Later als je groot bent.
Over de liefde en mijn liefsten. Over mijn hoofd en mijn hart. Over koffie en brieven. Over chasing dreams. Over gewone dingen die buitengewoon zijn. En over kindness, kussen en kniesoren.
woensdag 30 december 2020
Lieve A.
Later als je groot bent.
zondag 16 augustus 2020
10
Soms denk ik je vooruit. Dan mijmer ik over hoe je als puber, met te lange benen en armen misschien, als student, serieus en onderzoekend misschien, als volwassen man, verliefd en vader misschien.
Soms denk ik je achteruit. Aan de eerste keer dat ik je zag. Je wiebelende stapjes. Je schaterlach. Je eindeloze mama's en mollige armpjes die zich naar me uitstrekten. Herinneringen draaien rondjes als de groeven in een langspeelplaat.
Maar meestal kijk ik naar je zoals je nu bent. Omdat ik weet hoe snel het gaat en ik liever niet teveel wil missen. Dan schrijf ik het op. Of ik leg het vast. Klik! Je blik. Je stem. Stiekem, want van jou hoeft het niet zo. Voor later, leg ik uit. Soms wil je er dan wel even voor zitten. Haar goed en blik op, nouja hoe bijna-tieners kijkers. Dat weet jij beter dan ik.
Ik zie gewoon jou. De gouden vlekjes in je ogen. De sproeten op je gezicht die deze zomer ontelbaar zijn. Je haar dat niet kan kiezen tussen rossig of blond.
Je eigenheid en eigenwijsheid. Je gedachten die vragen om begrepen te worden. Ooh. Je zachtheid. Je aarzeling voor denkbeeldige drempels. Je uitbundigheid er eenmaal over heen. Je gezien willen worden. Schatzoeker van woorden. Kletskous sinds je kunt praten. Over van alles. Met opa. Met beste vriend T. Met mij. Dan maak je plannen en wens je dat alle oude mensen voor altijd gezond blijven. Dan droom je jezelf in Nike van top tot teen terwijl je een vliegende Tesla bestuurt. Uit de boxen klinkt muziek waarvoor je mij inmiddels te oud schat. Van wiebelige stapjes naar voorzichtig stoer.
Vandaag ben je jarig en maak je al 10 jaar mijn leven licht. Of eigenlijk plus negen maanden, waarin je als Lampje in mijn buik woonde. Een lichtje ben je nog steeds. Stuiterend, schaterlachend en stralend op je zevenmijlslaarzen. Ga maar, ik houd je wel bij. Je wereld wordt steeds groter dus niet altijd meer in mijn zicht. Maar altijd in mijn hart. Weet je nog hoe we dat vroeger oefenden omdat je bang was dat je me op school zou missen. Gewoon je ogen dicht doen, dan zie je me ook als ik er niet ben. Je probeerde het met ogen en vuistjes dichtgeknepen. Teleurgesteld vertelde je later aan oma dat je daar nog te klein voor was.
Zou je het nu wel kunnen? Jij vraagt je andere dingen af. Of je de hele nacht wakker zou kunnen blijven. Met een kop echte koffie en dutjes overdag als voorbereiding. En waar we in godsnaam je cadeaus dit jaar hebben verstopt. En wat er gebeurt in het geheime-appgroepje dat we hebben aangemaakt voor je verjaardagsfeestje. En dat uitdelen minder leuk is in coronatijd. En, en, en...
Lieve grote kleine man, hiep hiep hoera!
Ik van jou.
Met mijn ogen dicht
en dan snel weer open om niks te missen.
De tekening voor het geboortekaartje dat vriendin P. 10 jaar geleden voor ons maakte.
maandag 11 mei 2020
Ehnem.. ik vind je lief
zondag 10 mei 2020
Meer dan goed
Terwijl ik koffie drink, krult mijn rijkdom zich op ons bed. Een wirwar van benen en blonde haren. Ik kan het niet helpen om te denken hoe groot ze al zijn, maar ze passen nog steeds. Erop en ertussen met hier en daar een snauw als er een puntboog in de weg zit. Er worden geen zonnen meer op ruggen getekend maar ze hebben plaats gemaakt voor ander moois. En middelste wil nog steeds wel gekriebeld, in haar nek of nee daar, op haar rug, een klein stukje naar beneden nog, jaaaah! Ik tel.
