Posts tonen met het label Happy mom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Happy mom. Alle posts tonen

woensdag 30 december 2020

Lieve A.

Vandaag ben je 18, mijn lieve, mooie en slimme A. Volwassen en lichtjaren voorbij de vijfjarige die mijn hart veroverde met blonde staarten en gekke fratsen. 

'Waar is de tijd gebleven', mopper ik tegen je vader. Hij antwoordt met een schuine lach.

Je lijkt op hem. 
Maar je bent zoveel meer. 

Verstandig zoals past bij de oudste. Je waakt over harmonie en gezelligheid en zit het liefst aan de keukentafel met meer mensen dan passen. Je kletst honderduit maar houdt je diepste gedachten liever verborgen. Tot ze uitgedokterd het licht mogen zien. Stoutmoedig. Anders. Een activist in de dop omdat de wereld anders kan, volgens jou. Een waarin iedereen zichzelf mag zijn. 

Jij wordt het steeds meer. 
Jezelf. 

Zonder opsmuk maar stralend. De wereld aan je voeten ook al staat ze even op pauze. Je hebt je gitaar en grappen op zak. You light up the room en mijn hart.

Later als je groot bent.
Het is begonnen.



zondag 16 augustus 2020

10

 Soms denk ik je vooruit. Dan mijmer ik over hoe je als puber, met te lange benen en armen misschien, als student, serieus en onderzoekend misschien, als volwassen man, verliefd en vader misschien.

Soms denk ik je achteruit. Aan de eerste keer dat ik je zag. Je wiebelende stapjes. Je schaterlach. Je eindeloze mama's en mollige armpjes die zich naar me uitstrekten. Herinneringen draaien rondjes als de groeven in een langspeelplaat. 

Maar meestal kijk ik naar je zoals je nu bent. Omdat ik weet hoe snel het gaat en ik liever niet teveel wil missen. Dan schrijf ik het op. Of ik leg het vast. Klik! Je blik. Je stem. Stiekem, want van jou hoeft het niet zo. Voor later, leg ik uit. Soms wil je er dan wel even voor zitten. Haar goed en blik op, nouja hoe bijna-tieners kijkers. Dat weet jij beter dan ik. 

Ik zie gewoon jou. De gouden vlekjes in je ogen. De sproeten op je gezicht die deze zomer ontelbaar zijn. Je haar dat niet kan kiezen tussen rossig of blond.

Je eigenheid en eigenwijsheid. Je gedachten die vragen om begrepen te worden. Ooh.  Je zachtheid. Je aarzeling voor denkbeeldige drempels. Je uitbundigheid er eenmaal over heen. Je gezien willen worden. Schatzoeker van woorden. Kletskous sinds je kunt praten. Over van alles. Met opa. Met beste vriend T. Met mij. Dan maak je plannen en wens je dat alle oude mensen voor altijd gezond blijven. Dan droom je jezelf in Nike van top tot teen terwijl je een vliegende Tesla bestuurt. Uit de boxen klinkt muziek waarvoor je mij inmiddels te oud schat. Van wiebelige stapjes naar voorzichtig stoer.

Vandaag ben je jarig en maak je al 10 jaar mijn leven licht. Of eigenlijk plus negen maanden, waarin  je als Lampje in mijn buik woonde. Een lichtje ben je nog steeds. Stuiterend, schaterlachend en stralend op je zevenmijlslaarzen. Ga maar, ik houd je wel bij. Je wereld wordt steeds groter dus niet altijd meer in mijn zicht. Maar altijd in mijn hart. Weet je nog hoe we dat vroeger oefenden omdat je bang was dat je me op school zou missen. Gewoon je ogen dicht doen, dan zie je me ook als ik er niet ben. Je probeerde het met ogen en vuistjes dichtgeknepen. Teleurgesteld vertelde je later aan oma dat je daar nog te klein voor was. 

Zou je het nu wel kunnen? Jij vraagt je andere dingen af. Of je de hele nacht wakker zou kunnen blijven. Met een kop echte koffie en dutjes overdag als voorbereiding. En waar we in godsnaam je cadeaus dit jaar hebben verstopt. En wat er gebeurt in het geheime-appgroepje dat we hebben aangemaakt voor je verjaardagsfeestje. En dat uitdelen minder leuk is in coronatijd. En, en, en...

Lieve grote kleine man, hiep hiep hoera!
Ik van jou.
Met mijn ogen dicht
en dan snel weer open om niks te missen.


De tekening voor het geboortekaartje dat vriendin P. 10 jaar geleden voor ons maakte. 

maandag 11 mei 2020

Ehnem.. ik vind je lief

De achilleshiel van de moeder is haar kind. Je eigen geluk is van de ene op de andere dag met onzichtbare draden verbonden aan het geluk van dat kleine hoopje dat je in je armen houdt en je even naar adem doet happen. Slim bedacht door de natuur. Een ecologisch beloningssysteem waardoor één simpel lachje de eindeloze stroom poepluiers en voeden op onmenselijke tijdstippen snel doet vergeten én vergeven. 

Mijn zoon keek de eerste weken van zijn leven licht verbaasd en vooral slaperig de wereld in. Er kon geen lachje vanaf, wat ik ook probeerde. Kirren, lachen, zingen, hopsen, een vorsende blik was mijn deel. Ik raadpleegde boeken en vriendinnen om uit te vinden wanneer ik die eerste lach kon (en mocht) verwachten. Toen ik uiteindelijk de dokter om raad belde, lachte mijn kind dezelfde dag nog. En ik moet toegeven dat het grappig was. Achteraf

Zo rolden we door onze eerste jaren als moeder en zoon. Genietend en improviserend. Al doende leerden we elkaar beter kennen. Van piekeren soms naar pieken van geluk. De achilleshiel bleef en zou blijven. Maar wat maakt het uit. Hij begon met kletsen en mijn wereld barste uit haar voegen van plezier. De MAMA moest nog even wachten, BALLL en TITAAA (auto) kregen voorrang. Inmiddels staat mama onder favorieten in zijn woordenlijst.  Het gaat vooraf aan alles wat hij wil vertellen en dat is veel. Zoveel dat hij - nog heel klein - begon te haperen. Teveel woorden tegelijk willen zeggen. In hun verlangen uitgesproken te worden, buitelden ze over elkaar heen. Buiten adem, haperend, nog voor uitgesproken. Hoewel het me vertederde en ik me hier nou eens geen zorgen over maakte, adviseerde de juf van school een logopediste. 

Daar bleek algauw de bron van al dat gehaper. Zijn moeder! Au, ik wreef over mijn pijnlijke hiel. Terwijl ik mijn zoon moest voorlezen uit Dikkie Dik, had de expert het al gezien. Ik praatte veel te snel en gebruikte ik altijd zoveel woorden als ik met mijn zoon sprak? In gedachten zag ik mijn kind bedolven onder mijn eindeloze woordenstroom. De therapeut was streng. En ik oefende in LANG ZA MER praten tegen mijn kind. Tevergeefs. Algauw kletsten we weer eindeloos en schaterden voor het slapen gaan om de gekke taalvondsten van Dr. Seuss. 

Pepijn kan al een beetje lezen: woordjes zoals deze en deze
Maar papa is knapper, want papa kan deze

En dan vulde mijn zoon aan: expansievat en HEUPPROTHESE!

Bijna tien en het haperen is inmiddels verdwenen. Zijn woordenschat is van ontwapenende grootte. Hij wil nog steeds meer vertellen dan hij soms kan verwerken. Dan sluipt er een ehnem tussen de zinnen als een ruwhouten kraal.  Dan hoor ik de stem van de strenge logopediste in mijn hoofd en maak ik de ruimte vrij voor mijn zoon om zijn gedachten te vormen. Maar dat maakt niet uit. Zijn gedachten willen nog steeds sneller dan zijn woorden kunnen dragen. 

Ik besluit dat er al genoeg zorgen zijn voor moeders en ik geef toe aan de vertedering die ik voel bij elke ehnem. Ik lach, hij lacht terug. 


zondag 10 mei 2020

Meer dan goed

Klaarwakker, blijf ik toch in bed liggen. Beneden worden sinaasappels geperst en de ovendeur klapt open en dicht. Croissantjes, raad ik terwijl ik mijn bedlampje aandoe en een boek erbij pak. Tot de slaapkamerdeur opengaat. Een ontbijt op een blaadje gaat voorop. Door middelste gemaakt met hulp van jongste. Van oudste krijg ik een cadeau. Een boek waaruit blijkt hoe goed ze me kent. En kwastjes die ik laatst kwijt was. Kleine man heeft geknutseld. Een kaart met een hart of meer een hart met een kaart erop. "Voor de aller liefste mama"

Terwijl ik koffie drink, krult mijn rijkdom zich op ons bed. Een wirwar van benen en blonde haren. Ik kan het niet helpen om te denken hoe groot ze al zijn, maar ze passen nog steeds. Erop en ertussen met hier en daar een snauw als er een puntboog in de weg zit. Er worden geen zonnen meer op ruggen getekend maar ze hebben plaats gemaakt voor ander moois. En middelste wil nog steeds wel gekriebeld, in haar nek of nee daar, op haar rug, een klein stukje naar beneden nog, jaaaah! Ik tel.

Mijn eigen mama zag ik gisteren nog. We lachen extra om de afgelopen weken in te halen. Liefde reikt verder dan anderhalve meter. Met gemak. Maar ik zou zo graag mijn armen weer om haar heen slaan. En om mijn vader, wiens grijze haar een staart belooft te worden als we nog lang zo voorzichtig moeten leven. Als ook mijn schoonouders onverwacht voor het tuinhek staan, schuiven we de de stoelen en bank zo dat er voldoende afstand is. Met gemak. Gelukkig maar. We eten aardbeien-rabarber cake en denken ons andere tijden.

Terwijl ik de kruimels van ons dekbed veeg, verbaas ik me over geluk. Dat zich zelden laat vangen maar  op onverwachte momenten dicht tegen je aan komt zitten. Als een oude vertrouwde vriend. Je hoeft niets te zeggen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds is er volop geluk. Het blijft niet binnen. Dwarrelt dwars door bedachte afstanden heen. Komt op je zitten als een witte vlinder waardoor je stil blijft zitten. Betoverd in het moment.

Je knijpt je ogen dicht tegen de zon. Eerder en later vervagen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds.

dinsdag 7 april 2020

Kaas of sushi?

Vandaag blijven we wat langer liggen en kijken het staartje van The Biggest Little Farm op Cinetree. Nu wil ik kippen. En eigenlijk ook een varken. En ik vraag me af of je van een stadsmeisje ook een buitenmeisje kunt worden? Hoewel hij al naar zijn werk is, hoor ik mijn lief grinniken. "Puh", zeg ik tegen niemand in het bijzonder en begin aan de dag.

Kleine man houdt kantoor in de kamer van grote zus A. Een groot Mac-scherm maakt het leren niet per se makkelijker maar wel leuker. Taal en rekenen zijn vandaag een appel en een ei. Hoewel hij de appel nog wel eens als apel wil schrijven. Deze kan ik uitleggen. En we verzinnen een rijtje:

Poten - Potten
Kaken - Kakken
Taken - Takken
Stoken - Stokken

Een wereld van verschil in één letter gevangen. Klaar. Hij levert zijn taak in en het scherm vult zich met vrolijke confetti. Nu alleen nog wereldoriëntatie. Ik mag in zijn groepje.

"Het gaat vandaag over dilemma's..." "Kaas of sushi", vult mijn filosoof in zonder verder te lezen. Zwijgend geef ik hem de gum en lees verder. "Het gaat vandaag over dilemma's over voortplanting." "Dat is wanneer je kindjes krijgt", grinnikt mijn zoon en klikt naar de eerste stelling. Daar kan hij kort over zijn. Die vrouw van 60 mag wat hem betreft een kind op de wereld zetten. "Als dat is wat ze wil", schrijft hij op zijn werkblad. "Leeft ze dan nog lang genoeg om voor haar kind te zorgen?", probeer ik, maar hij is al bij de volgende stelling.

- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."

Geen van de dilemma's zijn voor hem - behalve de wijze waarop je het schrijft - een dillema. Tot de laatste. Of het klonen van mensen een goed idee is? Hij lacht even om het idee dat er honderd klonen van hem zouden rondlopen. Dan stopt hij met lachen en zet een stellig nee op zijn werkblad. "Waarom niet?", vraag ik nieuwsgierig. Hij kan het kristalhelder uitleggen. "Zo'n kloon kan er niet alleen met jouw voetbalkaartje voor een wedstrijd van Ajax vandoor maar ook nog eens met je vriendin."

En dat snijt genoeg houd voor vaandag.


donderdag 26 maart 2020

Alweer een bijna gewone dag

De week vliegt en speelt spelletjes met mijn hoofd.

Maandag en mijn klas is leeg. De meiden zijn bij hun moeder dus kleine grote man heeft privé-les. Al mijn aandacht voor hem alleen. Hij kijkt bedenkelijk en ik neem me voor deze week het tellen tot tien onder de knie te krijgen. Eerst maar eens koffie met alle nieuwe taalregels en -categorieën die mijn zoon beter kent dan deze Drs. in de Nederlandse Taal- en Letterkunde. We rollen de dag door en zijn klaar als vriendin W. voor de deur staat. We gaan wandelen en bijkletsen op anderhalve meter afstand. Raar, concluderen we als we over de smalle brug weer naar huis lopen. "Ik voel een afstand", grapt W. "Ik ben gewoon sneller", pest ik. Kleine man vindt onze wandeling vooral saai en is dan ook blij als hij vriendje S. in de wijk tegenkomt. "Spelen?" De zon schijnt en het zou bijna een gewone dag kunnen zijn. Maar vriendin W. neemt afscheid zonder kussen. We zwaaien ons vrolijkste zwaai. Op de mat een kaartje van J. Geluk in de vorm van een envelop.

