Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label herinneringen. Alle posts tonen

donderdag 31 december 2020

Dag 2020

 Lief 2020, wat ben je verguisd.

Inpakken en weg ermee, vat vriendin T. het samen. Een jaar om snel te vergeten, hoor ik op de radio. Ik blader door mijn blogs om je te vatten. Het begin dat we vierden op Schiermonnikoog, met oliebollen, vuurwerk en elkaar. Het virus in China was ver van ons bed en bleef onbesproken. We telden onze zegeningen dichtbij huis. Lang leve de liefde en onze gezondheid. Mijn voornemens waren kind en dapper te zijn. En vertrouwen te hebben. 

Februari was een sprookje. Ik ging samen met beste vriendin W. naar Marrakech. Een onwerkelijk cadeautje toen vier weken later Nederland op slot ging. Hadden we tijdens de eerste persconferentie nog gegrinnikt toen Mark Rutte per ongeluk de hand schudde van Jaap van Dissel, nu was het serieus. Amsterdam viel stil. We klapten voor de zorg. Zetten boodschappen voor de deur van onze ouders. En hielpen de kinderen met school. 

Tegenover de zorgelijke cijfers van zieken stonden veel lichtpuntjes. Initiatieven om voor elkaar te zorgen. De natuur die onverstoorbaar de lente aankondigde. En het virus dat een vuist leek te maken waar leraren en zorgpersoneel in 2019 voor de straat op waren gegaan. Zou deze crisis een verschuiving veroorzaken? 

Van het kapitalisme van het grote geld naar het kapitalisme van mensen.
Van we willen meer naar we hebben genoeg. 

Zo snel zou het niet gaan. Maar de veerkracht van mensen maakte indruk op me. Ik vond mijn draai en genoot van de tijd en rust met mijn gezin. De wandelingen met vriendin W. en de wekelijkse yoga op de steiger. Het najagen van mijn dromen stelde ik uit. Ik leerde in het nu te leven met een zo goed als lege agenda. Ik puzzelde neuzen en konten aan elkaar. We vierden verjaardagen net even anders. Lief en ik plakten weer een extra jaar aan onze liefde. Ik leerde staarten te delen aan de jongste, te plannen aan de middelste en de moed erin te houden aan de oudste. Ook met mijn snuf erbovenop vond ik ze lief.

Natuurlijk maakte ik me ook zorgen. En miste ik van alles. De eetclub, schrijven in mijn favoriete koffietentje, afspreken met vriendinnen. We annuleerden onze vakantie in Italië en ik vond het naar dat ik op afstand moest blijven van de mensen die me dierbaar zijn.

De keerzijde liet me zien wat belangrijk is. 

We improviseerden verder, verkenden voorzichtig onze vrijheid na de eerste lockdown maar wisten dat het nog niet voorbij was. Het venijn zat in de staart. Niet in de lockdown. Maar in het verongelijkte ongeduld dat als een golf door Nederland ging. De verontwaardiging. Omdat we willen winkelen op Black Friday? Onze skivakantie niet kunnen missen?

Druk met onszelf hoeven we niet verder te kijken dan onze neus lang is. De lessen te leren die jij ons liet zien. De lichtpuntjes die ons de weg wijzen. Dat het ook anders kan. En dat we daar nu het bewijs voor aan het verzamelen zijn.

Lief 2020, ik hoop dat we je niet snel vergeten. En ik hoop dat we met andere ogen naar je gaan kijken. Als de stof is gaan liggen. Ik hoop dat je het begin was van verandering. Dat het niet voor niets is geweest dat je onze wereld ondersteboven hield. 

En voor jou herhaal ik mijn wensen van vorig jaar, omdat ze nog niets aan betekenis hebben ingeboet. Integendeel. Ik wens je meer lichte dan moeilijke momenten. Maak plezier. Koester de wereld op jouw manier en vergeet zo nu en dan het nieuws te volgen. Vertrouw op anderen en op jezelf. De antwoorden komen meestal vanzelf. Je hoeft alleen maar de juiste vragen te stellen.

Wees dapper.
Be kind.
En heb lief.

Want daar komt het wel op neer.



Welke kant op lees jij 2020?


vrijdag 10 april 2020

Neuzen en konten

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ik wel. Zo puzzelde ik deze week 500 stukjes in elkaar met kleine man. Easy peasy, volgens hem terwijl hij mij voornamelijk liet zoeken om zelf vervolgens het stukje op de juiste plek te leggen. Het fijnste deel zeg maar of satisfying zoals mijn zoon zegt. Ik vind mezelf niet het puzzelende type. Integendeel. Ik heb al genoeg puzzels in mijn hoofd om me ook nog eens bezig te houden met puzzels die onze keukentafel in beslag nemen. Toch hebben we enorm veel plezier. We zoeken neuzen en konten en speuren naar de kleinste details op het voorbeeld.

Ik denk aan vriendin T. die elke gezamenlijke vakantie wel een oude puzzel in het vakantiehuisje vond. Hoewel ik haar ervan verdacht met puzzelen de storm in haar hoofd  te willen bedwingen, werd ze voor ons toch een baken van rust en een magneet voor de kinderen die af en toe een stukje legden. Vaker naarmate het einde van de vakantie in zicht kwam en de puzzel af moest. Wat altijd lukte. De vakantiepuzzel werd zowel traditie als een dierbare herinnering.

Hoe zullen we straks terugkijken op deze tijd? Als het begin van iets nieuws? Als het begin van een terugkerend iets? Een vreemde traditie? Als een begin waarvan het einde nog niet in zicht is? Als een onderbreking slechts? Als een dierbare herinnering? Of een verdrietige? Aan dat wat ooit was? Aan dat wat toen begon? Aan wat we vonden? Of kwijtraakten? Aan dat wat we wensten?

Er zijn vast dingen die je nu doet, die je eerder niet deed. Ontdekkingen. Dat puzzelen de storm in je hoofd kan bedwingen. En dat de puzzel op de keukentafel lijkt op het leven nu. Een wirwar aan stukjes. We zoeken. En ontdekken dat ze los vaak nergens op lijken nog. Het worden pas neuzen en konten als alle stukjes zijn gelegd.

woensdag 1 april 2020

Over afscheid en zakkenrollers

We zitten op de fiets, kleine man en ik. Onderweg naar beste vriend T. voor een middag op de trampoline. Op de dijk steken we over. "Dat is de eerste keer dat ik niet hoef te wachten om naar de overkant te kunnen", constateert mijn zoon. Hoewel dat wat overdreven is, ben ik met hem eens dat we een kanon kunnen afschieten op straat. Dat beeld maakt hem aan het lachen: "Wel balen voor de zakkenrollers, mam, dat het zo rustig is op straat." Nu is het mijn beurt om het uit te proesten. Mijn nietsvermoedende moppentapper.

De humor ligt op straat de afgelopen weken. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken die me toch ontroeren.

"Zolang we maar gezond zijn en blijven!"

Zo is het. Op anderhalve meter is er minder afstand dan normaal. Eenzame wandelaars knikken vriendelijk. Hou vol, lees ik in hun ogen. Ik ben maar weer begonnen met hardlopen. Mijn vaste rondje met af en toe een gekke kronkel bij tegenliggers op het smalle pad. De waterhoentjes zitten alweer op hun nest. Fijn.

Ik denk gekke gedachten. Dat mensen (lees ik) zich van alles voornemen, als ze maar de tijd zouden hebben. Foto-albums inplakken. Brieven schrijven. Ingewikkelde recepten koken. Bezemkasten opruimen. Maar als mensen (lees ik) dan de tijd hebben, geen van die dingen doen. Of een beetje maar. Ik gooi drie kaartjes in de rode brievenbus en geef er een klopje op. Langs de huizen tel ik zeven beren die gemoedelijk met hun neuzen tegen het raam drukken. Dat mensen dus dingen gaan doen, als ze de tijd hebben, die ze nooit gedacht hadden. Klein geluk.

Alles gaat vanzelf, denk ik aan vriend F. Ik sluit mijn ogen om hem te kunnen zien want dat is alweer lang geleden. Er komt nog meer verleden voorbij deze week als ik mijn spullen inlever in een groot en leeg kantoor. Dag S. Wat heb ik veel fijne jaren hier gehad. Zoveel herinneringen en collega's waarvan een handvol vrienden werden. In the pocket. Vriendin S. zingt me toe over de app. New Beginning. Ik stap voor het laatste autoritje in mijn trouwe huurbak en mijn wielen vallen met gemak in de sporen die ik achterliet op de A5. (Just Like) Starting Over, John Lennon in mijn daily mix op Spotify. Toeval. Bestaat. Niet.

De Wereld Draait Door. En de humor ligt op straat. Samen met klein geluk en voorspelbare gesprekken.

"Gelukkig schijnt de zon!" Zo is het.

P.S. Niet oppassen voor zakkenrollers. Elk nadeel heb zijn...


maandag 2 maart 2020

Dag lieve N.

Ik leerde je kennen op de avond voor kerstavond. In Zaandam. Bij vriendin W. Die was namelijk deze traditie begonnen met lekker eten en het dobbelspel van Sinterklaas vanwege haar toenmalige Amerikaanse vriendje en zijn nieuwsgierigheid naar onze Nederlandse gewoontes. Het vriendje vertrok maar de traditie bleef met een wisselende groep vrienden en vrienden van. De eerste keer dat ik je zag, dacht ik dat je bij A. hoorde, allebei een stuk ouder en net zo leuk. Maar je bleek bij D. te horen, hij had je meegenomen en gelukkig maar. Ik belandde - zoals daarna elk jaar - naast je aan de grote ronde tafel en je vertelde me over jezelf. Niet meer samen, wel een trotse vader en een harde werker met een eigen bedrijf. Je hield enorm van reizen en was pas nog met D. op de motor door India getrokken. Je pretogen waren zoveel jonger dan het aantal jaren dat je telde en daar gingen we het sowieso niet over hebben. Wel over dat je zo van dansen hield, vooral de Salsa en dat alle vrouwen zo graag met je dansten. Ik kon me er iets bij voorstellen terwijl ik zacht grinnikte dat je zeker ook van flirten hield. Het was het begin van onze vriendschap, één dag per jaar.

De jaren verstreken, maar nooit zonder in december jouw pittige kip gegeten te hebben (zelfs toen ik heel even vegetariër was). Vanwege het dobbelen verschoven we eindeloos heen en weer aan de ronde tafel, maar we kwamen altijd wel weer naast elkaar te zitten. Zochten elkaar op. Grapjes makend over de cadeaus en elkaar. Er is nog een foto van ons waarop we allebei huilen van het lachen. Dat vat het wel samen. Aan het einde van de avond, als de wijn op was en de cadeaus verdeeld (en in andermans tassen verstopt) kwam je me nog altijd even vertellen hoe mooi ik eruit had gezien die avond en hoezeer je daarvan had genoten. Dan zag ik weer even de jonge man die je was geweest en nam mezelf voor net zo leuk oud te worden. Dansend, reizend en flirtend.

Maar toen werd je ziek. Eerst getroffen door een bacterie. Onverwacht en doodziek belandde je in het ziekenhuis waar je uren op het randje zweefde. De bacterie kreeg je er niet onder, maar de daaropvolgende kerstavond stapte een oude man binnen. Ik schrok. Tot ik onder je gebogen rug, je moeilijke lopen en missende oog weer je scherpe geest ontdekte. Hoewel je herstelde van de bacterie, bleef je ziek. Niet te genezen, ook al leek jij daar anders over te denken. Maar daar hoefden we het niet lang over te hebben, toch? Hoe smaakte de kip? We lachten en kletsten zoals elk jaar. Ik hoefde je nog niet te missen.

Maar het ging snel. Je ziekte. Je val. Thuiszorg en niet meer veel naar buiten. Samen met vriendin W. zocht ik je op. We aten samen en ook deze keer weersprak je scherpe geest je broze gezondheid. We lachten en kletsten. Wat ben ik blij dat ik niet heb gewacht tot de avond voor kerstavond om je te zien. Vannacht overleed je.

Dag lieve N. Ik ga je missen aan de grote ronde tafel. Ik hoop dat je daar weer de Salsa kunt dansen. Met je onvergetelijke pretogen




dinsdag 31 december 2019

Dag 2019

Het jaar bijna voorbij. We doen een rondje in het café waar we met vrienden zitten. Was het goed of niet. In gedachten tellen we het jaar terug. De moeilijke momenten. De lichte. De vakanties waarin we even helemaal niets. Hoe groot de kinderen. Hoe snel de tijd. Niemand heeft het over het klimaat, de protesten en de groeiende ongelijkheid. Eigen sores en geluk boven de verwarring in de wereld. Struisvogelpolitiek of gewoon gezegend dat het kan? Ik denk het laatste.

Het afgelopen jaar was een goed jaar voor mij. Ik besef het pas nu ik erop terug kijk. Als je het me eerder had gevraagd, had ik waarschijnlijk andere woorden gebruikt. Verwarrend. Ingewikkeld. Ongewis. Hoofd dat niet op hart durfde te vertrouwen. Koudwatervrees maar toch. Soms is het genoeg te weten wat je niet meer wil. En dan nog. Knopen werden doorgehakt. Gelukkig want ik bleek meer gebakken dan goed voor me was. Ik haalde mijn hakken uit het zand en sprong. Een halve wereld aan mijn voeten. Ruimte weer in mijn hoofd. Ruimte weer om te schrijven. Ruimte weer om te dromen. De allerliefsten zagen de blik in mijn ogen veranderen. En ik vertel ze nog maar eens hoeveel. Hoe ik niet zonder. Ze knikken en proberen hun opluchting voor me te verbergen.

Ik kijk terug en besef pas nu dat het me is gelukt. Ik bén uitgestapt op dat kleine perronnetje. Waar altijd een bankje staat. Met daarboven een bordje met de naam van een Italiaans of Frans dorpje. Het is inmiddels opgehouden met regenen. De boom ruist vol vertrouwen. De rust en tijd waren meer dan fijn. Toch pak ik mijn rugzak en sta op. Op zoek naar de treintijden. Een boemeltje bij voorkeur. Maar wie weet.

En jij? Had je een goed jaar of niet of iets ertussenin? Hopelijk het eerste en anders, wees niet bang, zoals Freek de Jonge zo mooi onder woorden heeft gebracht:

wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelgericht of aarzelend op de tast
houd je aan regels volg je eigen zinnen
laat die hand maar los of pak er juist een vast

wees niet bang voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet en als je aarzelt wacht
hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je het minste is bedacht

En ik. Ik wens je meer lichte dan moeilijke momenten. Maak plezier. Koester de wereld op jouw manier en vergeet zo nu en dan het nieuws te volgen. Vertrouw op anderen en op jezelf. De antwoorden komen meestal vanzelf. Je hoeft alleen maar de juiste vragen te stellen. Wees dapper. Be kind. En heb lief. Want daar komt het wel op neer.


maandag 23 december 2019

De liefste

Terwijl haar krullen springen, staat haar gezicht op standje heus niet. Bijna 14 en het puberen op de loer. Dus zegt ze B op mijn A en kijkt me ondoorgrondelijk aan als ik probeer uit te vissen wat er achter haar blik schuilt. Wanneer ik het probeer in te vullen, krijg ik meestal een 'nee hoor' of een 'helemaal niet', wat ze kan zeggen als geen ander in ons gezin. Ik denk aan toen ze klein was en ook als de beste kon zuchten als er iets niet ging zoals ze wilde: 'uhuaaa'. Een oerzucht die we er lang in hebben gehouden. Tot haar grote plezier. Maar als we nu oefenen op de juiste klemtoon van de 'hélemaal niet', krijgen we een opgetrokken wenkbrauw.

