maandag 19 oktober 2020

Zetje

Wanneer ga je weer eens bloggen?
Mijn schoonvader kijkt me aan. 
Die 10 heb ik nu wel vaak genoeg gelezen.
Hij lacht. 

Ik bloos. Omdat hij mijn blogs mist.
Omdat ík het mis,  maar toch niet blog.
Ze zitten gevangen in mijn hoofd.
Zinnen.
Concepten.
Flarden.

Billen. 
Weet je waarom ik nooit dikke billen wil?

Zomerdag. 
Langgerekt fiets je achter me aan. Ik ga sneller. De zon in mijn gezicht.

Ik begin er wel aan, maar maak ze niet af.
Het leven komt tussendoor. 
Onzin. Ik weet het.
Maar als straks.
Of als eerst.
Maar.
Als. 

Nee.

Morgen schrijf ik een blog voor je, beloof ik.
Mijn schoonvader lacht.
Mijn lief ook. Ze kennen me. 

Ik kom er altijd weer op uit.
Schrijven.

Hoezeer het leven ook tussendoor komt.
Of twijfel. Gedoe. Onzekerheid.

Ik heb toch mijn woorden en verhalen. 
Dat zei kleine man deze week toen hij vertrok naar beste vriend T. en ik hem vroeg of hij nog iets wilde meenemen.

Mooi, knikte ik tegen zijn al lang om de hoek verdwenen rug. 
Een waarheid voor mijn voeten.

Dus hier is ie dan, lieve H.
Een blog voor een begin?


zondag 16 augustus 2020

10

 Soms denk ik je vooruit. Dan mijmer ik over hoe je als puber, met te lange benen en armen misschien, als student, serieus en onderzoekend misschien, als volwassen man, verliefd en vader misschien.

Soms denk ik je achteruit. Aan de eerste keer dat ik je zag. Je wiebelende stapjes. Je schaterlach. Je eindeloze mama's en mollige armpjes die zich naar me uitstrekten. Herinneringen draaien rondjes als de groeven in een langspeelplaat. 

Maar meestal kijk ik naar je zoals je nu bent. Omdat ik weet hoe snel het gaat en ik liever niet teveel wil missen. Dan schrijf ik het op. Of ik leg het vast. Klik! Je blik. Je stem. Stiekem, want van jou hoeft het niet zo. Voor later, leg ik uit. Soms wil je er dan wel even voor zitten. Haar goed en blik op, nouja hoe bijna-tieners kijkers. Dat weet jij beter dan ik. 

Ik zie gewoon jou. De gouden vlekjes in je ogen. De sproeten op je gezicht die deze zomer ontelbaar zijn. Je haar dat niet kan kiezen tussen rossig of blond.

Je eigenheid en eigenwijsheid. Je gedachten die vragen om begrepen te worden. Ooh.  Je zachtheid. Je aarzeling voor denkbeeldige drempels. Je uitbundigheid er eenmaal over heen. Je gezien willen worden. Schatzoeker van woorden. Kletskous sinds je kunt praten. Over van alles. Met opa. Met beste vriend T. Met mij. Dan maak je plannen en wens je dat alle oude mensen voor altijd gezond blijven. Dan droom je jezelf in Nike van top tot teen terwijl je een vliegende Tesla bestuurt. Uit de boxen klinkt muziek waarvoor je mij inmiddels te oud schat. Van wiebelige stapjes naar voorzichtig stoer.

Vandaag ben je jarig en maak je al 10 jaar mijn leven licht. Of eigenlijk plus negen maanden, waarin  je als Lampje in mijn buik woonde. Een lichtje ben je nog steeds. Stuiterend, schaterlachend en stralend op je zevenmijlslaarzen. Ga maar, ik houd je wel bij. Je wereld wordt steeds groter dus niet altijd meer in mijn zicht. Maar altijd in mijn hart. Weet je nog hoe we dat vroeger oefenden omdat je bang was dat je me op school zou missen. Gewoon je ogen dicht doen, dan zie je me ook als ik er niet ben. Je probeerde het met ogen en vuistjes dichtgeknepen. Teleurgesteld vertelde je later aan oma dat je daar nog te klein voor was. 

Zou je het nu wel kunnen? Jij vraagt je andere dingen af. Of je de hele nacht wakker zou kunnen blijven. Met een kop echte koffie en dutjes overdag als voorbereiding. En waar we in godsnaam je cadeaus dit jaar hebben verstopt. En wat er gebeurt in het geheime-appgroepje dat we hebben aangemaakt voor je verjaardagsfeestje. En dat uitdelen minder leuk is in coronatijd. En, en, en...