Mijn eigen mama zag ik gisteren nog. We lachen extra om de afgelopen weken in te halen. Liefde reikt verder dan anderhalve meter. Met gemak. Maar ik zou zo graag mijn armen weer om haar heen slaan. En om mijn vader, wiens grijze haar een staart belooft te worden als we nog lang zo voorzichtig moeten leven. Als ook mijn schoonouders onverwacht voor het tuinhek staan, schuiven we de de stoelen en bank zo dat er voldoende afstand is. Met gemak. Gelukkig maar. We eten aardbeien-rabarber cake en denken ons andere tijden.
Terwijl ik de kruimels van ons dekbed veeg, verbaas ik me over geluk. Dat zich zelden laat vangen maar op onverwachte momenten dicht tegen je aan komt zitten. Als een oude vertrouwde vriend. Je hoeft niets te zeggen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds is er volop geluk. Het blijft niet binnen. Dwarrelt dwars door bedachte afstanden heen. Komt op je zitten als een witte vlinder waardoor je stil blijft zitten. Betoverd in het moment.
Je knijpt je ogen dicht tegen de zon. Eerder en later vervagen. Het is meer dan goed. Temidden van al het ingewikkelds.
dinsdag 7 april 2020
Kaas of sushi?
Kleine man houdt kantoor in de kamer van grote zus A. Een groot Mac-scherm maakt het leren niet per se makkelijker maar wel leuker. Taal en rekenen zijn vandaag een appel en een ei. Hoewel hij de appel nog wel eens als apel wil schrijven. Deze kan ik uitleggen. En we verzinnen een rijtje:
Poten - Potten
Kaken - Kakken
Taken - Takken
Stoken - Stokken
Een wereld van verschil in één letter gevangen. Klaar. Hij levert zijn taak in en het scherm vult zich met vrolijke confetti. Nu alleen nog wereldoriëntatie. Ik mag in zijn groepje.
"Het gaat vandaag over dilemma's..." "Kaas of sushi", vult mijn filosoof in zonder verder te lezen. Zwijgend geef ik hem de gum en lees verder. "Het gaat vandaag over dilemma's over voortplanting." "Dat is wanneer je kindjes krijgt", grinnikt mijn zoon en klikt naar de eerste stelling. Daar kan hij kort over zijn. Die vrouw van 60 mag wat hem betreft een kind op de wereld zetten. "Als dat is wat ze wil", schrijft hij op zijn werkblad. "Leeft ze dan nog lang genoeg om voor haar kind te zorgen?", probeer ik, maar hij is al bij de volgende stelling.
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
- "Ja hoor."
Geen van de dilemma's zijn voor hem - behalve de wijze waarop je het schrijft - een dillema. Tot de laatste. Of het klonen van mensen een goed idee is? Hij lacht even om het idee dat er honderd klonen van hem zouden rondlopen. Dan stopt hij met lachen en zet een stellig nee op zijn werkblad. "Waarom niet?", vraag ik nieuwsgierig. Hij kan het kristalhelder uitleggen. "Zo'n kloon kan er niet alleen met jouw voetbalkaartje voor een wedstrijd van Ajax vandoor maar ook nog eens met je vriendin."
En dat snijt genoeg houd voor vaandag.
donderdag 26 maart 2020
Alweer een bijna gewone dag
Maandag en mijn klas is leeg. De meiden zijn bij hun moeder dus kleine grote man heeft privé-les. Al mijn aandacht voor hem alleen. Hij kijkt bedenkelijk en ik neem me voor deze week het tellen tot tien onder de knie te krijgen. Eerst maar eens koffie met alle nieuwe taalregels en -categorieën die mijn zoon beter kent dan deze Drs. in de Nederlandse Taal- en Letterkunde. We rollen de dag door en zijn klaar als vriendin W. voor de deur staat. We gaan wandelen en bijkletsen op anderhalve meter afstand. Raar, concluderen we als we over de smalle brug weer naar huis lopen. "Ik voel een afstand", grapt W. "Ik ben gewoon sneller", pest ik. Kleine man vindt onze wandeling vooral saai en is dan ook blij als hij vriendje S. in de wijk tegenkomt. "Spelen?" De zon schijnt en het zou bijna een gewone dag kunnen zijn. Maar vriendin W. neemt afscheid zonder kussen. We zwaaien ons vrolijkste zwaai. Op de mat een kaartje van J. Geluk in de vorm van een envelop.
