen zij op kamp waren en met hun eigen halen en lussen dat geluk in een envelop stopten om met ons te delen. Voor later, zoals voor mij de brieven die mijn moeder bij elk schoolreisje en toen ik volwassen was bij elke reis die ik maakte onderin mijn koffer verstopte. Geluk.

Ben jij al begonnen aan een brief?



woensdag 18 september 2019

Liefste

Wil je mij gelukkig maken? Schrijf me dan een brief. Handgeschreven met een datum en plaatsnaam in de hoek. Liefste of Beste of een vrolijk Hallo! In mijn hoofd is het voltallige concertgebouworkest al gaan zitten. Tromgeroffel klinkt terwijl ik het niet kan laten de blaadjes te tellen die de brief beslaan. Misschien stel ik het moment van lezen nog even uit zoals je soms het lekkerste voor later bewaart. Dan wacht er op mijn nachtkastje een brief voor het slapen gaan en de gedachte alleen al geeft de dag een gouden randje.

Ik heb veel brieven geschreven en ik heb er veel gekregen. Grappige, ontroerende, lange, korte, liefdes, moeilijke, eerlijke en dappere. Stuk voor stuk bijzonder omdat de afzender je iets van zichzelf geeft. Dat is de magie van een brief schrijven. Ga er maar eens voor zitten en kijk wat er gebeurt.

Gisteren in DWDD zat Jet Steinz aan tafel. Ze stelde het boek P.S. samen met de (volgens haar) 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven. Wat een feest, dacht ik, tegelijk met waarom heb ik dit boek niet bedacht en samengesteld. Ze was in archieven gedoken en vertelde vol liefde over elke brief in haar boek dat ze kende bij hart. Samen met Matthijs wenste ze dat mensen weer meer brieven gingen schrijven. Amen, mompelde ik.

Dus, wil je iemand gelukkig maken? Schrijf dan een brief. Handgeschreven met een datum en plaatsnaam in de hoek. Je kunt beginnen met Liefste of Beste of een vrolijk Hallo! En dan komt de brief vanzelf. Zul je zien. Het is magie van de aller betrouwbaarste soort.

vrijdag 13 september 2019

Tips, kwartjes en kamp

De week wervelt en ik waai mee. Op mijn fietsje met Lou als bondgenoot. Het regent kwartjes en ik lach. Om de reiger die tot aan zijn enkels in de sloot staat en prinselijk onverschillig de regendruppels negeert die op hem vallen. We gaan snel naar huis omdat we van suiker zijn en kleine grote man met beste vriend een hut wil bouwen. Onder de lakens is het gezellig, zeg ik. De mannen vinden het vooral sfeervol en daar hoort behalve een discobal ook muziek bij. Klassiek is het verzoek, dus niet veel later klinkt Bach uit de kamer en een hoop gegiechel. Ik lach en maak een lijstje voor het feest dat we zaterdag vieren. Met negen kaarsjes erop en hopelijk in de tuin omdat de lavendel zo lekker ruikt.

Door het huis een spoor van speelgoed en avonturen. Als beste vriend is opgehaald, help ik opruimen en vul het bad. Met zijn duikbril kan kleine grote man onder water verder kletsen. Ik hoef dus niets te missen. Zijn flippers spetteren me nat en ik denk aan het badstoeltje waar hij als mollige baby in zat te schateren. Washandje op zijn hoofd en meestal een zus erbij. Mijn hoofd spoelt door. Naar zijn blote billen nu die straks weer een vrolijke herinnering zullen zijn.

Eenmaal op de bank krijgt duikmans een preek omdat hij - na al het opruimen - alweer een slakkenspoor achter zich laat. Slak is met een half oor en oog al bij Mario tot hij beseft dat we de enige twee mensen in de kamer zijn en de preek dus wel voor hem bedoeld moet zijn. Prompt komt hij van de bank om verbaasd te constateren dat het toch gek is dat hij nooit iets doet met mijn tips. Hij is ze altijd meteen vergeten. Argwanend kijk ik mijn jongste aan, maar ik zie geen spoortje sarcasme als hij al zou weten wat dat zou zijn. Ik lach.

Ik wervel.

Ik waai. Door naar donderdag. Ik ontmoet mijn oudste die op zich laat wachten maar als ze er is de tijd het nakijken geeft met haar lach en haar verhalen. Die ochtend zwaaide ze haar kleine zusje uit naar kamp zoals ze maandag ook gaat doen met haar kleine broertje. Dat herinnert me aan de heimwee-brief die ik nog moet schrijven en die waarschijnlijk ongeopend het schoolarchief ingaat. Maar toch. Morgen. Ik voel aan mijn nieuwe haar. Nieuw begin? Volgens mijn oude collega's die ik die avond zie wel. We eten, lachen en praten bij.

Vrijdag de dertiende. Vandaag. Een dag die de schijn tegen heeft. Maar de drie taarten die ik bak, lukken. En lief is vrij en brengt koffie op bed. Ik lach. Er schuift nog een kleine man bij. Makkelijk. Aan het einde van de dag zijn we weer compleet als de meiden komen. Twee wervelwinden. Ik waai eromheen. Pizza want moe van al het bakken. Ik zwaai want lief en oudste waaien alweer uit, op het fietsje. Een kus voor kleine man. Voor het slapen. En straks een voor middelste. Boven mijn hoofd allebei.

De week wervelde en ik woei mee. Kwartjes tellend. Lachend. Dankbaar.

woensdag 4 september 2019

Drieduizend gedachten

De mens is complex. Of was jij daar al lang achter? Ik weet het ook, natuurlijk, stel je voor dat ik dat op mijn 47e nog moest ontdekken. Maar hoewel ik het weet, kan het me toch nog verbazen. Op een nou-ja-zeg! beetje verontwaardigde manier maar tegelijkertijd ook op een nou-ja-zeg! verwonder en bewonder manier. Gisteren op de fiets vertelde Lou (waarover later meer) me dat een mens per wakker uur wel drieduizend gedachten heeft. Drie-duizend! Holy Macaroni dacht ik op mijn fietsje, terwijl ik tegelijkertijd dacht (natuurlijk): dan heb ík er vast drieduizend en nog wat.

Dat denken doen we dus de hele tijd, als ware multitaskers tijdens het eten, een vergadering, het kussen, de boodschappen, het zwemmen, het autorijden, het ja-woord, het opruimen, het bevallen, noem maar op. Hoewel, misschien zijn er wel momenten dat je gedachten heel even stil zijn.

...

Nee, daar zijn het de types niet voor. In het beste geval zitten ze met jou in het moment en proberen ze daar hun gedachtes over te laten gaan en niet teveel uit de bocht te vliegen met hersenspinsels die je op dat moment helemaal niet wilt horen. Niet dat ze het kwaad bedoelen. Denken is gewoon wat ze het beste kunnen. Hardop in je hoofd en dus de hele dag door. Dus, wanneer je je schoenen aantrekt, bedenk je dat je nog regenlaarzen moet kopen voor je kind omdat hij op kamp gaat. Maar je moet ook nog naar de kapper. Hoe je haar zat vanmorgen kan echt niet. En kan een pony eigenlijk nog wel op je 47e? Kort en pittig, grinniken de types in je hoofd. Terwijl de volgende gedachte alweer is dat je benen nog nooit zo bruin zijn geweest. Is het een idee om ze in te smeren met dat spulletje dat je ooit kocht dat zulke bruine benen als je nu hebt, beloofde. De types lachen alweer, deze keer omdat ze beweren dat de wereldvrede bepaald niet bereikt wordt met bruine benen. Zucht!

Hardop in je hoofd en dus de hele dag door. Ze zijn met veel, de types. De verslaggever die achter zijn microfoon verslag doet van jouw dagelijks leven, de tienkoppige jury die er vervolgens van alles van vindt, de strever, de dromer, het type dat zich voor alles verontschuldigt waaronder de allerzwartste gedachten van het andere type, het vrolijke kind, de angsthaas, de avonturier, de introvert die door de extrovert wordt uitgedaagd en ga zo nog maar even door. Het is kortom een schoolplein in je hoofd. De rust zet pas in als ieder kind zijn tanden heeft gepoetst en met beerlief naar dromenland is vetrokken. Maar daar ben jij ook, dus daar gaat je winst. Bij het opstaan hangen ze alweer ondersteboven aan het klimrek en joelen dat jij de tikker bent.

Drieduizend gedachten per uur. Hardop in je hoofd en dus de hele dag door, als je wakker bent. En met een beetje pech lig je langer wakker vanwege al die gedachten. Zucht!


Wist je dat we tegenover die duizenden gedachtes slechts dertig emoties hebben. Dertig!

vrijdag 16 augustus 2019

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedacht, net als de gestapelde taart van gesuikerde donuts die vooral bij de kinderen in de smaak viel. ’s Avonds konden we wel gaan eten in dat ene restaurant waar je zoveel nieuwe dingen had geproefd. Regisseur van je eigen verjaardag en deze was nog maar de eerste. De echte kwam er nog aan, net als het voorgenomen verjaardagsuitje met beste vriend T., het feestje voor de familie en het partijtje. Op je bijna verjaardag, voelde het al hartstikke echt voor jou. Waarschijnlijk omdat we het grote cadeau gaven dat al twee weken in de koffer lag en dat je al een paar keer nietsvermoedend opzij had geschoven om een schone onderbroek te pakken. Het was dat wat je hardop wenste toen je de negen op de donut-taart in één keer uitblies.