Waar haar kleine broertje en grote zus de oren van onze hoofden kletsen, is middelste zuinig met haar woorden. Ze is graag alleen met haar gedachten. Dan zijn we haar zomaar een tijdje kwijt als ze even naar boven is om iets te pakken. Meestal zit ze dan in haar kamer  te mijmeren op haar stoel. Haar lange benen opgekruld en geklemd tussen haar lange armen. De tijd vergeten. Gewoon. Meer mindful dan middelste ken ik ze niet. Ik probeer van haar te leren maar wordt meestal pijnlijk geconfronteerd met mijn ongeduld. Waarom, hoor ik haar denken maar ze zegt het niet. Ze trekt een gek gezicht want dat kan ze als de beste. Ik lach en zie weer een flits van het kleine meisje dat zo mijn hart in wandelde. De krullenbol met haar onvoorwaardelijke vertrouwen waar ik zo vaak om heb moeten lachen. Nog steeds kan ze onverwacht grappig en origineel uit de hoek komen. De wereld door haar ogen. Geen ruimte voor onrecht en gedoe. Als het aan haar zou liggen. Meelopen doet ze niet. Met niemand. En niet alleen omdat ze net even staat te dromen.

Ik vind haar stoer, deze puber in de dop. Het meisje dat vroeger altijd net één stap achter de rest van het gezin aan hobbelde. Met ontbijt. Met aankleden. Met jas aantrekken. Soms liep ze op haar sokken naar de auto met haar schoenen nog in haar hand. Net op tijd. Maar waarom die haast, zag je haar denken. Tsja, waarom? Het leven wacht ook op je als je niet stipt op tijd bent. Zij is het bewijs als ik haar doordeweeks vroeg naar school zie fietsen waar ze de mooiste cijfers en liefste vriendinnen verzamelt. Op het Winterfeest vlak voor de vakantie danste ze de hele avond.

Bijna 14 en het puberen op de loer. Ik vind het moeilijk, maar weet dat ik meer moet loslaten. Gewoon vertrouwen maar. Dat het goed zit. Met haar. Tussen ons. Ook als ze niet vertelt en ik haar probeer te vinden onder haar ondoorgrondelijke blik. Bij het onderstoppen bespreken we nog steeds de vraag van de dag. Ik met een filosofische blik, volgens haar en zij met haar eigen blik. Soms lezen we onze antwoorden van een paar jaar geleden, dan lijkt het ook haar te verbazen hoe groot ze al is. Ze lacht om haar jongere ik.

Ik zucht een zacht verlangen en hoop dat ze me niet hoort. Zuchten is nu aan haar.








zondag 24 november 2019

Mama

Ik hoor vaak dat ik op je lijk. Hoewel ik het graag zou willen, zag ik het nooit zo. Tot je me laatst een foto stuurde en de gelijkenis me trof. Ik begreep ineens wat anderen bedoelde. Aan de buitenkant. Waarom zag ik het niet eerder? Ik denk dat ik anders naar je keek. Een optelsom van de liefde. Zoveel meer dan alleen de buitenkant. Dat wat ik bewonder en wat ik weet. Dat wat ik begrijp en soms ook niet. Je mooie kanten en de minder mooie. Je doen en je laten. Je willen en je wetens.

Je bent een caleidoscoop. De moeder van vroeger - toen we nog kinderen waren - gaat over in die van nu, van een volwassen man en vrouw. Grote liefde van papa en een schoonmama. De allerliefste oma, ook met stief ervoor. De beste vriendin van a lucky few. De vrolijke noot die zich lastig laat kraken. De Florence Nightingale die een leven lang zorgde en het nog altijd niet laten kan. Wie zorgt er straks voor jou? De wijze en nog veel eigenwijzer. Nieuwsgierig maar discreet als geen ander. Al mijn geheimen zijn veilig bij jou. Hoeder van harten en een hart groot genoeg. Een knapperd. Elke ruimte licht een beetje op als jij binnenkomt. Het is magie van de beste soort. De lolbroek met een lach waardoor de kinderen alleen met jou enge films durven kijken. De fanatiekeling met spelletjes en voetbal. De luisteraar, ook tussen de regels door. De dromer met hier en daar wat spijt. Schrijver van de mooiste brieven, al toen ik op schoolreis ging en jij ze in mijn koffer verstopte. Snel ontroerd door muziek en zinnen. Ik wou dat geluk een ding was en dat ik het ergens vond en mee naar huis nam. Dat heb ik van jou. Vast. Boekenwurm en zendelinge van moois. Ik zeg niets...

Je maakte van mij een bofkont bij geboorte. Want hoewel ik als baby vast al een denkrimpel had, maak jij mijn leven licht. Alles wat liefde krijgt, groeit. Verklaart dat waarom je nu omhoog moet kijken als je mij een kus geeft. Vandaag vieren we dat je 75 jaar bent, mama. Geweldig en overweldigend tegelijk. Want tjonge, 75 jaar...

Ouderdom laat niet alleen rimpels achter, ook de binnenkant wordt zichtbaar aan de buitenkant. Een zachtaardige blik. Een flikkering van verdriet. Een dappere mond. Een slordig geworden kuiltje.  Vervaagde sproeten. Lachrimpels. Hoekige heupen van het vele dansen. Een arm die alleen nog wil zwaaien als de koningin. IJdelheid die nooit verdwijnt. Een rechte rug. Dwarse voeten. Ze herinneren aan al die jaren. Je draagt ze met je mee. In je hoofd, in je hart en op je lijf. Trots. Gezegend.

Lieve mama, ik hoor vaak dat ik op je lijk. Ik hoop het.

maandag 1 juli 2019

Klotehommel en klepmondjes

Dit weekend lag het geluk voor het oprapen. Samen met vriendin I., haar kinderen en kleine man in een huisje achter de duinen. Elk jaar zoeken we elkaar op als onze mannen zich onderdompelen op Rock Werchter of Pinkpop of allebei. Ik leerde vriendin I. kennen toen ik net samen was met M. Ze kwam erbij inbegrepen zeg maar, als nichtje van de moeder van mijn meiden en haar man een van de beste vrienden van mijn lief. De eerste keer was even wennen omdat waar ik, eerst haar nicht... en nou ja omgekeerd dezelfde drempel. Het was overkomelijk en meer dan dat. De tweede keer was koninginnenacht en leuk. We maakten plannen voor een vakantie samen die onvergetelijk zou worden en inmiddels voelt ze als familie.

I. zou een uitstekende personal planner zijn ware het niet dat ze al een uitstekende psycholoog en gedrags-therapeut is. Maar in haar vrije tijd kan ze het niet laten. Omdat ik stiekem een beetje jaloers ben op haar doortastendheid, plaag ik haar hier regelmatig mee. Het maakt haar niet uit. Voor het weekend stuurde ze me dan ook praktische boodschappen-, verdeel en to-do-lijstjes. De voorpret kon beginnen en het gourmet-stel moest mee, want I. maakt graag onze kinderen blij. Toen kleine man nog echt klein was, wilde hij op vakantie liever zwemmen met 'de andere mama', I. kende namelijk alle zwemliedjes uit haar hoofd en zweefde de kinderen eindeloos door de lucht bij het liedje 'helikopter'. En dan kende ze ook nog eens de volledige namen van alle Cars-auto's uit haar hoofd,  ik verzin het niet.

Het huisje was fijn, de duinen mooi, het strand korrelig en het zeewater verkoelend. Nadat ik stellig had beloofd dat het geen dag voor kwallen was, kreeg ik ook N., de oudste van I., het water in. Hij spetterde net zo tevreden als ik me voelde tot hij met een hoge stem vroeg of dat een kwal was. Het bewijs tentakelde doorzichtig langs onze benen. "Een hele lieve?", probeerde ik nog maar N. stond al aan de kant. Gelukkig had I. emmers en schepjes meegebracht en waar ik dacht dat ze die ontgroeid waren, werd er tot laat in de middag geschept en gegraven. Een dam tegen de vloed en de kwallen. Drie figuurtjes druk in de weer. Klik, in mijn hoofd nam ik een polaroid.

Natuurlijk moest er ook gebowld, gegourmet,  gezwommen en gesprongen op het enorme luchtkussen. Het eerste met hekjes voor de kinderen, waardoor de moeders meesterlijk werden ingemaakt. Het tweede twee keer, omdat de hamburgers het aflegden tegen de slappe pannenkoeken en er dus over was. Natuurlijk was er naast zoveel geluk ook gedoe. M., de jongste van I., verbrandde haar vinger tijdens het gourmetten aan een pannetje en de volgende avond nog maar weer eens. En kleine man werd geprikt door een hommel, waardoor we ook meteen wisten waar de krachtterm klotehommel vandaan kwam. Zijn teen werd twee keer zo dik, maar J. besefte dat de hommel meer pech had. Een pechhommel dat hij net even op dat grasveld was gaan liggen waar de jongens blotevoetenvoetbal aan het spelen waren.

Wanneer de kinderen in bed lagen, was er wijn en bijkletsen. Klepmondjes, aldus de kleine man die als een pot met grote oren in het stapelbed zijn klepmondje ook niet stil liet staan tegen N. "We hebben ook zoveel te bespreken", vertrouwde hij me later toe terwijl hij de slaap nog maar eens uit zijn ogen wreef.

Terwijl we de spullen weer inpakten, verheugden we ons alweer op de zomer. Samen in Portugal. Ga je dan veel voor me zingen, grinnikte ik omdat I. dit jaar de stoute schoenen had aangetrokken en zangeres van een band was geworden. Alleen als jij een keer over me schrijft, knipoogde ze terug. In de auto naar huis deden we alsof de maandag wegens omstandigheden was verzet.  Dat krijg je ervan, van zo'n weekend en zo'n vriendschap.


Pechhommel-teen

dinsdag 18 juni 2019

Afscheid

Afscheid. We nemen het liever niet. Tenminste niet van wat ons lief is. Dat houden we het liefst altijd bij ons. Niet zo bewust misschien want wat je het liefste is, is ook vaak zo vanzelfsprekend. Die man met die mooie bruine ogen die 's ochtends op een veel te vroeg tijdstip de deur uit sluipt. Je wil hem nog zeggen hoeveel je van hem houdt maar je bent nog niet wakker en dat komt vanavond wel. Die lieve vriendin die zo belangrijk voor je is maar die je het laatste jaar bijna niet hebt gesproken. Je ouders waarvan je liever niet wilt zien dat ze toch echt ouder aan het worden zijn.

Afscheid. Ik ben er niet zo goed in. Afscheid van een fijne vakantie. Afscheid van dat de kinderen nog echt klein waren. Afscheid van een dierbare. Ik denk er liever niet aan. Het laatste. Schuif het voor me uit, de bocht om, niets te zien behalve een lange zonnige weg waarover ik in een oud Volkswagen busje rijd. Geen haast en een volle bak. Met alle lifters die mijn hart onderweg heeft opgepikt. Ik beloof veilig te rijden, maar we weten allemaal beter. Geen garanties.

Vandaag neemt mijn schoonzusje afscheid van haar vader. Met verstandige woorden probeert ze door de telefoon haar verdriet een plek te geven terwijl ze naar haar moeder in Limburg rijdt. De laatste weken was ze er vaak. Om nog bij hem te kunnen zijn. Iets wat zo lang vanzelfsprekend was. Gelukkig maar. Al die tijd troost nu. Bitterzoet.

Afscheid. We nemen het liever niet. En als we veel van iemand houden doen we het nooit helemaal. Mijn oma zit nog vaak bij me, in de lavendelblauwe stoel die van haar was en waar ik nu zo graag in dagdroom. Dan hoor en zie ik haar als ik mijn ogen sluit. Mijn opa scharrelt dan wat om haar heen, die kon namelijk nooit stilzitten. En R. en P. die zitten voorin in mijn busje met hun gordels veilig om terwijl ze een wedstrijdje doen wie het meeste kan ouwehoeren.

Hoe moeilijk ook, toch is het goed om wat meer te leven met die bocht in zicht. Niet om op de rem te gaan staan, maar wel om af en toe uit te stappen en dat stelletje lifters in je Volkswagen busje niet alleen door je achteruitkijkspiegeltje te zien.

Heb het leven en de lifters lief. En koester.


 De tekst op het briefje  is van Janne Schra en zo verdomd mooi en wijs.




dinsdag 12 februari 2019

Voor Paulien

Afgelopen zondag werd ze Wereldkampioen op de 1.500 meter, Ireen Wüst. Voor Paulien. Ik hoor het pas als ze vanavond aan tafel zit bij DWDD. Ik zie de huldiging, haar tranen en haar opgeheven middelvinger waar ze een vriendschapsring draagt. Een opgeheven middelvinger naar de kanker, verontschuldigt Ireen zich.  Want eigenlijk is ze niet iemand van de opgeheven middelvinger, legt ze uit. De tranen staan in haar ogen als ze vertelt hoe ze deze wilde schaatsen voor haar allerliefste vriendin en ook schaatster Paulien van Deutekom, die begin dit jaar aan longkanker overleed. 37 jaar oud.

Voor Paulien. En ik denk aan jou. Mijn Paulien en mijn allerliefste vriendin van vroeger. Vandaag zou je 47 jaar zijn geworden. Maar je werd niet ouder dan 33. Kanker maakte een eind aan al je dromen en je schijnbaar onuitputtelijke energie. Ook jij was niet van de opgeheven middelvinger, maar tegen kanker... Pasgeleden nog las ik alle berichten die je schreef aan familie en vrienden in het laatste jaar dat je leefde. Waarin de hoop tussen de regels door langzaam plaats maakte voor wanhoop. De kanker won, maar jij nam uiteindelijk de regie over wat er nog te regisseren viel. Zoals bij je paste. Mijn stoere, grappige en lieve vriendin. Wat had ik vandaag graag met je geproost op het leven. Op jouw leven.

Deze middelvinger van Ireen is ook voor jou. Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik het kuiltje in je wang verschijnen terwijl je hierom lacht. Klik! Voor altijd in mijn hart.


Mooie Ireen Wüst.

maandag 31 december 2018

Dag 2018!

Rituelen, ik houd ervan. Goede voornemens maken met vriendin D. vlak voor het nieuwe jaar begint. Sterretjes kopen om af te steken wanneer de klok 12 uur slaat. Het nieuwe jaar beginnen met Happy New Year van ABBA. De bollen en flappen alvast op een grote schaal leggen. Kaarsjes aansteken en een blog schrijven. De laatste van het jaar. Dag 2018! Maar voordat we echt dag zeggen wil ik je nog even overdenken. Was je een goed jaar? Wat bracht je? Was je verwarrend,  groots,  gewoon of iets anders?

Ik blader door mijn papieren agenda omdat hoofd geen talent heeft voor archiveren op chronologische volgorde. Ik lach als ik denk aan hoe we je inluidden vorig jaar. Met karaoke en een confettibom, waar vrienden A. en S. de rest van het jaar nog aan herinnerd werden. Blader. De onverwachte trip naar Parijs met vriendin A. Gewoon omdat. Blader. Naar Aarhus met het gezin en naar betoverend Bretagne. Blader. We vierden feestjes, het leven en de liefde. Groots en soms klein, gepland en soms onverwacht. Blader. Limburg. Blader. Mijn schoonouders vijfenvijftig jaar getrouwd. Blader. Lief en ik een dappere zes jaar. Blader. Jongste alweer 8. Blader. Oudste alweer 16. Op de valreep. Middelste bijna 13. Echt!

Wat holt de tijd, ik dacht het vaak dit jaar. Ik probeerde het vast te houden door het op te schrijven. Middelste naar de middelbare. De leukste school van Amsterdam maar toch... Het wende, de wekker, het fietsen, het huiswerk. Net als de overgang van 3 om 4 naar week om week wende. Wat anders is, wordt gewoon. Toch?

2018 was een jaar met een droom. Die ik achterna jaagde met een papieren netje. De wind waaide hard. Ik nam verlof van mijn werk. Een adempauze. Heel even. Meer gedachten dan ik in werkelijkheid gieten kon. Een draai die zoek was. Sneeuwschuiven. Bevroren schouder. Bevroren. Wiebelig. Niet erg. Want ik blijf dromen van dromen die blijven.

En de wereld? Nog steeds ingewikkeld. Want waarom...? En waarom niet...? Zoveel dat me tegen staat. Brullende wereldleiders die deze naam niet verdienen. Hebzucht. De hang naar meer ten koste van zovelen. Gelukkig ook een tegengeluid. De Correspondent. Het Basisinkomen. Een Donuteconomie. Hear hear! In 2015 schreef ik:

"Vaak zou ik willen dat de wereld kleiner was. Dat we het ophakken in kleine stukjes en we binnen die kleine stukjes weer voor elkaar gaan zorgen. Verantwoordelijkheid nemen voor wat we doen en wat we niet doen en daar ook anderen op mogen aanspreken. Een mini-economie. Een mini-samenleving. Mini-uitdagingen en mini-problemen. Kapitalisme wordt minimalisme. We adopteren allemaal iemand om over te waken. Buiten familie en vrienden om."

Vandaag wil ik dat nog steeds. Tegelijkertijd hebben we het meer dan goed. Maar het mag duurzamer. Bewuster. Less is more. Ik probeer het. Met vallen, opstaan en smokkelen soms. Toch ontdek ik dat het waar is. Dus gaat het voornemen mee naar mijn lijstje voor het nieuwe jaar...

2019. Wat heb ik veel zin in je. Normaal gesproken blijf ik graag nog even hangen in de bubbel van Kerst. Waarin niet zoveel hoeft, behalve elkaar en lekker eten bij voordelig licht. Maar dit jaar ben ik ongeduldig. Ik wil met mijn neus in de wind, ook als ik hem tegen heb. Hoofd laten wapperen. Ballen weer in de doos en ander glanzends uitpakken. Ik ben nieuwsgierig en vind het spannend. Leuk spannend zoals kleine man het noemt als hij wakker ligt voor iets waar hij zin in heeft.

Hopelijk heb jij ook veel zin in het nieuwe jaar en kijk je terug op een jaar dat je graag wilt onthouden. En als niet, dan is dat ook niet erg. Het is pas zinloos als je het niet meer probeert, zoals Thomas Acda me gisteren vertelde in het theater. Dus gewoon weer proberen. Dat wat beter kan. Of anders. Het is nooit te laat en nooit te vroeg. Fijn toch.

Dus droom, dans, val, sta weer op, balanceer, lach, kus, be kind en heb lief, jezelf, de ander en het leven. In al haar volmaakte onvolmaaktheid. Het is de moeite waard.


Dus kom je vanavond vuurwerk maken? (Loesje)

zondag 23 december 2018

Spijt, altijd nog een beetje.

Ik wil een blog, roept lief vanaf de luie bank. Of eigenlijk meer lui lief vanaf de bank. Want onze bank is niet zo heel lui. Wel mooi, hoewel meer gehavend mooi aangezien onze kat - beetje te zwaar en daarom vaak op dieet en daarom weer uit haar humeur - haar nagels scherpt aan de randen. Gehavend mooie bank verving ooit onze luie bank. Waar ik soms nog stiekem naar terug kan verlangen. Omdat we daar met het hele gezin zonder moeite op pasten en dan kon er nog makkelijk iemand bij. Omdat je daar zo heerlijk op kon ploffen. Omdat kleine man als baby precies paste op het bijbehorende kussen en kat tijdens zijn dutje daarop dan als een sfinx de wacht hield. Nagels netjes ingetrokken. Omdat oudste daar wel drie koprollen op kon doen, vanaf de hoek naar de armleuning. Omdat middelste daar het lezen ontdekte, met haar vingers de regels volgend. Omdat lief en ik daarop...

Maar oude bank was moe. Hij had al veel gezien en meegemaakt. Lief en ik kochten hem toen we nog maar net verliefd waren. Onze eerste gezamenlijke aankoop. Een samengesteld gezin, een baby en een paar jaar later was bank uitgeblust. Van al het stoeien, dutten, koprollen en ploffen. Elke week klopte N. de kussens weer stevig, maar als ons gezin aan het einde van de dag thuis kwam, lieten ze hun hoofden alweer hangen. Wanneer de oma's eenmaal zaten in de bank, kwamen ze er nooit meer uit zonder hulp, mopperden ze. Dus...

Dus spijt, altijd nog een beetje. Stijlvoller is niet per se gezelliger heb ik ervan geleerd. Terwijl ik sokken aantrek omdat blote voeten statisch worden op de nieuwe. Ik trek ze onder mijn billen, maar niet zo lekker als op de oude waarin billen en voeten in een holletje vielen. Een holletje voor mij en een holletje voor lief, zichtbaar ook als we niet op de bank zaten.

Geen oude schoenen weg doen voordat je nieuwe hebt, luidt het gezegde. Hoezo? Neem van mij aan, geen oude schoenen weg doen als ze nog heerlijk zitten!




dinsdag 4 december 2018

Mijn lief

Je was 17 toen ik je leerde kennen. Je had de mooiste bruine ogen die ik ooit had gezien. Op de afdeling schrijfwaren van de V&D begonnen we te praten en hielden niet meer op. Onze vriendschap was onvermijdelijk. Je maakte me aan het lachen, met je schuine blik en standje keet. De wereld aan onze voeten. We zagen oneindig veel films, bleven hangen in de kroeg, schreven brieven aan elkaar en hingen uren aan de telefoon. Schijnbaar onverschrokken zag ik vooral hoe lief je was. Over de liefde dachten we niet na, want beste vrienden zoenen niet. Ja, met een ander, waardoor onze vriendschap na zoveel onvergetelijke jaren naar de achtergrond verdween.

18 jaar deed ik het zonder jou. Na een jaar van tranen had ik je weggestopt.  Een dierbare herinnering met een scherp randje. Een onverwacht bericht maakte dat ik naar je op zoek ging. We vonden elkaar op de dag dat jij weer opnieuw wilde beginnen. Toeval? Wij denken beter te weten.

Je was 39 toen je weer in mijn leven kwam. Je bruine ogen nog net zo mooi als ik me herinnerde. Onze vriendschap leek niet te zijn opgehouden in de jaren dat we even niet op elkaar hadden gelet. We begonnen weer met praten en hielden niet meer op. Je maakte me aan het lachen, alweer of nog steeds met je schuine blik en standje keet. Een halve wereld minstens aan onze voeten. De liefde was onvermijdelijk. Deze keer. Want It Has Always Been You.

Je was 41 toen je voor de 3e keer vader werd en van mij een stiefmoeder en moeder maakte. All you need is love toch zeker. En een huisje en een beestje, Hatsjoe! Domweg gelukkig in de vinex. Af en toe kneep ik in je arm. Dan lachte jij je aanstekelijke lach. Want hoewel we de bioscoop niet meer zo vaak van binnen zagen en ook al een tijd niet meer in de kroeg waren blijven hangen, bleek de keukentafel een goed alternatief. En bellen, dat deden we nog steeds. Zonder snoer, zoveel jaren later, maar wel elke ochtend. Onderweg van A naar B en dan weer naar C. Het maakt de liefde niet zoveel uit.

