Posts tonen met het label Tsja. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tsja. Alle posts tonen

donderdag 25 juni 2020

Voor-oordelen

Ik heb ontelbaar veel vooroordelen. Al mijn hele volwassen leven. Zo dacht ik - begin twintig - dat ik nooit een man zou kunnen daten met een linnen tasje, want geitenwollensok. Italiaans vakantievriendje, vast een moederskindje. Hoogblond en een tatoeage boven billen die strak in de lycra steken, leest geen boeken. De donkere vader op het schoolplein, danst beter dan mijn lief. Man in polo en geruite broek, stemt VVD. 

Als ik 's avonds een rondje hardloop denk ik andere gedachten bij een man die me tegemoet komt dan bij een vrouw. Mijn gelovige nichtjes, nog nooit een one-night stand gehad. De buurvrouw met hoofddoekje, hoopt dat haar zoon niet op mannen valt. Vriendin S. zou nooit een vriendin worden om tal van redenen vooroordelen en vriendin M. eigenlijk ook niet. Ik heb zelfs vooroordelen over mezelf dus niet het sportieve type, ook al loop ik drie keer in de week hard en sta elke zaterdag vroeg op voor yoga. 

Mijn hoofd kent vele hokjes. Vooroordelen. Gedachten die ongevraagd om de hoek komen kijken. Betweterig en stupide soms als sommige mannen aan ronde tafels op televisie. Ik kan ze niet stoppen, net als al die andere gedachtes. Ik geloof dat we er wel 3000 per wakker uur denken. Over onszelf en de wereld om ons heen. Om het te duiden, te begrijpen. Een troebele mix van ervaringen en alles wat je (n)ooit hoorde, zag en leerde.

Dat ik ze denk, wil niet zeggen dat ze waar zijn. Integendeel. Ik zou er geen geld op inzetten. Ze hebben vaak genoeg bewezen onbetrouwbaar te zijn. Lang leve vriendin S. en M. Het is de voor en niet het oordeel. En omdat het daar nog wel eens mis wil gaan, komen vooroordelen wat mij betreft voortaan met wat algemene richtlijnen voor gebruik:
  • niet bedoeld om een ander te kwetsen
  • niet per se waar 
  • niet te verwarren met feiten of grappen
Je kunt vooroordelen niet stoppen maar wel opvoeden. Geef ze het goede voorbeeld. Be kind. Zacht en aardig. Moedig.  Twijfel. Luister en lees boeken. Over anderen en wat anders is dan jij. Het is een geweldige manier om in andermans schoenen te gaan staan. Laat je verrassen door de herkenning en omarm de verschillen. Of accepteer ze. Niet beter. Niet slechter. Maar anders. 

Je zult zien dat je vooroordelen veranderen. Jij verandert ten opzichte van je voor-oordelen. Zachter, minder star. Wereldwijzer. Wijzer. Of zoals Maya Angelou ooit zei: “Do the best you can until you know better. Then when you know better, do better.”




maandag 22 juni 2020

Klimaatneutraal

Mijn gezin is klimaatneutraal. En dan bedoel ik niet dat ze geen negatief effect op het klimaat hebben (dat hebben we helaas wel als menselijke soort) maar dat het klimaat geen negatief effect heeft op hen. Of eigenlijk geen effect. Ik ben de uitzondering thuis. Ik beweeg met het weer mee alsof we een siamese tweeling zijn en het weer bepaalt welke kant ik op kijk. Vallen de bladeren van de bomen dan voel ik de blues. Regent het dan mag ik van mezelf met een boek op de bank. Schijnt de zon dan sta ik in gedachten al met mijn blote voeten in het rulle zand.

Mooi weer maakt me onrustig. Dan wil ik de dag plukken en in een vaasje neerzetten op een rood wit geblokt picknickkleed. Daar heeft de rest van mijn gezin geen last van. Dus kan het zomaar gebeuren dat ze op een zonovergoten zondag: 

a. de hele dag willen doorbrengen met Lego (lees kleine man) 
b. het een goed moment vinden om het pas gekregen Lord Of The Rings Risk uit de kast te halen (lees grote man en oudste)
c. in een warm bad willen liggen met veel schuim en Spotify (lees middelste)

Kortom niet naar buiten te branden en als ik de verwachte temperatuur met ze deel, kijken ze me glazig aan. Vervolgens ben ik niet alleen onrustig maar ook jaloers om zoveel onverschilligheid. Ze hebben het prima naar hun zin en hebben eigenlijk alleen last van mijn projectie.  Zou ik het van mijn moeder hebben, van wie we bij mooi weer naar buiten moesten om te spelen? Zou het wisselvallige klimaat in Nederland mijn pluk-de-warme-dag-karakter hebben gevormd? Zal het ooit minder worden? Of erger? 

Uiteindelijk zat ik de hele zondag in onze tuin. Onder de parasol te schrijven tot de onrust verdween. Af en toe kwam er een gezinslid even buurten. Om een stukje gitaar te spelen. Om een lego-bouwsel te laten zien. Om te vragen of ik een ijskoffie wilde. Ze hadden een heerlijke dag. Zonder fietstochtjes, terrasjes, wandelingen of picknicks aan het water. Klimaatneutraal. 

Ik grinnik terwijl ik de parasol dichtklap vanwege een onverwachte regenbui. Een klein beetje opgelucht. Weer voor een boek op de bank. 

zondag 7 juni 2020

Mascara en mondkapjes

"Mama, je hebt mascara op." Ik kus kleine man gedag die achter zijn Donald Duck verscholen gaat. Ik knik. "Mooi?", vraag ik. Hij trekt zijn schouders op: "Dat weet ik nog niet". Ik heb meer op mijn gezicht gesmeerd dan hij de afgelopen weken gewend was. Vandaag maak ik mijn wimpers zwart en mijn wangen en lippen roze.

Ik heb een afspraak in de stad. Een cursus websites bouwen, dag twee. Dag een volgde ik vóór het leven on hold ging. En daarmee de cursus illustreren. De creatieve denktank met A. en N. Het bandproject van oudste. Lebbis in De Kleine Komedie. Badminton voor middelste. De met-moeite-geplande afspraak met de eetclub. Basketbal voor kleine man. Het eindexamenfeest voor oudste waar ze had kunnen vieren dat haar beste vriendin L. geslaagd is. De 80e verjaardag van mijn lieve oom B. De vakantie in Italië.

Het was niet anders. Soms even slikken. We improviseren. Wandelen op anderhalve meter afstand, elke woensdag met W. Proosten op de verjaardag van D. met de champagne die ze 's ochtends op de stoep had gezet met een kaartje met een Zoom-code erop. Een kaartje op de bus. En a poem a day to keep the doctor away met nichtje R. Sommigen spreek ik vaker dan daarvoor. Anderen vallen stil. 