Jarig in de zomervakantie. Een geïmproviseerde slinger aan de tent en opa’s en oma’s die de afstand proberen te overbruggen met een telefoontje. Maar in Portugal is het nog vroeger dan in Nederland en de jarige slaapt nog. Uitslapen gaat een stuk beter als je de cadeaus al hebt uitgepakt. Ik feliciteer lief fluisterend met ons grote geluk en we denken negen jaar terug in de tijd. Toen jij de tijd nam om geboren te worden. Te klein voor je romper en te lief om te bevatten. The days are long but the years are short. Niet voor jou. Terwijl je de slaap uit je ogen wrijft, constateer je tevreden dat je nu negen jaar bent. Best groot, vind jij, maar je zussen die naast je in het grote bed kruipen, vinden je nog een kleintje. Kijkend naar hun lange benen, grinnik ik en geef het op de ingewikkeldheid van tijd te doorgronden. Ik laat los en adem in. Klik!

Wie wil ontbijt? De jarige dag kan beginnen.




vrijdag 19 juli 2019

Slik

Ik schreef het al eens, ik ben geen Florence Nightingale. Hoewel de zorg het zwaar heeft, zie ik niet hoe ik zou kunnen bijdragen. Ik zou eventueel hun marketing kunnen doen of de ziekenhuisverhalen kunnen opschrijven die me bij het idee alleen al nieuwsgierig maken, maar daar houdt het wel mee op. Ik ben lief hoor. Heb een luisterend oor. En ik wil ook je hand vasthouden, maar als er geprikt wordt, wacht ik liever even op de gang. Ik hoef ook niet te horen over het hoe en wat van een medische ingreep, mijn voorstellingsvermogen is te groot en ik moet er zo een uurtje van bijkomen.

Toen mijn lief ooit een knip liet zetten, voelde ik het bijna zelf. En toen mijn vader een pacemaker kreeg, durfde ik bijna zijn hand niet vast te houden vanwege het infuus dat er net zo wiebelig uitzag als ik me voelde. Ik zou willen dat het anders was. Echt. Dan was ik een praktische verpleegkundige die zorgen wegnam. In werkelijkheid zou ik witter zien dan mijn uniform. Niet klepperend maar tanden klapperend op mijn Zweedse klompen.

Nu ging ik deze week met mijn lieve schoonvader naar de oogarts. Hij zag zo slecht de laatste tijd. Ik ging mee omdat hij een onderzoek zou krijgen waardoor hij niet terug zou kunnen rijden. Puur praktisch. Mijn schoonvader is niet het type dat zijn hand laat vasthouden. Het gaat eigenlijk altijd goed met en volgens hem en dit slechter zien was waarschijnlijk een kwestie van een nieuwe bril. Omdat zijn gehoor al veel langer slecht is, was mijn aanwezigheid geen overbodige luxe. In de wachtkamer, die gelukkig niet naar ziekenhuis rook, was ik zijn paar oren. Zeker nadat ze zijn ogen met een prikkend spul hadden gedruppeld en hij de wereld en monden die articuleerden door een waasje zag.

Braaf hobbelden we achter twee jonge artsen aan van de ene kamer naar de andere, van een scan naar een meetinstrument en een ouderwets letterbord. Mijn schoonvader zakte. De uitkomst was verdrietig. Natte maculadegeneratie in zijn rechteroog. Een derde arts, die achter de schermen had meegekeken, kwam het samen met een slap handje bevestigen. We waren er even stil van. Tot een van de artsen met bulderende stem vertelde dat het oog meteen behandeld moest worden. Dat hoorde mijn schoonvader goed. Gelukkig maar, want toen de arts verder bulderde dat ze met een injectie vocht uit het oog gingen halen, voelde ik me een beetje wiebelig worden. Mijn schoonvader niet, die knikte dapper en schijnbaar stoïcijns. Ik knikte braaf mee maar voelde een appelflauwte opkomen bij de uitleg van de INJECTIE IN HET OOG. Bulder. Slik.

Weer terug in de wachtkamer moesten alle paperassen en afspraken in gang gezet worden. Gelukkig was het zicht van mijn schoonvader nog steeds wazig, waardoor hij niet zag dat mijn gezicht de kleur van de steriele muren van de wachtkamer hadden aangenomen. "Ik ga morgen met je mee hoor", beloofde ik in de auto op de weg naar huis. "Dat is fijn", vond mijn schoonvader. "En ik bestel de vitaminen die je nodig hebt." Hij knikte en stopte de benodigde papieren in mijn dashboardkastje.

De volgende dag vertrouwde ik hem in de wachtkamer toe dat ik niet mee naar binnen wilde. "Natuurlijk niet", keek hij me verbaasd aan. Had lief hem al over mijn niet gemiste roeping verteld? Terwijl een vrolijke assistente mijn schoonvader naar binnen riep, wankelde er een zware dame naar buiten. Zonder voet en met klompschoen. Ze maakte nog een grap voor ze de lift in strompelde. Slik. Ik nam een dubbele espresso, las over de liefde in het Psychologie Magazine en dacht: injectie, injectie, injectie. Met een soepoog kwam mijn schoonvader weer naar buiten. Met een licht schuldgevoel kon ik toch niet anders dan opgelucht zijn toen hij zijn zonnebril opdeed en soepoog aan mijn zicht verdween. "Ging het goed?", piepte ik, niet nieuwsgierig naar de details. "Prima", bevestigde mijn schoonvader. En ik hield weer een beetje meer van hem.

In de auto deed hij mijn dashboardkastje open en haalde er het recept voor de vitaminen uit. "Zal ik deze anders in je tas doen?", grinnikte hij. Lief had hem zeker over mij verteld. "Goed hoor", blufte ik. Na twee dagen en drie telefoontjes van mijn schoonmoeder, heb ik de vitaminen besteld. Ik moest even zoeken, want het recept was inmiddels uit mijn tas verdwenen. Ik had het waarschijnlijk op een plek gelegd zodat ik het niet zou vergeten. Maar waar?

De volgende afspraak van mijn schoonvader zijn we op vakantie en kan ik niet mee. Hij nam het luchtig op, toen ik het vertelde.


donderdag 11 juli 2019

10 x 30 x en door

Het werk verwees me door. Een arbeidscoach. Al bekend bij de collega's die me voorgingen. Een vriendelijke lach, pretogen en een gezicht dat bijna met pensioen ging. Hem maakte niemand meer iets. Ik zeker niet, die ondanks mijn tranen om hem moest lachen. Toen ik buiten stond, wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Naar de huisarts dus. Zij verwees me door. Een psychologe die verbonden was aan de praktijk. Jong, rustig, jong. De ruimte vulde zich met ongemakkelijkheid van ons beiden. De tweede keer dat we het probeerden, vroeg ze of er een nog jonger iemand bij het gesprek mocht komen zitten die een dagje stage liep. Eh, liever niet. Ze was blij met mijn assertiviteit. Maar dat was nou net niet... De ruimte vulde zich met verbazing en ongemakkelijkheid. Toen ik buiten stond - met een inlog voor een  online cursus mindfulness - wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Nou, één keertje dan omdat de huisarts van me verwachtte dat ik de psychologe zou uitleggen waarom. Eh... De ongemakkelijkheid duurde deze keer maar vijf minuutjes.

Het was nog steeds verstandig om met iemand te praten. Het werk verwees me door. Een loopbaancoach die ook verstand had van vastlopen. We maakten een vliegende start met een slordige landing. Ik pakte mijn parachute omdat ik steeds meer buikpijn kreeg van haar stijl van vliegen. Toen ik naar beneden dwarrelde, wist ik het even niet meer. Behalve dat ik niet terug zou komen.

Ondertussen was ik begonnen met hardlopen. 10 weken lang, drie trainingen in de week ging ik voor de 5 km in een redelijk tempo en zonder tussenpozen. De Belgische Evy en Douwe Bob verzorgden het loopschema en de support. Het viel niet mee maar wat was het fijn. Wat ik leerde?

  • Dat je soms langzaam gaat en soms hard.
  • Dat er niet altijd een peil op te trekken valt.
  • Dat het eenvoudiger is als je het in stukjes hakt, al is het in je hoofd.
  • Dat de eerste 8 minuten aan een stuk verdomd zwaar is , maar vergeleken bij de volgende 15 minuten aan een stuk een eitje.
  • Dat je op heel veel verschillende manieren kunt ademen (en naar adem kunt happen).
  • Dat je kunt stampen maar ook veren
  • Dat je ook vooruit komt met een rechtervoet die zwiept.
  • Dat winnaars een plan hebben en verliezers een excuus (volgens Evy dan).
  • Dat je jezelf kunt aanmoedigen (zachtjes en hardop).
  • Dat het leuker is als je lacht naar iedereen die je tegenkomt.
  • Dat mensen terug lachen en lieve en grappige dingen zeggen.
  • Dat hardlopen in de regen niet leuk is (nog minder leuk met mascara op).
  • Dat Amsterdam Noord groen is. 
  • Dat er af en toe zomaar iemand in het hoge gras ligt te slapen.
  • Dat de sloot vol zit met pulletjes en waterhoen-kuikens.
  • Dat waterhoen-pubers grappig zijn.
  • Dat honden je met rust laten.
  • Dat je niet alleen bent.
  • Dat op dat ene bankje altijd iemand aan het mijmeren is.
  • Dat in dat ene huis die ene man altijd de krant leest op dezelfde plek.
  • Dat armen lastiger zijn dan benen, terwijl die relatief niet veel hoeven te doen.
  • Dat bomen schaduw geven en fluisteren.
  • Dat ik wil wonen in dat ene huis op de dijk.
  • Dat ik het kan.
De 10 weken keer 30 keer trainen maakte ik vol. Ik wilde niet één keer stoppen. Ik stopte niet één keer. Ik holde en keek na mijn laatste training in de spiegel. Rood hoofd, ontploft haar maar een heldere blik. Ik was om met Evy te spreken fier op mezelf en kocht zonder aarzelen het volgende loopschema: 12 weken x 36 trainingen, 5 km duurzaam hardlopen. Ik kom niet terug, maar ik ga door. 


