Over de liefde en mijn liefsten. Over mijn hoofd en mijn hart. Over koffie en brieven. Over chasing dreams. Over gewone dingen die buitengewoon zijn. En over kindness, kussen en kniesoren.
Nog één nachtje slapen en dan ben ik 41. 41! Ik weet het, alles is relatief in het leven, maar 41! Als ik het vertel of opschrijf, denk ik steeds dat we het over iemand anders hebben. En dat is gek. Of niet? Van de week vroeg ik het hier en daar en wat blijkt. In gedachten blijven we steken bij een leeftijd die ons onbewust bevalt. Onbewust want het is niet zo dat je op een verjaardag besluit, als je de kaarsjes uitblaast: "Zo, hierna stop ik met tellen". Eigenlijk valt het je pas op als je dus - zoals ik - denkt wanneer je verjaardag nadert: 41!? Dan ben je dus voorbij de leeftijd in je hoofd en hart. Niet omdat je niet ouder wilt worden. Graag! Zou het zijn dat je op een bepaalde leeftijd voor zeg 98% bent geworden wie je bent. En daarmee bedoel ik niet dat er daarom nooit meer iets gaat veranderen in je leven. Maar een jaar meer wil niet zeggen dat jij daarmee verandert. Natuurlijk fysiek, maar geestelijk? En dat is, denk ik, het verraderlijke van ouder worden. Terwijl je in de spiegel je gezicht en lichaam ziet veranderen, blijf je in je hoofd jong. In mijn geval denk ik rond de 30. En dat hoor ik van meer mensen om me heen. Ook als ze ouder zijn. Ik weet zeker dat mijn lieve oma, die heeeeeel oud is geworden, in haar hoofd 30 was of misschien zelfs nog wel jonger. Ze had altijd iets meisjesachtigs over zich. En ik zie het ook in de ogen van mijn ouders.
Als ik morgen 41 kaarsjes uitblaas, vier ik het alsof ik 30 ben. Dat zeg ik natuurlijk niet hardop. Ik drink een glas wijn teveel en droom de wereld aan mijn voeten. Ik kijk vol trots naar mijn patchwork gezin en ben blij het glas te heffen met de mensen die me meer dan lief zijn. Dan stap ik op de fiets het IJ over en ga tegenover mijn lief in ons lievelings eetcafé zitten, knieën tegen elkaar. Op de terugweg doe ik een verjaardagswens met mijn ogen dicht.
In de auto:
Ik: Nee, dat mag niet.
KM*: mag YEL
Ik: Nee
KM: YEL
Ik: Neehee
KM: YELLLLL
Ik: Wel!
KM: ...
KM: Nee?
Aan tafel:
KM: Mama nog een keer
Ik: *zet liedje op van Bruno Mars 'Locked out of heaven' (check Youtube)*
KM: Oe! Aa!
Aan de telefoon:
Ik: Heb je boodschappen gedaan met papa?
KM: JaJa
Ik: En ben je nu aan het helpen met koken?
KM: JaJa
Ik: Eten we lekker gehaktballen?
KM: JaJa
Ik: Tot straks lieverdje
KM: Dag lievetje!
Net thuis van het werk:
Ik: Joppie!
KM: Maaaaaaaaamaaaaaaaaaaaaa!
Ik: Dag rijkdom
KM: *terwijl hij zijn armen om me heen slaat* Mama! Mijn kiend!
Zomaar:
Ik: Waar is Job? KM: Hier is joppepop
Ik: Joppiedroppie?
KM: NIET Joppedrop! Joppepop!
Ik vind schrijven leuk. Toch lukt het me niet altijd. Zo is het al te lang geleden dat ik in het 'babydagboek' van de kleine man heb geschreven en nog veel langer in mijn eigen dagboek. Een beetje stoffig liggen ze naast mijn bed en kijken me uitdagend aan. Te moe, vertel ik ze af en toe als ik in bed stap. Maar knagen doet het wel. Natuurlijk moet je het leven gewoon beleven. Maar als de tijd aan het vliegen is, wil ik het zo graag vastleggen. Op camera, schrift of blog. Bang om het anders te vergeten. Want dat gebeurt. Job zijn eerste geluidjes, mijn eerste stappen als moeder... ik ben blij dat ik ze heb opgeschreven, want nieuwe herinneringen staan alweer te springen om de vorige te verdringen.
