maandag 27 april 2020

Happertjes zijn we

8 jaar getrouwd. Terwijl ik het ontbijt op bed maak dat jij me gisteravond beloofde, denk ik aan alles wat achter ons ligt maar bij ons bleef in veranderde vorm. Het gezin waar we samen aan begonnen. Met voorsprong, want plus twee. Ze waren 9 en 6 toen ze hun handtekening zetten onder ons 'Ja, ik wil' in dat witte kerkje in Amsterdam Noord. Onze lieve familie en vrienden dicht op elkaar in de banken. De hekkensluiter droeg de ringen, want bijna 2. Geluk in één dag gevangen. Er volgden meer. Ze kleurden de gewone dagen. Gaven het hollen en het vliegen, de vermoeidheid en ook tegenslag tegenwicht. Het ene jaar meer in balans dan het andere.

De liefde bleef. In al haar onverstoorbaarheid. Ik, die twijfel aan alles, twijfel nooit aan jou. Hoezeer ik me soms ook verwonder over hoe verschillend we gebakken zijn. De herkenning zit in de kern. In  mijn hart, dat je al kraakte toen je achttien was.  De allerliefste keter. Ontregelaar, nog steeds. Van baksteen. Onverstoorbaar in je liefde voor de kinderen, mij en nog wat geluksvogels.

Zoveel als ik van woorden houd, jij laat het liever zien. Waar de nacht in de dag overgaat, dat zijn wij. Dat magische moment van alles en niets. Rust en belofte.

8 jaar getrouwd. Geen papier meer. Maar van stevig karton. Vrolijk gekleurde vellen die we vouwen in verschillende vormen. Wensbootjes, slingers, harten met hoekjes en happertjes met verborgen zinnen. Eenmaal gevouwen lijntjes blijven zichtbaar als de voorzichtige kreukels op onze lijven. Mooi, vind jij. Wars van ijdelheid alsof je stiekem weet waar het om gaat. Ik denk het ook te weten.

vrijdag 24 april 2020

Kom je bij me

Dan geef ik je een zetje.

Dat hele moederschap valt natuurlijk ontzettend mee. Met liefde en goede zorgen kom je een heel eind. Ze worden vanzelf groot. Ook als je er niet de hele dag met je snuf bovenop zit. En daarin zit de grootste angel voor de(ze) moeder: loslaten. Amen.

Vanaf hun geboorte begin je daar eigenlijk al mee. De eerste keer naar de crèche (en voor de deur het wenuurtje op je horloge wegkijken). De eerste keer logeren (en je, pasgetrouwd, in het vliegtuig afvragen waarom je per se naar New York moest voor jullie huwelijksreis). De eerste keer school. Afspreken. Buiten spelen (in het zicht). Buiten spelen (uit het zicht).

De regel is eigenlijk, hoe groter, hoe minder snuf. In theorie dan, de praktijk hobbelt daar regelmatig bokkig achteraan. Maar diep van binnen weet je dat daar je grootste taak ligt. Je kinderen opvoeden tot zelfstandige mensen die niet in zeven sloten tegelijk lopen (en als ze dat wel doen, tenminste hun zwemdiploma en een droge onderbroek op zak hebben). Veel oefenen dus. En geen ge-curling. Je moet maar zo denken dat ze op hun 18e beginnen te dromen over verre wereldreizen (alleen of in ieder geval zonder jou) en op hun 20e daar zomaar het geld voor bijeen gesprokkeld kunnen hebben.

Als ik weer eens moeite heb met loslaten, doe ik mijn ogen dicht en zie ik ze alle drie staan. Op het vliegveld, rugzakje op en een ticket voor naar weet ik niet waar.  Dan kun je maar beter veel geoefend hebben. Met elkaar. Maar natuurlijk bedoel ik dan vooral mezelf. Ik hou me vast aan mijn lief die daar veel beter in is dan ik. Hij heeft nu eenmaal niet zo'n levendige fantasie als ik. Ook al weet ik heus dat niet alles wat ik denk waar is. Maar ik dwaal af.

De hele middag het huis voor me alleen. Een zalige zeldzaamheid deze laatste weken. Heerlijk dus. Zou je denken. Maar jongste is zwemmen met vriend O. "Leuk", zeg ik tegen de moeder van O. die ik bel om te informeren of zij daar toevallig ook bij is.  En "Dat is toch veel te koud" bedenk als ze niet mee blijkt te gaan. Ze lacht en komt op de belachelijke gedachte dat mijn zoon dan kan besluiten niet te gaan zwemmen. Ja, lach maar, zeg ik tegen niemand in het bijzonder en ook niet hardop. "We komen jullie kant op, hij fietst het laatste stuk alleen".  Ik duw de curling-moeder opzij, terwijl ik A, B én C sis.