Ik zie hier dus een krul in :-)

woensdag 10 juli 2019

Zucht!

Zucht, ik doe het regelmatig hardop de laatste tijd. Enorm suf, vind ik. Toch doe ik het. Of nog erger, ik praat hardop. Tegen de kat, in het beste geval. Tegen niemand in het bijzonder, in de meeste gevallen. De leden van mijn gezin valt het niet op, in het beste geval. Of ze negeren het, in het meer waarschijnlijke geval. Zou het komen omdat ik niet werk? Hoewel ik er op mijn werk ook wat van kon, hardop zuchten achter mijn laptop, waarop collega's bezorgd vroegen wat er was. Nou ja op den duur ook niet meer.

Het is denk ik toch het huishouden dat me harder doet zuchten. Niet zo voor gemaakt. Meer een opgeruimd karakter dan een opgeruimd huis. Ik ben toch altijd een beetje verontwaardigd als die wasmand weer vol zit. Het is het repetitieve karakter van al die klussen dat me dwars zit. Ik hou nu eenmaal van afvinken. En van afwisseling. En verrassingen. Behalve dan als de vaatwasser de etensrestjes in schaaltjes laat zitten na een intensieve vaat. Niet dat soort verrassingen. Zucht! En daar  is 'ie dan. De hardop zucht. Of als ik de bedden opmaak en ik na twee keer draaien het hoeslaken nog verkeerd om het matras doe waardoor ik te lang heb aan de korte kant en te kort aan de lange kant. Of het wasgoed opruimen, inmiddels houd ik het ondergoed van de meiden niet meer uit elkaar en de sokken van de kleine man komen regelmatig in de sokkenla van de grote man en andersom. Zucht!

Als dan alle was is gewassen, gevouwen en opgeruimd, staat het aanrecht alweer vol. Geen beginnen aan en toch doe ik het elke keer weer. Zacht mopperend over de slakkensporen die de kinderen door het hele huis achterlaten. Donald Duckies, oplaadsnoertjes, de gitaar of tenminste de versterker, de iPad en kleine frutsels. Op de trap bouw ik spullentorentjes per kind, maar ze lopen er makkelijk tien keer langs zonder te verblikken of te verblozen. Dan volgt er een preek en verdwijnen de torentjes van de trap. Voor even. Want ook dit is repetitief. Zucht!

Maar ik mag niet mopperen, zeg ik vaak tegen niemand in het bijzonder. Want elke week komt N. en die poetst en die klopt ons hele huis schoon. Voor een dag zijn we stof- en zuchtvrij. Eén dag. Want een huishouden. Dat is verdomd terugkerend. 



woensdag 3 juli 2019

Levenslessen voor gratis

Pas volgde ik een workshop bij The School of Life, opgericht door filosoof Alain de Botton omdat we volgens hem veel leren op school, maar weinig over de levensvragen die hem 's nachts wakker houden. Wat is een goede vriend? Hoe voer je een echt gesprek? Hoe vind je een baan die bij je past?  Hoe vind je liefde? Antwoorden kunnen we vinden met behulp van bijna drieduizend jaar intellectuele ontwikkeling door filosofen, kunstenaars, schrijvers en wetenschappers. Kortom je staat er niet alleen voor en je bent zeker niet de enige die 's nachts weleens wakker ligt, dat gebeurt dus al minstens drieduizend jaar.

Kleine man heeft geen levenslessen op zijn rooster staan. Toch leert hij volop. In de praktijk. Deze week ondervond hij hoe ingewikkeld vriendschap kan zijn. Met dikke tranen kwam hij uit school omdat beste vriend T. alweer niet wilde afspreken. Vriendje O. wilde graag, maar dat wilde kleine man weer niet waardoor ook teleurstelling doorbrak op het gezicht van O. Er schoot me even geen wijsheid te binnen om het grote verdriet te verzachten. Kleine man snikte en mijmerde over groep drie toen het nog echt leuk was met T. Toen was er nog geen poezennest, de reden waarom T. graag thuis is en niet wil afspreken. Ik probeer hem uit te leggen dat vrienden niet altijd hetzelfde willen als jij. Dat dat soms jammer is. Maar dat het omgekeerd ook zo werkt. En dat je dan evengoed vrienden kunt zijn. Vrienden zijn nu eenmaal geen robots die je kunt programmeren op jouw wensen. Ik wist zeker dat geen filosoof dit ooit gezegd had, maar ik had dan ook geen levenslessen op school gevolgd. Kleine man keek me niet begrijpend aan en snikte nog wat harder.

Toen probeerde ik hem uit te leggen dat het ook goed is om je eigen plan te trekken en open te staan voor andere vriendjes (ik dacht aan het beteuterde gezicht van O.). Maar zijn eigen plan was nou juist spelen met T. en in groep drie... Terwijl ik bleef praten en troosten, haalde kleine man plotsklaps zijn neus op: "Zullen we er nu over ophouden mam, ik word alleen maar verdrietig van al dat gepraat". Tsja. Erover ophouden bleek het beste idee van de middag. Samen met limonade en zijn lievelings Donald Duck. Binnen vijf minuten was hij luidkeels aan het schateren.

Ik denk aan mijn workshop, waar me na een uur ook het gevoel bekroop dat iedereen eens even lekker zijn mond moest houden. Vooral de juf, die op alles zei, "dat is mooi" om vervolgens een betekenisloze stilte te laten vallen. Niet aardig, maar toch dacht ik het. Antwoorden kreeg ik ook al niet. In het winkeltje kon ik wel boekjes kopen en doosjes met wijze quotes. Ik vond ze duur maar wat voor prijskaartje hang je aan levensvragen? Aan de hoop op antwoorden valt natuurlijk te verdienen. En niks is voor gratis. Hoewel. Ik denk aan Socrates. En aan kleine man. En aan vriend F. die beweert dat alles vanzelf gaat.  Ik grinnik en voel mijn slechte humeur langzaam wegebben. All you need is love, herhaal ik mijn eigen mantra stilletjes in de drukke hipster-winkel waar ik niks koop. En sneeuwschuivers blijven we.

Ik loop naar de buiten waar de zon schijnt en haal diep adem. Dat had ik veel eerder moeten doen. En hoewel ik niet veel wijzer ben geworden, weet ik één ding. Antwoorden komen soms vanzelf en niet altijd op de plaatsen waar je ze zoekt. Fijn toch.


Lang leve Loesje, mijn favoriete filosofe.





maandag 1 juli 2019

Klotehommel en klepmondjes

Dit weekend lag het geluk voor het oprapen. Samen met vriendin I., haar kinderen en kleine man in een huisje achter de duinen. Elk jaar zoeken we elkaar op als onze mannen zich onderdompelen op Rock Werchter of Pinkpop of allebei. Ik leerde vriendin I. kennen toen ik net samen was met M. Ze kwam erbij inbegrepen zeg maar, als nichtje van de moeder van mijn meiden en haar man een van de beste vrienden van mijn lief. De eerste keer was even wennen omdat waar ik, eerst haar nicht... en nou ja omgekeerd dezelfde drempel. Het was overkomelijk en meer dan dat. De tweede keer was koninginnenacht en leuk. We maakten plannen voor een vakantie samen die onvergetelijk zou worden en inmiddels voelt ze als familie.

I. zou een uitstekende personal planner zijn ware het niet dat ze al een uitstekende psycholoog en gedrags-therapeut is. Maar in haar vrije tijd kan ze het niet laten. Omdat ik stiekem een beetje jaloers ben op haar doortastendheid, plaag ik haar hier regelmatig mee. Het maakt haar niet uit. Voor het weekend stuurde ze me dan ook praktische boodschappen-, verdeel en to-do-lijstjes. De voorpret kon beginnen en het gourmet-stel moest mee, want I. maakt graag onze kinderen blij. Toen kleine man nog echt klein was, wilde hij op vakantie liever zwemmen met 'de andere mama', I. kende namelijk alle zwemliedjes uit haar hoofd en zweefde de kinderen eindeloos door de lucht bij het liedje 'helikopter'. En dan kende ze ook nog eens de volledige namen van alle Cars-auto's uit haar hoofd,  ik verzin het niet.