Het zit in de familie, dat willen vastleggen. Ofwel ik kan er niets aan doen, het is de schuld van mijn vader. (Sorry pap!) Ben ik een boekhouder van alle dagelijkse dingen, mijn vader is accountant. Naast de rijen dik met fotoalbums in zijn kamer, schrijft hij al - sinds ik me kan herinneren - elke dag in zijn agenda. We houden bij ons thuis erg van discussiëren, maar als het erom gaat wat we wanneer deden, heeft mijn vader altijd het laatste woord. "Ik weet het zeker", zegt mijn moeder dan stellig over de kerst van 2001. "We vierden het bij jou in de jordaan en je had geen kerstboom staan." Mijn vader luistert het eerst rustig aan om vervolgens nog rustiger te vragen: "willen jullie het zeker weten?" Onwillig knikken we met ons hoofd, waarop hij tien minuten later (jawel hij heeft ook nog eens een geweldig opbergsysteem) met de bewuste agenda in zijn hand weet te vertellen: "Kerst 2001 was erg koud, maar liefst 2 graden onder nul. Jij zat in Thailand en wij vierden Kerst thuis. Willen jullie ook nog weten wat we hebben gegeten...?"
Daar kan niemand tegen op. Ik zeker niet met mijn gatenkaas-dagboeken, losse schriftjes en rondslingerende mooie zinnen en gedachten. Ieder jaar neem ik me voor consequent te schrijven én op te bergen (dat heb ik helaas niet van mijn vader). Natuurlijk lukt dat niet. En dat geeft ook niks. Alles wat ik schrijf is meegenomen, al was het maar omdat het zo leuk is om te doen. En af en toe kom ik een verdwaald schriftje tegen in een lade: ' things that made me smile - 2001' en dan brengt die ene zin me weer terug naar de avond dat...
Later als ik groot ben en met manlief in een te groot en leeg huis woon, vraag ik mijn kinderen en kleinkinderen al mijn dagboeken, brieven en schriftjes door het hele huis te verstoppen. Zoekend naar de krant of mijn sleutels, vind ik dan kleine kadootjes van vroeger.
Ook leuk: in Google zoeken op 'things that make me smile'
* Uitgeplast ontdekken dat de wc-papier op is (en alleen thuis zijn)
* Geen muntje bij je hebben voor het winkelwagentje (terwijl er een stuk of drie in je auto liggen)
* Geen tas bij je hebben als je boodschappen doet (terwijl er een stuk of 100 thuis liggen)
* Onder de douche ontdekken dat de warmwaterketel (alweer) weigert
* 's Ochtends genieten van een wit broodje makreel en het 's middags nog steeds proeven
* Denken dat je echt net ligt te slapen en alweer wakker worden gemaakt door de wekker (met het toepasselijke deuntje 'Sorry' van Kyteman)
* Automobilisten die niet willen ritsen (want één plekje scheelt enorm in die enorme langzaam-rijden-file)
* Elke zaterdag bedenken - bij het lezen van de film-bijlage - welke films je allemaal wilt zien en dat er dan niets van komt (en je dat eigenlijk wel al weet)
* Niet het hele pak Tuc willen opeten en het toch doen
* Onbegrijpelijke bedrijfsomschrijvingen op auto's en busjes (hierover binnenkort een blog!)
Vroeger woonde er een bakker bij ons in de buurt met een moorkop op zijn auto... zou hij deze auto hebben meegebracht op een eerste date? En dan klem komen te zitten onder een viaduct... Ik zou op slag verliefd zijn!
Ik beken. Ik kijk het al vanaf het eerste begin (en dat was in 2004) en nog steeds vind ik het zo'n beetje de leukste tv die je kunt bedenken (nou is er ook niet zoveel leuke tv, maar dat terzijde). Elke zondagavond vanaf een uur of acht word ik onrustig, wuif ik ook het laatste kind de trap op naar bed toe zodat ik op tijd kan zitten: Boer zoekt Vrouw! Een knap staaltje van werkelijkheid die de fantasie overtreft. Ooit had ik een vriendje die steevast naast me op de bank meekeek om bij de aftiteling te kunnen zeggen: "Goh, wat heb jij toch ontzettend geboft met mij".
Manlief M. houdt het echter nooit langer dan twee minuten vol en vlucht met kromme tenen en een flinke dosis plaatsvervangende schaamte mopperend of naar boven of naar beneden. Meestal naar boven, want beneden wacht de strijk en boven een tv op de slaapkamer. Dan maar voetbal in het klein. Alles beter dan boeren die vrouwen zoeken, of zoals deze keer ook mannen. Een beetje jammer vind ik het wel, want ik deel graag mijn ongeloof, verbazing en leedvermaak hardop. En de muur is geduldig, maar ook ontzettend zwijgzaam. Gelukkig is er dan vriendin W. met wie ik de BzV-mania deel over de sms ("Boer Aad is een gestoorde fanaat").
Ook dit seizoen valt er weer volop te genieten. Van boerin Henrieke die eigenlijk bij de eerste date al was uitgepraat met haar mannen. (Bovendien laat Cupido zich vast en zeker afschrikken door mannen in korte broeken en armen die voor driekwart in de billen van een koe verdwijnen. Liefde is blind, maar je moet niet overdrijven.) Boer Henk die wel lief is en leuk om te zien, maar toch ook wel serieus saai voor zijn leeftijd. Zodat ik af en toe vanaf de bank in mijn gerieflijke vinexwoning naar het beeldscherm roep: "Ga eens kijken wat voor prinsessespul er nog meer rondloopt!" Boer Aad - de gestoorde fanaat - die inmiddels wel mijn hart begint te veroveren sinds hij Ina heeft weggestuurd. En boer Willem die mag kiezen uit drie mannen, terwijl ik stiekem hoop dat er her en der nog wat vonken overslaan. Wel zo makkelijk toch. Twee stellen in één klap.
Heerlijke tv dus, ondank Yvonne Jaspers en ondanks het rek- en strekgedrag dat ze steeds meer gaan vertonen. Onze kinderen zijn er niks bij. Zo duurt het weken voordat er eens een keer iemand naar huis wordt gestuurd en de cliffhanger dat Henrieke het strootje erbij neergooit en haar mannen allemaal naar huis stuurt, hangt ons ook allang boven het hoofd. Maar toch blijft mijn hart sneller kloppen voor deze onhandige en prille liefdes op het platteland. En ik hoop oprecht dat ze allemaal hun geluk zullen vinden. En als het straks weer is afgelopen, hoop ik stieken op een vervolg: 'BzV: the life after...' dat er toch nooit gaat komen. En dat is maar goed ook. Zo blijft de liefde bij ons thuis ook bewaard.
Mijn kleine man kreeg het boek voor zijn verjaardag: Dans op Jans van Dr. Seuss. Geweldig! Als kind had ik twee boeken van 'the cat with the hat' en die kon ik dromen: ' Stap op pap' en ' Slaapboek'. En toen ik op huwelijksreis in New York was, kocht ik: ' There's a Zamp in my Lamp.' Want: "Did you ever have the feeling there's a WASKET in your BASKET? ... Or a WOSET in your CLOSET?" kun je toch niet laten liggen. Dr. Seuss maakt de meest bizarre rijmpjes met woorden en wezens die alleen maar bestaan in zijn verhalen. Aanstekelijk leuk! De meiden moeten altijd erg hard lachen als ik het engelstalige boek voorlees, ook al verstaan ze er geen woord van. Ze zoeken de ZAMP achter de LAMP en de ZLOCK achter de CLOCK.
Nu is Job ook aangestoken door het Dr. Seuss-virus en elke avond vraagt hij voor het slapen gaan om 'Dans op Jans'. Zodra hij FRANS en ANS ziet dansen op JANS, schatert hij het uit en roept: "HOP HOP... Au stop!" Ook Saar met het rode haar, vindt hij allesbehalve raar. "DAAAAR!", roept hij - als hij de vier snurkende wezens in bed ziet liggen - "daar SAAR met ROOD HAAR". En aan het einde, als we lezen: 'Pepijn is al slim en kent woordjes als DEZE en DEZE. Maar papa is nog slimmer... hij kent woorden als EXPANSIEVAT en...' "HEUPPOOTEZE"(lees heupprothese)", gilt Job dan. Ik weet niet waar het goed voor is, maar een uitgebreid vocabulaire kan nooit kwaad. Toch?
Klik op het plaatje voor een grotere afbeelding... Dr. Seuss Quotes that can change your life!