Lieve grote kleine man, hiep hiep hoera!
Ik van jou.
Met mijn ogen dicht
en dan snel weer open om niks te missen.


De tekening voor het geboortekaartje dat vriendin P. 10 jaar geleden voor ons maakte. 

zaterdag 1 augustus 2020

Homo

Wat dacht je, toen je de titel van mijn blog zag? Hoorde je er een uitroepteken achter of een vraagteken? Dacht je aan de liefde misschien? Of dacht je aan het scheldwoord dat we maar al te vaak horen. Op straat. Op scholen. Langs het sportveld. Want, gewoon. Of niet?

Deze week vieren we Pride Amsterdam om te vieren dat je kunt zijn wie je bent en mag houden van wie je wilt. De programmering van NPO3 staat in het teken ervan. De prachtige Britse film Pride komt voorbij, ik zie de documentaire Mans Genoeg over de in mei overleden Saïd Zankoua en de documentaire Pisnicht: The Movie van Nicolaas Veul. Aanleiding was een column van Youp van het Hek waarin hij het woord pisnicht gebruikte. De ophef die daarover ontstond was veelzeggend over de stand van zaken in ons land. Degenen die er aanstoot aan namen, hadden geen gevoel voor humor. Je mocht ook niks meer zeggen. Het was - gewoon - een woord dat je gebruikte. 

Lach of ik schiet

De aanval is de beste verdediging, dan hoef je verder niet over je eigen handelen na te denken. Of over wat het met een ander doet. In zijn documentaire probeert Nicolaas het uit te leggen. Dat hij het woord homo al jong associeerde met zwak, niet mannelijk, minderwaardig. Hij hoorde het als je ergens niet goed in was, andere interesses had dan verwacht, je anders kleedde, praatte of bewoog dan je geacht werd te doen. Hij leerde daarmee al jong dat je niet zomaar kon zijn wie je was en hield zijn ware gedachtes en gevoelens voor iedereen verborgen. 

Homo als scheldwoord. Vraag maar liever niet waarom. Want achter het gewoon gaat nog meer stompzinnigheid schuil. Dat het prima is om homo te zijn, als zij er maar geen last van hoeven te hebben. Dat het niet handig is om twee mannen op tv met elkaar te laten zoenen, want dan leer je jonge mensen dat dat kan. De vader die naast zijn zoontje op straat belooft dat hij het nooit zal accepteren als hij homoseksueel is. De vijandigheid die erachter schuilgaat wordt luchtig weg gelachen. Mijn mening maar. Over jou.

Nicolaas kwam er uiteindelijk uit en ervoor uit, maar niet ongeschonden. Net als Saïd Zankoua, die - omdat hij op jongens viel - meer klappen kreeg dan hij aankon. Hij hield er zware epilepsie aan over en stierf dit jaar aan de gevolgen ervan. Op de dag tegen homofobie. Hij werd dertig. Zijn familie had hem nooit geaccepteerd voor wie hij was. Zouden ze de documentaire hebben bekeken en net zo betoverd zijn als ik door de prachtige jongeman die zij nooit in hem wilden zien? 

De liefde zwijgt met het schaamrood op de kaken. 

Er is nog een lange weg te gaan voordat iedereen kan zijn wie hij is en kan houden van wie hij wil. Maar laten we hem vooral gaan. Samen. Want.

We couldn't all be cowboys
So some of us are clowns
And some of us are dancers on the midway
We roam from town to town
I hope that everybody can find a little flame
Me, I say my prayers,
Then I just light myself on fire
And I walk out on the wire once again



vrijdag 17 juli 2020

Alles is familie

We zitten in de tent. Met meer dan past, maar dat is niet erg. Buiten is het weer op zijn Nederlandst en we houden elkaar warm rond de eettafel. Het gezelschap is een mengelmoes van huishoudens waarin de kinderen een rode draad proberen te ontdekken. Wat voelt als familie blijkt ingewikkelder dan we dachten. Tenminste als we er namen aan willen geven. We gaan van familie naar achter tot aangetrouwd en aangewaaid. Van warme kant naar koude kant en van bloed naar banden die zijn aangegaan en soms ook weer verbroken. 

J. trekt er een denkrimpel van: 'Dus jij bent eigenlijk niet mijn oom, maar A. en E. zijn wel mijn nichtjes?' Hij kijkt vragend naar mijn lief, die nu ook een denkrimpel trekt. Is hij zijn oom-recht verloren toen hij en de zus van de moeder van J. uit elkaar gingen? Ik probeer ondertussen te bedenken wat ík dan ben van J. terwijl hij op hetzelfde moment met bedenkelijke blik naar mijn zoon kijkt. 'Ben ik dan een halfneef van J. omdat hij ook een halfbroer van mijn nichtjes is?' De tafel kauwt even op het woordje half terwijl de halve neven elkaar beteuterd aankijken. 

Achtereenvolgens proberen we uit te leggen dat je 'achter' bent als de moeder van je neef de nicht van jouw moeder is. Dat zij dan geen tante is maar een achternicht. En dat M. dus zowel een achternichtje is van J. als van zijn moeder. Ook praten we over aangetrouwd en vertrouwd. En dat stief geen bloed is en dat er bloed nodig is voor half. Maar dat de liefde zich over het algemeen er weinig van aantrekt. 

Het regent kwartjes terwijl vaderskanten en moederskanten worden ontward, maar niet alles valt op zijn plek. Soms zijn er geen woorden voor banden die we wel voelen. Door gedeelde herinneringen, alle vakanties die we samen doorbrachten en vertrouwd zijn met elkaars mooie en mindere kanten. 'Jij voelt als mijn tante', vertrouwt oudste W. toe ook al ben je dat niet echt. Dat W. en ik ons al zussen voelen sinds we elkaar leerden kennen op ons 18e heeft hier vast mee te maken. En lief mag wat J. betreft zijn oom-rechten houden. We vervangen de halfjes en de stiefs en de achters voor vol en I. noemt ons haar gevonden familie. Aanwaai, maken we er lachend van.

Buiten klaart  het op. De tent kan weer open en de kinderen naar buiten. Dan steekt J. zijn hoofd nog even naar binnen voor een laatste vraag: 'Familie kies je toch eigenlijk?' Voordat ik antwoord kan geven, is hij alweer weg om  achter zijn neefjes en nichtjes aan te jagen op het natte gras.

Ik lach, knik en tel. 


vrijdag 3 juli 2020

Hé kleine meid

Je bent klein in de grote schommel. Voorzichtig zit je in het midden van de gevlochten mand. Je haren sluik. Als een donkere krans. Je ogen zijn te groot voor je gezicht. Het valt me op als ik je zie. Achterop de fiets bij je moeder. Maar meestal op het schoolplein voor. Ik kijk door het keukenraam en je springt mijn hart in.  

Hé kleine meid. Daar ben je weer. Samen met je moeder. Lang, sluik haar. Tenger. Ze drinkt bier uit een blikje - strong - dat ze naast een al leeg blikje zet als ze haar handen vrij maakt om je te duwen. Haar gedachten ergens anders. Daar ga je, hoog! Je maakt geen geluid en ik blijf staan om naar het verstilde tafereel te kijken. Ik hoop op je lach. Maar je kijkt naar de lucht, terwijl je moeder wegloopt en naast haar blikjes gaat zitten.

Hé kleine meid. Daar ben je weer. Deze week bijna elke dag. Samen met je vader. Als de school al uit is en de schommel vrij. Je lijkt nog wat kleiner. Nog geen vier en al zo geduldig. Hij houdt één hand onder zijn zwarte shirt. Een grote man. Tenger. Hij probeert recht te staan. Dan haalt hij een blikje onder zijn shirt en neemt een slok. Met zijn rug naar het schoolplein. Ik kijk naar de schaduw op zijn gezicht, maar hij ziet me niet. 

De andere kinderen op het plein komen niet dichterbij, alsof ze het voelen. Dan stopt hij het blikje weer weg en duwt hij je met zijn andere hand. Hoog! Hij probeert te lachen en zegt iets onhandig liefs. Te harde stem. Hij oefent een goede vader te zijn. Jij maakt geen geluid. Hij hoort het niet en gaat weer zitten. Dan klim je van de schommel en laat je je languit in het zand vallen. Een omgekeerde zand-engel, zonder vleugels want je armen liggen stil onder je hoofd. 

Hé kleine meid



Gedicht van Judith de Joode uit Het komt goed

zondag 28 juni 2020

De Z van zenden en zondag

'Lief'. Hoewel we bijna slapen, hoor ik aan de lief die hij gebruikt dat er wat gaat komen. Hij heeft er namelijk meerdere, lieffen. Deze is er een met een uitroepteken gevolgd door een vraagteken. Ook zit er een grinnik in verscholen.

'Wat?' kijk ik hem met verbaasde blik aan. Hoewel hij bijna sliep, had ik hem nog even verteld dat hij het boek Mijn ontelbare identiteiten móést - ík heb vele moesten - lezen. Op zijn nachtkastje lag het boek Fantoomgroei, dat ik deze week voor hem had gekocht, op zijn beurt te wachten.

'Je bent ook een onverbeterlijke zendeling', lacht hij, terwijl hij hardop telt hoeveel boeken hij allemaal nog van mij moet lezen. 
'Oh, hee', stopt hij ineens met tellen.
'Mijn vingers zijn op.' 
'Laten we het erop houden dat  ik alle boeken moet lezen die jij hebt gelezen.'
'En dan heb ik het maar niet over films', mompelt hij er binnenmonds achteraan.

Ik draai me om, zodat hij niet ziet dat hij gelijk heeft.
'Dan niet', probeer ik tijd te winnen. 
'Als ik een zendeling ben, dan ben jij een verloren schaap', mompel ik in mijn kussen. 
'Je leest mijn boeken nooit', gooi ik erachteraan. 

Hij grinnikt. 
'Echt wel', echoot hij onze middelste puberdochter na. 

'Helemaal niet', echo ik terug.

Vijf minuten later slaapt hij. Mijn lief. Ik lig wakker en denk na. Misschien moet ik het wat meer doseren, dat zenden. Ik ben er even stil van. Dan bedenk ik dat de zondag zich van oudsher uitstekend leent voor zenden en dat ik zo af en toe best een zendblog kan schrijven dan. Bovendien doet mijn lief veel niet, maar mijn blogs leest hij altijd. 




donderdag 25 juni 2020

Voor-oordelen

Ik heb ontelbaar veel vooroordelen. Al mijn hele volwassen leven. Zo dacht ik - begin twintig - dat ik nooit een man zou kunnen daten met een linnen tasje, want geitenwollensok. Italiaans vakantievriendje, vast een moederskindje. Hoogblond en een tatoeage boven billen die strak in de lycra steken, leest geen boeken. De donkere vader op het schoolplein, danst beter dan mijn lief. Man in polo en geruite broek, stemt VVD. 

Als ik 's avonds een rondje hardloop denk ik andere gedachten bij een man die me tegemoet komt dan bij een vrouw. Mijn gelovige nichtjes, nog nooit een one-night stand gehad. De buurvrouw met hoofddoekje, hoopt dat haar zoon niet op mannen valt. Vriendin S. zou nooit een vriendin worden om tal van redenen vooroordelen en vriendin M. eigenlijk ook niet. Ik heb zelfs vooroordelen over mezelf dus niet het sportieve type, ook al loop ik drie keer in de week hard en sta elke zaterdag vroeg op voor yoga. 

Mijn hoofd kent vele hokjes. Vooroordelen. Gedachten die ongevraagd om de hoek komen kijken. Betweterig en stupide soms als sommige mannen aan ronde tafels op televisie. Ik kan ze niet stoppen, net als al die andere gedachtes. Ik geloof dat we er wel 3000 per wakker uur denken. Over onszelf en de wereld om ons heen. Om het te duiden, te begrijpen. Een troebele mix van ervaringen en alles wat je (n)ooit hoorde, zag en leerde.

Dat ik ze denk, wil niet zeggen dat ze waar zijn. Integendeel. Ik zou er geen geld op inzetten. Ze hebben vaak genoeg bewezen onbetrouwbaar te zijn. Lang leve vriendin S. en M. Het is de voor en niet het oordeel. En omdat het daar nog wel eens mis wil gaan, komen vooroordelen wat mij betreft voortaan met wat algemene richtlijnen voor gebruik:
  • niet bedoeld om een ander te kwetsen
  • niet per se waar 
  • niet te verwarren met feiten of grappen
Je kunt vooroordelen niet stoppen maar wel opvoeden. Geef ze het goede voorbeeld. Be kind. Zacht en aardig. Moedig.  Twijfel. Luister en lees boeken. Over anderen en wat anders is dan jij. Het is een geweldige manier om in andermans schoenen te gaan staan. Laat je verrassen door de herkenning en omarm de verschillen. Of accepteer ze. Niet beter. Niet slechter. Maar anders. 

Je zult zien dat je vooroordelen veranderen. Jij verandert ten opzichte van je voor-oordelen. Zachter, minder star. Wereldwijzer. Wijzer. Of zoals Maya Angelou ooit zei: “Do the best you can until you know better. Then when you know better, do better.”




Zetje

Wanneer ga je weer eens bloggen? Mijn schoonvader kijkt me aan.  Die 10 heb ik nu wel vaak genoeg gelezen. Hij lacht.  Ik bloos. Omdat hij ...