Dinsdagochtend vervallen de lessen. De wifi werkt niet en alle papieren zinnen en sommen zijn al gemaakt. Er kan nog in het corona-dagboek worden geschreven maar de blik van mijn enige leerling spreekt boekdelen. We keren de dag om, inhalen komt later. En terwijl jongste zich met een indianenkreet op de Switch stort, heb ik tijd om boodschappen te halen. Meteen ook voor de allerliefste ouders en schoonouders. De mijne zijn al twee weken ziek en thuis en de zijne heb ik gevraagd zoveel mogelijk uit de winkels te blijven. Als ik weer thuis ben, ligt er een pakketje voor me. Vrolijke zeepbakjes van Foekje Fleur. Valt er nog wat te lachen tijdens het eindeloze handen wassen. De middag verdwaalt in rekentrucjes die ik nog niet kende en nog meer staartdelingen. Je zou er een staart van krijgen, is zelfs jongste het met me eens. Van al zijn gapen kunnen we inmiddels een ingewikkelde keersom maken.

Woensdag komt N. ons huis stofvrij maken. "Veeg je meteen ook alle zorgen naar buiten?", vraag ik op veilige afstand. Ze lacht haar geruststellende lach en gooit alle ramen open. De klas verhuist een verdieping lager. Na de lessen is er limonade in de tuin. Vriendje T. komt spelen. De juf is vrij. Mooi, want ik moet nog zoveel regelen deze week. Zucht. Oh nee, 1... 2... 3... Dan gaat mijn telefoon met een vraag waar ik over na moet denken. We rollen sushi en verwennen de poes met de overgebleven stukjes zalm. Alweer een bijna gewone dag. We stappen doodmoe onze bedden in, gelukkig is het hotelbedden-dag dankzij N.

Vandaag. Donderdag. Ofwel geen vrijdag. Ik verbeter mezelf na een verbaasde blik van mijn zoon. Ik ben trots op mijn kletskous hoe makkelijk hij zich heeft aangepast en geef hem een kus. Ineens herinnert hij zich de anderhalve meter afstand-regel. "Te laat," grinnik ik. We fietsen naar de bakker en weer terug, we sporten met Nathan van Wie is de Mol en ik stel mijn eigen hardlooprondje nog even uit. Ik moet nog steeds van alles regelen maar de bel gaat.  Een doos vol lekkers van Support Your Locals. Als alle boodschappen zijn uitgepakt, kijk ik op ons schema voor vandaag. Zucht. Als de kleine man niet kijkt, krabbel ik snel iets tussen de regels door:

DUTJE IN HET ZONNETJE (MAMA)

Morgen weer een dag. Zaterdag. En dan bedoel ik dus vrijdag. Dat. Dus. En als je die twee samenvoegt heb je een DUT.



Kattenstrategie in Coronatijd

maandag 17 februari 2020

Magisch Marrakech

Elk jaar gaan we op reis, vriendin W. en ik. Tenminste dat proberen we. Zo zijn we al naar Argentinië, Japan, Spanje en Portugal geweest. Dit jaar stond het Noorderlicht op ons verlanglijstje. Naar de kou en sneeuw in Lapland. Tegen de tijd dat we eruit waren hoe en wat, waren de reizen vol. Dus gingen we naar Marrakech. In plaats van een slee met husky's, dwaalden we door de oneindige straatjes van de roze-oranje stad. We verbleven in een Riad - wat patio betekent - die was verstopt aan het einde van een doodlopend steegje en achter een kruip-door-sluip-door-poortje. Vast om de magie te versterken die ons betoverde toen we eenmaal in de patio en onze kamer stonden.

We durfden onze Riad bijna niet te verlaten omdat we dachten deze nooit meer terug te vinden. De talloze straatjes hebben geen namen. De grote moskeeën in de stad werden onze houvast en we vonden onze (om)weg. Naar het museum met foto's van het vroegere Marrakech, naar het oude paleis met prachtige mozaïeken, naar de plek waar onze fietstour begon en naar het grote plein Djemaa El Fna, waar we niet wisten hoe snel we er weg moesten komen en onze toevlucht zochten op een hoog dakterras. Per toeval kwamen we langs de hammam waar we pas veel later een afspraak hadden staan. Omdat we bang waren de weg niet meer te vinden, vroegen we of we al terecht konden. Dat kon en we werden gescrubd, gewassen en gemasseerd tot we rozig en als nieuw weer buiten stonden.

We sloten Marrakech in ons hart, onderhandelen als echte Berber vrouwen over een leren poef en tas en beseften dat het onderhandelen misschien toch niet zo in ons zat toen de verkoper wel heel vrolijk onze hand schudde om de deal te sluiten. We bedachten hoe leuk het zou zijn als we op Schiphol zouden aankomen met een tapijt tussen ons in en dan het gezicht van mijn lief zouden zien. Priceless. De gedachte alleen was genoeg terwijl we grinnikten achter een zeldzame Espresso Martini waar we proostten op onze vriendschap en op dat we zo goed samen kunnen reizen. Ik van de boekjes en lijstjes met dingen die ik per se wil zien en W. van het loslaten en gewoon maar dwalen. Daartussenin is het fijn reizen en de week vloog. In het vliegtuig naar huis was ons hoofd en hart vol indrukken,  geuren en herinneringen voor later.

Lief kwam ons halen en bleef een Berber-tapijt bespaard. Hij zou al genoeg moeten wennen aan de poef en gekleurde schaal. Ik sloop de slaapkamer in van kleine man want een hele week zonder... Halfslaperig maar blij om me te zien, moest ik weten dat hij in mijn afwezigheid zijn hart had verpand aan ripped jeans. "Dag mama, hoe heb je het gehad in Marrakech", plaagde ik hem. "Goed", was zijn verbaasde antwoord. Waarop we samen moesten lachen om het gekke nachtelijke gesprek.

En goed was het. Marrakech.


Blije voetjes!

vrijdag 7 februari 2020

Piekenpot

"Ik ben er klaar mee", spreek ik mijn drie biggetjes toe. Bij thuiskomst was ik gestruikeld over de tas van middelste, die gezelschap had, zag ik - vloekend - van de sporttas van haar zus. In de badkamer slingerde de verpakking van de tandpasta en in de wc sporen van een kind dat ook nog eens een leeg wc-rolletje op zijn of haar geweten had. Het was de spreekwoordelijke druppel. Ik wilde niet langer de hele dag lichten uitdoen, kommetjes en glazen achter konten opruimen, broodbakjes en bekers missen omdat die al dagen bivakkeren in schooltassen en rondslingerende sokken en sloffen verzamelen. Hun slaapkamers had ik al losgelaten, behalve dat de deur nog open moest kunnen zonder al teveel duwen. Maar het slakkenspoor in de rest van het huis moest stoppen, wilde ik niet veranderen in een langspeelplaat die op het meest gedraaide nummer bleef hangen.

Vriendelijk vragen had geen zin. Afspraken maken had geen zin. Sarcasme was ze volledig ontgaan. Verbazing en lichte verontwaardiging waren mijn deel als ik boos werd. Maar hoe moeilijk kan het zijn? Je eigen bord en beker opruimen na gebruik (ja dus ook dat kommetje. Nee, ik weet dat een kommetje geen beker of bord is). Je licht uitdoen als je naar school gaat (of weet je wat doe maar standaard als je je kamer verlaat). Bij thuiskomst je lunchspullen uit je tas halen en in de vaatwasser doen (nee dat is dus niet óp het aanrecht). En je kamer opruimen als de deur niet meer open kan (nee, als je nog door de kier past, telt niet).

Ik heb hele slimme kinderen, maar dit krijgen ze niet voor elkaar. Middelste heeft een week rondgelopen met drie broodbakken, twee fruitbakjes en twee bekers in haar tas. In twee broodbakjes zat beschimmeld brood en een appel die je niet eet maar wel vervoert in een volle, warme tas blijkt appelmoes te worden die een beetje stinkt. De bakken en bekers van oudste zijn al weken vermist en ik klim elke ochtend op de hoogslaper van de jongste omdat hij standaard vergeet zijn bedlampje uit te doen. "Als ik jullie zou vragen elke ochtend een snoepje voor het ontbijt te nemen, zouden jullie dat dan ook vergeten", mopper ik. Ze zwijgen strategisch.

Dus nu is er de piekenpot. Dat een piek een euro is voor mensen boven de veertig, weten mijn kinderen nu ook. Voor alles wat slingert, niet opgeruimd en (alweer) vergeten is, in ik een piek. Oudste kijkt verschrikt, middelste kijkt opstandig en jongste jammert dat ik het beste meteen maar zijn spaarpot kan omkieperen omdat hij het toch allemaal niet kan onthouden. "Je hebt het zelf in de hand", snuif ik. Op dag 2 na onze eenzijdige afspraak zitten er al 3 pieken in de pot, van elk kind een piek. Bij het onderstoppen vraagt kleine man beteuterd wat we met al dat geld gaan doen. "Ik denk uit eten", plaag ik en weet wel beter. De kinderen ook. Over een week is de piekenpot vergeten en zet ik de naald weer op de langspeelplaat.


dinsdag 4 februari 2020

Oefenen

"Vanaf de Hoornsestraat, mama." Hij fietst vlak voor me en onderhandelt. Ik trek mijn muts iets dieper over mijn voorhoofd want het regent en denk na. "Tot aan de kruising dan", komt hij me al tegemoet. Wie zwijgt, twijfelt, denk hij vast. Hij kent me.

We oefenen. In het voorjaar gaat hij alleen naar school fietsen. Daar kijkt hij al heel lang naar uit. Niet zozeer vanwege het fietsen. Niet zozeer vanwege het alleen. Hij verheugt zich op de mobiele telefoon die hij dan eindelijk krijgt van ons. Geen dag te vroeg, eerder een jaar te laat volgens mijn bijna tiener. Dus oefenen we. "Dit laatste stuk kan ik makkelijk zelf", vond hij vorige week. "Dat denk ik ook", antwoordde ik, "alleen moet je moeder ook nog oefenen." Verbaasd remde hij af. "Oefenen in loslaten", legde ik uit. "Oooh", versnelde hij alweer de trappers. "Echt iets voor moeders", hoorde ik hem hardop mopperen, "vaders zijn daar veel beter in".

Vandaag fietst hij zo hard dat ik hem niet kan bijhouden. Een gele punt in de verte. Hij passeert een grote container die in de lucht wordt getakeld maar netjes blijft bungelen als mijn rijkdom er rechts omheen draait. De afgesproken kruising komt in zicht. Ik zet mijn versnelling een tandje hoger in de hoop op een kus. Maar hoewel hij eerst netjes naar links kijkt en dan nog een keer naar rechts, kijkt hij niet meer achterom. "Oefenen", spreek ik mezelf streng toe terwijl ik toch niet afsla maar nog een stukje de gele stip volg. "Hoe weet ik nou dat hij straks echt op school is", sis ik verontwaardigd terug. Geen antwoord. Op de hoek kan ik niet verder. Tenminste niet zonder gesnapt te worden door mijn kind en ik hoor in gedachten al zijn verontwaardigde stem. Ik hou van je, denk ik dus maar en ik zwaai naar niemand in het bijzonder.

Op de terugweg waait de harde wind de muizenissen uit mijn hoofd. Ik denk aan oudste die bij het ontbijt hardop bedacht dat ze over een jaar officieel volwassen is. "18 jaar", lacht ze bij het idee. Ik schenk koffie in en denk na. "Maar ik blijf wel nog bij jullie wonen hoor", stelt ze me gerust. Wie zwijgt, twijfelt, denkt ze vast. Ze kent me.

Opvoeden is oefenen. Oefenen in loslaten. Oef.

maandag 23 december 2019

De liefste

Terwijl haar krullen springen, staat haar gezicht op standje heus niet. Bijna 14 en het puberen op de loer. Dus zegt ze B op mijn A en kijkt me ondoorgrondelijk aan als ik probeer uit te vissen wat er achter haar blik schuilt. Wanneer ik het probeer in te vullen, krijg ik meestal een 'nee hoor' of een 'helemaal niet', wat ze kan zeggen als geen ander in ons gezin. Ik denk aan toen ze klein was en ook als de beste kon zuchten als er iets niet ging zoals ze wilde: 'uhuaaa'. Een oerzucht die we er lang in hebben gehouden. Tot haar grote plezier. Maar als we nu oefenen op de juiste klemtoon van de 'hélemaal niet', krijgen we een opgetrokken wenkbrauw.

Waar haar kleine broertje en grote zus de oren van onze hoofden kletsen, is middelste zuinig met haar woorden. Ze is graag alleen met haar gedachten. Dan zijn we haar zomaar een tijdje kwijt als ze even naar boven is om iets te pakken. Meestal zit ze dan in haar kamer  te mijmeren op haar stoel. Haar lange benen opgekruld en geklemd tussen haar lange armen. De tijd vergeten. Gewoon. Meer mindful dan middelste ken ik ze niet. Ik probeer van haar te leren maar wordt meestal pijnlijk geconfronteerd met mijn ongeduld. Waarom, hoor ik haar denken maar ze zegt het niet. Ze trekt een gek gezicht want dat kan ze als de beste. Ik lach en zie weer een flits van het kleine meisje dat zo mijn hart in wandelde. De krullenbol met haar onvoorwaardelijke vertrouwen waar ik zo vaak om heb moeten lachen. Nog steeds kan ze onverwacht grappig en origineel uit de hoek komen. De wereld door haar ogen. Geen ruimte voor onrecht en gedoe. Als het aan haar zou liggen. Meelopen doet ze niet. Met niemand. En niet alleen omdat ze net even staat te dromen.

