dinsdag 8 januari 2019

Lost or found?

Wanneer ben je vrienden? Mijn vriendschap met C. had een hobbelige start. Ik leerde haar kennen op het werk, waar C. op de gang zat omdat er nog geen bureau beschikbaar was. Ik vond haar eigenlijk meteen leuk. Grappig en spraakzaam maar ook een beetje overweldigend. In haar leven was vast geen plek voor nog een vriendschap, dacht ik. Vriendin Y. waar ik dagelijks mee van en naar het werk pendelde had minder last van drempels en sloot vriendschap met C.

Algauw brachten we elke dinsdagavond samen door met kaasfondue en Ally McBeal. Y. als een baken tussen ons in, onzeker wat de een van de ander en de ander van de een dacht. Tot we op een dinsdagmiddag voorafgaand aan de kaasfondue met zijn tweeën in de kroeg belanden en elkaar dat bekenden. Aan de buitenkant zo verschillend, van binnen zo hetzelfde. Het kwartje viel en onze vriendschap begon. Wat een feest! We leerden elkaar door en door kennen. Op het werk en ook daarbuiten. Uren brachten we door in haar driehoog achter in Utrecht of mijn driehoog achter in Amsterdam. Pratend, lachend en filosoferend over het leven. Ooit zouden we samen een boekwinkel beginnen waar iedereen uit de buurt graag zou komen en altijd kon blijven eten. Want C.  kon heerlijk koken. Van niets iets maken, dat was ze ten voeten uit. Of het nou om eten ging of een saaie borrel op het werk. C. strooide met haar sterrenstof, vastberaden het leven met duizend armen te omarmen. Weinig slaap nodig. Wel wijn en schoenen om op te dansen.

We kregen andere banen, relaties die aan en weer uit en weer aan gingen en we verhuisden.  Onze vriendschap bleef. Ondanks dat we allebei een hekel aan bellen hadden. Ondanks onze drukke levens. Ondanks de steen waar we ons af en toe onder verscholen. We wisten elkaar altijd weer te vinden. En dan was het goed. Vriendschap is voor altijd, geloofde C, ook als je elkaar een tijdje niet ziet. Ik geloofde C.  en wist haar in mijn hart. Daar zaten we samen op een barkruk te kletsen. Genoeg herinneringen om op te halen. Maar nieuwe herinneringen werden schaarser. Ik werd zwanger en voor het eerst leken we iets niet te kunnen delen. Voor het eerst leek de afstand tussen Amsterdam en Den Haag inmiddels te ver om te overbruggen. Bleef er iets onuitgesproken. Ging het leven ook wel door zonder haar. Ondanks een vaag gevoel van spijt. Uitmaken deden we niet, vriendschap is voor altijd. Toch? 

Wanneer ben je vrienden? Ik weet het nog precies. Daar in die kroeg op de Zeedijk. En voor altijd in mijn hart. Maar toch. Wanneer ben je geen vrienden meer? Vorig jaar heb ik haar één keer gezien. Ze was nog steeds leuk. Grappig en spraakzaam. Vertrouwd overweldigend. Maar toch. Haar zoon is een jaar jonger dan die van mij. Ik heb hem niet vaak gezien. Zij die van mij ook niet. Op LinkedIn las ik pas dat ze een nieuwe baan heeft, een goede baan zoals bij haar past. Dat ik even thuis zit van mijn werk, weet ze niet. Ik ga het haar binnenkort vertellen als we elkaar zien. We appten vorige week om af te spreken. En vandaag viel er een kaart op mijn mat. Een kerstkaart nog met de beste wensen voor 2019. Die van vorig jaar zat er ook bij. Een plaatje van Ally McBeal op de voorkant. "Weet je nog?", schrijft C. Ik glimlach.

Wanneer ben je vrienden en wanneer ben je vrienden van weleer?


Lost or found?

2 opmerkingen:

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedach...