Posts tonen met het label Au!. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Au!. Alle posts tonen

vrijdag 3 juli 2020

Hé kleine meid

Je bent klein in de grote schommel. Voorzichtig zit je in het midden van de gevlochten mand. Je haren sluik. Als een donkere krans. Je ogen zijn te groot voor je gezicht. Het valt me op als ik je zie. Achterop de fiets bij je moeder. Maar meestal op het schoolplein voor. Ik kijk door het keukenraam en je springt mijn hart in.  

Hé kleine meid. Daar ben je weer. Samen met je moeder. Lang, sluik haar. Tenger. Ze drinkt bier uit een blikje - strong - dat ze naast een al leeg blikje zet als ze haar handen vrij maakt om je te duwen. Haar gedachten ergens anders. Daar ga je, hoog! Je maakt geen geluid en ik blijf staan om naar het verstilde tafereel te kijken. Ik hoop op je lach. Maar je kijkt naar de lucht, terwijl je moeder wegloopt en naast haar blikjes gaat zitten.

Hé kleine meid. Daar ben je weer. Deze week bijna elke dag. Samen met je vader. Als de school al uit is en de schommel vrij. Je lijkt nog wat kleiner. Nog geen vier en al zo geduldig. Hij houdt één hand onder zijn zwarte shirt. Een grote man. Tenger. Hij probeert recht te staan. Dan haalt hij een blikje onder zijn shirt en neemt een slok. Met zijn rug naar het schoolplein. Ik kijk naar de schaduw op zijn gezicht, maar hij ziet me niet. 

De andere kinderen op het plein komen niet dichterbij, alsof ze het voelen. Dan stopt hij het blikje weer weg en duwt hij je met zijn andere hand. Hoog! Hij probeert te lachen en zegt iets onhandig liefs. Te harde stem. Hij oefent een goede vader te zijn. Jij maakt geen geluid. Hij hoort het niet en gaat weer zitten. Dan klim je van de schommel en laat je je languit in het zand vallen. Een omgekeerde zand-engel, zonder vleugels want je armen liggen stil onder je hoofd. 

Hé kleine meid



Gedicht van Judith de Joode uit Het komt goed

vrijdag 3 april 2020

Kacheltje

Hoewel al zo groot, een bijna tiener, ben je toch nog mijn kleine man. Woensdag was je spelen bij beste vriend T. en kwam ziek thuis. Zo wit als een tafellaken (oké, niet die van ons). Hoofdpijn. Geen trek. Je sliep de hele week slecht vanwege het verzetten van de klok. Heerlijke zomertijd, maar in praktijk was het 's ochtends te vroeg om op te staan en 's avonds ook om te gaan slapen. Bij elkaar opgeteld, viel je na vier dagen om.

Een kwestie van bijslapen? Maar het houdt aan, terwijl je de slaap nu toch wel meer dan hebt ingehaald. Griep dan? Je hoest, spuugt (ook al eet je niks) en legt 's nachts mijn hand op je snel kloppende hartje. Ook de hoofdpijn wil van geen wijken weten. Stom! Driedubbel in deze onzekere weken. Ik probeer mijn moederhart gerust te stellen en sluip ieder halfuur de kamer binnen om naar je te kijken, aan je hoofd te voelen of een geruststellend grapje te maken.

Je klinkt helder maar moe. Slapen is alles wat je wilt. Geen Animal Crossing op de Switch, je nieuwe favoriete spel. Geen iPad en geen YouTube. Zelfs je pas gekregen nieuwe oude mobiel van oma - waarmee je al drie dagen rondliep in je broekzak ook al moest de sim-kaart nog gekocht - kan je gestolen. Ik mag af en toe voorlezen. Uit Harry Potter. Je luistert - anders dan normaal - stilletjes.

Ik denk aan toen je nog heel klein was en in je bedje lag te slapen. Het eerste halfjaar in onze slaapkamer en daarna op je eigen kamer. Vaak sloop ik een paar keer naar boven. Om naar je te kijken als je sliep. Om te kijken of alles wel goed ging. Check. Dubbelcheck. En nog een keer.

Mijn moederhart gerust. Voor even.

"Hoe voel je je, mop?"
"Moe."
"Je bent een kacheltje. Wil je wat drinken?"
"Nee."
"Wat eten dan?"
"Nee."
...
"Mag het lichtje uit, mama."
"Zeker mannetje, kom ik straks weer even kijken"
"Ja."
"Wat doe ik van je?"
"Houden."


Illustratie uit het geweldige boek 'Raad eens hoeveel ik van je hou'.

donderdag 19 maart 2020

Silver linings

Every cloud has a silver lining, schreef mijn eerste liefde op een ansichtkaart, die hij mij uit Parijs stuurde. Er stonden nog meer mooie zinnen op, maar deze regel is me bijgebleven. Misschien vanwege het wolkje dat hij erbij had getekend. De afgelopen dagen zocht ik de silver linings.

Maandag. Mijn draai lijkt kwijt. De keukentafel wordt een klaslokaal maar ik niet zomaar een lerares. Buiten lijkt de lente me uit te lachen met uitdagend roze knoppen aan de kersenbloesem voor het raam. De woonkamer krimpt en ik gooi de ramen open tot iedereen begint te mopperen. "Achter het behang ben je zo weer warm", dreig ik, terwijl mijn klasje probeert hun lachen in te houden. De eerste dag kan me gestolen en ik kruip vroeger dan normaal onder mijn dekbed waar ik virusvrij hoop te dromen.

De tweede dag is al beter. Vroeger dan normaal wakker maar wel gewoon koffie in huis en een warm lief lijf naast me. Poes is haar dwingelanderige zelf en miauwt om mijn enkels tot ik haar etensbakje vul. De drie rijkdommen in hun bed. School begint later. Nieuwe juf en die kun je van alles wijsmaken. Ik schuif mijn eigen plannen en mokkende ego opzij en verdiep me in staartdelingen en Franse werkwoorden. Zo rollen we dag drie in met zelfgebakken mislukte appeltaart  en wekkers voor dag vier. Misschien maar stoppen met tellen voorlopig?

