donderdag 20 oktober 2011

hollen, hoesten en hagel

Vriend M. holde zondag de halve marathon. De Dam tot Dam had hij er al op zitten en dus de smaak te pakken. Van trainen kwam het niet veel meer. En toen werd hij ook nog een beetje ziek. Een beetje. Maar net genoeg om eigenlijk beter niet te gaan lopen. Dat vond ik. Mijn lief vond van niet. Met een paracetamol achter zijn kiezen en zijn nummer en glimlach opgespeld, liet hij zich niet kisten. En als het echt niet ging, dan stopte hij gewoon. Dat beloofde hij mij terwijl hij zijn diepbruine ogen als troef inzette. Ik wist beter, maar zweeg. Ik ken hem al zo lang en zo goed. Natuurlijk liep lief de halve marathon uit. Op wilskracht, want zijn benen waren halverwege het Vondelpark ermee gestopt. Mijn ouders zagen hem tussen honderden anderen het Olympisch Stadion binnenkomen. Hij liep een beetje scheef, zei mijn vader. Zondagnacht moest lief uit bed voor plasjes van A. en E. In het zachte licht van het bedlampje zag ik hem staan, een beetje scheef. De kleine man tilde ik de volgende dag zelf maar naar beneden. Onverstandig, mopperde ik tegen niemand in het bijzonder. Dinsdag gaf vriend M. het na het stampen van de stamppot op. Hij was ziek en trok zich terug in bed. Hij zei niets en wees slechts onder zijn arm. Ik zag het... daar zat zijn ziel. Terwijl lief hoestte, haastte ik me in de hagel naar de winkel voor opkikkers en  pillen. Het hielp maar een beetje. Hij ligt nog steeds ziek op bed. Ik bijt op mijn tong en smeer beschuitjes en maak thee met honing. Vraag je om groots en meeslepend, krijg je dit... hollen, hoesten en hagel!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedach...