donderdag 30 mei 2019

Aan de buitenkant niets te zien

Ben je alweer aan het werk? Een berichtje van W. die ik al een tijdje niet heb gesproken. Nee, tik ik, helaas niet. De cursor knippert. Ik wil er nog iets aan toevoegen maar weet eigenlijk niet wat. Een verontschuldiging. Een uitleg. Zodat ze het begrijpt? Maar als de woorden niet komen, besef ik dat  het onbegonnen is. Ik begrijp het nog maar half. Ik klik op send.

Aan de buitenkant niets te zien. Ik lig niet verscholen onder mijn dekbed (nou ja, op de normale tijden). Ik houd de gordijnen niet dicht (nou ja, op de normale tijden en als ik een keer in mijn onderbroek in de woonkamer wil dansen) Ik boodschap en was. Ik smeer boterhammen voor de kinderen, stop onder, knuffel en lach. Ik kam mijn haar. Ik geniet nog altijd van de eerste koffie van de dag en maak lijstjes van wat ik wil. Anders zijn de dingen die ik erop schrijf. Anders is dat ik niet naar mijn werk ga. Anders is dat niet meer gaat wat zoveel jaren zo vanzelfsprekend was als tanden poetsen. Het kwam niet uit de lucht vallen. Als een mooie donderwolk die de hemel plotseling zwart kleurt. De wolkjes hadden zich langzaam opgestapeld. Maar dat wende en ik probeerde er figuren in te ontdekken. Hopend dat ze voorbij zouden waaien of in nieuwe figuren zouden veranderen.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Pas op, scheefgezakte fundering. Niets wat niet te repareren valt maar nog even puzzelen hoe of wat het beste. En dat kost tijd, vertelt de uitvoerder me maar weer eens. Hij schuift geduld en vertrouwen naar voren als ik grap wat dat allemaal gaat kosten. Mijn nieuwe beste vrienden. Veel gevoel voor humor hebben ze niet, maar wat zijn ze lief. Geduld probeert met zachte bezem de boel stofvrij te houden. En vertrouwen vertelt me dat ik het stutten van de balk niet alleen hoef te doen. Maar aan de buitenkant niets te zien. Dus soms zeg ik het. Of ik vraag. Ik zoek.

Ik ril, want het is koud. Soms.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Ik draag mijn steentje bij. Niet alleen. Gelukkig. De oude deur moet vervangen. Ik kies voor wijs hout met een bovenlicht van glas in lood. Het licht valt anders naar binnen nu. Mooi. Geduld en vertrouwen hebben een stoeltje voor me neergezet. Ik ga zitten en knijp mijn ogen dicht. Door mijn oogharen heen zie ik voorzichtig de nieuwe contouren van mijn oude huis.


zaterdag 25 mei 2019

Paarse pannenkoeken

Het is Lentefeest op school van de kleine man. Dat betekent spelletjes op het schoolplein, talenten op het podium en hapjes die door de ouders worden bereid. Het thema is dromen en het hoogtepunt is de nachtmerrietent waarin de kinderen invaljuf T. moeten trotseren. Kleine man kan niet wachten en komt vrolijk de tent weer uitgewandeld. "Juf T. is in de klas veel enger", concludeert hij. Op zijn spelletjeskaart is hij één stempel dichter bij een broodje Wesp.

De tafels vullen zich met hapjes. Gele, witte en paarse, per klas een kleur. Dat levert op onze tafel paarse pannenkoeken en chemisch uitziende cakejes op. Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt met een bakje baba ganoush, crakers en paarse druiven. Die laatste zijn in goed gezelschap van stokjes biet en druif. "Proberen?", vraagt de stokjesvader. "Eh". Eerst maar eens een biertje. De zon schijnt en ik hoef niks. Kleine man is geen kleine man meer, dus hij hoeft niet in de gaten... Stel je voor. Af en toe komt hij vragen naar de bekende weg. Een glaasje Cola. Omdat hij het antwoord al weet, is hij ook snel weer weg.

Het Lentefeest valt bijna samen met sportdag en de avondvierdaagse. Niet vergeten in te schrijven en te betalen ook. Hoeveelste jaar is het ook alweer? In de ouder-app-groep worden begeleiders gevraagd voor sportdag. Een dag later nog steeds en als we willen dat de sportdag doorgaat... Altijd goed voor het toch al eeuwige schuldgevoel van deze moeder. Iets waar lief nooit last van heeft. Heerlijk lijkt me dat. Maar niet voor te stellen. Dus probeer ik af en toe te helpen in de klas. Boeken en tafels aftekenen. Een druppel op de gloeiende plaat. Als je wil, kun je mee op schoolreis, helpen bij het kerstdiner, in de OR of de MR, in de feestcommissie of mee op kamp. Als je wil. Toen kleine man voor de allereerste keer op schoolreisje ging naar het Sprookjesbos, ging ik mee. Drie kleuters om in de gaten te houden waarvan slechts eentje (mijn eigen) in mijn systeem zat. Gesloopt was ik einde dag. Een werkdag was er niets bij. Of die keer naar het theater met middelste. Bus, bovenbouw, stad en theater. Van het stuk kan ik me niks meer herinneren. Ik heb waarschijnlijk even mijn ogen dicht gedaan.

Kortom. Als ze het van mij moeten hebben, zou de sportdag zomaar niet door kunnen gaan. Hoewel ik waarschijnlijk voor de allerlaatste oproep zou zwichten. Schuldgevoel doet wonderen. En natuurlijk zijn die kinderen leuk. Ze maken me vaak aan het lachen als ik tafels of boeken afteken. Boek 103 voor T. of alweer de tafel van acht met A. Een giechel tussen elke som. En op het schoolplein tijdens het Lentefeest. Biertje erbij. Opletten niet nodig. Wat zijn ze leuk. De groten, de kleintjes en die ertussenin. Ook al gaat de baba ganoush weer mee naar huis. Volgende keer gewoon in het gekochte bakje laten, dan weten de kinderen en ouders zeker dat het smeerseltje niet zelf is gemaakt. Maar de volgende keer zal het thema wel oranje zijn of vierkant.





vrijdag 10 mei 2019

Loopbeentjes

Ik ben begonnen met hardlopen. Mijn onsportiviteit begon ernstige vormen aan te nemen en het contrast met sportlief onoverbrugbaar. Dus. En omdat er geen sprake is van een geen-zin-team op de Paralympics (idee van Paulien Cornelisse) waren mijn excuses op. Hup dus met die loopbeentjes, zoals de Belgische Evy Gruyaart me nu drie keer in de week aanmoedigt. Wanneer ik de app open, zie ik een blije, fitte en vrolijke dame met staart. Ik betwijfel of ik er ook zo uitzie, ondanks een soort van zelfde staart. Soms loopt oudste mee en als ze dan aan het einde van de lange weg op me wacht, vertelt ze me dat ik een rare zwiep met mijn rechtervoet maak. "Dank je schat", hijg ik cynisch, "in mijn hoofd liep ik vederlicht en soepel achter je aan maar laat me vooral niet in de waan." Ze haalt haar schouders op en is alweer vertrokken. Zonder zwiep maar blij, fit en vrolijk. Met staart.

Ik loop dus liever alleen. Nou met Evy dan, omdat zij precies vertelt wat ik moet doen en ik zonder haar instructies al binnen vijf minuten weer thuis zou zijn of in het dichtstbijzijnde café zou zitten. Met koffie en appeltaart. Behalve Evy mag ik ook graag Douwe meenemen. Douwe Bob of Bouwe Dop zoals we hem noemen sinds vriendin T. hem zo aansprak op een festival met een paar wijntjes teveel op. Bouwe is goed gezelschap. Als ik dapper begin aan vier minuten lopen (dat is dus niet wandelen zoals ik mijn eerste training dacht) zingt hij:

I Smoke and I drink.
And I don't work out but I think.

Er verschijnt dan altijd even een glimlach op mijn gezicht. Wat er vast eng uit moet zien, met dat zwiepende been en die wilde staart. Maar de schapen en koeien onderaan de dijk kauwen onverstoord door. Een tegenliggende hardloper steekt een goedkeurende duim naar me op. Het lijkt alsof ik met mijn hardloop pogingen toegetreden ben tot een geheime club met onuitgesproken mores. Hij kan natuurlijk ook gewoon aardig zijn en zien dat deze beginner alle support kan gebruiken. Ik mag alweer wandelen van Evy. Terwijl mijn tempo langzaam achteruit gaat, haal ik zoveel adem als ik kan. Ik merk dat het me goed doet. Het lopen, de buitenlucht, Bouwe en hij zingt:

Running faster doesn't mean you can't fall behind.

Ik knik, terwijl ik mijn loopbeentjes alweer aanzet tot de volgende vier minuten. De zin raakt me. Als er iets is wat ik heb geleerd het afgelopen halfjaar, nog steeds leer... Als ik de training heb afgerond is Evy fier op me. En weet je wat. Ik ook.


Hardlopen, zelfs tijdens ons weekje Engeland. Het moet niet gekker worden. Na afloop verse donuts halen op het strand. 



Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...