Dinsdagochtend vervallen de lessen. De wifi werkt niet en alle papieren zinnen en sommen zijn al gemaakt. Er kan nog in het corona-dagboek worden geschreven maar de blik van mijn enige leerling spreekt boekdelen. We keren de dag om, inhalen komt later. En terwijl jongste zich met een indianenkreet op de Switch stort, heb ik tijd om boodschappen te halen. Meteen ook voor de allerliefste ouders en schoonouders. De mijne zijn al twee weken ziek en thuis en de zijne heb ik gevraagd zoveel mogelijk uit de winkels te blijven. Als ik weer thuis ben, ligt er een pakketje voor me. Vrolijke zeepbakjes van Foekje Fleur. Valt er nog wat te lachen tijdens het eindeloze handen wassen. De middag verdwaalt in rekentrucjes die ik nog niet kende en nog meer staartdelingen. Je zou er een staart van krijgen, is zelfs jongste het met me eens. Van al zijn gapen kunnen we inmiddels een ingewikkelde keersom maken.
Woensdag komt N. ons huis stofvrij maken. "Veeg je meteen ook alle zorgen naar buiten?", vraag ik op veilige afstand. Ze lacht haar geruststellende lach en gooit alle ramen open. De klas verhuist een verdieping lager. Na de lessen is er limonade in de tuin. Vriendje T. komt spelen. De juf is vrij. Mooi, want ik moet nog zoveel regelen deze week. Zucht. Oh nee, 1... 2... 3... Dan gaat mijn telefoon met een vraag waar ik over na moet denken. We rollen sushi en verwennen de poes met de overgebleven stukjes zalm. Alweer een bijna gewone dag. We stappen doodmoe onze bedden in, gelukkig is het hotelbedden-dag dankzij N.
Vandaag. Donderdag. Ofwel geen vrijdag. Ik verbeter mezelf na een verbaasde blik van mijn zoon. Ik ben trots op mijn kletskous hoe makkelijk hij zich heeft aangepast en geef hem een kus. Ineens herinnert hij zich de anderhalve meter afstand-regel. "Te laat," grinnik ik. We fietsen naar de bakker en weer terug, we sporten met Nathan van Wie is de Mol en ik stel mijn eigen hardlooprondje nog even uit. Ik moet nog steeds van alles regelen maar de bel gaat. Een doos vol lekkers van Support Your Locals. Als alle boodschappen zijn uitgepakt, kijk ik op ons schema voor vandaag. Zucht. Als de kleine man niet kijkt, krabbel ik snel iets tussen de regels door:
DUTJE IN HET ZONNETJE (MAMA)
Morgen weer een dag. Zaterdag. En dan bedoel ik dus vrijdag. Dat. Dus. En als je die twee samenvoegt heb je een DUT.
maandag 17 februari 2020
Magisch Marrakech
We durfden onze Riad bijna niet te verlaten omdat we dachten deze nooit meer terug te vinden. De talloze straatjes hebben geen namen. De grote moskeeën in de stad werden onze houvast en we vonden onze (om)weg. Naar het museum met foto's van het vroegere Marrakech, naar het oude paleis met prachtige mozaïeken, naar de plek waar onze fietstour begon en naar het grote plein Djemaa El Fna, waar we niet wisten hoe snel we er weg moesten komen en onze toevlucht zochten op een hoog dakterras. Per toeval kwamen we langs de hammam waar we pas veel later een afspraak hadden staan. Omdat we bang waren de weg niet meer te vinden, vroegen we of we al terecht konden. Dat kon en we werden gescrubd, gewassen en gemasseerd tot we rozig en als nieuw weer buiten stonden.