Het werd een heerlijke lange middag. Ik belde een vriendin (wiens zoon én dochter kite-surfen). Ik appte een andere vriendin (die een heel relaxte moeder is) voor wat wijsheid. En toen ging ik maar bloggen. Als mantra.

Tot ik een berichtje kreeg van de moeder van O.: "Ze zijn weer boven water hoor (plus een smiley die huilde van het lachen)."

Dat hele moederschap valt natuurlijk ontzettend mee.

dinsdag 21 april 2020

Het is tijd

Het is tijd voor een nieuwe economie. Een economie die uitblinkt in eenvoud

Ik lees het stuk een paar keer deze week. Het Hoogste Woord komt van Yves Gijrath in Het Parool. Hij vraagt de regering na te denken over een Jip-en-Janneke-economie waar gezond verstand en heldere taal voorop staan. Ik kwispel zoals Takkie zou doen en grom naar alle voorbeelden die hij aanhaalt uit onze huidige economie. Belastingontduiking van de grote bedrijven. Marktwerking van de zorg. Verrijking van de aandeelhouders ten koste van een gezonde bedrijfsvoering. Allemaal mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse regering. Uitgelegd in Jip-en Janneke-taal: geld is belangrijker dan wat dan ook en het vergaren ervan mag ten koste gaan van mensen, gezondheid en de aarde.

De zwakke plekken van onze economie worden pijnlijk bloot gelegd de afgelopen weken. De tekorten in de zorg. De overbelasting van het onderwijs. De flexwerkers die mogen barsten. De minachting voor Kunst. Het gebrek aan inspirerende leiders is de kip, het ei en vooral veel haantjes. Grrrrr. Laat deze zwakke plekken de leidraad zijn voor een nieuwe economie. Een economie die uitblinkt in eenvoud.

Geen belastingontduiking meer. Elke werknemer wordt aandeelhouder van het bedrijf waar hij of zij werkt. De ouderwetse aandeelhouder verklaren we boventallig. Die mag voor de rest van zijn leven het geld tellen dat hij heeft vergaard. Geld is niet langer een doel maar een middel. We gaan passende salarissen betalen. Voor de cruciale beroepen maar ook voor de bullshit beroepen (kan daar een lijst voor komen?). We voeren het basisinkomen in en laten mensen zelf weer hun leven invullen. We gaan minder uren werken met meer mensen waardoor we weer tijd krijgen. We gaan ambacht weer koesteren en kwaliteit en kunst en kennis. We stoppen met reclame. Het geld dat daarin omgaat, kunnen we beter gebruiken. Wat een rust zal het geven. We verruilen de uitverkoop voor werkelijke waarde. We worden weer mensen in plaats van consumenten en laten minstens de helft los van alle spullen die we nodig denken te hebben. We laten de aarde uitrusten en gaan ons bezinnen op ons gedrag.

Het zal de boel op zijn kop zetten. En dat is ook de bedoeling. Om met Loesje te spreken, af en toe moet je het leven ondersteboven houden. Om te zien of er nog meer in zit. En anders.



zaterdag 18 april 2020

Krantenknipsels en biscuitjes met slagroom

We maken een ontbijtdoos want oma Net is jarig. 79 jaar en in haar hele lange leven heeft ze niet eerder in een anderhalve meter maatschappij geleefd. Maar ze laat zich niet kisten. Dus wanneer ze de deur opendoet voor haar onverwachte ontbijt in een doos piept er een vrolijk Hollands vlaggetje uit haar (langer geworden) haar. Ik verdenk opa Henk die erin te hebben gestoken toen hij haar wakker zong. Ook hij laat zich niet kisten.

De gevulde doos vertelt iets over de jarige. Het pak Maria-koekjes verraadt dat ze houdt van biscuitjes met slagroom erop. En dat je haar daar 's nachts voor wakker mag maken. (Sterker nog, vroeger maakte ze daar mijn schoonvader voor wakker.) De druiven zijn iets van de laatste tijd en haar liefde ervoor houdt groenteman E. op de been, ook in deze onzekere tijden. Toen ze nog goed kon zien, knipte ze elke week krantenknipsels voor ons uit. Van leuke uitjes en opvallende en voor ons (volgens haar) relevante zaken. Dus plakken de kinderen knipsels op de doos. Over gratis online muziekles en de Hou Vol-voorpagina van het Parool. We lachen liefdevol om de herinnering aan de talloze knipsels die we vonden als ze bij ons was geweest.