Ik vind haar stoer, deze puber in de dop. Het meisje dat vroeger altijd net één stap achter de rest van het gezin aan hobbelde. Met ontbijt. Met aankleden. Met jas aantrekken. Soms liep ze op haar sokken naar de auto met haar schoenen nog in haar hand. Net op tijd. Maar waarom die haast, zag je haar denken. Tsja, waarom? Het leven wacht ook op je als je niet stipt op tijd bent. Zij is het bewijs als ik haar doordeweeks vroeg naar school zie fietsen waar ze de mooiste cijfers en liefste vriendinnen verzamelt. Op het Winterfeest vlak voor de vakantie danste ze de hele avond.

Bijna 14 en het puberen op de loer. Ik vind het moeilijk, maar weet dat ik meer moet loslaten. Gewoon vertrouwen maar. Dat het goed zit. Met haar. Tussen ons. Ook als ze niet vertelt en ik haar probeer te vinden onder haar ondoorgrondelijke blik. Bij het onderstoppen bespreken we nog steeds de vraag van de dag. Ik met een filosofische blik, volgens haar en zij met haar eigen blik. Soms lezen we onze antwoorden van een paar jaar geleden, dan lijkt het ook haar te verbazen hoe groot ze al is. Ze lacht om haar jongere ik.

Ik zucht een zacht verlangen en hoop dat ze me niet hoort. Zuchten is nu aan haar.








zondag 27 oktober 2019

Hiep hiep

Jarig! Hoewel niet meer zo kriebel-verwachtingsvol-magisch-spannend als vroeger blijft het iets fijns. Kon ik vroeger niet wachten om ouder want wijzer en later en meer,  dat veranderde rond mijn dertigste in een lichte verbazing om de getallen die ieder jaar kwamen aankloppen. Inmiddels verberg ik mijn lichte verbazing achter een rotsvast vertrouwen dat mijn hoofd en mijn hart ergens op het feestje voor mijn 28e zijn blijven hangen. Dat is aan de buitenkant niet te zien, dus die mevrouw blaast morgen keurig 48 kaarsjes uit. Haar ogen dicht en blij als ze alle kaarsjes in één keer uit blaast want dan mag ze een wens doen. Zachtop. Want er is nog zoveel te wensen. Tegelijkertijd zijn er al zoveel wensen uitgekomen en telt ze haar zegeningen.

De grootste zitten aan tafel en eten van de zelfgebakken appeltaart. Het meisje dat een stiefmoeder en moeder mocht worden. En trouwde met haar beste vriend van vroeger. Die nog steeds herinneringen kan ophalen met haar ouders. En standaard in de rol van kleine zus schiet met haar broer in de buurt. Die veilig achter vriendinnen W. en T. kan aanhobbelen die haar ieder jaar voorgaan met weer een jaartje ouder worden. Die altijd even denkt aan P. en aan R. die ze zo graag aan haar tafel had willen zien zitten. En dankzij hen telt ze nog wat harder... 

Jarig! Er is geen houden aan, de kaarsjes passen maar net op de taart. Hoera! Al zoveel moois in the pocket. De 28-jarige zet de muziek alvast wat harder en trekt haar hoge- hakken-dansschoenen aan. 'Cause I've got one hand in my pocket and the other one is giving a peace sign. De mevrouw lacht en als je morgen goed in haar ogen kijkt, zie je de discolichtjes flikkeren.







donderdag 3 oktober 2019

Mijn konijn is dood

Ik zit in de hal van school. Kleine man wil uitdelen op Woest Zuid, de naschoolse opvang waar hij op dinsdag en donderdag levend Stratego speelt en latten-voetbal. Hij werd in de zomer 9 en dit is welgeteld de 5e viering rondom deze heuglijke gebeurtenis. Gisteren was zijn partijtje (nummer 4) en omdat we dat hebben overleefd kan ik in de hal zitten met 30 zakjes chips.

"Mijn konijn is dood." Een kleuter komt voor me staan.
"Goh", ik moet even omschakelen van mijn regelmodus naar mijn gesprekmodus.
"Was hij oud?"
"Nee", de kleuter glijdt vrolijk van links naar rechts.
"Hij was een jaar oud."
"Goh", peins ik. 
"Wat is er gebeurd?" wil ik weten terwijl ik mijn ogen vragend mee beweeg van links naar rechts.
"Hij lag op zijn zij." 
"Goh", vind ik. "Ben je verdrietig?"
De kleuter staat stil en kijkt me aan. Verbaasd alsof hij daar nog niet over heeft nagedacht en stuift weg. Naar huis. Misschien mag hij een nieuw konijn.

De naschoolse kinderen komen gezellig om me heen zitten. Een mand met 30 zakjes chips doet wonderen. "Het zijn er niet genoeg", aldus L. het kleine zusje van de beste vriend van kleine man. Een jongetje met het mooiste rode haar en een brilletje knikt. Hij kijkt me vorsend aan, want hoe heb ik het zo verkeerd in kunnen schatten. "Dan neem jij toch niet", stel ik voor aan L. Dat vindt ze grappig en stelt voor dat de jarige (die alweer twee maanden 9 is) niet neemt. Ik knik. Daar komt het feestvarken al aan. Op zijn nieuwe tweedehands Nike Air die zijn beste vriend voor hem heeft geregeld - na heel lang zoeken samen met zijn moeder - op marktplaats. Hij knapt bijna uit zijn gympen van trots en dat is maar goed ook want ze zijn nog een maatje te groot. Geeft niks. Met zulke vrienden mag je je trots voelen. Terwijl ik afspreek dat ik nog maar een grote zak uitdeel-chips ga kopen, knikt het jongetje met het mooiste rode haar en brilletje me bemoedigend toe. "We zijn wel met heel veel", roept hij me na. Ik knoop het in mijn oren. 

De kleuter met het dode konijn zie ik niet meer. Ik denk aan het artikel dat ik vandaag las over small talk en hoe we het door onze afhankelijkheid van de mobiele telefoon steeds meer verleren. Jammer. Gelukkig is het enige wat we hoeven doen, minder op ons scherm  kijken en leren van kleine kinderen. Zij zijn er meesters in.



donderdag 19 september 2019

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De magie van het wensen lijkt net zo betrouwbaar als de magie van het schrijven. Het keurige handschrift op de envelop herken ik uit duizenden en mijn hart maakt een sprongetje. Een bericht van mijn kleine grote man die voor de allereerste keer een week op kamp is. Dit lekkers kan ik niet bewaren voor later. Met mijn jas nog aan, scheur ik de envelop voorzichtig open. Met halen en lussen en op zijn aller netst vertelt hij over hoe leuk en hoe spannend en hoe het van slapen niet echt komt. We krijgen maar liefst tien kusjes en een zachtaardige

Lievs

Ik glimlach en zie hem de brief in de envelop stoppen, ongeduldig inmiddels want de beek, het bos en het kampvuur wachten. Deze brief gaat bij de brieven die we kregen van zijn twee zussen. Toen zij op kamp waren en met hun eigen halen en lussen dat geluk in een envelop stopten om met ons te delen. Voor later, zoals voor mij de brieven die mijn moeder bij elk schoolreisje en toen ik volwassen was bij elke reis die ik maakte onderin mijn koffer verstopte. Geluk.