We sloten Marrakech in ons hart, onderhandelen als echte Berber vrouwen over een leren poef en tas en beseften dat het onderhandelen misschien toch niet zo in ons zat toen de verkoper wel heel vrolijk onze hand schudde om de deal te sluiten. We bedachten hoe leuk het zou zijn als we op Schiphol zouden aankomen met een tapijt tussen ons in en dan het gezicht van mijn lief zouden zien. Priceless. De gedachte alleen was genoeg terwijl we grinnikten achter een zeldzame Espresso Martini waar we proostten op onze vriendschap en op dat we zo goed samen kunnen reizen. Ik van de boekjes en lijstjes met dingen die ik per se wil zien en W. van het loslaten en gewoon maar dwalen. Daartussenin is het fijn reizen en de week vloog. In het vliegtuig naar huis was ons hoofd en hart vol indrukken, geuren en herinneringen voor later.
Lief kwam ons halen en bleef een Berber-tapijt bespaard. Hij zou al genoeg moeten wennen aan de poef en gekleurde schaal. Ik sloop de slaapkamer in van kleine man want een hele week zonder... Halfslaperig maar blij om me te zien, moest ik weten dat hij in mijn afwezigheid zijn hart had verpand aan ripped jeans. "Dag mama, hoe heb je het gehad in Marrakech", plaagde ik hem. "Goed", was zijn verbaasde antwoord. Waarop we samen moesten lachen om het gekke nachtelijke gesprek.
En goed was het. Marrakech.
vrijdag 7 februari 2020
Piekenpot
Vriendelijk vragen had geen zin. Afspraken maken had geen zin. Sarcasme was ze volledig ontgaan. Verbazing en lichte verontwaardiging waren mijn deel als ik boos werd. Maar hoe moeilijk kan het zijn? Je eigen bord en beker opruimen na gebruik (ja dus ook dat kommetje. Nee, ik weet dat een kommetje geen beker of bord is). Je licht uitdoen als je naar school gaat (of weet je wat doe maar standaard als je je kamer verlaat). Bij thuiskomst je lunchspullen uit je tas halen en in de vaatwasser doen (nee dat is dus niet óp het aanrecht). En je kamer opruimen als de deur niet meer open kan (nee, als je nog door de kier past, telt niet).
Dus nu is er de piekenpot. Dat een piek een euro is voor mensen boven de veertig, weten mijn kinderen nu ook. Voor alles wat slingert, niet opgeruimd en (alweer) vergeten is, in ik een piek. Oudste kijkt verschrikt, middelste kijkt opstandig en jongste jammert dat ik het beste meteen maar zijn spaarpot kan omkieperen omdat hij het toch allemaal niet kan onthouden. "Je hebt het zelf in de hand", snuif ik. Op dag 2 na onze eenzijdige afspraak zitten er al 3 pieken in de pot, van elk kind een piek. Bij het onderstoppen vraagt kleine man beteuterd wat we met al dat geld gaan doen. "Ik denk uit eten", plaag ik en weet wel beter. De kinderen ook. Over een week is de piekenpot vergeten en zet ik de naald weer op de langspeelplaat.
dinsdag 4 februari 2020
Oefenen
We oefenen. In het voorjaar gaat hij alleen naar school fietsen. Daar kijkt hij al heel lang naar uit. Niet zozeer vanwege het fietsen. Niet zozeer vanwege het alleen. Hij verheugt zich op de mobiele telefoon die hij dan eindelijk krijgt van ons. Geen dag te vroeg, eerder een jaar te laat volgens mijn bijna tiener. Dus oefenen we. "Dit laatste stuk kan ik makkelijk zelf", vond hij vorige week. "Dat denk ik ook", antwoordde ik, "alleen moet je moeder ook nog oefenen." Verbaasd remde hij af. "Oefenen in loslaten", legde ik uit. "Oooh", versnelde hij alweer de trappers. "Echt iets voor moeders", hoorde ik hem hardop mopperen, "vaders zijn daar veel beter in".
Vandaag fietst hij zo hard dat ik hem niet kan bijhouden. Een gele punt in de verte. Hij passeert een grote container die in de lucht wordt getakeld maar netjes blijft bungelen als mijn rijkdom er rechts omheen draait. De afgesproken kruising komt in zicht. Ik zet mijn versnelling een tandje hoger in de hoop op een kus. Maar hoewel hij eerst netjes naar links kijkt en dan nog een keer naar rechts, kijkt hij niet meer achterom. "Oefenen", spreek ik mezelf streng toe terwijl ik toch niet afsla maar nog een stukje de gele stip volg. "Hoe weet ik nou dat hij straks echt op school is", sis ik verontwaardigd terug. Geen antwoord. Op de hoek kan ik niet verder. Tenminste niet zonder gesnapt te worden door mijn kind en ik hoor in gedachten al zijn verontwaardigde stem. Ik hou van je, denk ik dus maar en ik zwaai naar niemand in het bijzonder.
Op de terugweg waait de harde wind de muizenissen uit mijn hoofd. Ik denk aan oudste die bij het ontbijt hardop bedacht dat ze over een jaar officieel volwassen is. "18 jaar", lacht ze bij het idee. Ik schenk koffie in en denk na. "Maar ik blijf wel nog bij jullie wonen hoor", stelt ze me gerust. Wie zwijgt, twijfelt, denkt ze vast. Ze kent me.
Opvoeden is oefenen. Oefenen in loslaten. Oef.
maandag 23 december 2019
De liefste
Ik vind haar stoer, deze puber in de dop. Het meisje dat vroeger altijd net één stap achter de rest van het gezin aan hobbelde. Met ontbijt. Met aankleden. Met jas aantrekken. Soms liep ze op haar sokken naar de auto met haar schoenen nog in haar hand. Net op tijd. Maar waarom die haast, zag je haar denken. Tsja, waarom? Het leven wacht ook op je als je niet stipt op tijd bent. Zij is het bewijs als ik haar doordeweeks vroeg naar school zie fietsen waar ze de mooiste cijfers en liefste vriendinnen verzamelt. Op het Winterfeest vlak voor de vakantie danste ze de hele avond.
Bijna 14 en het puberen op de loer. Ik vind het moeilijk, maar weet dat ik meer moet loslaten. Gewoon vertrouwen maar. Dat het goed zit. Met haar. Tussen ons. Ook als ze niet vertelt en ik haar probeer te vinden onder haar ondoorgrondelijke blik. Bij het onderstoppen bespreken we nog steeds de vraag van de dag. Ik met een filosofische blik, volgens haar en zij met haar eigen blik. Soms lezen we onze antwoorden van een paar jaar geleden, dan lijkt het ook haar te verbazen hoe groot ze al is. Ze lacht om haar jongere ik.
Ik zucht een zacht verlangen en hoop dat ze me niet hoort. Zuchten is nu aan haar.
zondag 27 oktober 2019
Hiep hiep
donderdag 3 oktober 2019
Mijn konijn is dood
donderdag 19 september 2019
Lievs
Lievs
Ik glimlach en zie hem de brief in de envelop stoppen, ongeduldig inmiddels want de beek, het bos en het kampvuur wachten. Deze brief gaat bij de brieven die we kregen van zijn twee zussen. Toen zij op kamp waren en met hun eigen halen en lussen dat geluk in een envelop stopten om met ons te delen. Voor later, zoals voor mij de brieven die mijn moeder bij elk schoolreisje en toen ik volwassen was bij elke reis die ik maakte onderin mijn koffer verstopte. Geluk.
Ben jij al begonnen aan een brief?
vrijdag 13 september 2019
Tips, kwartjes en kamp
Door het huis een spoor van speelgoed en avonturen. Als beste vriend is opgehaald, help ik opruimen en vul het bad. Met zijn duikbril kan kleine grote man onder water verder kletsen. Ik hoef dus niets te missen. Zijn flippers spetteren me nat en ik denk aan het badstoeltje waar hij als mollige baby in zat te schateren. Washandje op zijn hoofd en meestal een zus erbij. Mijn hoofd spoelt door. Naar zijn blote billen nu die straks weer een vrolijke herinnering zullen zijn.
Eenmaal op de bank krijgt duikmans een preek omdat hij - na al het opruimen - alweer een slakkenspoor achter zich laat. Slak is met een half oor en oog al bij Mario tot hij beseft dat we de enige twee mensen in de kamer zijn en de preek dus wel voor hem bedoeld moet zijn. Prompt komt hij van de bank om verbaasd te constateren dat het toch gek is dat hij nooit iets doet met mijn tips. Hij is ze altijd meteen vergeten. Argwanend kijk ik mijn jongste aan, maar ik zie geen spoortje sarcasme als hij al zou weten wat dat zou zijn. Ik lach.
