dinsdag 4 juli 2017

Note to self... en to world!

Er zijn van die regels waar je je in het leven aan kunt vasthouden. Een daarvan is: vraag nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Zelfs niet als het overduidelijk is. Aan die regel heb ik me altijd braaf gehouden. Gesterkt door traumatische ervaringen van vriendinnen. Vriendin M. die net de eerste verjaardag van haar dochter had gevierd en in de supermarkt werd gefeliciteerd door een wildvreemde mevrouw voor de kassa. Beiden kleurden dieprood toen het misverstand duidelijk werd. Een streng sportregime volgde en een ban op de wijn. Tijdelijk. De wond bleef.

Ook ik werd een keer aangesproken op school door een vrolijke moeder die me staande hield en me feliciteerde. Terwijl ik oprecht verbaasd vroeg waarmee - had ik iets gewonnen misschien - zag ik aan haar verschrikte blik wat ze had bedoeld. Terwijl zij zich een gat in de grond wenste, keek ik beduusd naar mijn buik. Stond de wind verkeerd (onder mijn shirt) of duurde het toch langer dan een halfjaar voor mijn ooit zwangere buik geslonken was. Ik lachte als een boer met kiespijn en de moeder koos het hazenpad. 

Nooit vragen dus. Nooit! Wat me dan ook bezielde toen ik vorige week de lift instapte op mijn werk. Vermoeidheid? Slecht karma? Ik zal het nooit weten. Wel dat ik aan een mij vaag bekend voorkomende collega, die met een zware doos in haar handen stond, vroeg: "Mag jij wel zo zwaar tillen?". En terwijl deze vraag mijn mond uitrolde, was het alsof het moment bevroor. Haar antwoord wist ik eigenlijk al voordat ze het uitsprak: "hoezo?"

...

Mijn hersenen smolten terwijl ik hardop niks meer wist uit te brengen. Mijn liftgenoot probeerde zowel zichzelf als mij te redden door met een vreemde hoge stem te vertellen dat ze pas haar eerste kind had gekregen. Terwijl mijn ledematen nu ook smolten, piepte ik of ze een zoon of een dochter had gekregen. De grote zware doos als een roze olifant tussen ons in. Dat het een zoon was, klonk als goed nieuws maar daar zat ze nu even niet op te wachten. Het gezellige praatje in de lift was een ver gepasseerd station. De twee verdiepingen hadden nog nooit zo lang geduurd. En terwijl de deuren tergend traag open gingen, probeerde ik mijn zware voeten ertoe te bewegen de lift te verlaten. Het woordje sorry leek te bestaan uit vijf letters waarvan ik de juiste volgorde was vergeten. Nog een draaideur door, een onhandige zwaai en een oprechte wens om vaag bekend voorkomende collega nooit meer tegen te komen. 

Terwijl ik diep beschaamd de garage uitreed, nam ik me voor dit voorval aan niemand te vertellen. Tot ik besefte dat het delen van de regel belangrijker is dan mijn schaamte. Vraag dus nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Note to self: ook geen variant op deze vraag. Nooit!


Nee, ik heb de regel niet zelf verzonnen, het is een universele regel, zelfs verkrijgbaar als e-card. 

woensdag 21 juni 2017

Warm hart

Kleine man en ik fietsen naar school. Hij wil het liever niet want fietsen is maar spannend als het buiten de wijk is. Aan het ontbijt wil hij al alles weten. Over wie er voorrang heeft op het zebrapad bij school en welke bocht hij moet nemen bij dat viaduct. Ook fietst hij eigenlijk liever met papa omdat die hem zo goed kan begeleiden.

Ik vertel hem dat ik mijn best zal doen en smelt van zijn serieuze blik. Eenmaal op de fietst, kletst hij honderduit. Over hoe hij het liefste opstapt, met zijn ene pedaal naar boven. Wie er van ons over welke drempel mag en dat we op de Dijk zeker gaan stoppen bij het oversteken. Met praten bezweert hij zijn angst en gaandeweg wint hij zelfvertrouwen. Zeker als ik hem vertel dat hij de baas over zijn fiets is. Hij schatert en bedenkt dat het maar goed is dat we niet op een paard zitten. Die kunnen zomaar in draf. Zijn fiets niet en remmend gaat hij de heuvel af.

Mijn lieve kleine held. Vaak even over een denkbeeldige drempel voor hij zich een superheld voelt. Dat heeft hij vast van zijn moeder. Ik kan ook nog steeds iets schijnbaar eenvoudigs spannend vinden. Het honderduit kletsen gebeurt dan in mijn hoofd. Niet meer hardop. Ik ben immers al groot. In gedachten bedenk en versla ik beren.

"Ben jij wel eens warm om je hart, mama?"