Het huisje was fijn, de duinen mooi, het strand korrelig en het zeewater verkoelend. Nadat ik stellig had beloofd dat het geen dag voor kwallen was, kreeg ik ook N., de oudste van I., het water in. Hij spetterde net zo tevreden als ik me voelde tot hij met een hoge stem vroeg of dat een kwal was. Het bewijs tentakelde doorzichtig langs onze benen. "Een hele lieve?", probeerde ik nog maar N. stond al aan de kant. Gelukkig had I. emmers en schepjes meegebracht en waar ik dacht dat ze die ontgroeid waren, werd er tot laat in de middag geschept en gegraven. Een dam tegen de vloed en de kwallen. Drie figuurtjes druk in de weer. Klik, in mijn hoofd nam ik een polaroid.

Natuurlijk moest er ook gebowld, gegourmet,  gezwommen en gesprongen op het enorme luchtkussen. Het eerste met hekjes voor de kinderen, waardoor de moeders meesterlijk werden ingemaakt. Het tweede twee keer, omdat de hamburgers het aflegden tegen de slappe pannenkoeken en er dus over was. Natuurlijk was er naast zoveel geluk ook gedoe. M., de jongste van I., verbrandde haar vinger tijdens het gourmetten aan een pannetje en de volgende avond nog maar weer eens. En kleine man werd geprikt door een hommel, waardoor we ook meteen wisten waar de krachtterm klotehommel vandaan kwam. Zijn teen werd twee keer zo dik, maar J. besefte dat de hommel meer pech had. Een pechhommel dat hij net even op dat grasveld was gaan liggen waar de jongens blotevoetenvoetbal aan het spelen waren.

Wanneer de kinderen in bed lagen, was er wijn en bijkletsen. Klepmondjes, aldus de kleine man die als een pot met grote oren in het stapelbed zijn klepmondje ook niet stil liet staan tegen N. "We hebben ook zoveel te bespreken", vertrouwde hij me later toe terwijl hij de slaap nog maar eens uit zijn ogen wreef.

Terwijl we de spullen weer inpakten, verheugden we ons alweer op de zomer. Samen in Portugal. Ga je dan veel voor me zingen, grinnikte ik omdat I. dit jaar de stoute schoenen had aangetrokken en zangeres van een band was geworden. Alleen als jij een keer over me schrijft, knipoogde ze terug. In de auto naar huis deden we alsof de maandag wegens omstandigheden was verzet.  Dat krijg je ervan, van zo'n weekend en zo'n vriendschap.


Pechhommel-teen

dinsdag 25 juni 2019

Pretletters

Vorige week ging ik met mijn vader fietsen in Amsterdam Noord. Voor zijn verjaardag nog. Langs Oedipus en Walhalla, twee brouwerijen en een rondje langs wat oud en nog veel meer wat nieuw. We kletsten bij en lachten. Amsterdam Noord deed haar best. De zon scheen, de brouwer brouwde en de terrassen lonkten. Aan het IJ fietste een Engelsman komkommers in schijfjes vanwege National Cucumber Day, verkochten Amsterdammers oude spullen uit hun kofferbak en we reden een poosje achter een zingend koor aan. Tegen de avond bestelden we nog een laatste proeverijtje om het af te leren en proostte mijn vader op een onvergetelijk dag. Hij verheugde zich al op de volgende, want dan zou hij nog eens kunnen terugkijken op vandaag. Napret.

Op de fiets naar huis bedacht ik dat je mensen waarschijnlijk kunt indelen in twee types, de voorpret-mensen en de napret-mensen. Mijn moeder is van de voorpret, net als mijn broer. Wanneer mijn moeder vroeger alleen al haar zin begon met 'we gaan vandaag...' gingen zijn handen al de lucht in. "Yoeheee!" Als mijn moeder haar zin dan afmaakte met '... naar de tandarts', had hij de voorpret in ieder geval al in zijn zak zitten. Mijn lief is van het moment, net als middelste. Als boeddhisten kunnen ze enorm van het moment genieten maar daarvoor en daarna zijn ze alweer druk met die andere momenten. Oudste is van de voorpret, vooral over wat ze allemaal gaat doen later als ze groot is (lees: op vakantie gaat met vrienden, op zichzelf woont met vrienden en nog zo wat varianten zonder ouders).

Hoewel ik achteraf kan nagenieten van een leuke dag, ben ik beter in voorpret. Ik hou van iets voor de boeg. Een vrolijke punaise op de denkbeeldige planner. En kleine man? Die heeft het uitgevonden. Voorpret bij alle plannetjes die hij bedenkt. Voorpret bij een mop die hij vertelt en waar ik de clou nog niet van begrijp. Voorpret bij zijn verjaardag (het hele jaar door). Voorpret als hij met zijn beste vriend T. op mijn telefoon aan het appen is en hij T. alleen nog maar ziet tikken. Hij hupst dan van zijn ene been op de andere, zegt minstens 10x mama terwijl ik al luister en lacht zo aanstekelijk dat je niet veel anders wil dan zijn plannen een zetje geven.

Voorpret of napret, waar je ook van bent, extra pret is het. En daar kan ik dan weer enorm van genieten.


Luchtfietsen voor schijfjes komkommer...

dinsdag 18 juni 2019

Afscheid

Afscheid. We nemen het liever niet. Tenminste niet van wat ons lief is. Dat houden we het liefst altijd bij ons. Niet zo bewust misschien want wat je het liefste is, is ook vaak zo vanzelfsprekend. Die man met die mooie bruine ogen die 's ochtends op een veel te vroeg tijdstip de deur uit sluipt. Je wil hem nog zeggen hoeveel je van hem houdt maar je bent nog niet wakker en dat komt vanavond wel. Die lieve vriendin die zo belangrijk voor je is maar die je het laatste jaar bijna niet hebt gesproken. Je ouders waarvan je liever niet wilt zien dat ze toch echt ouder aan het worden zijn.

Afscheid. Ik ben er niet zo goed in. Afscheid van een fijne vakantie. Afscheid van dat de kinderen nog echt klein waren. Afscheid van een dierbare. Ik denk er liever niet aan. Het laatste. Schuif het voor me uit, de bocht om, niets te zien behalve een lange zonnige weg waarover ik in een oud Volkswagen busje rijd. Geen haast en een volle bak. Met alle lifters die mijn hart onderweg heeft opgepikt. Ik beloof veilig te rijden, maar we weten allemaal beter. Geen garanties.

Vandaag neemt mijn schoonzusje afscheid van haar vader. Met verstandige woorden probeert ze door de telefoon haar verdriet een plek te geven terwijl ze naar haar moeder in Limburg rijdt. De laatste weken was ze er vaak. Om nog bij hem te kunnen zijn. Iets wat zo lang vanzelfsprekend was. Gelukkig maar. Al die tijd troost nu. Bitterzoet.

Afscheid. We nemen het liever niet. En als we veel van iemand houden doen we het nooit helemaal. Mijn oma zit nog vaak bij me, in de lavendelblauwe stoel die van haar was en waar ik nu zo graag in dagdroom. Dan hoor en zie ik haar als ik mijn ogen sluit. Mijn opa scharrelt dan wat om haar heen, die kon namelijk nooit stilzitten. En R. en P. die zitten voorin in mijn busje met hun gordels veilig om terwijl ze een wedstrijdje doen wie het meeste kan ouwehoeren.

Hoe moeilijk ook, toch is het goed om wat meer te leven met die bocht in zicht. Niet om op de rem te gaan staan, maar wel om af en toe uit te stappen en dat stelletje lifters in je Volkswagen busje niet alleen door je achteruitkijkspiegeltje te zien.

Heb het leven en de lifters lief. En koester.


 De tekst op het briefje  is van Janne Schra en zo verdomd mooi en wijs.




maandag 17 juni 2019

Weeketariër

"Ik word vegetariër." Ik ben nog maar net binnen of oudste valt met haar deur in huis. Daar moet ik even voor gaan zitten. Je moet namelijk weten dat oudste behalve erg van koken ook erg van vlees houdt. En tot deze uitspraak was er geen enkel vermoeden dat ze het voorbeeld van haar vader, die nu al negen jaar geen vlees en vis meer eet, wilde gaan volgen. Integendeel. Af en toe verkondigde ze tegen niemand in het bijzonder (lees: haar vastberaden vega vader en twijfelende faketariër stiefmoeder) dat ze echt nooit ging stoppen met vlees eten.

"Maar je houdt zo van dieren", plaagde ik dan waarbij ik met de ene vinger naar haar en de andere naar mezelf wees. Waarop ze meestal haar hand in de lucht hield waartegen ik kon plagen als Brugman.

"Wat is er gebeurd?", vraag ik dan ook, verbaasd. "Niets", behalve dat ik vegetariër word, zegt ze met gevoel voor understatement. "Nou ja, alleen bij jullie dan, want bij mama mag het niet", vult ze praktisch haar zojuist gewijzigde levensstijl aan. Ik ben er even stil van. "Dus ook geen biefstuk van opa?", vraag ik. Vastberaden schudt ze van nee. "En de gehaktballen van oma?" "Die ook niet", bevestigt ze mijn vermoeden dat het serieus is. "En jouw spaghetti carbonara dan?" Ik moet ervan slikken en zie ook A. even verlekkerd wegdromen. "Nee", zegt ze vastberaden terwijl ik spijtig bedenk dat ze deze dus alleen nog maar bij haar moeder gaat maken.

"Ik vind het zielig voor de dieren", licht ze haar besluit toe. "En van vis hou ik eigenlijk toch niet", voegt ze er eerlijk aan toe.