Tussen alle onzekerheid en afstand zijn ook silver linings: de rust, de tijd, de stilte. Stof tot nadenken. Hoop op verandering nu we zo duidelijk zagen wat echt belangrijk was. Is. Dat het anders kan in zoveel opzichten. Moet, als ik zie hoeveel mensen de straat op gingen de afgelopen dagen. 

Op de pont naar de stad gaan alle gezichten schuil achter mondkapjes. Alsof ik in een science fiction film ben beland. Ik lach maar niemand die het ziet. Ook mijn roze blos gaat schuil achter mijn mondkapje. Alleen ogen maken contact. Zonder woorden. Die blijven steken achter de stof.

De stad is stil. De wind trekt aan mijn paraplu en plaagt. Het maakt niet uit. Mascara en mondkapjes. Het is een begin.


maandag 11 mei 2020

Ehnem.. ik vind je lief

De achilleshiel van de moeder is haar kind. Je eigen geluk is van de ene op de andere dag met onzichtbare draden verbonden aan het geluk van dat kleine hoopje dat je in je armen houdt en je even naar adem doet happen. Slim bedacht door de natuur. Een ecologisch beloningssysteem waardoor één simpel lachje de eindeloze stroom poepluiers en voeden op onmenselijke tijdstippen snel doet vergeten én vergeven. 

Mijn zoon keek de eerste weken van zijn leven licht verbaasd en vooral slaperig de wereld in. Er kon geen lachje vanaf, wat ik ook probeerde. Kirren, lachen, zingen, hopsen, een vorsende blik was mijn deel. Ik raadpleegde boeken en vriendinnen om uit te vinden wanneer ik die eerste lach kon (en mocht) verwachten. Toen ik uiteindelijk de dokter om raad belde, lachte mijn kind dezelfde dag nog. En ik moet toegeven dat het grappig was. Achteraf

Zo rolden we door onze eerste jaren als moeder en zoon. Genietend en improviserend. Al doende leerden we elkaar beter kennen. Van piekeren soms naar pieken van geluk. De achilleshiel bleef en zou blijven. Maar wat maakt het uit. Hij begon met kletsen en mijn wereld barste uit haar voegen van plezier. De MAMA moest nog even wachten, BALLL en TITAAA (auto) kregen voorrang. Inmiddels staat mama onder favorieten in zijn woordenlijst.  Het gaat vooraf aan alles wat hij wil vertellen en dat is veel. Zoveel dat hij - nog heel klein - begon te haperen. Teveel woorden tegelijk willen zeggen. In hun verlangen uitgesproken te worden, buitelden ze over elkaar heen. Buiten adem, haperend, nog voor uitgesproken. Hoewel het me vertederde en ik me hier nou eens geen zorgen over maakte, adviseerde de juf van school een logopediste. 

Daar bleek algauw de bron van al dat gehaper. Zijn moeder! Au, ik wreef over mijn pijnlijke hiel. Terwijl ik mijn zoon moest voorlezen uit Dikkie Dik, had de expert het al gezien. Ik praatte veel te snel en gebruikte ik altijd zoveel woorden als ik met mijn zoon sprak? In gedachten zag ik mijn kind bedolven onder mijn eindeloze woordenstroom. De therapeut was streng. En ik oefende in LANG ZA MER praten tegen mijn kind. Tevergeefs. Algauw kletsten we weer eindeloos en schaterden voor het slapen gaan om de gekke taalvondsten van Dr. Seuss. 

Pepijn kan al een beetje lezen: woordjes zoals deze en deze
Maar papa is knapper, want papa kan deze

En dan vulde mijn zoon aan: expansievat en HEUPPROTHESE!

Bijna tien en het haperen is inmiddels verdwenen. Zijn woordenschat is van ontwapenende grootte. Hij wil nog steeds meer vertellen dan hij soms kan verwerken. Dan sluipt er een ehnem tussen de zinnen als een ruwhouten kraal.  Dan hoor ik de stem van de strenge logopediste in mijn hoofd en maak ik de ruimte vrij voor mijn zoon om zijn gedachten te vormen. Maar dat maakt niet uit. Zijn gedachten willen nog steeds sneller dan zijn woorden kunnen dragen. 

Ik besluit dat er al genoeg zorgen zijn voor moeders en ik geef toe aan de vertedering die ik voel bij elke ehnem. Ik lach, hij lacht terug. 


donderdag 7 mei 2020

Wie schrijft

Wie schrijft die blijft. Deze zin hoor ik nu al een week in mijn hoofd. Tijdens het hardlopen, wanneer ik 's avonds een paar kaartjes op de bus doe en op de brug over het water mijmer, als ik kook, tijdens het lezen en wanneer ik niet kan slapen. De stem in mijn hoofd klinkt plechtig maar ook plagerig. Wie schrijft die blijft. Het ergert me een beetje. Want zo'n mooie zin vind ik het niet. Het was ooit een spreekwoord dat moest aansporen je boekhouding op orde te houden. Gaap.

Toch hoor ik het niet voor niets, weet ik. Sinds de wereld stil is gevallen, lijkt de stilte ook naar binnen te slaan. Gedachten die onuitgesproken blijven. Verlangen dat thuis blijft, haar vleugels voorzichtig opgevouwen. Daadkracht die zich verontschuldigt. Verwachting die zwijgt. De dagen rijgen aaneen. Met gemak. We hoeven niets en de scholen zijn dicht. Maar toch.

Wie schrijft die blijft.  Als mijn leven een boekhouding was, brachten mijn schrijfsels orde op zaken. Ze geven me houvast en geluk. Dan schrijf ik wat ik nog niet wist of begreep. Dan schrijf ik zinnen die ik van tevoren niet had kunnen bedenken. Als kleine cadeautjes.

Maar soms schrijf ik dus niet. Als het niet lukt. Als het niet wil. Als de stilte naar binnen slaat. En dan ineens die zin. Als uit het niets in mijn hoofd. Ik stel me eekhoorn voor, van Toon Tellegen, die het fluistert. Omdat hij het mist. Ook al weet hij niet goed wat missen is. Behalve dat het niet fijn is en plotseling zijn gedachten beheerst. Dus schrijft hij een brief:

Beste Eekhoorn,
Ik weet niet hoe het met mij gaat.
Jij? 

P.S. Schrijf je terug?

En dat doe ik dan.

vrijdag 24 april 2020

Kom je bij me

Dan geef ik je een zetje.