Je was 42 toen je "Ja, ik wil" tegen me zei ten overstaan van onze kinderen, familie en vrienden in een klein kerkje in Amsterdam Noord. Ik keek diep in je bruine ogen en wilde ook. Ja! Hoewel ik het eerste jaar een glimlach niet kon onderdrukken als ik over je sprak als 'mijn man'. Wat leken we met zevenmijlslaarzen door ons leven gelopen. Ons hart achterna maar diep van binnen soms nog die jongen en dat meisje van de V&D. Van beste vrienden naar geliefden naar man en vrouw. Wie had dat gedacht?

Vandaag ben je 49. Ik kan het bijna niet geloven. Ik breng je ontbijt op bed en een boekje met 49 redenen waarom ik van je hou. Ze stonden in een kwartiertje op papier. Terwijl je mijn handschrift probeert te ontcijferen, houd je je hoofd schuin. Standje keet? Ik lach en hoop dat wij onvermijdelijk blijven.

Alweer een stukje minder wereld aan onze voeten, maar wat is ie mooi.

Wat ben jij mooi. Mijn lief. Toen en nu. Nog en voor altijd.

dinsdag 16 oktober 2018

Hiep hiep, hatsjoe!

Eigenlijk zou ik haar mee uit eten nemen. Naar een restaurant waar ze nog niet eerder was en waar alles op de kaart lekker is. Om haar verjaardag te vieren en onze vriendschap die al 28 jaar oud is. Elk jaar gaat ze me een ruime week voor, in het weer een jaartje ouder worden. Dat betekent dat we het vaak samen hebben gevierd. Op ons 21e met het thema Flower Power, op ons 38e met het thema Jaren 80, op ons 40e met het thema Mad Men en pas nog op ons 45e met het thema Jaren 70. Want het leven moet gevierd, ook al bellen we elkaar soms verbaasd op of iemand een grapje heeft uitgehaald met de nummers van onze leeftijd. Onomkeerbaar dit jaar, want 47. Nouja, vriendin W. dan, ik ben natuurlijk ruim een week jonger.

Samen ouder worden is fijn. Een gedeeld verleden is fijn. Ik zie immers nog steeds het meisje dat ze was toen ik haar leerde kennen op haar 19e. Met dezelfde lach en dezelfde manieren. Zo mooi toen al en nog steeds zo mooi. Ze heeft lachrimpels nu en haalt niet meer moeiteloos een nacht door. Oké, als het heel gezellig is, maar dan heeft gezicht en lijf langer nodig om weer bij te trekken. Wat ons blijft verbazen maar waar we dan maar om lachen. Van binnen is ze nog hetzelfde. Bijna dan. Hier en daar een droom verloren, andere wegen ingeslagen dan gedacht en sommige wegen afgesloten. Maar nog steeds een wereldreiziger, nieuwsgierig naar andere landen en culturen. Nog steeds een wereldverbeteraar, die denkt dat het beter kan. Voor de wereld en voor anderen. In kleine stapjes vaak en door te beginnen bij haar zelf. Dus verkoopt ze sjaals uit Nepal om de reisleider die ze ooit leerde kennen en zijn familie te helpen na de aardbeving. Dus gaat ze langs bij de vluchtelingenopvang in haar beurt en vraagt wat ze kan doen. Dus dronk ze jarenlang thee met een oude dame in de buurt.

Ze kleurt buiten de lijntjes en past in geen enkel hokje. Ze houdt van gezelligheid en viert elk jaar de traditionele kerstavond bij haar thuis voor een groot gezelschap. De mensen aan tafel zijn een bonte mix, want ze kijkt verder dan alleen de buitenkant. En als ze weet dat je alleen thuis zit met Kerst, nodigt ze je zeker uit. Ik ben blij met haar vriendschap en trots op wie ze is. Eigenzinnig, lief en grappig.

Eigenlijk zou ik haar mee uit eten nemen. Naar een restaurant waar ze nog niet eerder was en waar alles op de kaart lekker is. Maar toen kreeg ik griep. In plaats van het restaurant komt ze straks soep brengen. En schrijf ik met een wattig hoofd deze blog. Want dat is vriendschap. Al 28 jaar!


Mijn wereld is mooier met haar


maandag 20 augustus 2018

Altijd regen

Bretagne. Bijna iedereen aan wie ik vertelde dat we onze vakantie daar gingen vieren, voorspelde me dat het daar altijd regent. Vriend M. zat er eens drie weken in een tent met zijn lief en heeft haar daarna nooit meer kunnen overhalen om te kamperen. "Nat en koud", kan hij het zich jaren later nog goed herinneren. Hij was niet de enige.

Ik liet me niet afschrikken. Bovendien had ik al geboekt en echt iets leuks gevonden wat best een klein wonder was omdat het (zoals gewoonlijk) op het allerlaatste moment was en ik een pietje precies (lees: vakantiesnob) ben als het om vakantiehuisjes gaat. Twee karaktereigenschappen die ik toch eens beter op elkaar moet gaan afstemmen. Stiekem trok wisselvallig weer me ook meer dan zinderende hitte, die ons in Nederland al weken in de ban hield. Tegen lief zei ik dat het allemaal heus zou meevallen en pakte vier regenpakken in en een storm-paraplu. Aan de kinderen liet ik het zwembad zien met de doorzichtige overkapping en vertelde erbij dat het water maar liefst 28 graden was. Geen kritische vragen maar gejuich was mijn deel. We konden vertrekken.

En toen gebeurde het dus. Bretagne stal mijn hart. Nu heb ik het snel te pakken op vakantie. Dorpje, wijntje, zeetje. De kinderen horen het niet eens meer als ik mijn lofzang begin over al het schoons op onze vakantiebestemming. Maar deze keer was het anders. Het voelde een beetje als thuiskomen ondanks dat ik die verdomd prachtige taal niet beheers. Was het de zeelucht? De indrukwekkende eb en vloed? De rotsen en haar talloze schelpenschatten? De Fransen die geen echte Fransen zijn? Het Bretonse dialect? Liefde is niet altijd te verklaren toch, hoewel the object of my affection wel erg hard haar best deed. De regenpakken hebben we maar één keer hoeven uitpakken, de tweede keer zwommen de kinderen in het zwembad terwijl de regen gezellig op het doorzichtige dak tikte en lief en ik ons verscholen in ons mini houten huis met een Pastis.

De laatste week verbleven we bij S. en A. die jaren geleden naar Bretagne waren verhuisd. Het was begonnen met een tweede huis dat ze jarenlang elke zomer bezochten en opknapten. Tot ze liever daar dan in Nederland wilden wonen. Gelukkig voor ons, want het geluk en de verse eitjes lagen voor het oprapen daar in Le Petit Poisson Vert. De streek Morbihan vond ik nog mooier dan de Finistère waar we de eerste twee weken verbleven. En S. en A. deelden met liefde hun liefde voor Bretagne met ons. We vingen krabspinnen in een baai op het schiereiland Quiberon (lees A. ving krabspinnen terwijl J., A. en ik op afstand door onze duikbrillen ernaar keken), staken de barbecue aan, dronken de lekkerste rosé ooit en zagen de soleil in de mer zakken. De meiden leerden surfen, terwijl wij toekeken op een uitgestrekt leeg strand. We namen de boot naar een eiland waar we fietsten en crêpes aten waar we twee uur op moesten wachten. We snoepten macarons vanwege hun onweerstaanbare kleuren en plakten onze tanden aan elkaar met zoute karamelsnoepjes. Van stenen maakten we stapeltjes om daarna trots 'Menhir!'  te roepen.

Bretagne dus. Waar het altijd regent. Behalve als wij er zijn. Nouja, twee dagen dan... maar liefde maakt blind.


In de rook van Amsterdam... 

woensdag 8 augustus 2018

Helemaal niet erg

Soms heb je vakantie van vakantie. Dat bedacht ik toen vorige week de regen met bakken uit de lucht viel en mijn plannetjes in het water. Terwijl het gezellig tikte op het dak van ons huisje, dronk ik koffie in bed en keek twee afleveringen Friends op mijn laptop. De kinderen zwommen met nog meer plezier in het deels overdekte zwembad en lief maakte zich Onzichtbaar achter het boek van Murat Isik.