Ik wervel.
Ik waai. Door naar donderdag. Ik ontmoet mijn oudste die op zich laat wachten maar als ze er is de tijd het nakijken geeft met haar lach en haar verhalen. Die ochtend zwaaide ze haar kleine zusje uit naar kamp zoals ze maandag ook gaat doen met haar kleine broertje. Dat herinnert me aan de heimwee-brief die ik nog moet schrijven en die waarschijnlijk ongeopend het schoolarchief ingaat. Maar toch. Morgen. Ik voel aan mijn nieuwe haar. Nieuw begin? Volgens mijn oude collega's die ik die avond zie wel. We eten, lachen en praten bij.
Vrijdag de dertiende. Vandaag. Een dag die de schijn tegen heeft. Maar de drie taarten die ik bak, lukken. En lief is vrij en brengt koffie op bed. Ik lach. Er schuift nog een kleine man bij. Makkelijk. Aan het einde van de dag zijn we weer compleet als de meiden komen. Twee wervelwinden. Ik waai eromheen. Pizza want moe van al het bakken. Ik zwaai want lief en oudste waaien alweer uit, op het fietsje. Een kus voor kleine man. Voor het slapen. En straks een voor middelste. Boven mijn hoofd allebei.
De week wervelde en ik woei mee. Kwartjes tellend. Lachend. Dankbaar.
vrijdag 16 augustus 2019
Negen
Jarig in de zomervakantie. Een geïmproviseerde slinger aan de tent en opa’s en oma’s die de afstand proberen te overbruggen met een telefoontje. Maar in Portugal is het nog vroeger dan in Nederland en de jarige slaapt nog. Uitslapen gaat een stuk beter als je de cadeaus al hebt uitgepakt. Ik feliciteer lief fluisterend met ons grote geluk en we denken negen jaar terug in de tijd. Toen jij de tijd nam om geboren te worden. Te klein voor je romper en te lief om te bevatten. The days are long but the years are short. Niet voor jou. Terwijl je de slaap uit je ogen wrijft, constateer je tevreden dat je nu negen jaar bent. Best groot, vind jij, maar je zussen die naast je in het grote bed kruipen, vinden je nog een kleintje. Kijkend naar hun lange benen, grinnik ik en geef het op de ingewikkeldheid van tijd te doorgronden. Ik laat los en adem in. Klik!
Wie wil ontbijt? De jarige dag kan beginnen.
vrijdag 7 juni 2019
Maar niet ongelukkig
zaterdag 25 mei 2019
Paarse pannenkoeken
De tafels vullen zich met hapjes. Gele, witte en paarse, per klas een kleur. Dat levert op onze tafel paarse pannenkoeken en chemisch uitziende cakejes op. Ik heb het mezelf makkelijk gemaakt met een bakje baba ganoush, crakers en paarse druiven. Die laatste zijn in goed gezelschap van stokjes biet en druif. "Proberen?", vraagt de stokjesvader. "Eh". Eerst maar eens een biertje. De zon schijnt en ik hoef niks. Kleine man is geen kleine man meer, dus hij hoeft niet in de gaten... Stel je voor. Af en toe komt hij vragen naar de bekende weg. Een glaasje Cola. Omdat hij het antwoord al weet, is hij ook snel weer weg.
Het Lentefeest valt bijna samen met sportdag en de avondvierdaagse. Niet vergeten in te schrijven en te betalen ook. Hoeveelste jaar is het ook alweer? In de ouder-app-groep worden begeleiders gevraagd voor sportdag. Een dag later nog steeds en als we willen dat de sportdag doorgaat... Altijd goed voor het toch al eeuwige schuldgevoel van deze moeder. Iets waar lief nooit last van heeft. Heerlijk lijkt me dat. Maar niet voor te stellen. Dus probeer ik af en toe te helpen in de klas. Boeken en tafels aftekenen. Een druppel op de gloeiende plaat. Als je wil, kun je mee op schoolreis, helpen bij het kerstdiner, in de OR of de MR, in de feestcommissie of mee op kamp. Als je wil. Toen kleine man voor de allereerste keer op schoolreisje ging naar het Sprookjesbos, ging ik mee. Drie kleuters om in de gaten te houden waarvan slechts eentje (mijn eigen) in mijn systeem zat. Gesloopt was ik einde dag. Een werkdag was er niets bij. Of die keer naar het theater met middelste. Bus, bovenbouw, stad en theater. Van het stuk kan ik me niks meer herinneren. Ik heb waarschijnlijk even mijn ogen dicht gedaan.