Terwijl de mist langzaam weer optrekt in mijn hoofd, lijken ze plotseling voor het oprapen. Silver linings. Ik bel oude bekenden terwijl ik schommelstoel aan het IJ. De pont die langs vaart is leeg en er hangt een rust over Amsterdam die niet langer beklemmend voelt. Het applaus in de stad klinkt nog na en echoot vertrouwen. Ik doe kaartjes op de bus en we fietsen een frisse neus. Juf met haar klasje, maar ik weet beter. Het onderwijs is al in goede handen, dat is de afgelopen dagen maar weer eens gebleken. Ik maak soep en een beetje extra voor mijn ouders die aan de telefoon vertellen dat ze zich weer wat beter voelen. "Zet maar voor de deur, goed?" Goed.

Every cloud has a silver lining. Het is soms even zoeken. Gelukkig is daar nu alle tijd voor.


De onvergetelijke wolken vanuit ons vakantiehuisje in Whitstable.

zondag 1 maart 2020

Ik kies (jou niet)

Vreselijk vond ik het, als de meester tijdens gym twee kinderen aanwees om teams te maken. Meestal waren dat zijn persoonlijke favorieten die sportief, atletisch en een onuitputtelijk uithoudingsvermogen hadden bewezen. De voor de hand liggende keuzes waren snel gemaakt. De sportievelingen eerst. Daarna de fanatiekelingen. En dan twijfel. Wie nog van de achterblijvers? Het ergste was wanneer je als laatste bleef staan. Terwijl je je meest onverschillige lach lachte, kon het hele spel je inmiddels gestolen worden.

Zelf de kiezer zijn was net zo vreselijk, want je wilde niemand dat gevoel van allerlaatste aandoen. Stom! Dan liever in de vernederende van groot naar klein rij, waarop de meester op je hoofd tikte en een nummer dreunde dat je moest onthouden. Alle enen een team en alle tweeën ook. De meester had gesproken, een stuk fijner dan hopen dat je beste vriendin niet voorrang gaf boven jou aan handbalster I. Au! Democratie met een pijnlijk randje.

Hoewel ik niet vaak bleef staan, is het vervelende gevoel me bijgebleven. Ik hield dan ook even mijn adem in toen ik vanmorgen vanaf de tribune de nieuwe basketbaltrainer twee kinderen zag aanwijzen in het groepje van mijn zoon. Grote kleine man is net zo sportief aangelegd als zijn moeder, maar met het plezier zit het meer dan goed. Terwijl de kiezers hun teams kozen, gebeurde het waar mijn buik bang voor was. Hij bleef als laatste staan. Gelukkig was er geen aarzeling toen de kiezer mijn kind in zijn prachtige LeBron-shirt aanwees en toen vroeg de trainer iets... Ik boog naar voren omdat ik het bijna niet kon geloven.

"Weet je het zeker?", vroeg de grote lummel. "Ik doe namelijk ook mee", grijnsde hij.

Terwijl het jongetje dat mocht kiezen het even niet meer begreep, fluisterden zijn teamgenootjes dat hij voor de grote lummel die zich als trainer voordeed moest kiezen. Ik zag de moed van mijn jongste in zijn basketbalschoenen zakken terwijl hij met gebogen schouders naar het andere team liep. Het hele spel kon hem inmiddels gestolen worden en ik hoorde mijn hart zuchten.

In de auto terug naar huis, vertel ik mijn allerliefste hoe stom ik het kiezen vroeger vond. Hij knikt en is er even stil van. Dan vertel ik dat ik niet altijd gekozen werd omdat ik niet zo sportief was. Hij kijkt me verbaasd aan. "Maar dat ben ik juist wel, sportief."

Ik ben er even stil van. Dan hoor ik mijn hart grinniken.


vrijdag 10 januari 2020

Meer dan een

Hij komt naar buiten. Een kleine Mignon in zijn gele winterjas. Hij trekt aan mijn mouw en vraagt: "Gaan?!" "Geen affie vandaag?", check ik. "Dat kun je dus echt niet meer zeggen, affie", is zijn antwoord. Dan lopen we richting de auto. Waar hij nog niet zo lang geleden elke maandag, woensdag en vrijdag alleen zijn rugzak aan me gaf om vervolgens met beste vriend T. te vertrekken, is het dit jaar wisselvalliger. Kleine man wil wel, maar beste vriend T. niet altijd. Dan moet hij naar de kapper, de tandarts of wil graag even alleen zijn. "Smoesjes", vindt mijn kind, "maar ik ga het ook niet meer vragen." Ik knik en stuur de Curling-moeder in mijn hoofd terug haar hok in. "Je mag er meer dan een", zeg ik nog maar eens. Hij knikt ook, met een hoofd dat het al eerder hoorde maar nog niet weet of hij daar ook daadwerkelijk iets mee wil. "Ik pas gewoon het allerbeste bij T.", vertelt hij nog maar eens. "Met hem heb ik het meeste plezier." Ik denk aan O. die pas kwam logeren en de lol die ze samen hadden. "Dan is het jammer dat jij vaker wil afspreken dan T.", vat ik het samen. De Mignon knikt, een beetje verongelijkt en een beetje verdrietig. "Toch staat hij nog steeds voor mij op nummer 1." Hij denkt even na. "En ik sta ook op nummer 1 bij T. En bij O. Bij C. sta ik op nummer 2." Dat is best veel volgens mijn zoon: "maar alleen kletst C. zoveel. Dan moet ik mijn aandacht verdelen en dat vind ik gewoon lastig. Dus speel ik het liefst alleen met T." Ik knik nog maar eens.

"Wil je me iets beloven?", vraag ik. Kleine man kijkt me wantrouwig aan. "Dat je er dit jaar nog een maakt?" Want, beloof ik, "je zult zien dat dat fijn is". Hij kijkt me aan alsof hij dat nog zo net niet weet. "Zullen we ophouden met dit gesprek mam?" Dat vind ik goed, maar in mijn hoofd praat ik nog even verder met de Curling-moeder die op het punt staat de moeder van T. te bellen om te vragen wat er aan de hand is. "Stop daarmee", sus ik. Dit zijn lessen die hij zelf moet leren, moeilijk soms, maar belangrijk. Eenmaal thuis krijg ik een onverwachte knuffel en zie ik pretlichtjes in zijn ogen als hij me probeert over te halen warme chocolademelk te maken. Hij heeft immers nog een chocolade-gingerbread-man-stick van Kerst. Ik grinnik en ben trots op hem. Negen jaar en hij weet nu al waar het in vriendschap om gaat. Onvoorwaardelijk je hart geven en een rotsvast vertrouwen.

De volgende dag naar school, vertelt kleine man opgewekt zijn plan: "Voetbal en na school spreek ik af met O". Ik knik en vertel de Curling-moeder in mijn hoofd enigszins beschaamd dat het met onze onvoorwaardelijke liefde wel goed zit maar dat we  nog wel wat mogen werken aan ons rotsvaste vertrouwen.



Als Loesje het zegt.


woensdag 9 oktober 2019

Dag!

Dag! Nog niet echt, maar wel al een beetje. Ik kijk naar buiten en wens mijn hoofdpijn weg. In het water tussen het spoor en de weg - waar ik zo vaak op het bootje boterhammen at - zie ik twee zwanen zwemmen en tel ik 1... 2... 3... 4 meerkoeten! Ik glimlach om de laatste die als een cadeautje uit het riet tevoorschijn komt. Ik las dat meerkoeten niet graag vliegen maar zich bij voorkeur rennend over het water verplaatsen. Toch kunnen ze grote afstanden afleggen als ze midden in de nacht migreren. Deze lijkt voorlopig nergens naartoe te gaan. "En jij?" snatert het in mijn gedachten.

Ik draai mijn rug naar het raam en ga zitten. Tas en jas binnen handbereik op de lege stoel naast me. Een pen en een schriftje voor de zekerheid. Voor als ik het niet begrijp. Of voor houvast. Straks zal ik pas schrijven. Na het gesprek. Waarvan ik een beetje moet huilen. Niks aan te doen. Net zo monogaam als een meerkoet. Met duizend armen, hoor ik lief grinniken in mijn hoofd. Plus één, knipoog ik terug.

Maar ik kan het, weet ik. Verstrengeld en in de knoop geraakt, laat ik ze langzaam los. Dag! En dankjewel. Denk ik. Niemand is er vandaag.  De meesten zijn al weg. Ik neem de lift naar beneden en toch weer omhoog. Voor koffie bij de barista die Nederlands leert en lachend woordjes met met oefent. Ik krijg er een hartje bij. De stempelkaart voor korting laat ik liggen. Ik loop langs het prikboord en hap even naar adem, 1... 2... 3.... 4. Bij het opstijgen uit het water, leggen ze het eerste stuk rennend af. Niet halfbakken maar heldhaftig. Wholehearted. Rennen op water. Kleine helden.

Terwijl ik in de lift stap begint in mijn hoofd het deuntje van Fleetwood Mac. You can go your own way... 

Dag! Bijna.


Laat staan vliegen...

donderdag 30 mei 2019

Aan de buitenkant niets te zien

Ben je alweer aan het werk? Een berichtje van W. die ik al een tijdje niet heb gesproken. Nee, tik ik, helaas niet. De cursor knippert. Ik wil er nog iets aan toevoegen maar weet eigenlijk niet wat. Een verontschuldiging. Een uitleg. Zodat ze het begrijpt? Maar als de woorden niet komen, besef ik dat  het onbegonnen is. Ik begrijp het nog maar half. Ik klik op send.

Aan de buitenkant niets te zien. Ik lig niet verscholen onder mijn dekbed (nou ja, op de normale tijden). Ik houd de gordijnen niet dicht (nou ja, op de normale tijden en als ik een keer in mijn onderbroek in de woonkamer wil dansen) Ik boodschap en was. Ik smeer boterhammen voor de kinderen, stop onder, knuffel en lach. Ik kam mijn haar. Ik geniet nog altijd van de eerste koffie van de dag en maak lijstjes van wat ik wil. Anders zijn de dingen die ik erop schrijf. Anders is dat ik niet naar mijn werk ga. Anders is dat niet meer gaat wat zoveel jaren zo vanzelfsprekend was als tanden poetsen. Het kwam niet uit de lucht vallen. Als een mooie donderwolk die de hemel plotseling zwart kleurt. De wolkjes hadden zich langzaam opgestapeld. Maar dat wende en ik probeerde er figuren in te ontdekken. Hopend dat ze voorbij zouden waaien of in nieuwe figuren zouden veranderen.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Pas op, scheefgezakte fundering. Niets wat niet te repareren valt maar nog even puzzelen hoe of wat het beste. En dat kost tijd, vertelt de uitvoerder me maar weer eens. Hij schuift geduld en vertrouwen naar voren als ik grap wat dat allemaal gaat kosten. Mijn nieuwe beste vrienden. Veel gevoel voor humor hebben ze niet, maar wat zijn ze lief. Geduld probeert met zachte bezem de boel stofvrij te houden. En vertrouwen vertelt me dat ik het stutten van de balk niet alleen hoef te doen. Maar aan de buitenkant niets te zien. Dus soms zeg ik het. Of ik vraag. Ik zoek.

Ik ril, want het is koud. Soms.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Ik draag mijn steentje bij. Niet alleen. Gelukkig. De oude deur moet vervangen. Ik kies voor wijs hout met een bovenlicht van glas in lood. Het licht valt anders naar binnen nu. Mooi. Geduld en vertrouwen hebben een stoeltje voor me neergezet. Ik ga zitten en knijp mijn ogen dicht. Door mijn oogharen heen zie ik voorzichtig de nieuwe contouren van mijn oude huis.


donderdag 14 februari 2019

Valentijntje

Mijn Valentijntje is ziek vandaag. Een dag voor kusjes, liefde en aandacht dus, ware het niet dat hij niets anders wil dan slapen. Met rode wangen ligt hij opgekruld op de bank. Ogen dicht nadat ik hem niet goed kon uitleggen waarom zijn ogen steeds nat werden. Slapen maar weer. Tegen de hoofdpijn. En tegen de malaise. De beker limonade en het beschuitje met chocolade-tijgers onaangeroerd. Hij is echt ziek. Poes vindt het wel gezellig en kruipt aan zijn voeten. Net als vroeger toen ze als een sfinx over hem waakte wanneer hij een babyslaapje deed op de bank, ingemetseld tussen de kussens.

Gisteren was het zieke schaap nog een wereldreiziger. Met de trein naar Rotterdam, eersteklas in de stilte-coupé. Een woord dat hij steeds vergat, tot ik hem het ezelsbruggetje leerde van een ijscoup met een éé erachter. Rotterdam was leuk, maar de reis het allerst. De broodjes van oma en de verhalen van opa. En als hij de schuifdeur van de coupé dichtschoof was het wel echt heel chique. Omdat we de hele coupé voor ons alleen hadden, konden we de S van stilte vergeten en hardop lachen en kletsen. De terugweg in het donker was misschien wel het leukst. Geen uitzicht maar wel lichtjes en weerspiegelende ruiten waardoor ik dubbel blond geluk zag.


No place for beginners or sensitive hearts... snel weer verder.



zondag 10 februari 2019

Las Vegas voor minderjarigen

Ik houd van mijn kinderen. Tot aan de maan en weer terug, zoals ik ooit elke avond aan ze vertelde voor het slapen gaan. Dat betekent niet dat ik van alles houd wat er bij kinderen komt kijken. Denk poepluiers (een herinnering inmiddels), slapeloze nachten (ingeruild voor te vroege ochtenden), het gekke uurtje (meestal vlak voordat het vriendje wordt opgehaald) en speelparadijzen (waarvan ik me werkelijk afvraag wie deze naam heeft bedacht). Een speeltuin vind ik prima, zet me op een bankje, stuur wat zonneschijn en ik vermaak me. Maar in een speelparadijs schijnt geen zon. Het is het Las Vegas voor minderjarigen waar het gebrek aan daglicht de tijd moet doen vergeten. Vergeet het. Het enige wat de tijd hier doet, is kruipen. Geïntimideerd door de holle echo van gegil en geschreeuw van teveel kinderen op te weinig vierkante meters. Als ouder heb ik het kunnen beperken, maar vermijden is me niet gelukt.

Het speelparadijs is inmiddels ingeruild voor het springparadijs, want kleine man wordt al groot. Samen met beste vriend T. luiden ze springend hun vakantie in. Nadat ik dus had gevraagd wat hij graag zou willen doen deze vakantie. Met zijn hoofd schuin en hardop dromend over de ultieme salto gaf ik toe en hier zit ik nu. Laptop op schoot, in de meest rustige hoek die het woord rustig niet verdient. Zondag blijkt een dag voor spring-partijtjes, dus veel blije kinderen in hun ondergoed en gelaten volwassenen. Er zijn natuurlijk ergere dingen, maar die kan ik nu even niet bedenken.

Ik houd van mijn kinderen. Tot aan de maan en weer terug. Maar in die baan terug naar aarde mogen we  het speelparadijs minstens weer een jaar overslaan.

maandag 31 december 2018

Dag 2018!

Rituelen, ik houd ervan. Goede voornemens maken met vriendin D. vlak voor het nieuwe jaar begint. Sterretjes kopen om af te steken wanneer de klok 12 uur slaat. Het nieuwe jaar beginnen met Happy New Year van ABBA. De bollen en flappen alvast op een grote schaal leggen. Kaarsjes aansteken en een blog schrijven. De laatste van het jaar. Dag 2018! Maar voordat we echt dag zeggen wil ik je nog even overdenken. Was je een goed jaar? Wat bracht je? Was je verwarrend,  groots,  gewoon of iets anders?

Ik blader door mijn papieren agenda omdat hoofd geen talent heeft voor archiveren op chronologische volgorde. Ik lach als ik denk aan hoe we je inluidden vorig jaar. Met karaoke en een confettibom, waar vrienden A. en S. de rest van het jaar nog aan herinnerd werden. Blader. De onverwachte trip naar Parijs met vriendin A. Gewoon omdat. Blader. Naar Aarhus met het gezin en naar betoverend Bretagne. Blader. We vierden feestjes, het leven en de liefde. Groots en soms klein, gepland en soms onverwacht. Blader. Limburg. Blader. Mijn schoonouders vijfenvijftig jaar getrouwd. Blader. Lief en ik een dappere zes jaar. Blader. Jongste alweer 8. Blader. Oudste alweer 16. Op de valreep. Middelste bijna 13. Echt!

Wat holt de tijd, ik dacht het vaak dit jaar. Ik probeerde het vast te houden door het op te schrijven. Middelste naar de middelbare. De leukste school van Amsterdam maar toch... Het wende, de wekker, het fietsen, het huiswerk. Net als de overgang van 3 om 4 naar week om week wende. Wat anders is, wordt gewoon. Toch?

2018 was een jaar met een droom. Die ik achterna jaagde met een papieren netje. De wind waaide hard. Ik nam verlof van mijn werk. Een adempauze. Heel even. Meer gedachten dan ik in werkelijkheid gieten kon. Een draai die zoek was. Sneeuwschuiven. Bevroren schouder. Bevroren. Wiebelig. Niet erg. Want ik blijf dromen van dromen die blijven.

En de wereld? Nog steeds ingewikkeld. Want waarom...? En waarom niet...? Zoveel dat me tegen staat. Brullende wereldleiders die deze naam niet verdienen. Hebzucht. De hang naar meer ten koste van zovelen. Gelukkig ook een tegengeluid. De Correspondent. Het Basisinkomen. Een Donuteconomie. Hear hear! In 2015 schreef ik:

"Vaak zou ik willen dat de wereld kleiner was. Dat we het ophakken in kleine stukjes en we binnen die kleine stukjes weer voor elkaar gaan zorgen. Verantwoordelijkheid nemen voor wat we doen en wat we niet doen en daar ook anderen op mogen aanspreken. Een mini-economie. Een mini-samenleving. Mini-uitdagingen en mini-problemen. Kapitalisme wordt minimalisme. We adopteren allemaal iemand om over te waken. Buiten familie en vrienden om."

Vandaag wil ik dat nog steeds. Tegelijkertijd hebben we het meer dan goed. Maar het mag duurzamer. Bewuster. Less is more. Ik probeer het. Met vallen, opstaan en smokkelen soms. Toch ontdek ik dat het waar is. Dus gaat het voornemen mee naar mijn lijstje voor het nieuwe jaar...

2019. Wat heb ik veel zin in je. Normaal gesproken blijf ik graag nog even hangen in de bubbel van Kerst. Waarin niet zoveel hoeft, behalve elkaar en lekker eten bij voordelig licht. Maar dit jaar ben ik ongeduldig. Ik wil met mijn neus in de wind, ook als ik hem tegen heb. Hoofd laten wapperen. Ballen weer in de doos en ander glanzends uitpakken. Ik ben nieuwsgierig en vind het spannend. Leuk spannend zoals kleine man het noemt als hij wakker ligt voor iets waar hij zin in heeft.

Hopelijk heb jij ook veel zin in het nieuwe jaar en kijk je terug op een jaar dat je graag wilt onthouden. En als niet, dan is dat ook niet erg. Het is pas zinloos als je het niet meer probeert, zoals Thomas Acda me gisteren vertelde in het theater. Dus gewoon weer proberen. Dat wat beter kan. Of anders. Het is nooit te laat en nooit te vroeg. Fijn toch.

Dus droom, dans, val, sta weer op, balanceer, lach, kus, be kind en heb lief, jezelf, de ander en het leven. In al haar volmaakte onvolmaaktheid. Het is de moeite waard.


Dus kom je vanavond vuurwerk maken? (Loesje)

zondag 23 december 2018

Spijt, altijd nog een beetje.

Ik wil een blog, roept lief vanaf de luie bank. Of eigenlijk meer lui lief vanaf de bank. Want onze bank is niet zo heel lui. Wel mooi, hoewel meer gehavend mooi aangezien onze kat - beetje te zwaar en daarom vaak op dieet en daarom weer uit haar humeur - haar nagels scherpt aan de randen. Gehavend mooie bank verving ooit onze luie bank. Waar ik soms nog stiekem naar terug kan verlangen. Omdat we daar met het hele gezin zonder moeite op pasten en dan kon er nog makkelijk iemand bij. Omdat je daar zo heerlijk op kon ploffen. Omdat kleine man als baby precies paste op het bijbehorende kussen en kat tijdens zijn dutje daarop dan als een sfinx de wacht hield. Nagels netjes ingetrokken. Omdat oudste daar wel drie koprollen op kon doen, vanaf de hoek naar de armleuning. Omdat middelste daar het lezen ontdekte, met haar vingers de regels volgend. Omdat lief en ik daarop...

Maar oude bank was moe. Hij had al veel gezien en meegemaakt. Lief en ik kochten hem toen we nog maar net verliefd waren. Onze eerste gezamenlijke aankoop. Een samengesteld gezin, een baby en een paar jaar later was bank uitgeblust. Van al het stoeien, dutten, koprollen en ploffen. Elke week klopte N. de kussens weer stevig, maar als ons gezin aan het einde van de dag thuis kwam, lieten ze hun hoofden alweer hangen. Wanneer de oma's eenmaal zaten in de bank, kwamen ze er nooit meer uit zonder hulp, mopperden ze. Dus...

Dus spijt, altijd nog een beetje. Stijlvoller is niet per se gezelliger heb ik ervan geleerd. Terwijl ik sokken aantrek omdat blote voeten statisch worden op de nieuwe. Ik trek ze onder mijn billen, maar niet zo lekker als op de oude waarin billen en voeten in een holletje vielen. Een holletje voor mij en een holletje voor lief, zichtbaar ook als we niet op de bank zaten.

Geen oude schoenen weg doen voordat je nieuwe hebt, luidt het gezegde. Hoezo? Neem van mij aan, geen oude schoenen weg doen als ze nog heerlijk zitten!




maandag 17 december 2018

Tussenstop

Ken je dat gevoel, dat je in een trein zit? De intercity, die je snel en efficiënt van punt A naar punt B brengt. Elke dag hetzelfde traject en precies dezelfde tijd. Je kijkt door het raam naar buiten maar door de snelheid zie je weinig meer dan vage contouren.  Van huizen, van mensen, van bomen. Soms mindert de trein even snelheid, als je langs een klein perronnetje komt. Daar staat altijd een bankje. Met daarboven een bordje met de naam van een Italiaans of Frans dorpje. Fijn, denk je, om daar even te zitten. Maar de trein raast alweer verder en de contouren van het bankje vervagen.

Dat gevoel had ik. Al een tijdje. En ik ging twijfelen of ik wel in de goede trein zat. Naar de juiste bestemming. Hoofd knikte verstandig van wel, maar hart maakte iedere keer een sprongetje. Bij dat perronnetje. Bij dat bankje. Opstandig. Verlangend. Verdrietig. Want zou het niet fijn zijn... Met mijn neus tegen het raam had ik een mooie oude boom naast het bankje ontdekt. Zijn takken ruisten en wenkten. De snelheid van de trein vervaagden mijn gedachten. Tot...

Ik bracht de trein met een schok tot stilstand. Omdat ik niet anders kon. Au! Ik stootte mijn hoofd aan het bagagerek maar aarzelde niet en stapte uit. Op dat perronnetje. En nu zit ik op dat bankje. Italiaans of Frans dorpje staat er boven mijn hoofd. Ik heb het nog niet gelezen omdat ik met mijn ogen dicht eerst de rust wil voelen. Het regent maar dat is niet erg. De boom buigt zich over me heen en fluistert dat ik niet van suiker ben. Ik grinnik en voel de druppels op mijn gezicht. Tranen. "Van zout", fluister ik terug.

Ik neem een tussenstop. Hier op dit perronnetje. Hier op dit bankje. En het is goed, verontschuldig ik me.


donderdag 6 december 2018

Floris Nightingale

Terwijl ik met mijn nieuwe en vlijmscherpe mes een komkommer wil fileren, schiet ik uit en fileer mijn pink. Au! denk ik terwijl ik nog geen pijn voel. Pink is waarschijnlijk in shock en kleurt dieprood. Terwijl ik kindvriendelijk -  ik ben alleen met grote kleine man - vloek, spoed ik me naar de badkamer boven. Daar liggen pleisters hoop ik. Maar voordat ik kan zoeken moet mijn pink onder de koude kraan tegen het bloeden.

Terwijl de witte wasbak rood kleurt, hoor ik van beneden: "Gaat het mama?"
Wat lief, denk ik nog en ik roep terug dat het gaat.
"Oké."

Maar het gaat niet. Pink blijft bloeden en ik bedenk of dat wiebelige en losse kapje dat een beetje blauw lijkt, vanzelf weer vast komt te zitten. Uiteindelijk. Eerst maar een pleister. Ik kan kiezen uit Ice Age of Buurman en Buurman. Grappig, normaal gesproken, maar het bloeden houdt maar niet op.

"Wil jij papa even bellen?", roep ik naar beneden.
"Waarohom?", roept mijn redder in nood terug terwijl ik hem geen aanstalten hoor maken.
"Bel nou maar even."
"Oke" en hij komt naar boven en geeft om het hoekje mijn telefoon aan. Mijn tere zieltje loopt liever geen onnodig risico door naar dingen te kijken die hij liever niet had willen zien.

Terwijl manlief me naar zijn vader verwijst die ooit een cursus EHBO volgde, is kleine man 'm alweer gepeerd. Ik hoor hoe hij beneden een nieuwe Duck van de stapel pakt. Het bloeden is nog steeds niet gestopt en mijn pink begint net als ik wit weg te trekken.

"Dichtknijpen en onder de koude kraan houden, dan stopt het bloeden vanzelf. En anders kom ik naar je toe en gaan we naar de Eerste Hulp." Ik grinnik en beloof mijn schoonvader dat het goed komt. Op pakjesavond naar de Eerste Hulp, dan eet ik nog liever mijn pink op.

Het duurt even, maar uiteindelijk stopt het ergste bloeden en kan ik pink afplakken met vier pleisters met vrolijke plaatjes. Wat je niet ziet is er ook niet. Adem in, adem uit. Nadat ik de rommel heb opgeruimd, blijft het beneden verdacht stil.

"Het gaat hier goed hoor", roep ik naar beneden en vraag me af of jongetjes van acht cynisme kennen.
"Oké" is het troostende antwoord, maar hij laat zich niet zien.

Eenmaal beneden kijkt mijn zoon niet op of om van zijn Duck. Ik wilde zo graag dat hij weer eens ging lezen, bedenk ik grinnikend. Toch kan ik het niet laten.

"Moest je niet even naar boven komen om mama te helpen?"
"Waarohom?"

Ja, waarom. Ik redde me toch en kijk beteuterd naar mijn beplakte pink. "Wat had je gedaan als ik flauw was gevallen?", overdrijf ik. "Dan had ik 112 gebeld", zegt de wijsneus terwijl hij nog steeds niet opkijkt van zijn strip. "Ja, als je had ontdekt dat ik van mijn stokje was gegaan", mompel ik tegen niemand in het bijzonder.

Ik smijt vlijmscherp mes in een diepe la en denk dat het zorgzame karakter van zijn vader en opa vast weer ergens in onze stamboom zal opduiken. Deze loot hier heeft het zorgzame helaas van zijn moeder.

"Wil jij nog iets drinken, Floris Nightingale?"
"Oké".

woensdag 3 oktober 2018

Samengesteld

Ingewikkeld! Ik hoor het vaak als ik vertel over ons samengestelde gezin. Een man, een vrouw en drie kinderen. De twee oudste zijn van de man en de jongste van de man en de vrouw samen. Dat maakt jongste een half van de twee oudsten, die echt zijn van elkaar en stief van mij en ik van hen. De man is echt van ons allemaal en wij van hem. Oudste is zijn eerste, middelste zijn tweede en jongste zijn derde maar ook zijn eerste. Ik ben zijn tweede, hij mijn eerste. Zoon is mijn eerste en enige maar twee oudsten eigenlijk ook.

Samengesteld zijn we en omdat de draad bij ons niet ophoudt, raken mensen hem soms kwijt. Want twee oudsten hebben nog een half, twee stief en een echte in hun andere samengestelde gezin. Ingewikkeld? Wij zijn zelden de draad kwijt en leggen het graag nog een keer uit. Ook geven we antwoord op vragen die ingewikkelder zijn dan ons gezin.

- Dus jij bent niet hun echte moeder?
- Nee, ik speel een rol.

- Is dat niet toch anders?
- Wat?
- Je eigen kind of dat van een ander?
- In welk opzicht?
- Nou, het lijkt me toch anders.
- Hoe dan?
- Nou, dat lijkt me gewoon.
- Oké...

- Je moet het me echt nog een keer uitleggen hoor, zij is dus niet van jou?
- Nou, zo zou ik het niet willen zeggen...

- En jij bent?
- Ik ben de stiefmoeder.
- Oh, vind je het goed als we het alleen even bij de ouders houden?
- Nou...

- Vind je het niet jammer dat hij het allemaal al een keer heeft meegemaakt?
- Nee hoor.

Voor mij  is mijn samengestelde gezin gewoon mijn gezin. Een vader, een moeder, twee dochters en een zoon. De oudste een puber, middelste een dromer en jongste een prins. Als je goed hebt opgelet, weet je dat we co-ouderen. Maar misschien weet je nog niet dat we drie om vier na acht jaar hebben omgeruild voor week om week. Ons gezin lijkt op Barbapapa. Net als de roze goedzak veranderen we van vorm. Van groot naar klein en weer terug. Maar het hart blijft hetzelfde. We zorgen, voeden op en hebben lief. Niet anders. Of gewoon, zoals middelste zegt.

De theorie is ingewikkelder dan de praktijk. Dan schieten woorden tekort of verkeerd. Dan wil je stiekem een heel nieuw woord voor stief en gebruik je het woord half liever niet. Dan voel je de schaduw van een hokje waar je blijkbaar niet in past.  En wordt liefde de maat genomen met ongepaste woorden als echt en toch anders. Dát is soms ingewikkeld.

Maar ons samengestelde gezin? Dat is net een echt gezin.


En ze breide van ons gezin een gekleurde lappendeken.

vrijdag 15 juni 2018

We slaan jou even over, oké?

Middelste gaat naar de middelbare. Na de zomervakantie. Het werd De Amsterdamse Mavo, een typisch gevalletje you had me at hello. De eerste Humanistische school van Nederland en opgericht door twee bevlogen mensen. Tijdens de introductieavond werden we een beetje verliefd, op het gebouw, het kleinschalige, de oprichters, hun ideeën en hun aanpak. "We willen kinderen laten nadenken over hun rol in de maatschappij." Ofwel vrij geïmproviseerd naar de Luizenmoeder, we verwachten 'een stukje participatie'. "Immers iedereen is van waarde en zoals het Humanisme ons leert, kijken we op niemand neer en we kijken naar niemand op." Amen!, dacht ik stiekem in de sfeervolle kantine.

Middelste dwarrelde als haar dromerige zelf door de klassen, op haar gemak. Ze discussieerde met ons over een best ingewikkelde stelling en kwam met een verrassend originele oplossing. Ook wist ze nu al dat ze wilde participeren in het social team, niet die van de media maar van de care, het team dat pesten signaleert en probeert tegen te gaan. Ik bloosde van trots op mijn  zachtmoedige middelste. Op deze school zag ik haar wel haar plek vinden. De opluchting was dan ook groot dat het meedogenloze Amsterdamse lotingsysteem haar net als wij deze kans gunde. Samen met vriendin Z., wat het dubbel bijzonder maakte. Het enige minpuntje dat we konden bedenken was de afstand. Op een zonnige zondag fietsten we over het IJ en door de drukke stad naar het Linnaeushof. Dat viel best mee en in de winter reed er een rechtstreekse bus voor onze koukleum.

De liefde was beklonken en op woensdagmiddag mocht E. kennis komen maken. Na een kop thee en alweer een leuk gesprek met een van de oprichters, hobbelden we gedrieën achter die twee steeds langer wordende benen en de nieuwe mentor aan. De vader, de moeder en de stief, doodgewoon de realiteit van het samengestelde gezin. Zou je denken. Maar na de vader en de moeder, blokkeerde het hoofd van de mentor. Hij keek me aan en daarna naar de tijd en naar zijn al halfvol geschreven A4tje. "En..." zijn mond vormde een vraagteken.  "Ik ben de stiefmoeder van E., vulde ik zijn halfvolle zin bijna verontschuldigend aan. E. keek trots, maar mentor sprak de veelzeggende woorden:

"We slaan jou even over, oké? Aan twee contactpersonen hebben we wel genoeg."

Heel even viel er een pijnlijke stilte, waarin de vader, de moeder, middelste en ik zo onze eigen gedachten hadden en toen zei ik: "Oh, oké."

's Avonds kon ik niet slapen en telde nog eens de jaren dat ik haar stief... dat ik er niet voor niets bij wilde zijn die middag... en dat... Vervolgens probeerde ik het spreekwoord 'three is a crowd' te spellen en vertelde aan mijn slapende lief de mop van de vader, de moeder en de stief... toen er geen gelach kwam, grinnikte ik zelf maar een beetje en dacht een hete kastanje op de plek waar normaal mijn hoofd zit. Uiteindelijk viel ik gerustgesteld in slaap. Niemand is perfect, zelfs deze Humanistische Amsterdamse Mavo in een voormalig klooster niet. Gelukkig maar! Ik kan haar met een gerust hart laten gaan, mijn middelste. Bovendien wisten zij en ik het allang, we kijken op niemand neer, maar we kijken zeker ook naar niemand op!

maandag 5 maart 2018

Au en wee!

Mag het nog even voordat de lente in al haar schoonheid losbarst: een mopperblog. Al was het alleen maar omdat het zo'n mooi woord is: mopperblog. Een paar keer hardop zeggen en je voelt je mopperbui en -blog al naar de achtergrond verdwijnen. Bijna dan. Want AU en WEE! Alsof mijn halve zin niet genoeg was, heb ik inmiddels een ontstoken heup en hand. Een conclusie die ik zelf heb getrokken want er heeft nog geen dokter naar gekeken. Wat lief dan weer onvoorstelbaar vindt en tot die tijd mag ik niet bij hem klagen. Er kan zelfs geen 'he, wat vervelend' vanaf. Als ik daar dan weer over mopper, trekt hij slechts één wenkbrauw omhoog. En die vertelt dat de ontstoken hand begon als ontstoken schouder in Portugal (vorig jaar zomer). Eenmaal terug dacht ik dat het vanzelf wel weer over zou gaan. Zoveel maanden verder heeft lichaam nu bedacht dat ik misschien wel een afspraak bij de dokter maak als behalve mijn schouder nu ook mijn pols, hand en heup ontstoken voelen. Lichaam is soms slimmer dan hoofd. Hoofd doet graag aan struisvogelpolitiek. Misschien ook omdat vriendin A. in Parijs bedacht dat het misschien wel klachten zijn die te maken hebben met de overgang. Yaiks!

AU dus! Maar afspraak gemaakt want met mijn linkerarm kom ik amper nog in mijn jas (en shirt en beha) Denkbeeldige vinkje al gezet, dient het volgende probleem zich aan. Bril kwijt! Op zich een dagelijks probleem, maar eentje die zich meestal wel binnen enkele minuten oplost. Nu is het meer bril vermist. Na wandeling op zondag nog wel thuis gekomen maar eenmaal binnen niet meer gesignaleerd. Heeft u iets verdachts gezien, bel... WEE dus! Ik kan best zonder bril. Als ik ijdel in de kroeg wil zitten. Als ik lees. Of slaap. Ik kan de trap op en ook weer af. Maar autorijden gaat al een stukje lastiger. En ik moet bovenop de tv gaan zitten om de ondertiteling te kunnen lezen. En op het schoolplein herken ik de andere ouders alleen als ik de sociaal toegestane gespreks-afstand overschrijd. Ik heb het hele huis al overhoop gehaald. De kinderen een beloning beloofd als ze hem vinden. Zelfs lief heeft meegezocht. Maar geen bril.

Niet in de wasmand. Niet in mijn schaatsen. Niet in de ijskast. Niet tussen randjes of kussens op de bank. Niet in de bak met chips en snoep. Niet achter de boeken in de boekenkast (de plek waar kleine man zijn knuffel zich ooit een halfjaar verschanste) Niet in de sokkenla. Niet in de knijpermand. Niet in hoekjes noch gaten. Misschien in de prullenbak, maar die hebben we al geleegd.

Vanmorgen scheen gelukkig de zon, dus reed ik met mijn zonnebril-op-sterkte naar mijn werk. Op de terugweg begon het al licht te schemeren en reed ik op routine.

Echte wereldproblematiek is het niet. Maar het valt niet mee, de halve zin, de au en de wee bij elkaar opgeteld. Kom ik toch weer uit bij die winterslaap, wat meteen een oplossing is voor de vermissing van mijn bril. Twee weekjes maar. Ga ik daarna wel naar de dokter en de opticien.

dinsdag 4 juli 2017

Note to self... en to world!

Er zijn van die regels waar je je in het leven aan kunt vasthouden. Een daarvan is: vraag nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Zelfs niet als het overduidelijk is. Aan die regel heb ik me altijd braaf gehouden. Gesterkt door traumatische ervaringen van vriendinnen. Vriendin M. die net de eerste verjaardag van haar dochter had gevierd en in de supermarkt werd gefeliciteerd door een wildvreemde mevrouw voor de kassa. Beiden kleurden dieprood toen het misverstand duidelijk werd. Een streng sportregime volgde en een ban op de wijn. Tijdelijk. De wond bleef.

Ook ik werd een keer aangesproken op school door een vrolijke moeder die me staande hield en me feliciteerde. Terwijl ik oprecht verbaasd vroeg waarmee - had ik iets gewonnen misschien - zag ik aan haar verschrikte blik wat ze had bedoeld. Terwijl zij zich een gat in de grond wenste, keek ik beduusd naar mijn buik. Stond de wind verkeerd (onder mijn shirt) of duurde het toch langer dan een halfjaar voor mijn ooit zwangere buik geslonken was. Ik lachte als een boer met kiespijn en de moeder koos het hazenpad. 

Nooit vragen dus. Nooit! Wat me dan ook bezielde toen ik vorige week de lift instapte op mijn werk. Vermoeidheid? Slecht karma? Ik zal het nooit weten. Wel dat ik aan een mij vaag bekend voorkomende collega, die met een zware doos in haar handen stond, vroeg: "Mag jij wel zo zwaar tillen?". En terwijl deze vraag mijn mond uitrolde, was het alsof het moment bevroor. Haar antwoord wist ik eigenlijk al voordat ze het uitsprak: "hoezo?"

...

Mijn hersenen smolten terwijl ik hardop niks meer wist uit te brengen. Mijn liftgenoot probeerde zowel zichzelf als mij te redden door met een vreemde hoge stem te vertellen dat ze pas haar eerste kind had gekregen. Terwijl mijn ledematen nu ook smolten, piepte ik of ze een zoon of een dochter had gekregen. De grote zware doos als een roze olifant tussen ons in. Dat het een zoon was, klonk als goed nieuws maar daar zat ze nu even niet op te wachten. Het gezellige praatje in de lift was een ver gepasseerd station. De twee verdiepingen hadden nog nooit zo lang geduurd. En terwijl de deuren tergend traag open gingen, probeerde ik mijn zware voeten ertoe te bewegen de lift te verlaten. Het woordje sorry leek te bestaan uit vijf letters waarvan ik de juiste volgorde was vergeten. Nog een draaideur door, een onhandige zwaai en een oprechte wens om vaag bekend voorkomende collega nooit meer tegen te komen. 

Terwijl ik diep beschaamd de garage uitreed, nam ik me voor dit voorval aan niemand te vertellen. Tot ik besefte dat het delen van de regel belangrijker is dan mijn schaamte. Vraag dus nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Note to self: ook geen variant op deze vraag. Nooit!


Nee, ik heb de regel niet zelf verzonnen, het is een universele regel, zelfs verkrijgbaar als e-card. 

Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?