Dat hele moederschap valt natuurlijk ontzettend mee. Met liefde en goede zorgen kom je een heel eind. Ze worden vanzelf groot. Ook als je er niet de hele dag met je snuf bovenop zit. En daarin zit de grootste angel voor de(ze) moeder: loslaten. Amen.

Vanaf hun geboorte begin je daar eigenlijk al mee. De eerste keer naar de crèche (en voor de deur het wenuurtje op je horloge wegkijken). De eerste keer logeren (en je, pasgetrouwd, in het vliegtuig afvragen waarom je per se naar New York moest voor jullie huwelijksreis). De eerste keer school. Afspreken. Buiten spelen (in het zicht). Buiten spelen (uit het zicht).

De regel is eigenlijk, hoe groter, hoe minder snuf. In theorie dan, de praktijk hobbelt daar regelmatig bokkig achteraan. Maar diep van binnen weet je dat daar je grootste taak ligt. Je kinderen opvoeden tot zelfstandige mensen die niet in zeven sloten tegelijk lopen (en als ze dat wel doen, tenminste hun zwemdiploma en een droge onderbroek op zak hebben). Veel oefenen dus. En geen ge-curling. Je moet maar zo denken dat ze op hun 18e beginnen te dromen over verre wereldreizen (alleen of in ieder geval zonder jou) en op hun 20e daar zomaar het geld voor bijeen gesprokkeld kunnen hebben.

Als ik weer eens moeite heb met loslaten, doe ik mijn ogen dicht en zie ik ze alle drie staan. Op het vliegveld, rugzakje op en een ticket voor naar weet ik niet waar.  Dan kun je maar beter veel geoefend hebben. Met elkaar. Maar natuurlijk bedoel ik dan vooral mezelf. Ik hou me vast aan mijn lief die daar veel beter in is dan ik. Hij heeft nu eenmaal niet zo'n levendige fantasie als ik. Ook al weet ik heus dat niet alles wat ik denk waar is. Maar ik dwaal af.

De hele middag het huis voor me alleen. Een zalige zeldzaamheid deze laatste weken. Heerlijk dus. Zou je denken. Maar jongste is zwemmen met vriend O. "Leuk", zeg ik tegen de moeder van O. die ik bel om te informeren of zij daar toevallig ook bij is.  En "Dat is toch veel te koud" bedenk als ze niet mee blijkt te gaan. Ze lacht en komt op de belachelijke gedachte dat mijn zoon dan kan besluiten niet te gaan zwemmen. Ja, lach maar, zeg ik tegen niemand in het bijzonder en ook niet hardop. "We komen jullie kant op, hij fietst het laatste stuk alleen".  Ik duw de curling-moeder opzij, terwijl ik A, B én C sis.

Het werd een heerlijke lange middag. Ik belde een vriendin (wiens zoon én dochter kite-surfen). Ik appte een andere vriendin (die een heel relaxte moeder is) voor wat wijsheid. En toen ging ik maar bloggen. Als mantra.

Tot ik een berichtje kreeg van de moeder van O.: "Ze zijn weer boven water hoor (plus een smiley die huilde van het lachen)."

Dat hele moederschap valt natuurlijk ontzettend mee.

dinsdag 21 april 2020

Het is tijd

Het is tijd voor een nieuwe economie. Een economie die uitblinkt in eenvoud

Ik lees het stuk een paar keer deze week. Het Hoogste Woord komt van Yves Gijrath in Het Parool. Hij vraagt de regering na te denken over een Jip-en-Janneke-economie waar gezond verstand en heldere taal voorop staan. Ik kwispel zoals Takkie zou doen en grom naar alle voorbeelden die hij aanhaalt uit onze huidige economie. Belastingontduiking van de grote bedrijven. Marktwerking van de zorg. Verrijking van de aandeelhouders ten koste van een gezonde bedrijfsvoering. Allemaal mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse regering. Uitgelegd in Jip-en Janneke-taal: geld is belangrijker dan wat dan ook en het vergaren ervan mag ten koste gaan van mensen, gezondheid en de aarde.

De zwakke plekken van onze economie worden pijnlijk bloot gelegd de afgelopen weken. De tekorten in de zorg. De overbelasting van het onderwijs. De flexwerkers die mogen barsten. De minachting voor Kunst. Het gebrek aan inspirerende leiders is de kip, het ei en vooral veel haantjes. Grrrrr. Laat deze zwakke plekken de leidraad zijn voor een nieuwe economie. Een economie die uitblinkt in eenvoud.

Geen belastingontduiking meer. Elke werknemer wordt aandeelhouder van het bedrijf waar hij of zij werkt. De ouderwetse aandeelhouder verklaren we boventallig. Die mag voor de rest van zijn leven het geld tellen dat hij heeft vergaard. Geld is niet langer een doel maar een middel. We gaan passende salarissen betalen. Voor de cruciale beroepen maar ook voor de bullshit beroepen (kan daar een lijst voor komen?). We voeren het basisinkomen in en laten mensen zelf weer hun leven invullen. We gaan minder uren werken met meer mensen waardoor we weer tijd krijgen. We gaan ambacht weer koesteren en kwaliteit en kunst en kennis. We stoppen met reclame. Het geld dat daarin omgaat, kunnen we beter gebruiken. Wat een rust zal het geven. We verruilen de uitverkoop voor werkelijke waarde. We worden weer mensen in plaats van consumenten en laten minstens de helft los van alle spullen die we nodig denken te hebben. We laten de aarde uitrusten en gaan ons bezinnen op ons gedrag.

Het zal de boel op zijn kop zetten. En dat is ook de bedoeling. Om met Loesje te spreken, af en toe moet je het leven ondersteboven houden. Om te zien of er nog meer in zit. En anders.



dinsdag 14 april 2020

Kwijt

Lief gaat gewoon naar kantoor en heel even ben ik jaloers op zijn vanzelfsprekende ritme. Daar heeft hij het zo druk dat hij amper tijd heeft om na te denken. Best een luxe, zo nu en dan. Ik schud met lichte tegenzin een fijn lang weekend van me af en sprokkel mijn doelen bij elkaar voor vandaag. Allereerst drie kinderen op gang helpen. Koffie voor de oudste, anders houdt ze haar ogen niet open tijdens de eerste online les. Een schema voor middelste die haar dag begint met een Franse toets. Dan de jongste bewegen stipt om negen uur in te loggen voor Staal.

Stofwolken dwarrelen door het huis en lachen me uit. Ze missen N. net als ik. Toch is schoonmaken ook fijn. De hagelslag speelt verstoppertje op de keukenvloer en tussen de boeken vind ik nog een vergeten paasei. Door het open raam voel ik koude lucht. Ik wissel de stoelen in de kamer voor een andere blik. We hadden zoveel plannen dit voorjaar. Maar we schoven ze vooruit. Hoe ver, dat weten we nog niet. Zoals we wel meer niet weten.

Het moment om in het nu te leven, hoor ik de vertrouwde stem van vriend F. Ik denk aan ons telefoongesprek vorige week. Maar toen scheen de zon en wiebelde mijn hangmat vrolijk in de tuin. Je kunt een dag maken of breken. Met eigen handen. De waarde niet willen zien van wat is. Of haar zoeken op de verkeerde plek waardoor je dat paasei vergeet. Tot.

Alles gaat vanzelf. En vaak ook niet.

vrijdag 10 april 2020

Neuzen en konten

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ik wel. Zo puzzelde ik deze week 500 stukjes in elkaar met kleine man. Easy peasy, volgens hem terwijl hij mij voornamelijk liet zoeken om zelf vervolgens het stukje op de juiste plek te leggen. Het fijnste deel zeg maar of satisfying zoals mijn zoon zegt. Ik vind mezelf niet het puzzelende type. Integendeel. Ik heb al genoeg puzzels in mijn hoofd om me ook nog eens bezig te houden met puzzels die onze keukentafel in beslag nemen. Toch hebben we enorm veel plezier. We zoeken neuzen en konten en speuren naar de kleinste details op het voorbeeld.

Ik denk aan vriendin T. die elke gezamenlijke vakantie wel een oude puzzel in het vakantiehuisje vond. Hoewel ik haar ervan verdacht met puzzelen de storm in haar hoofd  te willen bedwingen, werd ze voor ons toch een baken van rust en een magneet voor de kinderen die af en toe een stukje legden. Vaker naarmate het einde van de vakantie in zicht kwam en de puzzel af moest. Wat altijd lukte. De vakantiepuzzel werd zowel traditie als een dierbare herinnering.

Hoe zullen we straks terugkijken op deze tijd? Als het begin van iets nieuws? Als het begin van een terugkerend iets? Een vreemde traditie? Als een begin waarvan het einde nog niet in zicht is? Als een onderbreking slechts? Als een dierbare herinnering? Of een verdrietige? Aan dat wat ooit was? Aan dat wat toen begon? Aan wat we vonden? Of kwijtraakten? Aan dat wat we wensten?

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ontdekkingen. Dat puzzelen de storm in je hoofd kan bedwingen. En dat de puzzel op de keukentafel lijkt op het leven nu. Een wirwar aan stukjes. We zoeken. En ontdekken dat ze los vaak nergens op lijken nog. Het worden pas neuzen en konten als alle stukjes zijn gelegd.

dinsdag 7 april 2020

Kaas of sushi?

Vandaag blijven we wat langer liggen en kijken het staartje van The Biggest Little Farm op Cinetree. Nu wil ik kippen. En eigenlijk ook een varken. En ik vraag me af of je van een stadsmeisje ook een buitenmeisje kunt worden? Hoewel hij al naar zijn werk is, hoor ik mijn lief grinniken. "Puh", zeg ik tegen niemand in het bijzonder en begin aan de dag.

Kleine man houdt kantoor in de kamer van grote zus A. Een groot Mac-scherm maakt het leren niet per se makkelijker maar wel leuker. Taal en rekenen zijn vandaag een appel en een ei. Hoewel hij de appel nog wel eens als apel wil schrijven. Deze kan ik uitleggen. En we verzinnen een rijtje:

Poten - Potten
Kaken - Kakken
Taken - Takken
Stoken - Stokken

Een wereld van verschil in één letter gevangen. Klaar. Hij levert zijn taak in en het scherm vult zich met vrolijke confetti. Nu alleen nog wereldoriëntatie. Ik mag in zijn groepje.

"Het gaat vandaag over dilemma's..." "Kaas of sushi", vult mijn filosoof in zonder verder te lezen. Zwijgend geef ik hem de gum en lees verder. "Het gaat vandaag over dilemma's over voortplanting." "Dat is wanneer je kindjes krijgt", grinnikt mijn zoon en klikt naar de eerste stelling. Daar kan hij kort over zijn. Die vrouw van 60 mag wat hem betreft een kind op de wereld zetten. "Als dat is wat ze wil", schrijft hij op zijn werkblad. "Leeft ze dan nog lang genoeg om voor haar kind te zorgen?", probeer ik, maar hij is al bij de volgende stelling.

- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."

Geen van de dilemma's zijn voor hem - behalve de wijze waarop je het schrijft - een dillema. Tot de laatste. Of het klonen van mensen een goed idee is? Hij lacht even om het idee dat er honderd klonen van hem zouden rondlopen. Dan stopt hij met lachen en zet een stellig nee op zijn werkblad. "Waarom niet?", vraag ik nieuwsgierig. Hij kan het kristalhelder uitleggen. "Zo'n kloon kan er niet alleen met jouw voetbalkaartje voor een wedstrijd van Ajax vandoor maar ook nog eens met je vriendin."

En dat snijt genoeg houd voor vaandag.


vrijdag 3 april 2020

Kacheltje

Hoewel al zo groot, een bijna tiener, ben je toch nog mijn kleine man. Woensdag was je spelen bij beste vriend T. en kwam ziek thuis. Zo wit als een tafellaken (oké, niet die van ons). Hoofdpijn. Geen trek. Je sliep de hele week slecht vanwege het verzetten van de klok. Heerlijke zomertijd, maar in praktijk was het 's ochtends te vroeg om op te staan en 's avonds ook om te gaan slapen. Bij elkaar opgeteld, viel je na vier dagen om.

Een kwestie van bijslapen? Maar het houdt aan, terwijl je de slaap nu toch wel meer dan hebt ingehaald. Griep dan? Je hoest, spuugt (ook al eet je niks) en legt 's nachts mijn hand op je snel kloppende hartje. Ook de hoofdpijn wil van geen wijken weten. Stom! Driedubbel in deze onzekere weken. Ik probeer mijn moederhart gerust te stellen en sluip ieder halfuur de kamer binnen om naar je te kijken, aan je hoofd te voelen of een geruststellend grapje te maken.

Je klinkt helder maar moe. Slapen is alles wat je wilt. Geen Animal Crossing op de Switch, je nieuwe favoriete spel. Geen iPad en geen YouTube. Zelfs je pas gekregen nieuwe oude mobiel van oma - waarmee je al drie dagen rondliep in je broekzak ook al moest de sim-kaart nog gekocht - kan je gestolen. Ik mag af en toe voorlezen. Uit Harry Potter. Je luistert - anders dan normaal - stilletjes.

Ik denk aan toen je nog heel klein was en in je bedje lag te slapen. Het eerste halfjaar in onze slaapkamer en daarna op je eigen kamer. Vaak sloop ik een paar keer naar boven. Om naar je te kijken als je sliep. Om te kijken of alles wel goed ging. Check. Dubbelcheck. En nog een keer.

Mijn moederhart gerust. Voor even.

"Hoe voel je je, mop?"
"Moe."
"Je bent een kacheltje. Wil je wat drinken?"
"Nee."
"Wat eten dan?"
"Nee."
...
"Mag het lichtje uit, mama."
"Zeker mannetje, kom ik straks weer even kijken"
"Ja."
"Wat doe ik van je?"
"Houden."


Illustratie uit het geweldige boek 'Raad eens hoeveel ik van je hou'.

woensdag 1 april 2020

Over afscheid en zakkenrollers

We zitten op de fiets, kleine man en ik. Onderweg naar beste vriend T. voor een middag op de trampoline. Op de dijk steken we over. "Dat is de eerste keer dat ik niet hoef te wachten om naar de overkant te kunnen", constateert mijn zoon. Hoewel dat wat overdreven is, ben ik met hem eens dat we een kanon kunnen afschieten op straat. Dat beeld maakt hem aan het lachen: "Wel balen voor de zakkenrollers, mam, dat het zo rustig is op straat." Nu is het mijn beurt om het uit te proesten. Mijn nietsvermoedende moppentapper.

De humor ligt op straat de afgelopen weken. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken die me toch ontroeren.

"Zolang we maar gezond zijn en blijven!"

Zo is het. Op anderhalve meter is er minder afstand dan normaal. Eenzame wandelaars knikken vriendelijk. Hou vol, lees ik in hun ogen. Ik ben maar weer begonnen met hardlopen. Mijn vaste rondje met af en toe een gekke kronkel bij tegenliggers op het smalle pad. De waterhoentjes zitten alweer op hun nest. Fijn.

Ik denk gekke gedachten. Dat mensen (lees ik) zich van alles voornemen, als ze maar de tijd zouden hebben. Foto-albums inplakken. Brieven schrijven. Ingewikkelde recepten koken. Bezemkasten opruimen. Maar als mensen (lees ik) dan de tijd hebben, geen van die dingen doen. Of een beetje maar. Ik gooi drie kaartjes in de rode brievenbus en geef er een klopje op. Langs de huizen tel ik zeven beren die gemoedelijk met hun neuzen tegen het raam drukken. Dat mensen dus dingen gaan doen, als ze de tijd hebben, die ze nooit gedacht hadden. Klein geluk.

Alles gaat vanzelf, denk ik aan vriend F. Ik sluit mijn ogen om hem te kunnen zien want dat is alweer lang geleden. Er komt nog meer verleden voorbij deze week als ik mijn spullen inlever in een groot en leeg kantoor. Dag S. Wat heb ik veel fijne jaren hier gehad. Zoveel herinneringen en collega's waarvan een handvol vrienden werden. In the pocket. Vriendin S. zingt me toe over de app. New Beginning. Ik stap voor het laatste autoritje in mijn trouwe huurbak en mijn wielen vallen met gemak in de sporen die ik achterliet op de A5. (Just Like) Starting Over, John Lennon in mijn daily mix op Spotify. Toeval. Bestaat. Niet.

De Wereld Draait Door. En de humor ligt op straat. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken.

"Gelukkig schijnt de zon!" Zo is het.

P.S. Niet oppassen voor zakkenrollers. Elk nadeel heb zijn...


donderdag 26 maart 2020

Alweer een bijna gewone dag

De week vliegt en speelt spelletjes met mijn hoofd.

Maandag en mijn klas is leeg. De meiden zijn bij hun moeder dus kleine grote man heeft privé-les. Al mijn aandacht voor hem alleen. Hij kijkt bedenkelijk en ik neem me voor deze week het tellen tot tien onder de knie te krijgen. Eerst maar eens koffie met alle nieuwe taalregels en -categorieën die mijn zoon beter kent dan deze Drs. in de Nederlandse Taal- en Letterkunde. We rollen de dag door en zijn klaar als vriendin W. voor de deur staat. We gaan wandelen en bijkletsen op anderhalve meter afstand. Raar, concluderen we als we over de smalle brug weer naar huis lopen. "Ik voel een afstand", grapt W. "Ik ben gewoon sneller", pest ik. Kleine man vindt onze wandeling vooral saai en is dan ook blij als hij vriendje S. in de wijk tegenkomt. "Spelen?" De zon schijnt en het zou bijna een gewone dag kunnen zijn. Maar vriendin W. neemt afscheid zonder kussen. We zwaaien ons vrolijkste zwaai. Op de mat een kaartje van J. Geluk in de vorm van een envelop.

Dinsdagochtend vervallen de lessen. De wifi werkt niet en alle papieren zinnen en sommen zijn al gemaakt. Er kan nog in het corona-dagboek worden geschreven maar de blik van mijn enige leerling spreekt boekdelen. We keren de dag om, inhalen komt later. En terwijl jongste zich met een indianenkreet op de Switch stort, heb ik tijd om boodschappen te halen. Meteen ook voor de allerliefste ouders en schoonouders. De mijne zijn al twee weken ziek en thuis en de zijne heb ik gevraagd zoveel mogelijk uit de winkels te blijven. Als ik weer thuis ben, ligt er een pakketje voor me. Vrolijke zeepbakjes van Foekje Fleur. Valt er nog wat te lachen tijdens het eindeloze handen wassen. De middag verdwaalt in rekentrucjes die ik nog niet kende en nog meer staartdelingen. Je zou er een staart van krijgen, is zelfs jongste het met me eens. Van al zijn gapen kunnen we inmiddels een ingewikkelde keersom maken.

Woensdag komt N. ons huis stofvrij maken. "Veeg je meteen ook alle zorgen naar buiten?", vraag ik op veilige afstand. Ze lacht haar geruststellende lach en gooit alle ramen open. De klas verhuist een verdieping lager. Na de lessen is er limonade in de tuin. Vriendje T. komt spelen. De juf is vrij. Mooi, want ik moet nog zoveel regelen deze week. Zucht. Oh nee, 1... 2... 3... Dan gaat mijn telefoon met een vraag waar ik over na moet denken. We rollen sushi en verwennen de poes met de overgebleven stukjes zalm. Alweer een bijna gewone dag. We stappen doodmoe onze bedden in, gelukkig is het hotelbedden-dag dankzij N.

Vandaag. Donderdag. Ofwel geen vrijdag. Ik verbeter mezelf na een verbaasde blik van mijn zoon. Ik ben trots op mijn kletskous hoe makkelijk hij zich heeft aangepast en geef hem een kus. Ineens herinnert hij zich de anderhalve meter afstand-regel. "Te laat," grinnik ik. We fietsen naar de bakker en weer terug, we sporten met Nathan van Wie is de Mol en ik stel mijn eigen hardlooprondje nog even uit. Ik moet nog steeds van alles regelen maar de bel gaat.  Een doos vol lekkers van Support Your Locals. Als alle boodschappen zijn uitgepakt, kijk ik op ons schema voor vandaag. Zucht. Als de kleine man niet kijkt, krabbel ik snel iets tussen de regels door:

DUTJE IN HET ZONNETJE (MAMA)

Morgen weer een dag. Zaterdag. En dan bedoel ik dus vrijdag. Dat. Dus. En als je die twee samenvoegt heb je een DUT.



Kattenstrategie in Coronatijd

donderdag 19 maart 2020

Silver linings

Every cloud has a silver lining, schreef mijn eerste liefde op een ansichtkaart, die hij mij uit Parijs stuurde. Er stonden nog meer mooie zinnen op, maar deze regel is me bijgebleven. Misschien vanwege het wolkje dat hij erbij had getekend. De afgelopen dagen zocht ik de silver linings.

Maandag. Mijn draai lijkt kwijt. De keukentafel wordt een klaslokaal maar ik niet zomaar een lerares. Buiten lijkt de lente me uit te lachen met uitdagend roze knoppen aan de kersenbloesem voor het raam. De woonkamer krimpt en ik gooi de ramen open tot iedereen begint te mopperen. "Achter het behang ben je zo weer warm", dreig ik, terwijl mijn klasje probeert hun lachen in te houden. De eerste dag kan me gestolen en ik kruip vroeger dan normaal onder mijn dekbed waar ik virusvrij hoop te dromen.

De tweede dag is al beter. Vroeger dan normaal wakker maar wel gewoon koffie in huis en een warm lief lijf naast me. Poes is haar dwingelanderige zelf en miauwt om mijn enkels tot ik haar etensbakje vul. De drie rijkdommen in hun bed. School begint later. Nieuwe juf en die kun je van alles wijsmaken. Ik schuif mijn eigen plannen en mokkende ego opzij en verdiep me in staartdelingen en Franse werkwoorden. Zo rollen we dag drie in met zelfgebakken mislukte appeltaart  en wekkers voor dag vier. Misschien maar stoppen met tellen voorlopig?

Terwijl de mist langzaam weer optrekt in mijn hoofd, lijken ze plotseling voor het oprapen. Silver linings. Ik bel oude bekenden terwijl ik schommelstoel aan het IJ. De pont die langs vaart is leeg en er hangt een rust over Amsterdam die niet langer beklemmend voelt. Het applaus in de stad klinkt nog na en echoot vertrouwen. Ik doe kaartjes op de bus en we fietsen een frisse neus. Juf met haar klasje, maar ik weet beter. Het onderwijs is al in goede handen, dat is de afgelopen dagen maar weer eens gebleken. Ik maak soep en een beetje extra voor mijn ouders die aan de telefoon vertellen dat ze zich weer wat beter voelen. "Zet maar voor de deur, goed?" Goed.

Every cloud has a silver lining. Het is soms even zoeken. Gelukkig is daar nu alle tijd voor.


De onvergetelijke wolken vanuit ons vakantiehuisje in Whitstable.

dinsdag 17 maart 2020

Over een brave sensatiebak, een hardnekkige idealiste en een onvermoeibare dromer

De sensatiebak in mij zit in een hoekje te pruilen. Dit is wel heel veel tegelijk. Een dag thuiswerken vanwege extreme sneeuwval. De school een ochtend dicht vanwege kortsluiting. Ik beken, daar kan ik stilletjes van genieten. Een onverwachte wending. Een rommelige paardenbloem die door het keurige bloembed komt piepen. Het is de schuld van mijn vader die vroeger op een ruizend scannertje politie- en brandweerberichten volgde. Kraak ~ Over! Mijn moeder sprak hem streng toe wanneer de ramptoerist in hem de boel dreigde over te nemen en hij op het punt stond de brand of overval met eigen ogen te gaan bekijken.

Ik ben geen ramptoerist, slechts een liefhebber van ontregeling.  Mits iedereen gezond en veilig is en bij voorkeur thuis op de bank zit. Kortom, een brave sensatiebak. Die nu dus zit te pruilen. Want de scholen zijn dicht en de theaters en restaurants ook. De zorg en het onderwijs staan nog meer onder druk dan voorheen. Mijn ouders zijn grieperig maar ik kan niet bij ze op bezoek. Het is onduidelijk hoelang het gaat duren maar duidelijk dat het nog lang gaat duren. Vriendin W. moet uren inleveren van haar werkgever en vriendin J. is haar baan kwijt. Er is van alles onzeker en anders. Sensatiebak is er stilletjes van.

Gelukkig ben ik meer dan dat. Het zijn goede tijden voor de hardnekkige idealiste en onvermoeibare dromer in mij. Met het glas halfvol kan zelfs Mark Rutte mij deze dagen ontroeren en inspireren (en geloof mij dat gebeurt zelden). Ik knik op de buis tegen Rutger Bregman wanneer hij bij DWDD niet alleen vertelt maar ook voorbeelden laat zien dat de meeste mensen deugen en goede daden nog besmettelijker zijn dan het virus. Ik hoor Felix Rottenberg over hoe creatief mensen zijn als dat nodig is en ik hoef alleen maar op mijn sociale media te kijken hoe waar dat is. Een hoteleigenaar die opvang biedt aan daklozen. Een cateraar die maaltijden kookt voor mensen in de zorg. Talloze groepjes die mensen met elkaar in contact brengt voor een boodschap of een praatje.

Het lijstje van cruciale beroepen zet al die mensen in het spotlicht waar ze al veel eerder hoorden te staan. De onvermoeibare dromer in mij hoopt dat deze crisis een verschuiving gaat versnellen. Van het kapitalisme van het grote geld naar het kapitalisme van mensen. Van we willen meer en meer naar er is meer dan genoeg. Voor iedereen en niet meer alleen de enkeling. En goed voor de aarde. Dat dus.