Ik ben een ontdekkingsreiziger in het klein. Altijd op zoek naar mooie plekjes en herinneringen voor later. Dus wil ik in Bretagne oesters eten en ze het liefst zelf vangen. Dat ik er niet zoveel om geef, maakt niet uit. Ik wil de zon onder zien gaan in de zee, met een glaasje cider erbij. En als het licht de roze kleur van de huizen zo mooi vangt, vraag ik mijn lief direct te stoppen zodat ik het beeld mee naar huis kan nemen in mijn camera. Ligt er een map met lokale tips en routes in het vakantiehuisje, dan maakt mijn hoofd kortsluiting. Want er is elke dag wel een leuke markt ergens, minstens drie mooie stranden, een wonderschoon baaitje, surfles én een salon de thé met taartjes en een jardin. Dat gaat nooit allemaal lukken, weet ik nu al en denk aan Martin Bril:

Je mist meer dan je meemaakt. 
Helemaal niet erg. 

Vandaag gaan we nergens heen. Lief is met de auto naar Nederland. Zijn peetoom is onverwacht overleden en hij wil bij het afscheid zijn. De map met tips blijft dicht. We hebben vakantie van vakantie. De kinderen spelen Monopoly onder de boom, de Franse versie die net zolang duurt als de Nederlandse. En terwijl ze hun geld tellen als ze op Station Montparnasse belanden, bedenk ik hoe het leven zou zijn als je hier zou wonen,  in Le Petit Poisson Vert.

Ik blader door de stapel Flows van ons vakantiehuis en gluur naar binnen bij de gîte van de buren. Middelste heeft een vriendin gevonden in dochter A. van de eigenaren en ze ontfermen zich samen over de kleine A. van de caravan. Ze spelen met een eindeloos geduld verstoppertje en memory. Kleine man had gehoopt vakantievrienden te maken, maar valt tussen wal en schip bij de twee jongens hier, dus klimt hij in de boomhut en oefent zijn Ninja-oefeningen voor het kippenhok. Af en toe krijg ik een dikke knuffel. Want gewoon. Oudste besluit te gaan bakken omdat ze verliefd is geworden op de keuken in ons huis, de enorme oven en de talloze lades met keukengerei en bakjes. "Lava-taartjes van chocola of cake", vraagt ze. "Allebei!",  antwoord ik.

We hebben immers vakantie van vakantie! En dan zoeken we straks een verborgen plekje in onze jardin om al het lekkers op te eten, bedenk ik zachtjes. Helemaal niet erg.



zondag 29 juli 2018

Oudste

"Volgend jaar ga ik niet meer mee hoor", zegt ze. Ik draai me om naar de achterbank en lach. "Dat kan niet, we hebben tenminste nog een jaar nodig om aan het idee te wennen." Ze lacht ook en waarschuwt dat volgend jaar dan haar laatste jaar met ons is. Daarna gaat ze iets wereldwijds, groots en meeslepend doen met vrienden. Groot gelijk, maar ik duw de gedachte nog even weg. Het is als het labyrint waarin we liepen deze week. De bouwer ervan vertelt ons het geheim: "Ga niet op zoek  naar de uitgang maar naar het verhaal dat het doolhof verbergt". "Maar wat gebeurt er als ik de uitgang niet vind?", vraag ik tegen beter weten in. "Dan eet de Minotaurus je op!"

Natuurlijk.

Dus geniet ik van de verhalen die we deze vakantie maken. Hoe hoog de meiden klimmen langs het parcours in de bomen terwijl kleine man besluit met beide benen op de grond te blijven. De Bretonse crêpes en eindeloze woordgrapjes die we daarop kunnen maken. De avondmarkt en Orangina aan het barretje. De kleine perfecte gitaar van hout die met oudste mee mag en de kunstenares die de krullen van middelste probeert vast te leggen. De suikerspin die Barba du Papa heet. De Eb. En de vloed.

Voor het slapen gaan, verzamelen we op ons bed. Voor slaapklets en de vragen van de dag. Een wirwar van lakens en gemopper afgewisseld met keten en lachen. De camping is te rustig voor ons gezin. Luidruchtige Hollanders. De kinderen stoppen ons onder. Nog een kus en dan zorgt ze ervoor dat middelste en kleine man ook in bed komen. Oudste. "Volgend jaar is mijn laatste jaar dat ik met jullie meega hoor." 

Ik sluit mijn ogen en denk aan het geheim van het labyrint.



vrijdag 29 december 2017

Dag 2017!

Popcorn tikt tegen de deksel van de pan. Ons avondeten. Kleine man en ik zouden lichtjes lopen in Amsterdam. Maar de kou veranderde onze plannen. Lief zou uit eten. Maar de griep kwam ertussen. Niet bij ons gelukkig. Dus popcorn en lichtjes binnen. Ook fijn. Tijd om te schrijven en te mijmeren. Over een jaar dat alweer bijna dichtgeklapt kan worden. Ik blader door mijn agenda omdat mijn hoofd geen talent heeft voor archiveren. Dat betekent niet dat ik vergeet hoor. Ik herinner me in willekeurige volgorde.

Ik denk aan mijn vader die twee draadjes aan zijn hart kreeg met een apparaatje eraan. Een technisch wondertje om zijn hart eraan te herinneren nog heel lang te blijven kloppen. Ik tel er een. Ik denk aan oudste die zich bij het schooltoneel had gemeld om te grimeren maar vervolgens op het podium stond in Shakespeare's Romeo & Julia. Trots en ik tel er twee. Ik denk aan kleine man en aan zwemles. Elke week samen. Hij met kikkervoeten en ik aan de kant. Van zijn A naar zijn B en begonnen aan zijn C. Drie. Ik denk aan middelste die aan haar laatste jaar als Wesp is begonnen. Haar tranen om de laatste keer kamp maar ook haar blijdschap om haar prachtige schooladvies. Nu nog een passende school voor onze zachtaardige dagdromer. Dat zijn er vier. 2017 was een jaar om te tellen. Blij met de opa's en oma's en het samen eten en zorgen op de maandag en de vrijdag. Zonder hen zou er geen vangnet hangen onder het koord waarop we ons regelmatig bevinden. Balancerend tussen werk en thuis, aandacht en boodschappen, schrijven en de was, dromen en werkelijkheid. Het een niet per se mooier dan het andere.

Ik denk aan de onvergetelijke week in Japan met beste vriendin W. De gouden berg en de lachende monnik op witte sokken waarvoor we om vijf uur uit ons bed kwamen. De houten huisjes en ontelbare Geisha's in Kyoto, de gyoza die het uur wachten op de stoep waard waren, de kraakverse sushi en de papierhemel in Tokyo. Onvergetelijk. Ik tel en blader. De zondagen gemarkeerd in mijn agenda waarin we om de beurt ons favoriete maaltje verzinnen en koken. Culi zondag. In een boekje houden we bij wat we eten en hoe het smaakt. En soms dromen we nog van de zelfgemaakte spaghetti carbonara van oudste. Ik kom de lijstjes tegen die ik elke maand maak. Van dingen om te doen en dingen om te wensen. Sommigen krijgen een vinkje, meer verhuizen mee.

Dromen en jagen.

Eentje zit ik op de hielen. Mijn boek kreeg maar liefst vijf hoofdstukken en is daarmee op weg de vorm te vinden die al zoveel jaren in mijn hoofd verborgen zat. Het enige dat ik moest doen was tijd vrijmaken en luisteren naar onverwachte zetjes en zachte aanmoedigingen. Ik tel.

Een weekend aan zee met oudste, vriendin A. en haar dochter A. Peddelend in de golven, lachend op onze yogamatten. Zomer in Portugal met het gezin. Onze roadtrip via Parijs, Bordeaux en Vallodalid. Slapen onder de sterrenhemel en nog meer golven. Aan toe. Want tussen het maken van deze mooie herinneringen werd er natuurlijk gewoon gewerkt, was er gedoe en mijn jaarlijks terugkerende blues. Vaak moe. Soms humeurig. En af en toe verdrietig. Om niks en om zaken die ik niet kan keren. Om het verdriet van mensen die me lief zijn. Om het verdriet dat gedeeld niet minder is.