Dus eigenlijk word je een weeketariër, vat ik ons gesprek samen. Ze moet lachen. "Ja, precies dat!" "Maar als jij geen vlees meer wil eten, kan ik ook niet meer achterblijven", pieker ik hardop. Oudste lacht nog maar eens. "Misschien", oordeelt ze mild. "en anders ben je gewoon een weaketariër!"

Idealist, parttime vleeseter én grappenmaker. Dat ze de wereld een stukje mooier maakt is zeker.


Hoelang kom ik nog weg met deze geweldige uitspraak van Catootje...

vrijdag 14 juni 2019

Zorg je goed voor jezelf?

Zorg je goed voor jezelf?
op school
op het plein
wanneer je in bomen klimt

Zorg je goed voor jezelf?
op de fiets
over de drukke weg
in de stad

Zorg je goed voor jezelf?
als je met anderen bent
voorbij mijn horizon
op avontuur

Zorg je goed voor jezelf? 
als je twijfelt
verdrietig bent 
of boos

Zorg je goed voor jezelf?
als ik even niet oplet
vertrouw
je weet het wel

Zorg je goed voor jezelf?
straks
met hem
of met haar

Zorg je goed voor jezelf?
als je het niet kan
delen
of wil

Zorg je goed voor jezelf?
als je later
groot
en daar

Zorg je goed voor jezelf?
als ik er even niet ben
even maar

Zorg je goed voor jezelf?
omdat je mijn alles
toch

Zorg je goed voor jezelf?
altijd
ook als ik het niet kan
want ik hou

Zorg je goed voor jezelf?
voor mij
voor jou


vrijdag 7 juni 2019

Maar niet ongelukkig

Zoals ik al een keer schreef, had mijn lieve tante A. er een pot voor. Die stond op tafel met een pen en papier binnen handbereik zodat ze alle grappige, lieve en wijze uitspraken van haar kleinkinderen kon vangen en bewaren. Inmiddels zijn haar kleinkinderen groot en haar geheugen warrig, maar ik stel me voor dat de zinnen op de papiertjes nog steeds een glimlach op haar gezicht brengen. 

Ik heb geen pot. Maar ook geen goed geheugen. De uitspraken van mijn kinderen zijn willekeurig vastgelegd in rondslingerende schriftjes, in app-berichtjes en af en toe een blog. Jammer van die geen pot, want nu ze ouder worden is het als met die andere pot. Die pot met bonen, liefde en seks. Die hier overigens ook niet staat. Maar ik dwaal af. 

Middelste is een stille wateren diepe gronden. Dat laatste veronderstel ik, maar weet ik niet goed vanwege het eerste. Toen ze kleiner was, bevolkten dromen haar hoofd, dat zag ik in haar ogen. Veel erover vertellen deed ze niet. Ze sprak met oneindig veel kusjes en knuffels. Nu ze groter is, weet ik nog altijd niet wat er allemaal in haar hoofd omgaat. Gesprekken aan tafel voeren we vaak zonder haar. Genoeg aan zichzelf, genietend van het eten, haakt ze pas in als vier paar ogen haar verwachtingsvol aankijken. Met een lichte weerstand - "Wat?" - en klaar om weer snel terug in haar hoofd te gaan.  Niks ergs, behalve dan dat mijn nieuwsgierige aard het niet altijd aankan. Wat denk je dan. Wat voel je dan. Hoe was het dan. Zucht. Gewoon, hoor ik haar zeggen. Bij het naar bed brengen, begint ze meestal wel te vertellen, geholpen door de vraag van de dag. Dan geniet ik van haar kijk op de wereld, haar eenvoudige oplossingen voor schijnbaar ingewikkelde zaken en haar grote hart. Deze week vertelde haar moeder me tijdens de avondvierdaagse dat ze E. had gevraagd of ze gelukkig was. Haar antwoord mag in de denkbeeldige pot: "Natuurlijk mam, ik weet toch niet hoe het is om ongelukkig te zijn." 

Het papiertje valt tussen de talloze uitspraken van haar broer, beter bekend als spraakwater. Zo wilde hij woensdag per se mee met beste vriend T. omdat de poes daar een nest heeft. "En vandaag krijgen de kittens ogen, mama!" 

Pot!

Als hij last heeft van rode bultjes op zijn arm en ik denk dat het geen mug maar een allergische reactie is, verklaart hij - met zijn ogen rollend dat het vast weer die huismijnen zijn. Waarop oudste droog opmerkt of hij die beestjes in huis bedoelt, die ontploffen als je erop gaat staan. 

Pot!

Of vanmiddag, toen hij hoorde dat iemand die we kennen ziek is:
"Ben jij ook nog steeds ziek, mama?" (verbaasde blik terwijl ik hem dagelijks van school haal). 
"Ik ben inderdaad nog niet aan het werk", antwoord ik. 
"Geen zin", concludeert hij terwijl hij een begripvolle arm om mijn schouders legt.
"Nou", lach ik terwijl ik hem probeer uit te leggen dat het anders zit. 
Hij luistert, knikt begripvol en zegt zijn lieve "ooh". 
Dan is hij er even stil van. 
"Hoofdpijn en duizelig", vat hij mijn omslachtige verhaal samen met woorden die uit de lucht komen vallen. 
Ik knik en begrijp dat hij er net zo weinig van heeft begrepen als ik. 
"Maar niet ongelukkig", grinnik ik zachtjes. 
Spraakwater is alweer verdiept in de achterkant van de Donald Duck.

Pot! Als ik er toch een zou hebben...


maandag 3 juni 2019

Zwanen en horloges

Als ik een zwaan zie, kijk ik altijd even waar de andere zwaan is. Heb jij dat ook? Ik zit in mijn kantoor voor vandaag en kijk uit over het IJ. Wapperende vlaggetjes en een zwaan zijn mijn uitzicht. Maar geen andere zwaan. Je hoeft ook niet alles samen te doen. Of misschien is deze zwaan niet samen. Niet meer of nog niet. Wie zal het zeggen. De zwaan in ieder geval niet. Ze lijkt tevreden.

Onder mij applaus. Een man met een laptop vertelt en vier anderen klappen in hun handen. Een werkbespreking, denk ik. Leuk werk, als je applaus krijgt. Ze lachen. De koffiemachine maalt bonen en probeert me over te halen nog een koffie te bestellen. Als ze langskomt. Maar ze kijkt net als ik naar de zwaan en waarschijnlijk waar de andere.

Laat ik wat gaan doen. Maar ik denk aan lief - mijn zwaan - die vanmorgen het huis uit sloop om een vroeg vliegtuig te halen. Ik denk aan kleine man, die een gouden randje om zijn dag heeft vanwege het horloge dat hij van zijn opa en oma kreeg. Vanmorgen liet hij me zien wat het allemaal kan. Licht geven, alarmeren en de tijd tot op de seconde vertellen en bijhouden. De wereld aan zijn arm. Ik denk aan S. en A. die dit weekend vierden dat ze al 25 jaar samen zijn. Zwanen. In de tuin een zelf getimmerde dansvloer met sterren en een discobol. Iedereen danste. Vanwege de liefde.

De zwaan is weg. Uit zicht. Op zoek naar de ander, denk ik. Want alleen is maar alleen. Hoe fijn ook soms. Alleen met mijn gedachten. Alleen om te schrijven. In mijn hart die andere zwaan en nog wat gevederd spul. De vlaggetjes wapperen vrolijk tegen een grijze lucht. "Koffie?"




donderdag 30 mei 2019

Aan de buitenkant niets te zien

Ben je alweer aan het werk? Een berichtje van W. die ik al een tijdje niet heb gesproken. Nee, tik ik, helaas niet. De cursor knippert. Ik wil er nog iets aan toevoegen maar weet eigenlijk niet wat. Een verontschuldiging. Een uitleg. Zodat ze het begrijpt? Maar als de woorden niet komen, besef ik dat  het onbegonnen is. Ik begrijp het nog maar half. Ik klik op send.

Aan de buitenkant niets te zien. Ik lig niet verscholen onder mijn dekbed (nou ja, op de normale tijden). Ik houd de gordijnen niet dicht (nou ja, op de normale tijden en als ik een keer in mijn onderbroek in de woonkamer wil dansen) Ik boodschap en was. Ik smeer boterhammen voor de kinderen, stop onder, knuffel en lach. Ik kam mijn haar. Ik geniet nog altijd van de eerste koffie van de dag en maak lijstjes van wat ik wil. Anders zijn de dingen die ik erop schrijf. Anders is dat ik niet naar mijn werk ga. Anders is dat niet meer gaat wat zoveel jaren zo vanzelfsprekend was als tanden poetsen. Het kwam niet uit de lucht vallen. Als een mooie donderwolk die de hemel plotseling zwart kleurt. De wolkjes hadden zich langzaam opgestapeld. Maar dat wende en ik probeerde er figuren in te ontdekken. Hopend dat ze voorbij zouden waaien of in nieuwe figuren zouden veranderen.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Pas op, scheefgezakte fundering. Niets wat niet te repareren valt maar nog even puzzelen hoe of wat het beste. En dat kost tijd, vertelt de uitvoerder me maar weer eens. Hij schuift geduld en vertrouwen naar voren als ik grap wat dat allemaal gaat kosten. Mijn nieuwe beste vrienden. Veel gevoel voor humor hebben ze niet, maar wat zijn ze lief. Geduld probeert met zachte bezem de boel stofvrij te houden. En vertrouwen vertelt me dat ik het stutten van de balk niet alleen hoef te doen. Maar aan de buitenkant niets te zien. Dus soms zeg ik het. Of ik vraag. Ik zoek.