Hardnekkige dromer en onvermoeibare dromer slaan hun armen om brave sensatiebak heen: "Jouw tijd komt ook weer een keer. In die iets andere wereld."

zondag 15 maart 2020

Besmettelijk

En dan komt de wereld zoals we die kennen langzaam tot stilstand. Denken we na over zaken waar we niet eerder bij stil stonden. En terwijl mijn lief zich zorgen maakt over de gevolgen voor onze economie,  wijs ik hem op de mooie dingen die ontstaan terwijl we improviseren onder veranderlijke omstandigheden en onzekerheid. De grapjes die we met elkaar delen in veilige WhatsApp-groepjes, Italiaanse families die op hun balkon zingen om elkaar een hart onder de riem te steken, de troost-tv van Paul Haenen, de hart-onder-de-riem-pakketjes van vriendin D. voor alle thuisblijvers en hulpverleners.

Ondertussen kijken we met vrienden de finale van Wie is de Mol. Gezellig samengepakt in onze huiskamer. We kussen niet want W. snottert en M. heeft pijn in zijn keel. Mijn hoofdpijn mag geen naam hebben. Gewoon wat weinig geslapen. Mijn hoofd probeert het te vatten. Wat wel en wat niet.  Ik verwonder en verdiep me in wat mensen, schrijven, denken, vinden of verwachten. Het corona-virus staat met stip op 1. Al het andere nieuws is naar de achtergrond verdwenen.

Ik breng boodschappen en soep naar mijn ouders die allebei ziek zijn. We drinken koffie op meer dan een armlengte afstand. Mijn vader is blij met een week aan kranten voor de boeg. Ze redden zich wel, stelt hij vrolijk gerust. Ik was nog maar weer eens mijn handen. Op de terugweg lach ik tranen in mijn ogen om de podcast De Krokante Leesmap en constateer dat het best druk is op de A7 voor een noodtoestand.

Op het schoolplein voor ons huis wordt gevoetbald en geschommeld. Er lijkt niets aan de hand. Maar van oud collega E. die in een ziekenhuis werkt in Breda hoor ik hoe hard daar wordt gewerkt en gezorgd. Het ontroert me. Morgen waarschijnlijk alle scholen dicht, voorspelt mijn lief. Ik wacht het af. De adviezen en maatregelen die per dag worden genomen, bijgesteld en aangescherpt stellen me gerust.

Doen we genoeg? Dat zal blijken. Laten we vertrouwen op de mensen die hier verstand van hebben. Meedeinen met het leven zoals het voor de deur staat.  Dankbaar zijn voor de goede zorgen waarmee we ons omringd zien, ook als je het niet met alles eens bent. Heb jij de wijsheid in pacht? Laten we hopen dat er niet teveel doden vallen en laten we hopen dat de zieken zich niet alleen voelen. Laten we er het beste van maken en net even wat meer om het onbekende te bezweren. Laat dat besmettelijker zijn dan het virus.

zondag 8 maart 2020

Be kind

Ik wilde de vrouwenmars lopen maar besloot te schrijven. Het is Internationale Vrouwendag vandaag. Een dag en een onderwerp om bij stil te staan. Ik sta op met artikelen op mijn telefoon. Over vrouwen en ongelijkheid. Over hoe het was, is en zou moeten zijn. Feiten, meningen en standpunten proberen een plek in mijn hoofd te veroveren. Ik hoor nieuwe dingen, verwonder me en denk na.

Over het manifest van Stella Bergsma 'Nouveau Fuck', over Trans-exclusionary radical feminists (terfs) die vinden dat trans vrouwen geen vrouwen (mogen) zijn - en waarover ik nog nooit had gehoord - over hoe ik mijn kinderen kan opvoeden tot feminist - een interessante vraag waar helaas geen antwoord op wordt gegeven - over waarom je wel of geen feminist zou willen zijn (en hoe Beyoncé het weer hip maakte), de thema's die vandaag de dag actueel zijn voor vrouwen in ons land en wereldwijd. Ik lees hoe tegenstrijdig het is dat Elizabeth Warren zich terugtrekt uit de strijd om het Amerikaanse Presidentschap en denk aan Jacinda Ardern, de vrouwelijke premier van Nieuw-Zeeland die laat zien hoe macht ook menselijk kan zijn.  Voor de zoveelste keer deze week, kijk ik naar het filmpje van Cynthia Nixon: Be a lady, they said.

Mindf*ck!

Ik denk aan mijn opa en oma die wilden dat mijn moeder ging studeren in een tijd waarin dat nog uitzonderlijk was. Ik denk aan mijn moeder die hele andere plannen had en op haar 19e trouwde met mijn vader en een gezin begon. Ik denk aan mijn vader en moeder die wilden dat ik ging studeren. Ik denk aan mezelf die part-time ging werken vóórdat ik (stief)moeder werd. Ik denk aan mijn lief die sinds kort hoofd inkomsten is terwijl ik dromen najaag en een nieuwe draai vind. Ik denk aan zijn achternaam die ik voor die van mij plakte vanwege ons samengestelde gezin. Toch zijn we allemaal feministen. Geen twijfel.

Er is al veel veranderd in de loop van de tijd en tegelijkertijd moet er nog zoveel anders dat ik niet eens weet waar we moeten beginnen. Toch gaat het er niet om dat we net als mannen... Net zo boos. Net zo doortastend. Net zo... wat? En over welke mannen hebben we het dan? Mijn zachtaardige vader of Donald Trump? Mannen zijn niet de norm waar we naar moeten streven of ons tegen moeten afzetten. Het gaat om de gelijkheid van mensen, ongeacht sekse, ras, geloof en al die verschillen die ons maken wie we zijn. Het gaat om vrijheid en gelijkwaardigheid voor iedereen. Voor volwassenen. Voor kinderen.

Een open deur misschien. Misschien. Toch zeurt dat door mijn hoofd vandaag. En Roald Dahl. Mijn favoriete schrijver die in zijn boeken werelden creëerde die de werkelijkheid op zijn kop zette en daarmee liet zien dat het ook anders kan. Anders dan je gewend bent of verteld is of elke dag ziet. Deze bijzondere man zei ooit in een interview:

“I think probably kindness is my number one attribute in a human being. I'll put it before any of the things like courage or bravery or generosity or anything else.

Or brains even?

Oh gosh, yes, brains is one of the least. You can be a lovely person without brains, absolutely lovely. Kindness - that simple word. To be kind - it covers everything, to my mind.
If you're kind that's it.”

Be kind, dus. Als man, als vrouw, als mens. Thuis, op straat en op de werkvloer. Voor de bekende en de onbekende. Voor de ander en voor jezelf. Wees zacht en moedig tegelijk.