Als het geen ontbijtdoos zou zijn, hadden we er tenminste één gehaktbal in gedaan. Een voorzichtig, zich bij voorbaat verontschuldigend exemplaar, want zo lekker als die van haar kan ik ze niet maken. Je kunt onze kinderen ervoor wakker maken, zeker de jongste. Middelste voor haar suddervlees en oudste voor haar biefstuk (die mijn schoonvader onder haar streng toeziend oog bakt). Maar zoals gezegd is het een ontbijtdoos. Dus bouwen we een torentje van roomsoezen met een kaarsje erop en verstoppen matzes met kleine doosjes zoet beleg (haar redding als ze bij ons eet en ik te alternatief heb gekookt naar haar smaak).

Als we niet in een anderhalve meter situatie waren beland, had ze haar verjaardag zeker gevierd. In een leuk restaurant, dat ik dan zou mogen uitkiezen. Of met een uitje, waar ze de kinderen een plezier mee zou doen. Of thuis, waar ze ons vanaf het moment van binnenkomst tot vertrek zou volstoppen met heel veel lekkers van alleen de beste adresjes, waarmee ze haar Amsterdamse herkomst eer aandoet.

Ze belt. Dat ze zo enorm heeft genoten van de ontbijtdoos. Dat mijn schoonvader alles heeft voorgelezen, van knipsel tot anti-piekerkaartje. Dan verontschuldigt ze zich nog maar eens dat ze in haar badjas opendeed. Maar ze had besloten tot een makkelijke luie dag. Ik geef haar gelijk en lach. Om mijn schoonmoeder die zich niet laat kisten. Die straks tussen de bloemen op haar balkon gaat zitten met een mini-appelflap (ook iets van de laatste tijd). Daar leest ze digitaal de zaterdagkrant van kop tot kont en knipt in gedachten een stuk of twee stukjes eruit. Waarschijnlijk belt ze nog een keer. Om nogmaals te vertellen hoe blij ze met de ontbijtdoos is (en om te vertellen wat er in die niet uitgeknipte stukjes staat).

Lieve schoonmama, ik wens je een dag vol luiheid en gemak. Op meer dan anderhalve meter houden we de wereld van je.

dinsdag 14 april 2020

Kwijt

Lief gaat gewoon naar kantoor en heel even ben ik jaloers op zijn vanzelfsprekende ritme. Daar heeft hij het zo druk dat hij amper tijd heeft om na te denken. Best een luxe, zo nu en dan. Ik schud met lichte tegenzin een fijn lang weekend van me af en sprokkel mijn doelen bij elkaar voor vandaag. Allereerst drie kinderen op gang helpen. Koffie voor de oudste, anders houdt ze haar ogen niet open tijdens de eerste online les. Een schema voor middelste die haar dag begint met een Franse toets. Dan de jongste bewegen stipt om negen uur in te loggen voor Staal.

Stofwolken dwarrelen door het huis en lachen me uit. Ze missen N. net als ik. Toch is schoonmaken ook fijn. De hagelslag speelt verstoppertje op de keukenvloer en tussen de boeken vind ik nog een vergeten paasei. Door het open raam voel ik koude lucht. Ik wissel de stoelen in de kamer voor een andere blik. We hadden zoveel plannen dit voorjaar. Maar we schoven ze vooruit. Hoe ver, dat weten we nog niet. Zoals we wel meer niet weten.

Het moment om in het nu te leven, hoor ik de vertrouwde stem van vriend F. Ik denk aan ons telefoongesprek vorige week. Maar toen scheen de zon en wiebelde mijn hangmat vrolijk in de tuin. Je kunt een dag maken of breken. Met eigen handen. De waarde niet willen zien van wat is. Of haar zoeken op de verkeerde plek waardoor je dat paasei vergeet. Tot.

Alles gaat vanzelf. En vaak ook niet.

vrijdag 10 april 2020

Neuzen en konten

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ik wel. Zo puzzelde ik deze week 500 stukjes in elkaar met kleine man. Easy peasy, volgens hem terwijl hij mij voornamelijk liet zoeken om zelf vervolgens het stukje op de juiste plek te leggen. Het fijnste deel zeg maar of satisfying zoals mijn zoon zegt. Ik vind mezelf niet het puzzelende type. Integendeel. Ik heb al genoeg puzzels in mijn hoofd om me ook nog eens bezig te houden met puzzels die onze keukentafel in beslag nemen. Toch hebben we enorm veel plezier. We zoeken neuzen en konten en speuren naar de kleinste details op het voorbeeld.