Ik ril, want het is koud. Soms.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Ik draag mijn steentje bij. Niet alleen. Gelukkig. De oude deur moet vervangen. Ik kies voor wijs hout met een bovenlicht van glas in lood. Het licht valt anders naar binnen nu. Mooi. Geduld en vertrouwen hebben een stoeltje voor me neergezet. Ik ga zitten en knijp mijn ogen dicht. Door mijn oogharen heen zie ik voorzichtig de nieuwe contouren van mijn oude huis.


zaterdag 25 mei 2019

Paarse pannenkoeken

Het is Lentefeest op school van de kleine man. Dat betekent spelletjes op het schoolplein, talenten op het podium en hapjes die door de ouders worden bereid. Het thema is dromen en het hoogtepunt is de nachtmerrietent waarin de kinderen invaljuf T. moeten trotseren. Kleine man kan niet wachten en komt vrolijk de tent weer uitgewandeld. "Juf T. is in de klas veel enger", concludeert hij. Op zijn spelletjeskaart is hij één stempel dichter bij een broodje Wesp.

De tafels vullen zich met hapjes. Gele, witte en paarse, per klas een kleur. Dat levert op onze tafel paarse pannenkoeken en chemisch uitziende cakejes op. Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt met een bakje baba ganoush, crakers en paarse druiven. Die laatste zijn in goed gezelschap van stokjes biet en druif. "Proberen?", vraagt de stokjesvader. "Eh". Eerst maar eens een biertje. De zon schijnt en ik hoef niks. Kleine man is geen kleine man meer, dus hij hoeft niet in de gaten... Stel je voor. Af en toe komt hij vragen naar de bekende weg. Een glaasje Cola. Omdat hij het antwoord al weet, is hij ook snel weer weg.

Het Lentefeest valt bijna samen met sportdag en de avondvierdaagse. Niet vergeten in te schrijven en te betalen ook. Hoeveelste jaar is het ook alweer? In de ouder-app-groep worden begeleiders gevraagd voor sportdag. Een dag later nog steeds en als we willen dat de sportdag doorgaat... Altijd goed voor het toch al eeuwige schuldgevoel van deze moeder. Iets waar lief nooit last van heeft. Heerlijk lijkt me dat. Maar niet voor te stellen. Dus probeer ik af en toe te helpen in de klas. Boeken en tafels aftekenen. Een druppel op de gloeiende plaat. Als je wil, kun je mee op schoolreis, helpen bij het kerstdiner, in de OR of de MR, in de feestcommissie of mee op kamp. Als je wil. Toen kleine man voor de allereerste keer op schoolreisje ging naar het Sprookjesbos, ging ik mee. Drie kleuters om in de gaten te houden waarvan slechts eentje (mijn eigen) in mijn systeem zat. Gesloopt was ik einde dag. Een werkdag was er niets bij. Of die keer naar het theater met middelste. Bus, bovenbouw, stad en theater. Van het stuk kan ik me niks meer herinneren. Ik heb waarschijnlijk even mijn ogen dicht gedaan.

Kortom. Als ze het van mij moeten hebben, zou de sportdag zomaar niet door kunnen gaan. Hoewel ik waarschijnlijk voor de allerlaatste oproep zou zwichten. Schuldgevoel doet wonderen. En natuurlijk zijn die kinderen leuk. Ze maken me vaak aan het lachen als ik tafels of boeken afteken. Boek 103 voor T. of alweer de tafel van acht met A. Een giechel tussen elke som. En op het schoolplein tijdens het Lentefeest. Biertje erbij. Opletten niet nodig. Wat zijn ze leuk. De groten, de kleintjes en die ertussenin. Ook al gaat de baba ganoush weer mee naar huis. Volgende keer gewoon in het gekochte bakje laten, dan weten de kinderen en ouders zeker dat het smeerseltje niet zelf is gemaakt. Maar de volgende keer zal het thema wel oranje zijn of vierkant.





vrijdag 10 mei 2019

Loopbeentjes

Ik ben begonnen met hardlopen. Mijn onsportiviteit begon ernstige vormen aan te nemen en het contrast met sportlief onoverbrugbaar. Dus. En omdat er geen sprake is van een geen-zin-team op de Paralympics (idee van Paulien Cornelisse) waren mijn excuses op. Hup dus met die loopbeentjes, zoals de Belgische Evy Gruyaart me nu drie keer in de week aanmoedigt. Wanneer ik de app open, zie ik een blije, fitte en vrolijke dame met staart. Ik betwijfel of ik er ook zo uitzie, ondanks een soort van zelfde staart. Soms loopt oudste mee en als ze dan aan het einde van de lange weg op me wacht, vertelt ze me dat ik een rare zwiep met mijn rechtervoet maak. "Dank je schat", hijg ik cynisch, "in mijn hoofd liep ik vederlicht en soepel achter je aan maar laat me vooral niet in de waan." Ze haalt haar schouders op en is alweer vertrokken. Zonder zwiep maar blij, fit en vrolijk. Met staart.

Ik loop dus liever alleen. Nou met Evy dan, omdat zij precies vertelt wat ik moet doen en ik zonder haar instructies al binnen vijf minuten weer thuis zou zijn of in het dichtstbijzijnde café zou zitten. Met koffie en appeltaart. Behalve Evy mag ik ook graag Douwe meenemen. Douwe Bob of Bouwe Dop zoals we hem noemen sinds vriendin T. hem zo aansprak op een festival met een paar wijntjes teveel op. Bouwe is goed gezelschap. Als ik dapper begin aan vier minuten lopen (dat is dus niet wandelen zoals ik mijn eerste training dacht) zingt hij:

I Smoke and I drink.
And I don't work out but I think.

Er verschijnt dan altijd even een glimlach op mijn gezicht. Wat er vast eng uit moet zien, met dat zwiepende been en die wilde staart. Maar de schapen en koeien onderaan de dijk kauwen onverstoord door. Een tegenliggende hardloper steekt een goedkeurende duim naar me op. Het lijkt alsof ik met mijn hardloop pogingen toegetreden ben tot een geheime club met onuitgesproken mores. Hij kan natuurlijk ook gewoon aardig zijn en zien dat deze beginner alle support kan gebruiken. Ik mag alweer wandelen van Evy. Terwijl mijn tempo langzaam achteruit gaat, haal ik zoveel adem als ik kan. Ik merk dat het me goed doet. Het lopen, de buitenlucht, Bouwe en hij zingt:

Running faster doesn't mean you can't fall behind.

Ik knik, terwijl ik mijn loopbeentjes alweer aanzet tot de volgende vier minuten. De zin raakt me. Als er iets is wat ik heb geleerd het afgelopen halfjaar, nog steeds leer... Als ik de training heb afgerond is Evy fier op me. En weet je wat. Ik ook.


Hardlopen, zelfs tijdens ons weekje Engeland. Het moet niet gekker worden. Na afloop verse donuts halen op het strand. 



zaterdag 27 april 2019

Fluwelen stoeltje

Terwijl de stad zich opmaakt om te feesten, vieren wij onze liefde. Zeven jaar getrouwd maar al zoveel langer in elkaars hart. Met onze hoofden onder het dekbed, vertel je me dat je je leven niet zonder mij kunt voorstellen. Ik grinnik en zeg dat dat hopelijk niet hoeft. "Zeven jaar erbij dan maar", vraag ik. "Vooruit", geef je toe, terwijl je ons in je hoofd zeven jaar ouder rekent. "Stop", zeg ik, ik wil het niet weten, want de tijd gaat al te snel. Nu grinnik jij. "Als jij de nacht bent, ben ik de dag. Of andersom." Ik weet meteen wat je bedoelt en nog iets dieper onder het dekbed vullen we elkaar aan:

"Ik ben een dromer."
"Waar ik praktisch ben."

"Ik hang de slingers op."
"Waar ik je stoel vasthoud."

"Tijd is flexibel."
"Haha, echt niet."

"Elk nadeel heeft zijn voordeel."
"Maar elk voordeel heeft ook zijn nadeel."

"Ik geloof in de goedheid van mensen."
"Misschien moet ik minder het nieuws volgen."

"Jij bent de lastige", lach je. "Puh", weet ik even geen antwoord. "Jij bent de liefste", moet ik dan toegeven. "Eenmaal achter dat bakstenen muurtje", vul ik gauw aan. "Daar zit je heerlijk uit de wind", lach jij. Ik trek het dekbed weg om je bruine ogen te kunnen zien. Zoveel ouder dan die eerste keer dat ik je zag maar niets veranderd.  In mijn ogen.