Ben jij al begonnen aan een brief?



vrijdag 13 september 2019

Tips, kwartjes en kamp

De week wervelt en ik waai mee. Op mijn fietsje met Lou als bondgenoot. Het regent kwartjes en ik lach. Om de reiger die tot aan zijn enkels in de sloot staat en prinselijk onverschillig de regendruppels negeert die op hem vallen. We gaan snel naar huis omdat we van suiker zijn en kleine grote man met beste vriend een hut wil bouwen. Onder de lakens is het gezellig, zeg ik. De mannen vinden het vooral sfeervol en daar hoort behalve een discobal ook muziek bij. Klassiek is het verzoek, dus niet veel later klinkt Bach uit de kamer en een hoop gegiechel. Ik lach en maak een lijstje voor het feest dat we zaterdag vieren. Met negen kaarsjes erop en hopelijk in de tuin omdat de lavendel zo lekker ruikt.

Door het huis een spoor van speelgoed en avonturen. Als beste vriend is opgehaald, help ik opruimen en vul het bad. Met zijn duikbril kan kleine grote man onder water verder kletsen. Ik hoef dus niets te missen. Zijn flippers spetteren me nat en ik denk aan het badstoeltje waar hij als mollige baby in zat te schateren. Washandje op zijn hoofd en meestal een zus erbij. Mijn hoofd spoelt door. Naar zijn blote billen nu die straks weer een vrolijke herinnering zullen zijn.

Eenmaal op de bank krijgt duikmans een preek omdat hij - na al het opruimen - alweer een slakkenspoor achter zich laat. Slak is met een half oor en oog al bij Mario tot hij beseft dat we de enige twee mensen in de kamer zijn en de preek dus wel voor hem bedoeld moet zijn. Prompt komt hij van de bank om verbaasd te constateren dat het toch gek is dat hij nooit iets doet met mijn tips. Hij is ze altijd meteen vergeten. Argwanend kijk ik mijn jongste aan, maar ik zie geen spoortje sarcasme als hij al zou weten wat dat zou zijn. Ik lach.

Ik wervel.

Ik waai. Door naar donderdag. Ik ontmoet mijn oudste die op zich laat wachten maar als ze er is de tijd het nakijken geeft met haar lach en haar verhalen. Die ochtend zwaaide ze haar kleine zusje uit naar kamp zoals ze maandag ook gaat doen met haar kleine broertje. Dat herinnert me aan de heimwee-brief die ik nog moet schrijven en die waarschijnlijk ongeopend het schoolarchief ingaat. Maar toch. Morgen. Ik voel aan mijn nieuwe haar. Nieuw begin? Volgens mijn oude collega's die ik die avond zie wel. We eten, lachen en praten bij.

Vrijdag de dertiende. Vandaag. Een dag die de schijn tegen heeft. Maar de drie taarten die ik bak, lukken. En lief is vrij en brengt koffie op bed. Ik lach. Er schuift nog een kleine man bij. Makkelijk. Aan het einde van de dag zijn we weer compleet als de meiden komen. Twee wervelwinden. Ik waai eromheen. Pizza want moe van al het bakken. Ik zwaai want lief en oudste waaien alweer uit, op het fietsje. Een kus voor kleine man. Voor het slapen. En straks een voor middelste. Boven mijn hoofd allebei.

De week wervelde en ik woei mee. Kwartjes tellend. Lachend. Dankbaar.

vrijdag 16 augustus 2019

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedacht, net als de gestapelde taart van gesuikerde donuts die vooral bij de kinderen in de smaak viel. ’s Avonds konden we wel gaan eten in dat ene restaurant waar je zoveel nieuwe dingen had geproefd. Regisseur van je eigen verjaardag en deze was nog maar de eerste. De echte kwam er nog aan, net als het voorgenomen verjaardagsuitje met beste vriend T., het feestje voor de familie en het partijtje. Op je bijna verjaardag, voelde het al hartstikke echt voor jou. Waarschijnlijk omdat we het grote cadeau gaven dat al twee weken in de koffer lag en dat je al een paar keer nietsvermoedend opzij had geschoven om een schone onderbroek te pakken. Het was dat wat je hardop wenste toen je de negen op de donut-taart in één keer uitblies.

Jarig in de zomervakantie. Een geïmproviseerde slinger aan de tent en opa’s en oma’s die de afstand proberen te overbruggen met een telefoontje. Maar in Portugal is het nog vroeger dan in Nederland en de jarige slaapt nog. Uitslapen gaat een stuk beter als je de cadeaus al hebt uitgepakt. Ik feliciteer lief fluisterend met ons grote geluk en we denken negen jaar terug in de tijd. Toen jij de tijd nam om geboren te worden. Te klein voor je romper en te lief om te bevatten. The days are long but the years are short. Niet voor jou. Terwijl je de slaap uit je ogen wrijft, constateer je tevreden dat je nu negen jaar bent. Best groot, vind jij, maar je zussen die naast je in het grote bed kruipen, vinden je nog een kleintje. Kijkend naar hun lange benen, grinnik ik en geef het op de ingewikkeldheid van tijd te doorgronden. Ik laat los en adem in. Klik!

Wie wil ontbijt? De jarige dag kan beginnen.




vrijdag 7 juni 2019

Maar niet ongelukkig

Zoals ik al een keer schreef, had mijn lieve tante A. er een pot voor. Die stond op tafel met een pen en papier binnen handbereik zodat ze alle grappige, lieve en wijze uitspraken van haar kleinkinderen kon vangen en bewaren. Inmiddels zijn haar kleinkinderen groot en haar geheugen warrig, maar ik stel me voor dat de zinnen op de papiertjes nog steeds een glimlach op haar gezicht brengen. 

Ik heb geen pot. Maar ook geen goed geheugen. De uitspraken van mijn kinderen zijn willekeurig vastgelegd in rondslingerende schriftjes, in app-berichtjes en af en toe een blog. Jammer van die geen pot, want nu ze ouder worden is het als met die andere pot. Die pot met bonen, liefde en seks. Die hier overigens ook niet staat. Maar ik dwaal af. 

Middelste is een stille wateren diepe gronden. Dat laatste veronderstel ik, maar weet ik niet goed vanwege het eerste. Toen ze kleiner was, bevolkten dromen haar hoofd, dat zag ik in haar ogen. Veel erover vertellen deed ze niet. Ze sprak met oneindig veel kusjes en knuffels. Nu ze groter is, weet ik nog altijd niet wat er allemaal in haar hoofd omgaat. Gesprekken aan tafel voeren we vaak zonder haar. Genoeg aan zichzelf, genietend van het eten, haakt ze pas in als vier paar ogen haar verwachtingsvol aankijken. Met een lichte weerstand - "Wat?" - en klaar om weer snel terug in haar hoofd te gaan.  Niks ergs, behalve dan dat mijn nieuwsgierige aard het niet altijd aankan. Wat denk je dan. Wat voel je dan. Hoe was het dan. Zucht. Gewoon, hoor ik haar zeggen. Bij het naar bed brengen, begint ze meestal wel te vertellen, geholpen door de vraag van de dag. Dan geniet ik van haar kijk op de wereld, haar eenvoudige oplossingen voor schijnbaar ingewikkelde zaken en haar grote hart. Deze week vertelde haar moeder me tijdens de avondvierdaagse dat ze E. had gevraagd of ze gelukkig was. Haar antwoord mag in de denkbeeldige pot: "Natuurlijk mam, ik weet toch niet hoe het is om ongelukkig te zijn." 

Het papiertje valt tussen de talloze uitspraken van haar broer, beter bekend als spraakwater. Zo wilde hij woensdag per se mee met beste vriend T. omdat de poes daar een nest heeft. "En vandaag krijgen de kittens ogen, mama!" 

Pot!

Als hij last heeft van rode bultjes op zijn arm en ik denk dat het geen mug maar een allergische reactie is, verklaart hij - met zijn ogen rollend dat het vast weer die huismijnen zijn. Waarop oudste droog opmerkt of hij die beestjes in huis bedoelt, die ontploffen als je erop gaat staan. 

Pot!

Of vanmiddag, toen hij hoorde dat iemand die we kennen ziek is:
"Ben jij ook nog steeds ziek, mama?" (verbaasde blik terwijl ik hem dagelijks van school haal). 
"Ik ben inderdaad nog niet aan het werk", antwoord ik. 
"Geen zin", concludeert hij terwijl hij een begripvolle arm om mijn schouders legt.
"Nou", lach ik terwijl ik hem probeer uit te leggen dat het anders zit. 
Hij luistert, knikt begripvol en zegt zijn lieve "ooh". 
Dan is hij er even stil van. 
"Hoofdpijn en duizelig", vat hij mijn omslachtige verhaal samen met woorden die uit de lucht komen vallen. 
Ik knik en begrijp dat hij er net zo weinig van heeft begrepen als ik. 
"Maar niet ongelukkig", grinnik ik zachtjes. 
Spraakwater is alweer verdiept in de achterkant van de Donald Duck.

Pot! Als ik er toch een zou hebben...


zaterdag 25 mei 2019

Paarse pannenkoeken

Het is Lentefeest op school van de kleine man. Dat betekent spelletjes op het schoolplein, talenten op het podium en hapjes die door de ouders worden bereid. Het thema is dromen en het hoogtepunt is de nachtmerrietent waarin de kinderen invaljuf T. moeten trotseren. Kleine man kan niet wachten en komt vrolijk de tent weer uitgewandeld. "Juf T. is in de klas veel enger", concludeert hij. Op zijn spelletjeskaart is hij één stempel dichter bij een broodje Wesp.

De tafels vullen zich met hapjes. Gele, witte en paarse, per klas een kleur. Dat levert op onze tafel paarse pannenkoeken en chemisch uitziende cakejes op. Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt met een bakje baba ganoush, crakers en paarse druiven. Die laatste zijn in goed gezelschap van stokjes biet en druif. "Proberen?", vraagt de stokjesvader. "Eh". Eerst maar eens een biertje. De zon schijnt en ik hoef niks. Kleine man is geen kleine man meer, dus hij hoeft niet in de gaten... Stel je voor. Af en toe komt hij vragen naar de bekende weg. Een glaasje Cola. Omdat hij het antwoord al weet, is hij ook snel weer weg.

Het Lentefeest valt bijna samen met sportdag en de avondvierdaagse. Niet vergeten in te schrijven en te betalen ook. Hoeveelste jaar is het ook alweer? In de ouder-app-groep worden begeleiders gevraagd voor sportdag. Een dag later nog steeds en als we willen dat de sportdag doorgaat... Altijd goed voor het toch al eeuwige schuldgevoel van deze moeder. Iets waar lief nooit last van heeft. Heerlijk lijkt me dat. Maar niet voor te stellen. Dus probeer ik af en toe te helpen in de klas. Boeken en tafels aftekenen. Een druppel op de gloeiende plaat. Als je wil, kun je mee op schoolreis, helpen bij het kerstdiner, in de OR of de MR, in de feestcommissie of mee op kamp. Als je wil. Toen kleine man voor de allereerste keer op schoolreisje ging naar het Sprookjesbos, ging ik mee. Drie kleuters om in de gaten te houden waarvan slechts eentje (mijn eigen) in mijn systeem zat. Gesloopt was ik einde dag. Een werkdag was er niets bij. Of die keer naar het theater met middelste. Bus, bovenbouw, stad en theater. Van het stuk kan ik me niks meer herinneren. Ik heb waarschijnlijk even mijn ogen dicht gedaan.

Kortom. Als ze het van mij moeten hebben, zou de sportdag zomaar niet door kunnen gaan. Hoewel ik waarschijnlijk voor de allerlaatste oproep zou zwichten. Schuldgevoel doet wonderen. En natuurlijk zijn die kinderen leuk. Ze maken me vaak aan het lachen als ik tafels of boeken afteken. Boek 103 voor T. of alweer de tafel van acht met A. Een giechel tussen elke som. En op het schoolplein tijdens het Lentefeest. Biertje erbij. Opletten niet nodig. Wat zijn ze leuk. De groten, de kleintjes en die ertussenin. Ook al gaat de baba ganoush weer mee naar huis. Volgende keer gewoon in het gekochte bakje laten, dan weten de kinderen en ouders zeker dat het smeerseltje niet zelf is gemaakt. Maar de volgende keer zal het thema wel oranje zijn of vierkant.





woensdag 20 maart 2019

Stemwijs en spaghetti-armen

Terwijl oudste de stemwijzer doet aan de keukentafel, spring ik onder de douche. Het liefst was ik naast haar blijven zitten omdat ik nieuwsgierig ben naar haar antwoorden. Maar na haar eerste twee keuzes op mijn lip te hebben gebeten, maak ik me uit de voeten. Ik ben haar Pina niet haar stemwijzer.  Als ik beneden kom, heeft ze de uitslag nog op het scherm staan. Groen Links met stip op 1. Ik glunder achter mijn espresso. De dag kan beginnen.

Ik breng kleine man naar school.Voor hem is het geen stemdag maar prikdag. Vandaag krijgt hij als achtjarige de negenjarige-prik die al een tijdje boven zijn hoofd hangt als het zwaard van Damocles. Beste vriend T. kreeg hem vorig jaar en sindsdien maakt deze prik deel uit van hun horror-verhalen. Tel daarbij op dat hij ooit meeging toen zijn zussen een prik moesten halen en hij herinnert zich nog levendig het gillen dat hij daar hoorde in de sporthal...

Kortom, de Efteling en Clash of Clans zijn naar de achtergrond verschoven en we hebben het al een paar weken over de prik. Ook ik hoop inmiddels dat we het snel achter de rug hebben. Maar eerst stemmen. Ik ben niet de enige. Vriendin W. doet nog snel de stemwijzer (Christen Unie tot haar afgrijzen!) en vriendin T. meldt opgelucht dat stemwijzer het eens is met haar voornemen op Groen Links te stemmen. Bij vriendin W. doemt nu ook Code Oranje op, waar we alledrie nog nooit van hebben gehoord. Je mag het zelf weten hoor, app ik ter geruststelling.

Het is een dag van ontroering. Want wat is alles toch goed geregeld in Nederland. De wegwijzers naar het stemhokje, de vier aardige vrijwilligers die me nog net niet in het hokje zetten. En als ik met kleine man ga prikken, kunnen we ook niet om de GGD-borden heen. Er staat een kleine file die door een man in een oranje hesje vriendelijk lachend in goede banen wordt geleid. We mogen gratis parkeren en volgen daarna nog meer GGD-bordjes tot we bij een lange rij vol negen- en dertien-jarigen komen met ouders. Kleine man heeft inmiddels bijna geen kleur meer op zijn wangen en hij probeert zijn angst met woorden te bezweren. Eenmaal binnen mogen we van een vriendelijke vrijwilliger lopen naar een andere vriendelijke vrijwilliger die een groene klaar-over in de lucht gestoken heeft. Tussen twee zusters in legt kleine man nog maar eens uit dat hij zenuwachtig is. Ze stellen hem met stralende glimlachen gerust en vragen hem spaghetti-armen te maken. Tegen de tijd dat hij begrijpt wat ze daarmee bedoelen, zijn beide prikken al gezet. Klaar!

Maar het onderwerp van gesprek nog niet. Want dat viel mee. Hij had niks gevoeld. Nou ja bijna niks.  Na een ijsje bij IJskoud de Beste waarschuwt hij thuis kat Teigermuis wel een beetje voorzichtig te zijn met zijn linkerarm. Want die voelt een beetje stijf. De kat houdt haar hoofd schuin en gaapt.

Als we deze enerverende dag afsluiten met oma bij Kannibalen en Paradijsvogels wil hij er nog één ding over zeggen: "Oma, de prikken voelden als citroenen op mijn huid." We knikken en ik denk hem stiekem een schrijver als hij groot is. Of beroeps-ouwehoer.

Stem wijs!

vrijdag 15 maart 2019

Mogelijk

Grote kleine man is vrij. De leraren van zijn school staken. Eigenlijk zouden we er ook moeten staan, maar J. vond de klimaatmars wel even genoeg. In gedachten dus en met iets van lichte schaamte sta ik achter ze, al die hardwerkende leerkrachten die alle dagen van de doordeweekse week onze kinderen onderwijzen. Dat ze gehoord mogen worden, minder bureaucratie en hogere salarissen. Dat het onderwijs een betere plek mag worden. Voor iedereen die er werkt. En voor onze kinderen. Dat straks ook een deel van die kinderen het onderwijs in wil en kan. Gek eigenlijk dat er waarschijnlijk niemand is die het belang van goed onderwijs niet onderschrijft en toch... genoeg reden om de straat op te gaan.

Grote kleine man bouwt een achtbaan, van houten knikkerbaan- en treinspoor-delen. Later wordt hij misschien wel achtbanen-bedenker van onmogelijke achtbanen. Die gaan dan wel duizend kilometer per uur. Voor mensen die dat durven. Eerst mogen de knikkers oefenen. Op een niet zo onmogelijke achtbaan. Tikkend rollen ze zigzaggend door de houten geultjes. Het klinkt gezellig. Over de achtbaan heen stap ik voorzichtig naar de Sonos-geluidbox om ons favoriete nummer van dit moment harder te zetten: "Dont stop me now" van Queen.

"Als ik dit nummer hoor, denk ik dat ik alles kan", vertelt mijn achtjarige.
Ik knik: "Dat heb ik ook."

Terwijl de knikkers opnieuw aan de niet zo onmogelijke afdaling beginnen, komt er een gedachte op in de achtbanen-bedenker:

"Misschien was ik wel Freddy. In een vorig leven."
"Tja", twijfel ik hardop, "als je gelooft in reïncarnatie."

We zijn er even stil van.

"Als dat zo is, ontdekken we binnenkort wel jouw talent in de muziekschool."
"Ja", antwoord de gereïncarneerde Freddy afwezig.
"Misschien was je vader wel Freddy in een vorig leven."
Maar dat kan natuurlijk niet, wijst mijn zoon me terecht: "Papa heeft hem nog live zien optreden."
"Oh ja." Om te reïncarneren moeten dood en geboorte wel op logische volgorde plaatsvinden.

Terwijl J. aan een uitbreiding van de achtbaan bouwt, bedenkt hij alvast een naam voor de achtbaan die hij later gaat bedenken: Queen. Ik vind het een goed idee en kan het niet helpen een beetje te smelten bij de aanblik van vandaag.

"J. weet je dat ik heel veel van je hou?"
"Oke."
"Hou je ook veel van mij?"
"Ja, maar ik ben nu even bezig met mijn achtbaan."

Talent moet je niet teveel in de weg zitten. Net als dromen. Zaadjes zijn het. Van mogelijke bloemen. In alle mogelijke kleuren. In alle mogelijke maten. Van beroemde zanger tot achtbaan-bedenker of misschien wel leraar.  Met het juiste zetje is niks onmogelijk. Toch? Behalve dan dat ik ooit in die onmogelijke Queen-achtbaan stap.


I'm a shooting star, leaping through the sky
Like a tiger defying the laws of gravity
I'm a racing car, passing by like Lady Godiva
I'm gonna go, go, go
There's no stopping me

donderdag 14 februari 2019

Valentijntje

Mijn Valentijntje is ziek vandaag. Een dag voor kusjes, liefde en aandacht dus, ware het niet dat hij niets anders wil dan slapen. Met rode wangen ligt hij opgekruld op de bank. Ogen dicht nadat ik hem niet goed kon uitleggen waarom zijn ogen steeds nat werden. Slapen maar weer. Tegen de hoofdpijn. En tegen de malaise. De beker limonade en het beschuitje met chocolade-tijgers onaangeroerd. Hij is echt ziek. Poes vindt het wel gezellig en kruipt aan zijn voeten. Net als vroeger toen ze als een sfinx over hem waakte wanneer hij een babyslaapje deed op de bank, ingemetseld tussen de kussens.

Gisteren was het zieke schaap nog een wereldreiziger. Met de trein naar Rotterdam, eersteklas in de stilte-coupé. Een woord dat hij steeds vergat, tot ik hem het ezelsbruggetje leerde van een ijscoup met een éé erachter. Rotterdam was leuk, maar de reis het allerst. De broodjes van oma en de verhalen van opa. En als hij de schuifdeur van de coupé dichtschoof was het wel echt heel chique. Omdat we de hele coupé voor ons alleen hadden, konden we de S van stilte vergeten en hardop lachen en kletsen. De terugweg in het donker was misschien wel het leukst. Geen uitzicht maar wel lichtjes en weerspiegelende ruiten waardoor ik dubbel blond geluk zag.


No place for beginners or sensitive hearts... snel weer verder.



Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?