Kortom. Als ze het van mij moeten hebben, zou de sportdag zomaar niet door kunnen gaan. Hoewel ik waarschijnlijk voor de allerlaatste oproep zou zwichten. Schuldgevoel doet wonderen. En natuurlijk zijn die kinderen leuk. Ze maken me vaak aan het lachen als ik tafels of boeken afteken. Boek 103 voor T. of alweer de tafel van acht met A. Een giechel tussen elke som. En op het schoolplein tijdens het Lentefeest. Biertje erbij. Opletten niet nodig. Wat zijn ze leuk. De groten, de kleintjes en die ertussenin. Ook al gaat de baba ganoush weer mee naar huis. Volgende keer gewoon in het gekochte bakje laten, dan weten de kinderen en ouders zeker dat het smeerseltje niet zelf is gemaakt. Maar de volgende keer zal het thema wel oranje zijn of vierkant.
woensdag 20 maart 2019
Stemwijs en spaghetti-armen
Ik breng kleine man naar school.Voor hem is het geen stemdag maar prikdag. Vandaag krijgt hij als achtjarige de negenjarige-prik die al een tijdje boven zijn hoofd hangt als het zwaard van Damocles. Beste vriend T. kreeg hem vorig jaar en sindsdien maakt deze prik deel uit van hun horror-verhalen. Tel daarbij op dat hij ooit meeging toen zijn zussen een prik moesten halen en hij herinnert zich nog levendig het gillen dat hij daar hoorde in de sporthal...
Kortom, de Efteling en Clash of Clans zijn naar de achtergrond verschoven en we hebben het al een paar weken over de prik. Ook ik hoop inmiddels dat we het snel achter de rug hebben. Maar eerst stemmen. Ik ben niet de enige. Vriendin W. doet nog snel de stemwijzer (Christen Unie tot haar afgrijzen!) en vriendin T. meldt opgelucht dat stemwijzer het eens is met haar voornemen op Groen Links te stemmen. Bij vriendin W. doemt nu ook Code Oranje op, waar we alledrie nog nooit van hebben gehoord. Je mag het zelf weten hoor, app ik ter geruststelling.
Het is een dag van ontroering. Want wat is alles toch goed geregeld in Nederland. De wegwijzers naar het stemhokje, de vier aardige vrijwilligers die me nog net niet in het hokje zetten. En als ik met kleine man ga prikken, kunnen we ook niet om de GGD-borden heen. Er staat een kleine file die door een man in een oranje hesje vriendelijk lachend in goede banen wordt geleid. We mogen gratis parkeren en volgen daarna nog meer GGD-bordjes tot we bij een lange rij vol negen- en dertien-jarigen komen met ouders. Kleine man heeft inmiddels bijna geen kleur meer op zijn wangen en hij probeert zijn angst met woorden te bezweren. Eenmaal binnen mogen we van een vriendelijke vrijwilliger lopen naar een andere vriendelijke vrijwilliger die een groene klaar-over in de lucht gestoken heeft. Tussen twee zusters in legt kleine man nog maar eens uit dat hij zenuwachtig is. Ze stellen hem met stralende glimlachen gerust en vragen hem spaghetti-armen te maken. Tegen de tijd dat hij begrijpt wat ze daarmee bedoelen, zijn beide prikken al gezet. Klaar!
Maar het onderwerp van gesprek nog niet. Want dat viel mee. Hij had niks gevoeld. Nou ja bijna niks. Na een ijsje bij IJskoud de Beste waarschuwt hij thuis kat Teigermuis wel een beetje voorzichtig te zijn met zijn linkerarm. Want die voelt een beetje stijf. De kat houdt haar hoofd schuin en gaapt.