Ik denk aan vriendin T. die elke gezamenlijke vakantie wel een oude puzzel in het vakantiehuisje vond. Hoewel ik haar ervan verdacht met puzzelen de storm in haar hoofd  te willen bedwingen, werd ze voor ons toch een baken van rust en een magneet voor de kinderen die af en toe een stukje legden. Vaker naarmate het einde van de vakantie in zicht kwam en de puzzel af moest. Wat altijd lukte. De vakantiepuzzel werd zowel traditie als een dierbare herinnering.

Hoe zullen we straks terugkijken op deze tijd? Als het begin van iets nieuws? Als het begin van een terugkerend iets? Een vreemde traditie? Als een begin waarvan het einde nog niet in zicht is? Als een onderbreking slechts? Als een dierbare herinnering? Of een verdrietige? Aan dat wat ooit was? Aan dat wat toen begon? Aan wat we vonden? Of kwijtraakten? Aan dat wat we wensten?

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ontdekkingen. Dat puzzelen de storm in je hoofd kan bedwingen. En dat de puzzel op de keukentafel lijkt op het leven nu. Een wirwar aan stukjes. We zoeken. En ontdekken dat ze los vaak nergens op lijken nog. Het worden pas neuzen en konten als alle stukjes zijn gelegd.

dinsdag 7 april 2020

Kaas of sushi?

Vandaag blijven we wat langer liggen en kijken het staartje van The Biggest Little Farm op Cinetree. Nu wil ik kippen. En eigenlijk ook een varken. En ik vraag me af of je van een stadsmeisje ook een buitenmeisje kunt worden? Hoewel hij al naar zijn werk is, hoor ik mijn lief grinniken. "Puh", zeg ik tegen niemand in het bijzonder en begin aan de dag.

Kleine man houdt kantoor in de kamer van grote zus A. Een groot Mac-scherm maakt het leren niet per se makkelijker maar wel leuker. Taal en rekenen zijn vandaag een appel en een ei. Hoewel hij de appel nog wel eens als apel wil schrijven. Deze kan ik uitleggen. En we verzinnen een rijtje:

Poten - Potten
Kaken - Kakken
Taken - Takken
Stoken - Stokken

Een wereld van verschil in één letter gevangen. Klaar. Hij levert zijn taak in en het scherm vult zich met vrolijke confetti. Nu alleen nog wereldoriëntatie. Ik mag in zijn groepje.

"Het gaat vandaag over dilemma's..." "Kaas of sushi", vult mijn filosoof in zonder verder te lezen. Zwijgend geef ik hem de gum en lees verder. "Het gaat vandaag over dilemma's over voortplanting." "Dat is wanneer je kindjes krijgt", grinnikt mijn zoon en klikt naar de eerste stelling. Daar kan hij kort over zijn. Die vrouw van 60 mag wat hem betreft een kind op de wereld zetten. "Als dat is wat ze wil", schrijft hij op zijn werkblad. "Leeft ze dan nog lang genoeg om voor haar kind te zorgen?", probeer ik, maar hij is al bij de volgende stelling.

- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."

Geen van de dilemma's zijn voor hem - behalve de wijze waarop je het schrijft - een dillema. Tot de laatste. Of het klonen van mensen een goed idee is? Hij lacht even om het idee dat er honderd klonen van hem zouden rondlopen. Dan stopt hij met lachen en zet een stellig nee op zijn werkblad. "Waarom niet?", vraag ik nieuwsgierig. Hij kan het kristalhelder uitleggen. "Zo'n kloon kan er niet alleen met jouw voetbalkaartje voor een wedstrijd van Ajax vandoor maar ook nog eens met je vriendin."

En dat snijt genoeg houd voor vaandag.


vrijdag 3 april 2020

Kacheltje

Hoewel al zo groot, een bijna tiener, ben je toch nog mijn kleine man. Woensdag was je spelen bij beste vriend T. en kwam ziek thuis. Zo wit als een tafellaken (oké, niet die van ons). Hoofdpijn. Geen trek. Je sliep de hele week slecht vanwege het verzetten van de klok. Heerlijke zomertijd, maar in praktijk was het 's ochtends te vroeg om op te staan en 's avonds ook om te gaan slapen. Bij elkaar opgeteld, viel je na vier dagen om.