Liefde maakt blind, zou jij zeggen. Ik zou het anders zeggen. Liefde maakt alles mooier. Jij maakt alles mooier. Van baksteen, maar als je eenmaal achter dat muurtje bent. En daar zit ik al een tijdje. Op een stevig stoeltje van fluweel. Ik blijf nog even zitten.






donderdag 25 april 2019

Hink, stap, sprong

Ik weet het. Het ligt aan mij. Achter de feiten aan. Hink, stap, sprong. Eén voet struikelt over wat was, terwijl de andere voet in de pas probeert te lopen met jullie stappen. Mijn grote meiden. Mijn grote kleine man. Als ik mijn ogen sluit voel ik jullie handjes nog in de mijne. Met dezelfde zwaai ik jullie nu gedag. Blond en wapperend naar een bestemming voorbij mijn horizon die moet worden ingevuld door jullie verhalen. Brengen gebeurt alleen nog bij de kleinste die heus de kleinste niet meer is. Zijn hand zoekt soms per ongeluk de mijne, als we honderduit praten. Maar meestal kijk ik tegen een te grote rugzak aan die een paar stappen voor me de school in dendert. Laatste jaar middenbouw, na de zomer op kamp.

Oudste stuurt een berichtje of ze vrijdagavond kan oppassen. Het is tot half één. Middelste wil graag naar een concert met beste vriendin Z. Hallo Wereld, wat ben je mooi! Ik zet de deur op een kier en schuif de springplank weer een stukje verder. Ik loop erop en veer op het puntje heen en weer. De klok aan de muur tikt. Geen haast, fluister ik. De wijzers lachen spottend als de Cheshire Cat en ik trek mijn gympies maar weer aan.

Hink, stap, sprong. Geen broek meer die kleine man past en onder zijn shirts piept een navel tevoorschijn. Maar als ik in mijn favoriete webwinkeltje de kleren aanwijs waarin ik hem wel zie lopen, knikt hij stellig van nee en legt me uit dat hij zelf wil kiezen. Want zijn smaak is nu eenmaal anders dan die van mij. Ik lach door mijn verbazing heen. Wanneer zijn we hier beland? Toen ik mijn veters aan het strikken was?

Ik weet het. Het ligt aan mij. Achter de feiten aan. Hink, stap, sprong.  Terwijl ik de foto's nog aan het inplakken ben, ligt er alweer een nieuw leeg album op tafel. Daarin draagt kleine man het horloge dat hij voor zijn negende verjaardag hoopt te krijgen van opa en oma. Daarin viert oudste haar eerste Koningsdag zonder ons. Daarin is middelste brugpieper af en haar rugzak zoveel lichter.

De klok aan de muur tikt. Geen haast, fluister ik. De wijzers lachen spottend als de Cheshire Cat. Hallo Wereld, wat ben je mooi!

woensdag 10 april 2019

I LOVE YOU - STOP.

Ooit stond ik tot middernacht in de copyshop brieven te kopiëren die vriend M. mij gedurende zijn jaar in Berlijn had geschreven. Elke brief bestond uit minimaal 10 velletjes en soms wilde hij zoveel vertellen dat het er 20 werden. We schreven elkaar zeker elke maand, als niet vaker. Omdat hij ging trouwen - zijn liefde ontmoette hij in Berlijn - leek het me leuk als hij de briefwisseling van dat bijzondere jaar compleet had. Brieven waarin we elkaar openhartig verslag deden van ons leven. Anders dan als we elkaar in het echt zagen. Zijn schrijfsels heb ik bewaard, natuurlijk, tussen alle andere brieven die ik ooit kreeg. Van beste vriendin P. als ze drie lange zomerweken bij haar familie in voormalig Joegoslavië doorbracht, maar ook talloze kattebelletjes en hersenspinsels tussendoor.  Van lief, toen we nog beste vrienden waren en hij mijn eindeloze schrijfsels beantwoordde met korte maar vooral erg grappige A4-tjes. Van eerste liefde A., een liefdesbrief maar ook een goedmaak-brief. Van vakantieliefde C. een lange-afstand-liefdesverklaring in gebrekkig Engels. Hij deed het nog eens bondig over in een telegram:

I - STOP - LOVE -STOP - YOU.

C.

Met mijn moeder schrijf ik brieven sinds ik moeder ben geworden van kleine man. Hoewel ik dacht haar al door en door te kennen, hebben deze brieven haar een andere dimensie gegeven. Dierbaar. Toen ik klein was, schreef ze me al. Dan vond ik een brief in mijn tas als ik op schoolreis was of later op een verre reis. Mijn vader schreef dan ook altijd een of twee velletjes vol. Brieven, het woord alleen al vind ik mooi. Een belofte. Een envelop op de mat met je naam en adres handgeschreven. Geluk. Iemand heeft aan jou gedacht en tijd vrijgemaakt om je te schrijven. Meestal doe ik even mijn ogen dicht om diegene te zien zitten met pen en papier. Dan begint de brief heel netjes en piept halverwege het echte handschrift erdoorheen waardoor je soms moet puzzelen en bedenken dat lusjes vast en zeker kusjes zijn. Nog niet zo lang geleden kreeg ik een brief van vriendin S. waardoor ik heel even bij haar in Spanje was en haar dagelijkse bezigheden. Anders dan de digitale berichtjes die we elkaar ook sturen.

Omdat ik zo van brieven houd, schrik ik van het bericht op Radio 1, dat - na het verdwijnen van veel brievenbussen - nu ook gekeken wordt naar de mogelijkheid brieven voortaan te scannen en digitaal  te versturen. Een alternatief is een centraal afhaalpunt in de buurt. Het laatste hoop ik terwijl ik mijn eerste teleurstelling wegslik. Daar wil ik dan wel werken. Een klein winkeltje met postvakjes tot aan het plafond. Hoopvol komen buurtbewoners binnen. Is er een brief voor ze gekomen? Als ik ze een paar weken heb moeten teleurstellen, adviseer ik ze zelf pen en papier ter hand te nemen en een begin te maken. Schrijf iemand van wie je veel houdt en vergeet het PS niet. Daarin stel je een vraag die alleen per brief te beantwoorden is. Die vraagt om het geduld van een wit papier. Van even ervoor  zitten, aan de ander denken en aan dat wat je wilt zeggen maar misschien nog nooit hebt gedaan. In mooie en afgewogen zinnen. In mijn afhaalwinkeltje  verkoop ik briefpapier en enveloppen in alle kleuren en pennen die het schrijven makkelijk maken. Je kunt er koffie drinken en appeltaart eten en zitten bij een tafeltje aan het raam. Aan een prikbord hangen vrolijke kaartjes met penvriend/in gezocht. De postvakjes vullen zich al gauw met brieven en ik moet iemand aannemen omdat...

Krijg jij wel eens een brief?  Schrijf jij wel eens een brief?

Als je het vandaag doet, kun je 'm nog ouderwets op de post doen. Gaat een postbode 'm bezorgen. Valt hij morgen of overmorgen op de mat. Geluk. En voor je het weet zit er ook iets in jouw postvakje.


Briefgeluk

woensdag 27 maart 2019

De moeder de vrouw

Mooi thema deze boekenweek: de moeder. Er bestaat volgens mij geen mooier woord (sorry vaders!) dan moeder of mama. Niks meer aan doen. Zou je denken. Maar stichting CPNB niet. Die gaf er een draai aan met de klinkende zin 'de moeder de vrouw'. Naar een gedicht van Martinus Nijhoff uit 1934 waarin de moeder centraal staat, aan het roer van het schip dat de dichter over de Waal ziet varen. Bedoeld als ode, legt de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek op hun site uit, geschrokken van de ophef die er ontstond. Het gaat ze immers om de sterke vrouw, niet die achter het fornuis alsof het een het ander zou uitsluiten. Verbaasd zijn ze ook. Want de keuze om een man over 'de moeder de vrouw' het boekenweekessay te laten schrijven, getuigt juist van emancipatie. Want, dat hij een man is, heeft ze er niet van weerhouden voor hem te kiezen. Dapper hoor. En daar hield het niet bij op, want ook voor het boekenweekgeschenk lieten ze hun oog vallen op een man, Jan Siebelink, waar ze het in hun verdediging verder maar niet over hebben. Verstandig. Want wat kun je daar voor zinnigs over zeggen, behalve dat het misschien grappig is dat het boekenweekgeschenk 'Jas van Belofte' door de stichting wordt aangeprezen als een ode aan een vriendschap, aan een vader, aan het schrijven.

Een zin als 'de moeder de vrouw' doet me niet denken aan Martinus Nijhoff. Wel aan moeder de gans, andere tijden, schorten en de geur van doorgekookte spruitjes. Heb ik niet lang over nagedacht, dat zijn gewoon de eerste gedachten die bij me opkomen. Niet prettig. Niet inspirerend. Niet van deze tijd. En aan de ophef te zien, ben ik niet de enige. Die verbaasde me dan ook niet. Wat me wel verbaast, is de verbazing van een Stichting die een brede taak als heel Nederland aan het lezen krijgen zo beperkt heeft opgepakt.

Zaten ze in een ivoren toren toen ze deze zin bedachten als paraplu voor de boekenweek? Waren er ook moeders de vrouwen bij?  Zou niemand zin hebben gehad - na een lange brainstorm - de nog langere wenteltrappen naar beneden te nemen om even hun neus naar buiten te steken? Even met hun voeten tussen de mensen te staan waarvoor... Zouden ze wel even gedacht hebben aan de mensen waarvoor... De mannen en de vrouwen. De vaders en de moeders. De jongens en de meisjes. De zonen en de dochters.  Of klopten ze elkaar al tevreden op de schouder? In hun nopjes? Nu alleen nog de schone taak een schrijfster te kiezen die - misschien wel onderbelicht in eerdere boekenweken - deze keer volop in het spotlicht kon staan. En hebben ze toen moeten erkennen dat schrijvers nu eenmaal... Ja, dat dat het toppunt van emancipatie zou zijn. Waar je ook meteen aan moet denken als we het hebben over 'de moeder de vrouw'.