Als we deze enerverende dag afsluiten met oma bij Kannibalen en Paradijsvogels wil hij er nog één ding over zeggen: "Oma, de prikken voelden als citroenen op mijn huid." We knikken en ik denk hem stiekem een schrijver als hij groot is. Of beroeps-ouwehoer.
vrijdag 15 maart 2019
Mogelijk
Grote kleine man bouwt een achtbaan, van houten knikkerbaan- en treinspoor-delen. Later wordt hij misschien wel achtbanen-bedenker van onmogelijke achtbanen. Die gaan dan wel duizend kilometer per uur. Voor mensen die dat durven. Eerst mogen de knikkers oefenen. Op een niet zo onmogelijke achtbaan. Tikkend rollen ze zigzaggend door de houten geultjes. Het klinkt gezellig. Over de achtbaan heen stap ik voorzichtig naar de Sonos-geluidbox om ons favoriete nummer van dit moment harder te zetten: "Dont stop me now" van Queen.
"Als ik dit nummer hoor, denk ik dat ik alles kan", vertelt mijn achtjarige.
Ik knik: "Dat heb ik ook."
Terwijl de knikkers opnieuw aan de niet zo onmogelijke afdaling beginnen, komt er een gedachte op in de achtbanen-bedenker:
"Misschien was ik wel Freddy. In een vorig leven."
"Tja", twijfel ik hardop, "als je gelooft in reïncarnatie."
We zijn er even stil van.
"Als dat zo is, ontdekken we binnenkort wel jouw talent in de muziekschool."
"Ja", antwoord de gereïncarneerde Freddy afwezig.
"Misschien was je vader wel Freddy in een vorig leven."
Maar dat kan natuurlijk niet, wijst mijn zoon me terecht: "Papa heeft hem nog live zien optreden."
"Oh ja." Om te reïncarneren moeten dood en geboorte wel op logische volgorde plaatsvinden.
Terwijl J. aan een uitbreiding van de achtbaan bouwt, bedenkt hij alvast een naam voor de achtbaan die hij later gaat bedenken: Queen. Ik vind het een goed idee en kan het niet helpen een beetje te smelten bij de aanblik van vandaag.
"J. weet je dat ik heel veel van je hou?"
"Oke."
"Hou je ook veel van mij?"
"Ja, maar ik ben nu even bezig met mijn achtbaan."
Talent moet je niet teveel in de weg zitten. Net als dromen. Zaadjes zijn het. Van mogelijke bloemen. In alle mogelijke kleuren. In alle mogelijke maten. Van beroemde zanger tot achtbaan-bedenker of misschien wel leraar. Met het juiste zetje is niks onmogelijk. Toch? Behalve dan dat ik ooit in die onmogelijke Queen-achtbaan stap.
donderdag 14 februari 2019
Valentijntje
Gisteren was het zieke schaap nog een wereldreiziger. Met de trein naar Rotterdam, eersteklas in de stilte-coupé. Een woord dat hij steeds vergat, tot ik hem het ezelsbruggetje leerde van een ijscoup met een éé erachter. Rotterdam was leuk, maar de reis het allerst. De broodjes van oma en de verhalen van opa. En als hij de schuifdeur van de coupé dichtschoof was het wel echt heel chique. Omdat we de hele coupé voor ons alleen hadden, konden we de S van stilte vergeten en hardop lachen en kletsen. De terugweg in het donker was misschien wel het leukst. Geen uitzicht maar wel lichtjes en weerspiegelende ruiten waardoor ik dubbel blond geluk zag.
-
No poo... Een peuter die probeert te vertellen dat hij niet in zijn luier heeft gepoept? Misschien wel. Maar ik bedoel er iets anders mee, ...
-
Vakantie boeken. Ik heb er geen aanleg voor. De reden is keuzestress en een enorme hoge lat. In mijn hoofd heb ik al een ideaal plaatje. E...
-
Over ruim een week wordt hij vier. Bij het woord vier steekt hij vier vingertjes in de lucht: "Vier toch mama?!" "Ja, vier...

















