donderdag 6 maart 2014

Nachtzuster

De afgelopen twee weken werd het weer eens pijnlijk duidelijk: ik ben geen Florence Nightingale. Niet in de verste verte. Manlief was ziek. Goed ziek. Hij was namelijk zo ziek dat hij niet naar zijn werk kon. Hij probeerde het nog wel, zo tussendoor. Maar lag vervolgens nog zieker weer op bed. Ik had met hem te doen. Zeker. Dus ik ging bij hem zitten op de rand van het bed en zei- volgens de zieke - alle verkeerde dingen (denk: 'je hebt te hard gewerkt', 'alle vermoeidheid komt er nu uit', 'zal ik de dokter bellen', 'je haalt het niet in je hoofd morgen weer te gaan werken'). Als dank voor mijn bezorgdheid kreeg ik slechts een boze blik net boven het dekbed uit.

Zeker, ik bracht kopjes thee, maar ik moet toegeven dat ik wel eens halverwege vergat dat ik thee aan het zetten was. Zeker, ik voelde aan zijn voorhoofd, maar altijd met net te koude handen. En zeker, ik dook in de medicijnkast voor verlichting om vervolgens met pillen zonder bijsluiter aan te komen ('deze is met codeïne, ik geloof dat je dan minder gaat hoesten') en een vergeten zwangerschapstest (manlief heeft minder gevoel voor humor als hij ziek is). Om het nog erger te maken, werd kleine man ziek. Aangestoken door grote man. En ik ben dan geen Florence Nightingale, maar wel een Italiaanse mama. Gevolg: snotterende kleine man lag 's nachts tussen ons in, waardoor grote man geen oog dicht deed en al bibberend vertrok naar het (stapel)bed van kleine man.

Na twee lange weken besefte ik niet alleen dat er geen nachtzuster aan mij verloren was gegaan, maar besefte manlief dat ook. Het huishouden begon inmiddels ook wat scheurtjes te vertonen en een identiteitscrisis lag op de loer (waar ben ik dan wel goed in?).  Net op tijd beseften we dat we het maar goed met elkaar hadden getroffen. De gemankeerde nachtzuster was getrouwd met een 'laat-me-gewoon-maar-met-rust-als-ik-ziek-ben-man' Was dat even mazzel.

Inmiddels is mijn lief beter, hij hoest nog wel maar doet dat meestal in de gangkast om mijn preken te voorkomen. Ik heb al twee dagen een keel van schuurpapier en spierpijn alsof ik de marathon heb gelopen. En aangezien het laatste niet het geval is, ben ik bang dat ik na grote man en kleine man aan de beurt ben. Het is vast karma. Hoewel ik dan wel weer de mazzel heb dat ik een man heb getrouwd aan wie een groot verpleger verloren is gegaan.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedach...