Posts tonen met het label Happy Stuff. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Happy Stuff. Alle posts tonen

woensdag 30 december 2020

Lieve A.

Vandaag ben je 18, mijn lieve, mooie en slimme A. Volwassen en lichtjaren voorbij de vijfjarige die mijn hart veroverde met blonde staarten en gekke fratsen. 

'Waar is de tijd gebleven', mopper ik tegen je vader. Hij antwoordt met een schuine lach.

Je lijkt op hem. 
Maar je bent zoveel meer. 

Verstandig zoals past bij de oudste. Je waakt over harmonie en gezelligheid en zit het liefst aan de keukentafel met meer mensen dan passen. Je kletst honderduit maar houdt je diepste gedachten liever verborgen. Tot ze uitgedokterd het licht mogen zien. Stoutmoedig. Anders. Een activist in de dop omdat de wereld anders kan, volgens jou. Een waarin iedereen zichzelf mag zijn. 

Jij wordt het steeds meer. 
Jezelf. 

Zonder opsmuk maar stralend. De wereld aan je voeten ook al staat ze even op pauze. Je hebt je gitaar en grappen op zak. You light up the room en mijn hart.

Later als je groot bent.
Het is begonnen.



zondag 16 augustus 2020

10

 Soms denk ik je vooruit. Dan mijmer ik over hoe je als puber, met te lange benen en armen misschien, als student, serieus en onderzoekend misschien, als volwassen man, verliefd en vader misschien.

Soms denk ik je achteruit. Aan de eerste keer dat ik je zag. Je wiebelende stapjes. Je schaterlach. Je eindeloze mama's en mollige armpjes die zich naar me uitstrekten. Herinneringen draaien rondjes als de groeven in een langspeelplaat. 

Maar meestal kijk ik naar je zoals je nu bent. Omdat ik weet hoe snel het gaat en ik liever niet teveel wil missen. Dan schrijf ik het op. Of ik leg het vast. Klik! Je blik. Je stem. Stiekem, want van jou hoeft het niet zo. Voor later, leg ik uit. Soms wil je er dan wel even voor zitten. Haar goed en blik op, nouja hoe bijna-tieners kijkers. Dat weet jij beter dan ik. 

Ik zie gewoon jou. De gouden vlekjes in je ogen. De sproeten op je gezicht die deze zomer ontelbaar zijn. Je haar dat niet kan kiezen tussen rossig of blond.

Je eigenheid en eigenwijsheid. Je gedachten die vragen om begrepen te worden. Ooh.  Je zachtheid. Je aarzeling voor denkbeeldige drempels. Je uitbundigheid er eenmaal over heen. Je gezien willen worden. Schatzoeker van woorden. Kletskous sinds je kunt praten. Over van alles. Met opa. Met beste vriend T. Met mij. Dan maak je plannen en wens je dat alle oude mensen voor altijd gezond blijven. Dan droom je jezelf in Nike van top tot teen terwijl je een vliegende Tesla bestuurt. Uit de boxen klinkt muziek waarvoor je mij inmiddels te oud schat. Van wiebelige stapjes naar voorzichtig stoer.

Vandaag ben je jarig en maak je al 10 jaar mijn leven licht. Of eigenlijk plus negen maanden, waarin  je als Lampje in mijn buik woonde. Een lichtje ben je nog steeds. Stuiterend, schaterlachend en stralend op je zevenmijlslaarzen. Ga maar, ik houd je wel bij. Je wereld wordt steeds groter dus niet altijd meer in mijn zicht. Maar altijd in mijn hart. Weet je nog hoe we dat vroeger oefenden omdat je bang was dat je me op school zou missen. Gewoon je ogen dicht doen, dan zie je me ook als ik er niet ben. Je probeerde het met ogen en vuistjes dichtgeknepen. Teleurgesteld vertelde je later aan oma dat je daar nog te klein voor was. 

Zou je het nu wel kunnen? Jij vraagt je andere dingen af. Of je de hele nacht wakker zou kunnen blijven. Met een kop echte koffie en dutjes overdag als voorbereiding. En waar we in godsnaam je cadeaus dit jaar hebben verstopt. En wat er gebeurt in het geheime-appgroepje dat we hebben aangemaakt voor je verjaardagsfeestje. En dat uitdelen minder leuk is in coronatijd. En, en, en...

Lieve grote kleine man, hiep hiep hoera!
Ik van jou.
Met mijn ogen dicht
en dan snel weer open om niks te missen.


De tekening voor het geboortekaartje dat vriendin P. 10 jaar geleden voor ons maakte. 

vrijdag 17 juli 2020

Alles is familie

We zitten in de tent. Met meer dan past, maar dat is niet erg. Buiten is het weer op zijn Nederlandst en we houden elkaar warm rond de eettafel. Het gezelschap is een mengelmoes van huishoudens waarin de kinderen een rode draad proberen te ontdekken. Wat voelt als familie blijkt ingewikkelder dan we dachten. Tenminste als we er namen aan willen geven. We gaan van familie naar achter tot aangetrouwd en aangewaaid. Van warme kant naar koude kant en van bloed naar banden die zijn aangegaan en soms ook weer verbroken. 

J. trekt er een denkrimpel van: 'Dus jij bent eigenlijk niet mijn oom, maar A. en E. zijn wel mijn nichtjes?' Hij kijkt vragend naar mijn lief, die nu ook een denkrimpel trekt. Is hij zijn oom-recht verloren toen hij en de zus van de moeder van J. uit elkaar gingen? Ik probeer ondertussen te bedenken wat ík dan ben van J. terwijl hij op hetzelfde moment met bedenkelijke blik naar mijn zoon kijkt. 'Ben ik dan een halfneef van J. omdat hij ook een halfbroer van mijn nichtjes is?' De tafel kauwt even op het woordje half terwijl de halve neven elkaar beteuterd aankijken. 

Achtereenvolgens proberen we uit te leggen dat je 'achter' bent als de moeder van je neef de nicht van jouw moeder is. Dat zij dan geen tante is maar een achternicht. En dat M. dus zowel een achternichtje is van J. als van zijn moeder. Ook praten we over aangetrouwd en vertrouwd. En dat stief geen bloed is en dat er bloed nodig is voor half. Maar dat de liefde zich over het algemeen er weinig van aantrekt. 

Het regent kwartjes terwijl vaderskanten en moederskanten worden ontward, maar niet alles valt op zijn plek. Soms zijn er geen woorden voor banden die we wel voelen. Door gedeelde herinneringen, alle vakanties die we samen doorbrachten en vertrouwd zijn met elkaars mooie en mindere kanten. 'Jij voelt als mijn tante', vertrouwt oudste W. toe ook al ben je dat niet echt. Dat W. en ik ons al zussen voelen sinds we elkaar leerden kennen op ons 18e heeft hier vast mee te maken. En lief mag wat J. betreft zijn oom-rechten houden. We vervangen de halfjes en de stiefs en de achters voor vol en I. noemt ons haar gevonden familie. Aanwaai, maken we er lachend van.

Buiten klaart  het op. De tent kan weer open en de kinderen naar buiten. Dan steekt J. zijn hoofd nog even naar binnen voor een laatste vraag: 'Familie kies je toch eigenlijk?' Voordat ik antwoord kan geven, is hij alweer weg om  achter zijn neefjes en nichtjes aan te jagen op het natte gras.

Ik lach, knik en tel. 


maandag 11 mei 2020

Ehnem.. ik vind je lief

De achilleshiel van de moeder is haar kind. Je eigen geluk is van de ene op de andere dag met onzichtbare draden verbonden aan het geluk van dat kleine hoopje dat je in je armen houdt en je even naar adem doet happen. Slim bedacht door de natuur. Een ecologisch beloningssysteem waardoor één simpel lachje de eindeloze stroom poepluiers en voeden op onmenselijke tijdstippen snel doet vergeten én vergeven. 

Mijn zoon keek de eerste weken van zijn leven licht verbaasd en vooral slaperig de wereld in. Er kon geen lachje vanaf, wat ik ook probeerde. Kirren, lachen, zingen, hopsen, een vorsende blik was mijn deel. Ik raadpleegde boeken en vriendinnen om uit te vinden wanneer ik die eerste lach kon (en mocht) verwachten. Toen ik uiteindelijk de dokter om raad belde, lachte mijn kind dezelfde dag nog. En ik moet toegeven dat het grappig was. Achteraf

Zo rolden we door onze eerste jaren als moeder en zoon. Genietend en improviserend. Al doende leerden we elkaar beter kennen. Van piekeren soms naar pieken van geluk. De achilleshiel bleef en zou blijven. Maar wat maakt het uit. Hij begon met kletsen en mijn wereld barste uit haar voegen van plezier. De MAMA moest nog even wachten, BALLL en TITAAA (auto) kregen voorrang. Inmiddels staat mama onder favorieten in zijn woordenlijst.  Het gaat vooraf aan alles wat hij wil vertellen en dat is veel. Zoveel dat hij - nog heel klein - begon te haperen. Teveel woorden tegelijk willen zeggen. In hun verlangen uitgesproken te worden, buitelden ze over elkaar heen. Buiten adem, haperend, nog voor uitgesproken. Hoewel het me vertederde en ik me hier nou eens geen zorgen over maakte, adviseerde de juf van school een logopediste. 

Daar bleek algauw de bron van al dat gehaper. Zijn moeder! Au, ik wreef over mijn pijnlijke hiel. Terwijl ik mijn zoon moest voorlezen uit Dikkie Dik, had de expert het al gezien. Ik praatte veel te snel en gebruikte ik altijd zoveel woorden als ik met mijn zoon sprak? In gedachten zag ik mijn kind bedolven onder mijn eindeloze woordenstroom. De therapeut was streng. En ik oefende in LANG ZA MER praten tegen mijn kind. Tevergeefs. Algauw kletsten we weer eindeloos en schaterden voor het slapen gaan om de gekke taalvondsten van Dr. Seuss. 

Pepijn kan al een beetje lezen: woordjes zoals deze en deze
Maar papa is knapper, want papa kan deze

En dan vulde mijn zoon aan: expansievat en HEUPPROTHESE!

Bijna tien en het haperen is inmiddels verdwenen. Zijn woordenschat is van ontwapenende grootte. Hij wil nog steeds meer vertellen dan hij soms kan verwerken. Dan sluipt er een ehnem tussen de zinnen als een ruwhouten kraal.  Dan hoor ik de stem van de strenge logopediste in mijn hoofd en maak ik de ruimte vrij voor mijn zoon om zijn gedachten te vormen. Maar dat maakt niet uit. Zijn gedachten willen nog steeds sneller dan zijn woorden kunnen dragen. 

Ik besluit dat er al genoeg zorgen zijn voor moeders en ik geef toe aan de vertedering die ik voel bij elke ehnem. Ik lach, hij lacht terug. 


zondag 10 mei 2020

Meer dan goed

Klaarwakker, blijf ik toch in bed liggen. Beneden worden sinaasappels geperst en de ovendeur klapt open en dicht. Croissantjes, raad ik terwijl ik mijn bedlampje aandoe en een boek erbij pak. Tot de slaapkamerdeur opengaat. Een ontbijt op een blaadje gaat voorop. Door middelste gemaakt met hulp van jongste. Van oudste krijg ik een cadeau. Een boek waaruit blijkt hoe goed ze me kent. En kwastjes die ik laatst kwijt was. Kleine man heeft geknutseld. Een kaart met een hart of meer een hart met een kaart erop. "Voor de aller liefste mama"

Terwijl ik koffie drink, krult mijn rijkdom zich op ons bed. Een wirwar van benen en blonde haren. Ik kan het niet helpen om te denken hoe groot ze al zijn, maar ze passen nog steeds. Erop en ertussen met hier en daar een snauw als er een puntboog in de weg zit. Er worden geen zonnen meer op ruggen getekend maar ze hebben plaats gemaakt voor ander moois. En middelste wil nog steeds wel gekriebeld, in haar nek of nee daar, op haar rug, een klein stukje naar beneden nog, jaaaah! Ik tel.

Mijn eigen mama zag ik gisteren nog. We lachen extra om de afgelopen weken in te halen. Liefde reikt verder dan anderhalve meter. Met gemak. Maar ik zou zo graag mijn armen weer om haar heen slaan. En om mijn vader, wiens grijze haar een staart belooft te worden als we nog lang zo voorzichtig moeten leven. Als ook mijn schoonouders onverwacht voor het tuinhek staan, schuiven we de de stoelen en bank zo dat er voldoende afstand is. Met gemak. Gelukkig maar. We eten aardbeien-rabarber cake en denken ons andere tijden.

Terwijl ik de kruimels van ons dekbed veeg, verbaas ik me over geluk. Dat zich zelden laat vangen maar  op onverwachte momenten dicht tegen je aan komt zitten. Als een oude vertrouwde vriend. Je hoeft niets te zeggen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds is er volop geluk. Het blijft niet binnen. Dwarrelt dwars door bedachte afstanden heen. Komt op je zitten als een witte vlinder waardoor je stil blijft zitten. Betoverd in het moment.

Je knijpt je ogen dicht tegen de zon. Eerder en later vervagen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds.

maandag 27 april 2020

Happertjes zijn we

8 jaar getrouwd. Terwijl ik het ontbijt op bed maak dat jij me gisteravond beloofde, denk ik aan alles wat achter ons ligt maar bij ons bleef in veranderde vorm. Het gezin waar we samen aan begonnen. Met voorsprong, want plus twee. Ze waren 9 en 6 toen ze hun handtekening zetten onder ons 'Ja, ik wil' in dat witte kerkje in Amsterdam Noord. Onze lieve familie en vrienden dicht op elkaar in de banken. De hekkensluiter droeg de ringen, want bijna 2. Geluk in één dag gevangen. Er volgden meer. Ze kleurden de gewone dagen. Gaven het hollen en het vliegen, de vermoeidheid en ook tegenslag tegenwicht. Het ene jaar meer in balans dan het andere.

De liefde bleef. In al haar onverstoorbaarheid. Ik, die twijfel aan alles, twijfel nooit aan jou. Hoezeer ik me soms ook verwonder over hoe verschillend we gebakken zijn. De herkenning zit in de kern. In  mijn hart, dat je al kraakte toen je achttien was.  De allerliefste keter. Ontregelaar, nog steeds. Van baksteen. Onverstoorbaar in je liefde voor de kinderen, mij en nog wat geluksvogels.

Zoveel als ik van woorden houd, jij laat het liever zien. Waar de nacht in de dag overgaat, dat zijn wij. Dat magische moment van alles en niets. Rust en belofte.

8 jaar getrouwd. Geen papier meer. Maar van stevig karton. Vrolijk gekleurde vellen die we vouwen in verschillende vormen. Wensbootjes, slingers, harten met hoekjes en happertjes met verborgen zinnen. Eenmaal gevouwen lijntjes blijven zichtbaar als de voorzichtige kreukels op onze lijven. Mooi, vind jij. Wars van ijdelheid alsof je stiekem weet waar het om gaat. Ik denk het ook te weten.

zaterdag 18 april 2020

Krantenknipsels en biscuitjes met slagroom

We maken een ontbijtdoos want oma Net is jarig. 79 jaar en in haar hele lange leven heeft ze niet eerder in een anderhalve meter maatschappij geleefd. Maar ze laat zich niet kisten. Dus wanneer ze de deur opendoet voor haar onverwachte ontbijt in een doos piept er een vrolijk Hollands vlaggetje uit haar (langer geworden) haar. Ik verdenk opa Henk die erin te hebben gestoken toen hij haar wakker zong. Ook hij laat zich niet kisten.

De gevulde doos vertelt iets over de jarige. Het pak Maria-koekjes verraadt dat ze houdt van biscuitjes met slagroom erop. En dat je haar daar 's nachts voor wakker mag maken. (Sterker nog, vroeger maakte ze daar mijn schoonvader voor wakker.) De druiven zijn iets van de laatste tijd en haar liefde ervoor houdt groenteman E. op de been, ook in deze onzekere tijden. Toen ze nog goed kon zien, knipte ze elke week krantenknipsels voor ons uit. Van leuke uitjes en opvallende en voor ons (volgens haar) relevante zaken. Dus plakken de kinderen knipsels op de doos. Over gratis online muziekles en de Hou Vol-voorpagina van het Parool. We lachen liefdevol om de herinnering aan de talloze knipsels die we vonden als ze bij ons was geweest.

Als het geen ontbijtdoos zou zijn, hadden we er tenminste één gehaktbal in gedaan. Een voorzichtig, zich bij voorbaat verontschuldigend exemplaar, want zo lekker als die van haar kan ik ze niet maken. Je kunt onze kinderen ervoor wakker maken, zeker de jongste. Middelste voor haar suddervlees en oudste voor haar biefstuk (die mijn schoonvader onder haar streng toeziend oog bakt). Maar zoals gezegd is het een ontbijtdoos. Dus bouwen we een torentje van roomsoezen met een kaarsje erop en verstoppen matzes met kleine doosjes zoet beleg (haar redding als ze bij ons eet en ik te alternatief heb gekookt naar haar smaak).

Als we niet in een anderhalve meter situatie waren beland, had ze haar verjaardag zeker gevierd. In een leuk restaurant, dat ik dan zou mogen uitkiezen. Of met een uitje, waar ze de kinderen een plezier mee zou doen. Of thuis, waar ze ons vanaf het moment van binnenkomst tot vertrek zou volstoppen met heel veel lekkers van alleen de beste adresjes, waarmee ze haar Amsterdamse herkomst eer aandoet.

Ze belt. Dat ze zo enorm heeft genoten van de ontbijtdoos. Dat mijn schoonvader alles heeft voorgelezen, van knipsel tot anti-piekerkaartje. Dan verontschuldigt ze zich nog maar eens dat ze in haar badjas opendeed. Maar ze had besloten tot een makkelijke luie dag. Ik geef haar gelijk en lach. Om mijn schoonmoeder die zich niet laat kisten. Die straks tussen de bloemen op haar balkon gaat zitten met een mini-appelflap (ook iets van de laatste tijd). Daar leest ze digitaal de zaterdagkrant van kop tot kont en knipt in gedachten een stuk of twee stukjes eruit. Waarschijnlijk belt ze nog een keer. Om nogmaals te vertellen hoe blij ze met de ontbijtdoos is (en om te vertellen wat er in die niet uitgeknipte stukjes staat).

Lieve schoonmama, ik wens je een dag vol luiheid en gemak. Op meer dan anderhalve meter houden we de wereld van je.

dinsdag 7 april 2020

Kaas of sushi?

Vandaag blijven we wat langer liggen en kijken het staartje van The Biggest Little Farm op Cinetree. Nu wil ik kippen. En eigenlijk ook een varken. En ik vraag me af of je van een stadsmeisje ook een buitenmeisje kunt worden? Hoewel hij al naar zijn werk is, hoor ik mijn lief grinniken. "Puh", zeg ik tegen niemand in het bijzonder en begin aan de dag.

Kleine man houdt kantoor in de kamer van grote zus A. Een groot Mac-scherm maakt het leren niet per se makkelijker maar wel leuker. Taal en rekenen zijn vandaag een appel en een ei. Hoewel hij de appel nog wel eens als apel wil schrijven. Deze kan ik uitleggen. En we verzinnen een rijtje:

Poten - Potten
Kaken - Kakken
Taken - Takken
Stoken - Stokken

Een wereld van verschil in één letter gevangen. Klaar. Hij levert zijn taak in en het scherm vult zich met vrolijke confetti. Nu alleen nog wereldoriëntatie. Ik mag in zijn groepje.

"Het gaat vandaag over dilemma's..." "Kaas of sushi", vult mijn filosoof in zonder verder te lezen. Zwijgend geef ik hem de gum en lees verder. "Het gaat vandaag over dilemma's over voortplanting." "Dat is wanneer je kindjes krijgt", grinnikt mijn zoon en klikt naar de eerste stelling. Daar kan hij kort over zijn. Die vrouw van 60 mag wat hem betreft een kind op de wereld zetten. "Als dat is wat ze wil", schrijft hij op zijn werkblad. "Leeft ze dan nog lang genoeg om voor haar kind te zorgen?", probeer ik, maar hij is al bij de volgende stelling.

- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."

Geen van de dilemma's zijn voor hem - behalve de wijze waarop je het schrijft - een dillema. Tot de laatste. Of het klonen van mensen een goed idee is? Hij lacht even om het idee dat er honderd klonen van hem zouden rondlopen. Dan stopt hij met lachen en zet een stellig nee op zijn werkblad. "Waarom niet?", vraag ik nieuwsgierig. Hij kan het kristalhelder uitleggen. "Zo'n kloon kan er niet alleen met jouw voetbalkaartje voor een wedstrijd van Ajax vandoor maar ook nog eens met je vriendin."

En dat snijt genoeg houd voor vaandag.


woensdag 1 april 2020

Over afscheid en zakkenrollers

We zitten op de fiets, kleine man en ik. Onderweg naar beste vriend T. voor een middag op de trampoline. Op de dijk steken we over. "Dat is de eerste keer dat ik niet hoef te wachten om naar de overkant te kunnen", constateert mijn zoon. Hoewel dat wat overdreven is, ben ik met hem eens dat we een kanon kunnen afschieten op straat. Dat beeld maakt hem aan het lachen: "Wel balen voor de zakkenrollers, mam, dat het zo rustig is op straat." Nu is het mijn beurt om het uit te proesten. Mijn nietsvermoedende moppentapper.

De humor ligt op straat de afgelopen weken. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken die me toch ontroeren.

"Zolang we maar gezond zijn en blijven!"

Zo is het. Op anderhalve meter is er minder afstand dan normaal. Eenzame wandelaars knikken vriendelijk. Hou vol, lees ik in hun ogen. Ik ben maar weer begonnen met hardlopen. Mijn vaste rondje met af en toe een gekke kronkel bij tegenliggers op het smalle pad. De waterhoentjes zitten alweer op hun nest. Fijn.

Ik denk gekke gedachten. Dat mensen (lees ik) zich van alles voornemen, als ze maar de tijd zouden hebben. Foto-albums inplakken. Brieven schrijven. Ingewikkelde recepten koken. Bezemkasten opruimen. Maar als mensen (lees ik) dan de tijd hebben, geen van die dingen doen. Of een beetje maar. Ik gooi drie kaartjes in de rode brievenbus en geef er een klopje op. Langs de huizen tel ik zeven beren die gemoedelijk met hun neuzen tegen het raam drukken. Dat mensen dus dingen gaan doen, als ze de tijd hebben, die ze nooit gedacht hadden. Klein geluk.

Alles gaat vanzelf, denk ik aan vriend F. Ik sluit mijn ogen om hem te kunnen zien want dat is alweer lang geleden. Er komt nog meer verleden voorbij deze week als ik mijn spullen inlever in een groot en leeg kantoor. Dag S. Wat heb ik veel fijne jaren hier gehad. Zoveel herinneringen en collega's waarvan een handvol vrienden werden. In the pocket. Vriendin S. zingt me toe over de app. New Beginning. Ik stap voor het laatste autoritje in mijn trouwe huurbak en mijn wielen vallen met gemak in de sporen die ik achterliet op de A5. (Just Like) Starting Over, John Lennon in mijn daily mix op Spotify. Toeval. Bestaat. Niet.

De Wereld Draait Door. En de humor ligt op straat. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken.

"Gelukkig schijnt de zon!" Zo is het.

P.S. Niet oppassen voor zakkenrollers. Elk nadeel heb zijn...


donderdag 26 maart 2020

Alweer een bijna gewone dag

De week vliegt en speelt spelletjes met mijn hoofd.

Maandag en mijn klas is leeg. De meiden zijn bij hun moeder dus kleine grote man heeft privé-les. Al mijn aandacht voor hem alleen. Hij kijkt bedenkelijk en ik neem me voor deze week het tellen tot tien onder de knie te krijgen. Eerst maar eens koffie met alle nieuwe taalregels en -categorieën die mijn zoon beter kent dan deze Drs. in de Nederlandse Taal- en Letterkunde. We rollen de dag door en zijn klaar als vriendin W. voor de deur staat. We gaan wandelen en bijkletsen op anderhalve meter afstand. Raar, concluderen we als we over de smalle brug weer naar huis lopen. "Ik voel een afstand", grapt W. "Ik ben gewoon sneller", pest ik. Kleine man vindt onze wandeling vooral saai en is dan ook blij als hij vriendje S. in de wijk tegenkomt. "Spelen?" De zon schijnt en het zou bijna een gewone dag kunnen zijn. Maar vriendin W. neemt afscheid zonder kussen. We zwaaien ons vrolijkste zwaai. Op de mat een kaartje van J. Geluk in de vorm van een envelop.

Dinsdagochtend vervallen de lessen. De wifi werkt niet en alle papieren zinnen en sommen zijn al gemaakt. Er kan nog in het corona-dagboek worden geschreven maar de blik van mijn enige leerling spreekt boekdelen. We keren de dag om, inhalen komt later. En terwijl jongste zich met een indianenkreet op de Switch stort, heb ik tijd om boodschappen te halen. Meteen ook voor de allerliefste ouders en schoonouders. De mijne zijn al twee weken ziek en thuis en de zijne heb ik gevraagd zoveel mogelijk uit de winkels te blijven. Als ik weer thuis ben, ligt er een pakketje voor me. Vrolijke zeepbakjes van Foekje Fleur. Valt er nog wat te lachen tijdens het eindeloze handen wassen. De middag verdwaalt in rekentrucjes die ik nog niet kende en nog meer staartdelingen. Je zou er een staart van krijgen, is zelfs jongste het met me eens. Van al zijn gapen kunnen we inmiddels een ingewikkelde keersom maken.

Woensdag komt N. ons huis stofvrij maken. "Veeg je meteen ook alle zorgen naar buiten?", vraag ik op veilige afstand. Ze lacht haar geruststellende lach en gooit alle ramen open. De klas verhuist een verdieping lager. Na de lessen is er limonade in de tuin. Vriendje T. komt spelen. De juf is vrij. Mooi, want ik moet nog zoveel regelen deze week. Zucht. Oh nee, 1... 2... 3... Dan gaat mijn telefoon met een vraag waar ik over na moet denken. We rollen sushi en verwennen de poes met de overgebleven stukjes zalm. Alweer een bijna gewone dag. We stappen doodmoe onze bedden in, gelukkig is het hotelbedden-dag dankzij N.

Vandaag. Donderdag. Ofwel geen vrijdag. Ik verbeter mezelf na een verbaasde blik van mijn zoon. Ik ben trots op mijn kletskous hoe makkelijk hij zich heeft aangepast en geef hem een kus. Ineens herinnert hij zich de anderhalve meter afstand-regel. "Te laat," grinnik ik. We fietsen naar de bakker en weer terug, we sporten met Nathan van Wie is de Mol en ik stel mijn eigen hardlooprondje nog even uit. Ik moet nog steeds van alles regelen maar de bel gaat.  Een doos vol lekkers van Support Your Locals. Als alle boodschappen zijn uitgepakt, kijk ik op ons schema voor vandaag. Zucht. Als de kleine man niet kijkt, krabbel ik snel iets tussen de regels door:

DUTJE IN HET ZONNETJE (MAMA)

Morgen weer een dag. Zaterdag. En dan bedoel ik dus vrijdag. Dat. Dus. En als je die twee samenvoegt heb je een DUT.



Kattenstrategie in Coronatijd

vrijdag 20 maart 2020

Helden Alfabet

Wat zijn er veel helden. Gewone mensen die onder hun jas een cape verbergen. Bijna onzichtbaar, maar als je goed kijkt zie je een puntje wapperen. Lang leve...

De Behulpzamen
De Behoedzamen
De Beschermenden
De Bijzonderen
De Blijmoedigen
De Creatievelingen
De Dapperen
De Doorwerkers
De Doorzetters
De Doorbijters
De Flexibelen
De Geduldigen
De Gehoorzamen
De NIET Hamsteraars
De Hulpvaardigen
De Hoopvollen
De JA- en OM-denkers
De Kwetsbaren
De Krachtigen
De Kalmen
De Lieverds
De Luisteraars
De Meedenkers
De Moedigen
De Nauwkeurigen
De Nuttigen
De Praktis(ch)en
De Plichtsgetrouwen
De Regelaars
De Rustigen
De Standvastigen
De Samenwerkers
De Socialen
De Taaien
De Vrolijkerds
De Verantwoordelijken
De Vindingrijken
De Vriendelijken
De Voorzichtigen
De Wilskrachtigen
De Zorgzamen
De Zorgvuldigen
De Zelfstandigen
De Zachtaardigen

maandag 17 februari 2020

Magisch Marrakech

Elk jaar gaan we op reis, vriendin W. en ik. Tenminste dat proberen we. Zo zijn we al naar Argentinië, Japan, Spanje en Portugal geweest. Dit jaar stond het Noorderlicht op ons verlanglijstje. Naar de kou en sneeuw in Lapland. Tegen de tijd dat we eruit waren hoe en wat, waren de reizen vol. Dus gingen we naar Marrakech. In plaats van een slee met husky's, dwaalden we door de oneindige straatjes van de roze-oranje stad. We verbleven in een Riad - wat patio betekent - die was verstopt aan het einde van een doodlopend steegje en achter een kruip-door-sluip-door-poortje. Vast om de magie te versterken die ons betoverde toen we eenmaal in de patio en onze kamer stonden.

We durfden onze Riad bijna niet te verlaten omdat we dachten deze nooit meer terug te vinden. De talloze straatjes hebben geen namen. De grote moskeeën in de stad werden onze houvast en we vonden onze (om)weg. Naar het museum met foto's van het vroegere Marrakech, naar het oude paleis met prachtige mozaïeken, naar de plek waar onze fietstour begon en naar het grote plein Djemaa El Fna, waar we niet wisten hoe snel we er weg moesten komen en onze toevlucht zochten op een hoog dakterras. Per toeval kwamen we langs de hammam waar we pas veel later een afspraak hadden staan. Omdat we bang waren de weg niet meer te vinden, vroegen we of we al terecht konden. Dat kon en we werden gescrubd, gewassen en gemasseerd tot we rozig en als nieuw weer buiten stonden.

We sloten Marrakech in ons hart, onderhandelen als echte Berber vrouwen over een leren poef en tas en beseften dat het onderhandelen misschien toch niet zo in ons zat toen de verkoper wel heel vrolijk onze hand schudde om de deal te sluiten. We bedachten hoe leuk het zou zijn als we op Schiphol zouden aankomen met een tapijt tussen ons in en dan het gezicht van mijn lief zouden zien. Priceless. De gedachte alleen was genoeg terwijl we grinnikten achter een zeldzame Espresso Martini waar we proostten op onze vriendschap en op dat we zo goed samen kunnen reizen. Ik van de boekjes en lijstjes met dingen die ik per se wil zien en W. van het loslaten en gewoon maar dwalen. Daartussenin is het fijn reizen en de week vloog. In het vliegtuig naar huis was ons hoofd en hart vol indrukken,  geuren en herinneringen voor later.

Lief kwam ons halen en bleef een Berber-tapijt bespaard. Hij zou al genoeg moeten wennen aan de poef en gekleurde schaal. Ik sloop de slaapkamer in van kleine man want een hele week zonder... Halfslaperig maar blij om me te zien, moest ik weten dat hij in mijn afwezigheid zijn hart had verpand aan ripped jeans. "Dag mama, hoe heb je het gehad in Marrakech", plaagde ik hem. "Goed", was zijn verbaasde antwoord. Waarop we samen moesten lachen om het gekke nachtelijke gesprek.

En goed was het. Marrakech.


Blije voetjes!

vrijdag 7 februari 2020

Piekenpot

"Ik ben er klaar mee", spreek ik mijn drie biggetjes toe. Bij thuiskomst was ik gestruikeld over de tas van middelste, die gezelschap had, zag ik - vloekend - van de sporttas van haar zus. In de badkamer slingerde de verpakking van de tandpasta en in de wc sporen van een kind dat ook nog eens een leeg wc-rolletje op zijn of haar geweten had. Het was de spreekwoordelijke druppel. Ik wilde niet langer de hele dag lichten uitdoen, kommetjes en glazen achter konten opruimen, broodbakjes en bekers missen omdat die al dagen bivakkeren in schooltassen en rondslingerende sokken en sloffen verzamelen. Hun slaapkamers had ik al losgelaten, behalve dat de deur nog open moest kunnen zonder al teveel duwen. Maar het slakkenspoor in de rest van het huis moest stoppen, wilde ik niet veranderen in een langspeelplaat die op het meest gedraaide nummer bleef hangen.

Vriendelijk vragen had geen zin. Afspraken maken had geen zin. Sarcasme was ze volledig ontgaan. Verbazing en lichte verontwaardiging waren mijn deel als ik boos werd. Maar hoe moeilijk kan het zijn? Je eigen bord en beker opruimen na gebruik (ja dus ook dat kommetje. Nee, ik weet dat een kommetje geen beker of bord is). Je licht uitdoen als je naar school gaat (of weet je wat doe maar standaard als je je kamer verlaat). Bij thuiskomst je lunchspullen uit je tas halen en in de vaatwasser doen (nee dat is dus niet óp het aanrecht). En je kamer opruimen als de deur niet meer open kan (nee, als je nog door de kier past, telt niet).

Ik heb hele slimme kinderen, maar dit krijgen ze niet voor elkaar. Middelste heeft een week rondgelopen met drie broodbakken, twee fruitbakjes en twee bekers in haar tas. In twee broodbakjes zat beschimmeld brood en een appel die je niet eet maar wel vervoert in een volle, warme tas blijkt appelmoes te worden die een beetje stinkt. De bakken en bekers van oudste zijn al weken vermist en ik klim elke ochtend op de hoogslaper van de jongste omdat hij standaard vergeet zijn bedlampje uit te doen. "Als ik jullie zou vragen elke ochtend een snoepje voor het ontbijt te nemen, zouden jullie dat dan ook vergeten", mopper ik. Ze zwijgen strategisch.

Dus nu is er de piekenpot. Dat een piek een euro is voor mensen boven de veertig, weten mijn kinderen nu ook. Voor alles wat slingert, niet opgeruimd en (alweer) vergeten is, in ik een piek. Oudste kijkt verschrikt, middelste kijkt opstandig en jongste jammert dat ik het beste meteen maar zijn spaarpot kan omkieperen omdat hij het toch allemaal niet kan onthouden. "Je hebt het zelf in de hand", snuif ik. Op dag 2 na onze eenzijdige afspraak zitten er al 3 pieken in de pot, van elk kind een piek. Bij het onderstoppen vraagt kleine man beteuterd wat we met al dat geld gaan doen. "Ik denk uit eten", plaag ik en weet wel beter. De kinderen ook. Over een week is de piekenpot vergeten en zet ik de naald weer op de langspeelplaat.


maandag 23 december 2019

De liefste

Terwijl haar krullen springen, staat haar gezicht op standje heus niet. Bijna 14 en het puberen op de loer. Dus zegt ze B op mijn A en kijkt me ondoorgrondelijk aan als ik probeer uit te vissen wat er achter haar blik schuilt. Wanneer ik het probeer in te vullen, krijg ik meestal een 'nee hoor' of een 'helemaal niet', wat ze kan zeggen als geen ander in ons gezin. Ik denk aan toen ze klein was en ook als de beste kon zuchten als er iets niet ging zoals ze wilde: 'uhuaaa'. Een oerzucht die we er lang in hebben gehouden. Tot haar grote plezier. Maar als we nu oefenen op de juiste klemtoon van de 'hélemaal niet', krijgen we een opgetrokken wenkbrauw.

Waar haar kleine broertje en grote zus de oren van onze hoofden kletsen, is middelste zuinig met haar woorden. Ze is graag alleen met haar gedachten. Dan zijn we haar zomaar een tijdje kwijt als ze even naar boven is om iets te pakken. Meestal zit ze dan in haar kamer  te mijmeren op haar stoel. Haar lange benen opgekruld en geklemd tussen haar lange armen. De tijd vergeten. Gewoon. Meer mindful dan middelste ken ik ze niet. Ik probeer van haar te leren maar wordt meestal pijnlijk geconfronteerd met mijn ongeduld. Waarom, hoor ik haar denken maar ze zegt het niet. Ze trekt een gek gezicht want dat kan ze als de beste. Ik lach en zie weer een flits van het kleine meisje dat zo mijn hart in wandelde. De krullenbol met haar onvoorwaardelijke vertrouwen waar ik zo vaak om heb moeten lachen. Nog steeds kan ze onverwacht grappig en origineel uit de hoek komen. De wereld door haar ogen. Geen ruimte voor onrecht en gedoe. Als het aan haar zou liggen. Meelopen doet ze niet. Met niemand. En niet alleen omdat ze net even staat te dromen.

Ik vind haar stoer, deze puber in de dop. Het meisje dat vroeger altijd net één stap achter de rest van het gezin aan hobbelde. Met ontbijt. Met aankleden. Met jas aantrekken. Soms liep ze op haar sokken naar de auto met haar schoenen nog in haar hand. Net op tijd. Maar waarom die haast, zag je haar denken. Tsja, waarom? Het leven wacht ook op je als je niet stipt op tijd bent. Zij is het bewijs als ik haar doordeweeks vroeg naar school zie fietsen waar ze de mooiste cijfers en liefste vriendinnen verzamelt. Op het Winterfeest vlak voor de vakantie danste ze de hele avond.

Bijna 14 en het puberen op de loer. Ik vind het moeilijk, maar weet dat ik meer moet loslaten. Gewoon vertrouwen maar. Dat het goed zit. Met haar. Tussen ons. Ook als ze niet vertelt en ik haar probeer te vinden onder haar ondoorgrondelijke blik. Bij het onderstoppen bespreken we nog steeds de vraag van de dag. Ik met een filosofische blik, volgens haar en zij met haar eigen blik. Soms lezen we onze antwoorden van een paar jaar geleden, dan lijkt het ook haar te verbazen hoe groot ze al is. Ze lacht om haar jongere ik.

Ik zucht een zacht verlangen en hoop dat ze me niet hoort. Zuchten is nu aan haar.








dinsdag 17 december 2019

Het origineel

Ik vroeg het alweer een tijd geleden aan haar. Of ik haar mocht interviewen voor mijn boek over stiefmoederen. "Natuurlijk", aarzelde ze geen moment, terwijl we samen de Avondvierdaagse liepen met haar dochter en mijn zoon. Maar de tijd vloog en het leven kwam tussendoor, tot ik in de herfst weer begon met schrijven. Met zeven hoofdstukken in de steigers, vroeg ik het haar opnieuw. "Natuurlijk", aarzelde ze geen moment. Ze maakte twee vrijdagmiddagen vrij en aan de keukentafel in haar vroegere huis keken we elkaar verwachtingsvol aan.

Een beetje lacherig bekenden we dat we het toch wel spannend vonden. Want ook al doen we het al elf jaar, niet eerder gingen we er zo voor zitten om over het co-ouderschap te praten. Over hoe het voor haar is om de zorg voor haar dochters met een stiefmoeder te delen. Hoe ze vindt dat we het doen, hoe ze vindt dat ik het doe en hoe het voor haar is om naast een moeder ook een stiefmoeder te zijn. Ons gesprek schiet alle kanten op en voor we het weten hebben we het uitgebreid over oudste. Interviewen is een vak dat ik duidelijk nog niet onder de knie heb. En misschien komt het ook wel omdat we dit nooit doen, zo samen zonder afleiding. Gelukkig heb ik vragen voorbereid en ik begin.

N. is openhartig en eerlijk en ik durf ook de wat moeilijkere vragen te stellen. Het gesprek gaat nog steeds alle kanten op maar er is ook een voorzichtige rode draad die ik langzaam ontdek als ik later onze gesprekken terugluister. Met ergernis, want waarom praat ík zoveel? Met ontroering, want ik hoor dingen die ik nog niet wist. Met bewondering, om haar wijsheid in alle roerigheid. Voorzichtig zoekt ze haar woorden soms. Ze heeft duidelijk door de jaren heen veel over dingen nagedacht en gezocht toen het plaatje in haar hoofd anders uitpakte. Ze raakte veel kwijt, maar niet zichzelf. Haar houvast en leidraad waren altijd haar dochters.

Hoewel ik haar door de jaren heen heb leren kennen, krijgt mijn beeld van haar meer diepte. Ik voel mijn wangen gloeien als ze me bedankt voor wie ik ben en wil zijn voor de meiden. Een vraag die ik bijna niet had durven stellen. En ik beken dat ik nog weleens wil worstelen. Dan vind ik mezelf wel lief maar niet het origineel. Het origineel lacht. Ze herkent het wel als stiefmoeder. En als moeder? Weer die aanstekelijke lach: Er is toch ook maar één origineel." Ik moet nu ook lachen.  Ze heeft gelijk.

Wat boffen mijn meiden met hun origineel. En ik trouwens ook.


woensdag 4 december 2019

Lief

Knijp in mijn arm lief want je bent 50 vandaag. Vijf-tig! Het maakt op jou geen indruk. Voor altijd jong ook al vertelt de buitenkant een ander verhaal. Wat grijzer, wat kaler, wat vermoeider dan die eerste keer dat ik je zag. Toen was je 17 jaar. En nu heb je een dochter van bijna 17, over krap vier weken knijpen we in elkaars arm. Tijd vliegt, maar wat valt er veel te beleven onderweg. En wat hebben we een voorpret gehad toen vriendin T. vorig jaar op jouw verjaardag een app-groepje aanmaakte met de voorbode 'Sjaak 50'. De man die sinds zijn 18e zijn verjaardag niet meer viert, dacht er ook deze keer aan te ontkomen. Geen verrassingen, want dat had je al lang doorgehad, vertelde je me gisteravond nog terwijl ik mijn meest neutrale blik keek. Een paar minuten later ging de bel. Jouw verbazing en daaropvolgende lach? Priceless. En de stoet mensen die met feesthoedjes op hun hoofden ons huis binnen marcheerde, zingend en lachend. Nog iets meer. Je krijgt wat je verdient, lief. Van baksteen, maar wij weten toch beter. Dus knalde de champagne om 12 uur én de confetti-bom van vriendin W. We proosten en het Spotify-lijstje dat we voor je maakten ging op volume buren-ruzie: Nothing Else Matters.

En vandaag? Geen verrassingen meer? Had je gedacht! Maar één ding is zeker, ook vandaag. Ik hou van jou!


zondag 24 november 2019

Mama

Ik hoor vaak dat ik op je lijk. Hoewel ik het graag zou willen, zag ik het nooit zo. Tot je me laatst een foto stuurde en de gelijkenis me trof. Ik begreep ineens wat anderen bedoelde. Aan de buitenkant. Waarom zag ik het niet eerder? Ik denk dat ik anders naar je keek. Een optelsom van de liefde. Zoveel meer dan alleen de buitenkant. Dat wat ik bewonder en wat ik weet. Dat wat ik begrijp en soms ook niet. Je mooie kanten en de minder mooie. Je doen en je laten. Je willen en je wetens.

Je bent een caleidoscoop. De moeder van vroeger - toen we nog kinderen waren - gaat over in die van nu, van een volwassen man en vrouw. Grote liefde van papa en een schoonmama. De allerliefste oma, ook met stief ervoor. De beste vriendin van a lucky few. De vrolijke noot die zich lastig laat kraken. De Florence Nightingale die een leven lang zorgde en het nog altijd niet laten kan. Wie zorgt er straks voor jou? De wijze en nog veel eigenwijzer. Nieuwsgierig maar discreet als geen ander. Al mijn geheimen zijn veilig bij jou. Hoeder van harten en een hart groot genoeg. Een knapperd. Elke ruimte licht een beetje op als jij binnenkomt. Het is magie van de beste soort. De lolbroek met een lach waardoor de kinderen alleen met jou enge films durven kijken. De fanatiekeling met spelletjes en voetbal. De luisteraar, ook tussen de regels door. De dromer met hier en daar wat spijt. Schrijver van de mooiste brieven, al toen ik op schoolreis ging en jij ze in mijn koffer verstopte. Snel ontroerd door muziek en zinnen. Ik wou dat geluk een ding was en dat ik het ergens vond en mee naar huis nam. Dat heb ik van jou. Vast. Boekenwurm en zendelinge van moois. Ik zeg niets...

Je maakte van mij een bofkont bij geboorte. Want hoewel ik als baby vast al een denkrimpel had, maak jij mijn leven licht. Alles wat liefde krijgt, groeit. Verklaart dat waarom je nu omhoog moet kijken als je mij een kus geeft. Vandaag vieren we dat je 75 jaar bent, mama. Geweldig en overweldigend tegelijk. Want tjonge, 75 jaar...

Ouderdom laat niet alleen rimpels achter, ook de binnenkant wordt zichtbaar aan de buitenkant. Een zachtaardige blik. Een flikkering van verdriet. Een dappere mond. Een slordig geworden kuiltje.  Vervaagde sproeten. Lachrimpels. Hoekige heupen van het vele dansen. Een arm die alleen nog wil zwaaien als de koningin. IJdelheid die nooit verdwijnt. Een rechte rug. Dwarse voeten. Ze herinneren aan al die jaren. Je draagt ze met je mee. In je hoofd, in je hart en op je lijf. Trots. Gezegend.

Lieve mama, ik hoor vaak dat ik op je lijk. Ik hoop het.

zondag 27 oktober 2019

Hiep hiep

Jarig! Hoewel niet meer zo kriebel-verwachtingsvol-magisch-spannend als vroeger blijft het iets fijns. Kon ik vroeger niet wachten om ouder want wijzer en later en meer,  dat veranderde rond mijn dertigste in een lichte verbazing om de getallen die ieder jaar kwamen aankloppen. Inmiddels verberg ik mijn lichte verbazing achter een rotsvast vertrouwen dat mijn hoofd en mijn hart ergens op het feestje voor mijn 28e zijn blijven hangen. Dat is aan de buitenkant niet te zien, dus die mevrouw blaast morgen keurig 48 kaarsjes uit. Haar ogen dicht en blij als ze alle kaarsjes in één keer uit blaast want dan mag ze een wens doen. Zachtop. Want er is nog zoveel te wensen. Tegelijkertijd zijn er al zoveel wensen uitgekomen en telt ze haar zegeningen.

De grootste zitten aan tafel en eten van de zelfgebakken appeltaart. Het meisje dat een stiefmoeder en moeder mocht worden. En trouwde met haar beste vriend van vroeger. Die nog steeds herinneringen kan ophalen met haar ouders. En standaard in de rol van kleine zus schiet met haar broer in de buurt. Die veilig achter vriendinnen W. en T. kan aanhobbelen die haar ieder jaar voorgaan met weer een jaartje ouder worden. Die altijd even denkt aan P. en aan R. die ze zo graag aan haar tafel had willen zien zitten. En dankzij hen telt ze nog wat harder... 

Jarig! Er is geen houden aan, de kaarsjes passen maar net op de taart. Hoera! Al zoveel moois in the pocket. De 28-jarige zet de muziek alvast wat harder en trekt haar hoge- hakken-dansschoenen aan. 'Cause I've got one hand in my pocket and the other one is giving a peace sign. De mevrouw lacht en als je morgen goed in haar ogen kijkt, zie je de discolichtjes flikkeren.







woensdag 9 oktober 2019

Dag!

Dag! Nog niet echt, maar wel al een beetje. Ik kijk naar buiten en wens mijn hoofdpijn weg. In het water tussen het spoor en de weg - waar ik zo vaak op het bootje boterhammen at - zie ik twee zwanen zwemmen en tel ik 1... 2... 3... 4 meerkoeten! Ik glimlach om de laatste die als een cadeautje uit het riet tevoorschijn komt. Ik las dat meerkoeten niet graag vliegen maar zich bij voorkeur rennend over het water verplaatsen. Toch kunnen ze grote afstanden afleggen als ze midden in de nacht migreren. Deze lijkt voorlopig nergens naartoe te gaan. "En jij?" snatert het in mijn gedachten.

Ik draai mijn rug naar het raam en ga zitten. Tas en jas binnen handbereik op de lege stoel naast me. Een pen en een schriftje voor de zekerheid. Voor als ik het niet begrijp. Of voor houvast. Straks zal ik pas schrijven. Na het gesprek. Waarvan ik een beetje moet huilen. Niks aan te doen. Net zo monogaam als een meerkoet. Met duizend armen, hoor ik lief grinniken in mijn hoofd. Plus één, knipoog ik terug.

Maar ik kan het, weet ik. Verstrengeld en in de knoop geraakt, laat ik ze langzaam los. Dag! En dankjewel. Denk ik. Niemand is er vandaag.  De meesten zijn al weg. Ik neem de lift naar beneden en toch weer omhoog. Voor koffie bij de barista die Nederlands leert en lachend woordjes met met oefent. Ik krijg er een hartje bij. De stempelkaart voor korting laat ik liggen. Ik loop langs het prikboord en hap even naar adem, 1... 2... 3.... 4. Bij het opstijgen uit het water, leggen ze het eerste stuk rennend af. Niet halfbakken maar heldhaftig. Wholehearted. Rennen op water. Kleine helden.

Terwijl ik in de lift stap begint in mijn hoofd het deuntje van Fleetwood Mac. You can go your own way... 

Dag! Bijna.


Laat staan vliegen...

vrijdag 4 oktober 2019

Humeurig, harig en hartveroverend.

We zijn thuis met zijn zessen. Een vader, een moeder, drie kinderen en een poes. Deze harige en humeurige dame kreeg mijn lief cadeau toen hij voor me koos. Ik kreeg twee meisjes. We boften allebei, want hiermee vormden we een instant en ronkend gezin. Bovendien bleek mijn zwaar allergische lief niet allergisch voor mijn huisgenoot. Wat een klein wondertje was. Hoewel hij het zelf wijt aan de zware verliefdheid die hij onder de leden had en die hem immuun maakte tegen kattenharen. Grote vrienden zijn ze nooit geworden, maar wel familie. De harige en humeurige dame weet dat - hoewel die grote man als eerste opstaat en beneden komt - hij nooit haar etensbakje zal vullen. En zodra hij in bed stapt, zoekt zij haar heil ergens anders in huis. Hij kan haar echter kammen als de beste en als niemand kijkt, wil hij ook nog wel eens aaien. Prrrr... Zij vermaakt hem door de beste plek op de bank in te pikken en toen ze heel klein was onverwacht aan zijn blote voeten - die uit de twijfelaar staken -  te gaan hangen.

Toen ik haar kreeg was ze nog maar zes weken oud. Een bolletje geluk dat als ik niet oplette tussen de twee kussens van mijn bank wegzakte. 's Nachts sliep ze het liefst op mijn hoofd, luid knorrend van genoegen. Met haar in huis was ik nooit alleen. Spinnend, slapend, spelend, miauwend, hongerig,  om aandacht verlegen en uitermate tevreden met wat zon en een plekje om te liggen. Zo werd ze groter en groeide met me mee.

Inmiddels is ze de Grande Dame van ons gezin. Humeurig, harig en hartveroverend. De oogappel van oudste, een kersenpit voor middelste en een luisterend oor voor jongste. Ze komt en gaat zoals het haar uitkomt. Koningin van onze tuin en een voorzichtige avonturier daarbuiten. Binnen kan ze jaloersmakend lummelen, in de zon liggen en slapen. Bij grote uitzondering komt ze op schoot, veel vaker schuift ze dicht tegen je aan om gekriebeld te worden. Als je verdrietig bent, likt ze het zout van je wangen. En als er een feestje is, verschuilt ze zich bij voorkeur in de kast. Nog steeds ben ik nooit alleen, zelfs niet nu ik vaker thuis ben. Zij is er altijd

Haar naam is Teigermuis, speels als Teigetje van Winnie de Pooh en lief als een muis. Ze is 12 jaar in kattenjaren of zoals kleine man omrekent x 7 naar mensenjaren: 84! Een Grande Dame dus. Ik hou van haar tot aan de maan en weer terug. Ze is mijn bolletje geluk x 7! 


Van bolletje geluk naar...


Grande Dame van ons gezin. Geluk blijft het!

Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?