Be kind, that's it.




zaterdag 7 maart 2020

Meisje van plastic

De tranen zaten hoog deze week. Een vermoeidheid die zeurde en een slaap die dat niet wilde vatten. In plaats daarvan dwaalde ik 's nachts door eindeloze witte gangen om veel te vroeg wakker te worden in mijn eigen slaapkamer. Ons gezin was min één. Middelste lag in het ziekenhuis. Dat ze zou worden opgenomen wisten we al een tijdje. Sinds we weten dat ze scoliose heeft. In haar wervelkolom zitten twee bochten die onaangekondigd haar rug hebben verdraaid. De oorzaak van scoliose weten ze niet. Wel dat het vaak voorkomt bij kinderen - en dan met name meisjes - in de groei.

Middelste had zich een versuffing gegroeid en ineens leek er eind vorig jaar iets mis met haar rug. Het bot links op haar rug stak uit, veel meer dan haar rechter. De dokter zag meteen dat er iets mis was en verwees ons door. In het OLVG vertelden foto's de uitkomst. Haar mooie rug was niet recht maar als een halve acht van een achtbaan waar we in leken te belanden. Middelste moest een brace gaan dragen zolang ze nog groeide. En omdat dat nogal wat is, zou ze een week worden opgenomen om eraan te wennen. We knikten en verborgen ons verdriet voor middelste die onze baken van rust en vertrouwen bleek.

De week vloog gelukkig. Op donderdag mocht ze onverwacht eerder naar huis wegens doorslapen met brace. We waren blij met iets waarvan we nooit gedacht hadden blij te zijn. Maar toch. En nu gaat het echte leven weer beginnen. Met brace. Het meisje van plastic noemt ze zichzelf terwijl ze iedereen plettert die haar ook maar een beetje zielig vindt. Dat is ze niet, zegt ze stellig. En wij vermannen ons maar weer eens en herhalen in ons hoofd dat het beter wordt als we haar moeilijk de trap op zien lopen. Het wordt beter. En het komt goed.

Binnenkort nieuwe hippe broeken kopen, en zachte iets wijder vallende shirts en truien. Die zitten fijner en verbergen het plastic dat het meisje voorlopig met zich meedraagt. Ons lieve, dappere en grappige meisje.


En dat kan dus gewoon mét brace

zondag 1 maart 2020

Ik kies (jou niet)

Vreselijk vond ik het, als de meester tijdens gym twee kinderen aanwees om teams te maken. Meestal waren dat zijn persoonlijke favorieten die sportief, atletisch en een onuitputtelijk uithoudingsvermogen hadden bewezen. De voor de hand liggende keuzes waren snel gemaakt. De sportievelingen eerst. Daarna de fanatiekelingen. En dan twijfel. Wie nog van de achterblijvers? Het ergste was wanneer je als laatste bleef staan. Terwijl je je meest onverschillige lach lachte, kon het hele spel je inmiddels gestolen worden.

Zelf de kiezer zijn was net zo vreselijk, want je wilde niemand dat gevoel van allerlaatste aandoen. Stom! Dan liever in de vernederende van groot naar klein rij, waarop de meester op je hoofd tikte en een nummer dreunde dat je moest onthouden. Alle enen een team en alle tweeën ook. De meester had gesproken, een stuk fijner dan hopen dat je beste vriendin niet voorrang gaf boven jou aan handbalster I. Au! Democratie met een pijnlijk randje.

Hoewel ik niet vaak bleef staan, is het vervelende gevoel me bijgebleven. Ik hield dan ook even mijn adem in toen ik vanmorgen vanaf de tribune de nieuwe basketbaltrainer twee kinderen zag aanwijzen in het groepje van mijn zoon. Grote kleine man is net zo sportief aangelegd als zijn moeder, maar met het plezier zit het meer dan goed. Terwijl de kiezers hun teams kozen, gebeurde het waar mijn buik bang voor was. Hij bleef als laatste staan. Gelukkig was er geen aarzeling toen de kiezer mijn kind in zijn prachtige LeBron-shirt aanwees en toen vroeg de trainer iets... Ik boog naar voren omdat ik het bijna niet kon geloven.

"Weet je het zeker?", vroeg de grote lummel. "Ik doe namelijk ook mee", grijnsde hij.

Terwijl het jongetje dat mocht kiezen het even niet meer begreep, fluisterden zijn teamgenootjes dat hij voor de grote lummel die zich als trainer voordeed moest kiezen. Ik zag de moed van mijn jongste in zijn basketbalschoenen zakken terwijl hij met gebogen schouders naar het andere team liep. Het hele spel kon hem inmiddels gestolen worden en ik hoorde mijn hart zuchten.

In de auto terug naar huis, vertel ik mijn allerliefste hoe stom ik het kiezen vroeger vond. Hij knikt en is er even stil van. Dan vertel ik dat ik niet altijd gekozen werd omdat ik niet zo sportief was. Hij kijkt me verbaasd aan. "Maar dat ben ik juist wel, sportief."

Ik ben er even stil van. Dan hoor ik mijn hart grinniken.


woensdag 19 februari 2020

So unsexy

Ik kan er een beetje jaloers op zijn. Mensen die zichzelf zijn. In welke situatie en welk gezelschap dan ook. Vriend A. is het. Zijn eigenzinnige zelf. Waar dan ook en bij wie dan ook. Als ik hem er wel eens om prijs, lacht hij zijn aanstekelijke lach en kijkt me tegelijkertijd een beetje verbaasd vorsend aan: "Natuurlijk ben ik mezelf. Wie anders?" Goede vraag. Het antwoord heb ik nog steeds niet. Hoewel ik steeds beter weet wie ik ben, moet ik het ook nog durven zijn. Waar dan ook en bij wie dan ook. Maar, hoewel steeds minder dan vroeger, kan het me nog steeds gebeuren dat een ander of een situatie het vertrouwen in mezelf verjaagt. Of zoals Alanis Morissette zo mooi zingt:

I can feel so unsexy for someone so beautiful 
So unloved for someone so fine 
I can feel so boring for someone so interesting 
So ignorant for someone of sound mind

Misschien is het goed. Als een ingebouwde wegwijzer die je de juiste paden in laat slaan met het juiste gezelschap. Een voelsproet voor vriendschap of een liefde die klopt. Dan nog zou het fijn zijn als iets of iemand anders je geen slecht gevoel over jezelf zou geven. Maar wat als het niet iets of iemand anders is, maar jijzelf. Jouw gedachten geprojecteerd op een ander. Klinkt waarschijnlijker dan die ander die hardop tegen je zegt: "Ik ga nu even met iemand anders praten, want ik vind jou zo vreselijk saai." Maar zou hij of zij het dan wel denken? Misschien. Kans is groter dat ze druk bezig zijn hun gedachten over zichzelf op jou te projecteren.

Was ik maar altijd mezelf. Of ben ik dat al? Mijn ingewikkelde zelf. De medaille die altijd twee kanten op kan vallen.


Volgens mijn wijze vriend A.

Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?