Een kwestie van bijslapen? Maar het houdt aan, terwijl je de slaap nu toch wel meer dan hebt ingehaald. Griep dan? Je hoest, spuugt (ook al eet je niks) en legt 's nachts mijn hand op je snel kloppende hartje. Ook de hoofdpijn wil van geen wijken weten. Stom! Driedubbel in deze onzekere weken. Ik probeer mijn moederhart gerust te stellen en sluip ieder halfuur de kamer binnen om naar je te kijken, aan je hoofd te voelen of een geruststellend grapje te maken.

Je klinkt helder maar moe. Slapen is alles wat je wilt. Geen Animal Crossing op de Switch, je nieuwe favoriete spel. Geen iPad en geen YouTube. Zelfs je pas gekregen nieuwe oude mobiel van oma - waarmee je al drie dagen rondliep in je broekzak ook al moest de sim-kaart nog gekocht - kan je gestolen. Ik mag af en toe voorlezen. Uit Harry Potter. Je luistert - anders dan normaal - stilletjes.

Ik denk aan toen je nog heel klein was en in je bedje lag te slapen. Het eerste halfjaar in onze slaapkamer en daarna op je eigen kamer. Vaak sloop ik een paar keer naar boven. Om naar je te kijken als je sliep. Om te kijken of alles wel goed ging. Check. Dubbelcheck. En nog een keer.

Mijn moederhart gerust. Voor even.

"Hoe voel je je, mop?"
"Moe."
"Je bent een kacheltje. Wil je wat drinken?"
"Nee."
"Wat eten dan?"
"Nee."
...
"Mag het lichtje uit, mama."
"Zeker mannetje, kom ik straks weer even kijken"
"Ja."
"Wat doe ik van je?"
"Houden."


Illustratie uit het geweldige boek 'Raad eens hoeveel ik van je hou'.

woensdag 1 april 2020

Over afscheid en zakkenrollers

We zitten op de fiets, kleine man en ik. Onderweg naar beste vriend T. voor een middag op de trampoline. Op de dijk steken we over. "Dat is de eerste keer dat ik niet hoef te wachten om naar de overkant te kunnen", constateert mijn zoon. Hoewel dat wat overdreven is, ben ik met hem eens dat we een kanon kunnen afschieten op straat. Dat beeld maakt hem aan het lachen: "Wel balen voor de zakkenrollers, mam, dat het zo rustig is op straat." Nu is het mijn beurt om het uit te proesten. Mijn nietsvermoedende moppentapper.

De humor ligt op straat de afgelopen weken. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken die me toch ontroeren.

"Zolang we maar gezond zijn en blijven!"

Zo is het. Op anderhalve meter is er minder afstand dan normaal. Eenzame wandelaars knikken vriendelijk. Hou vol, lees ik in hun ogen. Ik ben maar weer begonnen met hardlopen. Mijn vaste rondje met af en toe een gekke kronkel bij tegenliggers op het smalle pad. De waterhoentjes zitten alweer op hun nest. Fijn.

Ik denk gekke gedachten. Dat mensen (lees ik) zich van alles voornemen, als ze maar de tijd zouden hebben. Foto-albums inplakken. Brieven schrijven. Ingewikkelde recepten koken. Bezemkasten opruimen. Maar als mensen (lees ik) dan de tijd hebben, geen van die dingen doen. Of een beetje maar. Ik gooi drie kaartjes in de rode brievenbus en geef er een klopje op. Langs de huizen tel ik zeven beren die gemoedelijk met hun neuzen tegen het raam drukken. Dat mensen dus dingen gaan doen, als ze de tijd hebben, die ze nooit gedacht hadden. Klein geluk.

Alles gaat vanzelf, denk ik aan vriend F. Ik sluit mijn ogen om hem te kunnen zien want dat is alweer lang geleden. Er komt nog meer verleden voorbij deze week als ik mijn spullen inlever in een groot en leeg kantoor. Dag S. Wat heb ik veel fijne jaren hier gehad. Zoveel herinneringen en collega's waarvan een handvol vrienden werden. In the pocket. Vriendin S. zingt me toe over de app. New Beginning. Ik stap voor het laatste autoritje in mijn trouwe huurbak en mijn wielen vallen met gemak in de sporen die ik achterliet op de A5. (Just Like) Starting Over, John Lennon in mijn daily mix op Spotify. Toeval. Bestaat. Niet.

De Wereld Draait Door. En de humor ligt op straat. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken.

"Gelukkig schijnt de zon!" Zo is het.

P.S. Niet oppassen voor zakkenrollers. Elk nadeel heb zijn...


Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?