Ik nam me meer voor dan ik deed, ik miste meer dan ik meemaakte. Dat is niet erg. Er bleef genoeg over. Op de bank liet ik me inspireren door mijn bijzondere burgemeester en het prachtige lawaai dat klonk in de stad na zijn dood. Hoopvol. In het theater liet ik me ontroeren door Dolf Jansen en Louise Korthals (een beetje Nouri). En ik las me door de stapels boeken naast mijn bed heen als ik maar even mijn ogen open kon houden.

Ik was vijf jaar getrouwd met mijn mister brown eyes en hij gaf me een strippenkaart cadeau. Voor elke strip een verrassing. Hij is nog veelbelovend leeg. Eerst nog de tijd inhalen. Niet teveel terugblikken dan maar. Het past toch niet in een blog allemaal. Gelukkig.

De popcorn is op, kleine man slaapt als een roos in ons bed en grote man vraagt om een blog. Het mooie nu. Maar ik denk alweer aan morgen, als onze oudste 15 wordt. En aan overmorgen als we het nieuwe jaar inluiden bij S. en A. Heel even heb ik de tijd ingehaald in gedachten. Maar ik sta met lege handen want ze moet nog worden ingevuld. Met nieuwe herinneringen en oude bekenden. Hopelijk zijn ze fijn en af en toe groots en meeslepend. In hun eenvoud wellicht. Dat zijn de beste.

Ik wens jou alvast het allerbeste voor dat hele nieuwe jaar voor de boeg. Volop dromen en jagen maar ook stilstaan en tellen. Van al het moois aan je voeten, dat je misschien heel even was vergeten toen je naar de sterren reikte. Kus ze. Koester ze.

En be kind. Voor jezelf en voor anderen.

woensdag 13 december 2017

Gevaarlijk weer

Zondag versierden we de kerstboom en viel de eerste sneeuw. Handschoenen werden weer gevonden en de eerste sneeuwballen vlogen al. In de tuin kreeg de gevallen sneeuw de vorm van een sneeuwpop. Rode neuzen en rode wangen vanwege dit witte geluk. We dronken chocolademelk met slagroom en legden onze natte sokken op de verwarming. Zou het morgen nog steeds... Ja! En nog mooier. Code rood werd een excuus om niet te jakkeren in files maar rustig te glibberen naar school. Afspraken konden verzet naar morgen. Vandaag waren de vallende vlokken het allerbelangrijkst. En ze bleven vallen en vallen en vallen. De sneeuwkoningin legde haar stolp over de wereld. Alle geluid dempte. Het werd stil. Stil en wit. 

In mijn oma's stoel zat ik voor het raam. Genoeg aan de sneeuw. De wijk een beetje mooier, auto's verstopt onder een zachte laag en de kleintjes op het schoolplein schaterend. Rode neuzen en rode wangen. Gevaarlijk weer! Gevaarlijk gelukmakend weer. Je zou niet anders meer willen. Een winter lang een stolp. En code rood zodat er niets anders op zit dan thuis warme chocolademelk te drinken met slagroom. Nadat je sneeuwballen naar elkaar hebt gegooid. 

zondag 26 november 2017

Voor later


De tijd rolt met een razende Rrrrrr... het is vast mijn leeftijd want de kinderen hoor ik er niet over. Die wisselen moeiteloos Sint Maarten in voor Sinterklaas en kijken alweer reikhalzend uit naar het weekend waarin we de kerstboom gaan kopen. Ho Ho Ho, denk ik, eerst nog het Sinterklaasfeest en lief die 48 wordt en een weekje mee mag met beste vriendin en stewardess W.

Het is heerlijk allemaal en groot geluk maar soms lijkt het sneller te gaan dan ik erbij stil kan staan. Geen tijd om het op schrijven, de mooie praatjes en magische vragen, de knuffels en het keten. Daarom leg ik het vast met mijn camera. Beelden die deze tijd vasthouden voor later. Net als de foto-albums van mijn vader, waar we vrijdag in keken tijdens mijn moeders verjaardag. De kamer vol vrienden die al mijn hele leven meegaan. Ooms en tantes die geen familie zijn maar wel zo voelen. Ouder en grijzer maar nog net zo goedlachs en lief als vroeger en bereid om de boel op stelten te zetten. Tante G. die vraagt hoe het gaat en een glaasje wijn afslaat omdat ze nu medicijnen slikt die niet goed samen gaan met een drankje. In haar ogen zie ik nog dezelfde tante G. waar ik als klein meisje altijd ging buurten. Voor lange gesprekken, koekjes en grapjes met oom A. Haar blonde krullen heeft ze niet meer maar haar engelengeduld nog wel. Ze vertelt over zoon M. en vraagt naar mijn samengestelde gezin.

Dan komt oom L. binnen. Alleen, want van  tante S. hebben we alweer bijna een jaar geleden afscheid genomen. De broer van mijn vader is nog steeds een grappenmaker en geeft handig elk serieus gesprek een draai. Maar als mijn tante L. vraagt hoe het met hem gaat, betrekt zijn gezicht heel even en zegt hij: "Voor de helft". Voor mijn moeder heeft hij hyacinten meegebracht, in nagedachtenis van mijn tante die dat elk jaar deed. Zo schrijft hij ook de verjaardagskaarten die zij niet meer kan schrijven. Dan is ze er nog een beetje. Zijn daden vertellen wat hij niet zeggen kan. Voor de helft.

Er wordt alweer gebeld en uit Hoorn zijn daar oom J. en tante A., de oudste vriendin van mijn moeder. Grijzend maar nog net zo levenslustig als vroeger. Haar aanstekelijke lach klinkt terwijl ze iedereen een dikke smakkerd geeft. Oom J. komt erachteraan, de oudste van iedereen maar net terug uit Indonesië waar hij geboren is. Voor zaken van zijn oudste zoon, vertelt hij lachend: "Ik kijk of het allemaal goed gebeurt." Voorbij de tachtig maar ik zou het niet raden als ik het niet wist.

Ik ga naast R. zitten en we hebben het over leeftijd. Dat je in je hoofd ergens blijft steken rond de dertig. Ik zie het in haar ogen. Ze heeft altijd pijn en daarom is november niet haar favoriete maand. Te weinig naar buiten en teveel binnen. Ze wuift het snel weg want ze is niet gekomen om te mopperen en we praten over van alles anders. Haar man H. helpt met de koffie. De kamer is gevuld met veel gelach en gepraat. Als verrassing zijn ook tante A. en oom J. uit Apeldoorn komen rijden. En mijn moeder is het stralende middelpunt, net als vroeger toen ze met tante L. de meest gekke dingen uithaalde tot iedereen tranen had van het lachen. Ik voel me heel even weer dat meisje van toen omringd door de mensen uit mijn jeugd. En als later tante L. en oom B. er ook zijn, zie ik hoe lief ze zijn voor mijn kleine man. Net als alle anderen.

Vrienden die al een leven meegaan. Mijn familie. Gelukkig zijn de meesten er nog. Meegevlogen met de tijd. Herinneringen in hun hart maar de dag plukkend tegelijkertijd. Meer tijd dan vroeger maar ook weer niet. Voor je het weet ben je een week zoet met een bezoek aan het ziekenhuis, vertellen zowel tante A. als tante G. Je kunt er maar beter uit de buurt blijven, lachen ze. En als de eersten willen gaan, bakt mijn vader net bitterballen van Dobben en is de lach van mijn moeder nog een reden om te blijven. Ik geniet en schenk voor iedereen nog een drankje in. En ik neem me voor ze op te schrijven. Voor later. 


En de tijd stónd even stil

Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?