Mooi thema deze boekenweek: de moeder. Niks meer aan doen. Zou je denken. Maar vanuit ivoren torens kijk je nu eenmaal anders naar de wereld die je aan je voeten denkt.

vrijdag 22 maart 2019

God damn it, you've got to be kind

Tsja, wat moet je schrijven na zo'n week. Een week waarin een man met een geweer het leven van anderen nam. Zomaar op klaarlichte dag. In de tram. Drie mensen stierven ter plekke. Zeven mensen raakten gewond, waarvan drie mensen zwaar gewond. Een man met een geweer ontnam een jonge vrouw van 19 en een jonge man van 28 te ontdekken wat het leven hen nog allemaal brengen zou. Een man met een geweer ontnam drie kinderen hun vader. Met zijn daad bracht hij de nabestaanden een verdriet dat nauwelijks te dragen is. En waarom? Een vraag die geen bevredigend antwoord kent. Uit geloofsovertuiging? Welk geloof valt hiermee te rijmen? Uit eerwraak? Waar is de eer? Uit gekte? Vast. Uit haat? Zeker. Het verdriet wordt er niet minder om. Het voelt rauwer nog.

Troost halen we niet bij de dader, bij zijn waarom, bij zijn haat, bij zijn zwart wit denken dat allang zwart was. Hij mag voor altijd zwijgen en pas weer spreken als het woorden van diep berouw zijn.

Troost halen we uit ons ongeloof. De bloemen op het plein en de tranen die vallen. De stille tocht, barmhartigheid en liefde. In Nederland. Maar ook in Nieuw-Zeeland waar een week eerder een man met een geweer... Het was niet de eerste keer en waarschijnlijk ook niet de laatste keer. Maar mocht je denken dat woede het antwoord is dan heb je ongelijk. Denk ik.

Laat kindness je antwoord zijn.  Be kind voor de ander. Be kind in je mening. Be kind in je keuzes. Be kind in je daden. In De Correspondent las ik vandaag een mooie quote uit de roman God Bless You, Mr. Rosewater van Kurt Vonnegut:

Hello babies. Welcome to Earth. It's hot in the summer and cold in the winter. It's round and wet and crowded. At the outside, babies, you've got about a hundred years here. There's only one rule that I know of , babies - God damn it, you've got to be kind.



woensdag 20 maart 2019

Stemwijs en spaghetti-armen

Terwijl oudste de stemwijzer doet aan de keukentafel, spring ik onder de douche. Het liefst was ik naast haar blijven zitten omdat ik nieuwsgierig ben naar haar antwoorden. Maar na haar eerste twee keuzes op mijn lip te hebben gebeten, maak ik me uit de voeten. Ik ben haar Pina niet haar stemwijzer.  Als ik beneden kom, heeft ze de uitslag nog op het scherm staan. Groen Links met stip op 1. Ik glunder achter mijn espresso. De dag kan beginnen.

Ik breng kleine man naar school.Voor hem is het geen stemdag maar prikdag. Vandaag krijgt hij als achtjarige de negenjarige-prik die al een tijdje boven zijn hoofd hangt als het zwaard van Damocles. Beste vriend T. kreeg hem vorig jaar en sindsdien maakt deze prik deel uit van hun horror-verhalen. Tel daarbij op dat hij ooit meeging toen zijn zussen een prik moesten halen en hij herinnert zich nog levendig het gillen dat hij daar hoorde in de sporthal...

Kortom, de Efteling en Clash of Clans zijn naar de achtergrond verschoven en we hebben het al een paar weken over de prik. Ook ik hoop inmiddels dat we het snel achter de rug hebben. Maar eerst stemmen. Ik ben niet de enige. Vriendin W. doet nog snel de stemwijzer (Christen Unie tot haar afgrijzen!) en vriendin T. meldt opgelucht dat stemwijzer het eens is met haar voornemen op Groen Links te stemmen. Bij vriendin W. doemt nu ook Code Oranje op, waar we alledrie nog nooit van hebben gehoord. Je mag het zelf weten hoor, app ik ter geruststelling.

Het is een dag van ontroering. Want wat is alles toch goed geregeld in Nederland. De wegwijzers naar het stemhokje, de vier aardige vrijwilligers die me nog net niet in het hokje zetten. En als ik met kleine man ga prikken, kunnen we ook niet om de GGD-borden heen. Er staat een kleine file die door een man in een oranje hesje vriendelijk lachend in goede banen wordt geleid. We mogen gratis parkeren en volgen daarna nog meer GGD-bordjes tot we bij een lange rij vol negen- en dertien-jarigen komen met ouders. Kleine man heeft inmiddels bijna geen kleur meer op zijn wangen en hij probeert zijn angst met woorden te bezweren. Eenmaal binnen mogen we van een vriendelijke vrijwilliger lopen naar een andere vriendelijke vrijwilliger die een groene klaar-over in de lucht gestoken heeft. Tussen twee zusters in legt kleine man nog maar eens uit dat hij zenuwachtig is. Ze stellen hem met stralende glimlachen gerust en vragen hem spaghetti-armen te maken. Tegen de tijd dat hij begrijpt wat ze daarmee bedoelen, zijn beide prikken al gezet. Klaar!

Maar het onderwerp van gesprek nog niet. Want dat viel mee. Hij had niks gevoeld. Nou ja bijna niks.  Na een ijsje bij IJskoud de Beste waarschuwt hij thuis kat Teigermuis wel een beetje voorzichtig te zijn met zijn linkerarm. Want die voelt een beetje stijf. De kat houdt haar hoofd schuin en gaapt.

Als we deze enerverende dag afsluiten met oma bij Kannibalen en Paradijsvogels wil hij er nog één ding over zeggen: "Oma, de prikken voelden als citroenen op mijn huid." We knikken en ik denk hem stiekem een schrijver als hij groot is. Of beroeps-ouwehoer.

Stem wijs!

vrijdag 15 maart 2019

Mogelijk

Grote kleine man is vrij. De leraren van zijn school staken. Eigenlijk zouden we er ook moeten staan, maar J. vond de klimaatmars wel even genoeg. In gedachten dus en met iets van lichte schaamte sta ik achter ze, al die hardwerkende leerkrachten die alle dagen van de doordeweekse week onze kinderen onderwijzen. Dat ze gehoord mogen worden, minder bureaucratie en hogere salarissen. Dat het onderwijs een betere plek mag worden. Voor iedereen die er werkt. En voor onze kinderen. Dat straks ook een deel van die kinderen het onderwijs in wil en kan. Gek eigenlijk dat er waarschijnlijk niemand is die het belang van goed onderwijs niet onderschrijft en toch... genoeg reden om de straat op te gaan.

Grote kleine man bouwt een achtbaan, van houten knikkerbaan- en treinspoor-delen. Later wordt hij misschien wel achtbanen-bedenker van onmogelijke achtbanen. Die gaan dan wel duizend kilometer per uur. Voor mensen die dat durven. Eerst mogen de knikkers oefenen. Op een niet zo onmogelijke achtbaan. Tikkend rollen ze zigzaggend door de houten geultjes. Het klinkt gezellig. Over de achtbaan heen stap ik voorzichtig naar de Sonos-geluidbox om ons favoriete nummer van dit moment harder te zetten: "Dont stop me now" van Queen.

"Als ik dit nummer hoor, denk ik dat ik alles kan", vertelt mijn achtjarige.
Ik knik: "Dat heb ik ook."

Terwijl de knikkers opnieuw aan de niet zo onmogelijke afdaling beginnen, komt er een gedachte op in de achtbanen-bedenker:

"Misschien was ik wel Freddy. In een vorig leven."
"Tja", twijfel ik hardop, "als je gelooft in reïncarnatie."

We zijn er even stil van.

"Als dat zo is, ontdekken we binnenkort wel jouw talent in de muziekschool."
"Ja", antwoord de gereïncarneerde Freddy afwezig.
"Misschien was je vader wel Freddy in een vorig leven."
Maar dat kan natuurlijk niet, wijst mijn zoon me terecht: "Papa heeft hem nog live zien optreden."
"Oh ja." Om te reïncarneren moeten dood en geboorte wel op logische volgorde plaatsvinden.

Terwijl J. aan een uitbreiding van de achtbaan bouwt, bedenkt hij alvast een naam voor de achtbaan die hij later gaat bedenken: Queen. Ik vind het een goed idee en kan het niet helpen een beetje te smelten bij de aanblik van vandaag.

"J. weet je dat ik heel veel van je hou?"
"Oke."
"Hou je ook veel van mij?"
"Ja, maar ik ben nu even bezig met mijn achtbaan."

Talent moet je niet teveel in de weg zitten. Net als dromen. Zaadjes zijn het. Van mogelijke bloemen. In alle mogelijke kleuren. In alle mogelijke maten. Van beroemde zanger tot achtbaan-bedenker of misschien wel leraar.  Met het juiste zetje is niks onmogelijk. Toch? Behalve dan dat ik ooit in die onmogelijke Queen-achtbaan stap.


I'm a shooting star, leaping through the sky
Like a tiger defying the laws of gravity
I'm a racing car, passing by like Lady Godiva
I'm gonna go, go, go
There's no stopping me

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...