Als ik vraag wat hij precies bedoelt, legt kleine man uit dat hij zo dicht bij de stoep fietsen een beetje eng vindt. Bang om met zijn wiel de stoep te raken. "Dan voelt het warm om mijn hart, mama." Mooi gezegd van mijn zesjarige en ik knik dat ik ook wel eens warm om mijn hart voel. "Dan maakt hij een sprongetje. Soms van angst. En soms van vreugde." Als er zomaar weer een drempel overwonnen is. Groot of klein. Mooi toch.






maandag 19 juni 2017

Beginnetje

Soms ben je er even uit. Sporten. Lezen. Schrijven. Dan wil je wel maar doe je het niet. Oké, in het eerste geval wil ik ook meestal niet. Dan vind ik het pas fijn achteraf of als voornemen ooit. Met lezen is het soms even zoeken naar het juiste boek. Dat boek waarvan je ogen niet dichtvallen als je in bed ligt en waar je stiekem al een beetje naar verlangt als je nog op je werk bent. Schrijven is weer anders. Heerlijk met af en toe een flinke drempel. Net als hardlopen. Alleen met discipline en de nodige inspanning kom je in een flow.

Sinds ik aan mijn boek ben begonnen, schrijf ik elke zondag. Lief kijkt er streng op toe als ik de kantjes er vanaf probeer te smokkelen. Wanneer ik voorstel om heel even mee te gaan naar het Amsterdamse Bos of dat ik na het uitgebreide ontbijt én de krant echt ga beginnen, zwijgt hij veelzeggend. Ik weet het. Geen letter op papier zonder discipline en inspanning. Inspiratie is leuk. Maar domweg zitten is onvermijdelijk. Hoewel ik niets fijner vind dan aan het einde van de zondag een stuk geschreven te hebben (meestal kom ik net in een flow als lief en de kinderen weer binnen komen rollen) word ik er onbewust de rest van de week een beetje opstandig van. Genoeg dagelijkse dingen maar bloggen ho maar. De pagina blijft leeg en de cursor knippert verwijtend. 

Zucht. 

Geen idee. Geen noodzaak. Te warm. Geen woorden. 

Stom! 

Hoe meer ik schrijf des te beter. Net als met hardlopen, toch? Vandaar dit beginnetje. Gewoon maar weer eens wat woorden op papier. Zodat ze niet opdrogen. Ik zou over van alles kunnen schrijven. De kinderen van juffrouw Kiet, die ik terug moet kijken omdat ik nu aan het bloggen ben. Over de giraffe die middelste en kleine man vandaag in Artis geboren hebben zien worden (!) en hoe ik me dan heel even schuldig voel dat ik niet mee was met het uitje. Ik kan de bos bloemen beschrijven die ik vandaag kreeg op mijn werk of de zanger die ik zomaar ontdekte (Benjamin Clementine). 

Ik kan onder woorden proberen te brengen waarover ik twijfel of waar ik naar uitkijk, maar ik doe het met dit beginnetje. Een beginnetje over het dagelijkse naar misschien wel weer een dagelijks dingetje. Want eenmaal begonnen is het zo fijn. 

maandag 12 juni 2017

Beschermer van de bijfiguren

Ik kijk de documentaire Life, Animated op Nederland 2. Het gaat over Owen een jongen die de wereld om hem heen begrijpelijk heeft gemaakt via Disney films. Als hij 3 is, lijkt zijn ontwikkeling te stoppen en krijgen zijn ouders te horen dat hun prachtige zoon autistisch is. Vlak daarvoor zien we hem op een filmpje met zijn vader tussen de herfstbladeren spelen. Owen is Peter Pan, zijn vader Kapitein Haak. Hij lacht onweerstaanbaar om de gekke fratsen van zijn vader.

Na de diagnose zegt hij een jaar bijna niets. Het enige dat hem rustig en gelukkig lijkt te maken zijn Disney films. Die kan hij eindeloos kijken met zijn oudere broer Walter. Wanneer ze De kleine zeemeermin kijken, horen ze Owen sinds lange tijd weer wat zeggen. Ze verstaan hem niet, hij speelt de film terug en weer af, terug en weer af, terug en weer af. Het is de scene waarin de zeeheks Ariël haar stem wil afpakken: give me your voice. Deze drie woorden probeert Owen aan zijn ouders te zeggen. Zo ontdekken ze dat Owen met hen kan communiceren via de films.

Ze gaan door een moeilijke tijd als Owen op de middelbare school blijkt te worden gepest. Hij verwerkt het door zelf een Disney verhaal te tekenen en te schrijven: Protector of the sidekicks. Zo voelt hij zich namelijk, een sidekick en geen held. Net als zijn favoriete bijfiguren in de Disney films, Iago in Aladin, Baloe in Jungle Book. Ze zijn lief, grappig en slim maar dat lijkt niemand te zien. Het is Owens verhaal en hij besluit de beschermer van de bijfiguren te worden.

De documentaire is prachtig. Owens boodschap misschien nog wel het meest. Dat we voorbij de helden moeten kijken naar de talloze sidekicks. Anders dan anderen, niet zo opvallend misschien, ogenschijnlijk gewoon of juist ongewoon. Bijfiguren die niet alleen de Disney films kleuren maar ook onze wereld. Of zoals Owen zegt: "zij maken me het hardst aan het lachen".

donderdag 8 juni 2017

Pot

Mijn tante A. heeft er een pot voor. Een grote glazen die op tafel staat. Daarin stopt ze de grappige, mooie en die-moet-ik-onthouden-uitspraken van haar kleinkinderen. Veel handiger dan mijn rondslingerende schriftjes en instant dagboeken. Die zijn namelijk nooit voor handen als er weer eens iets grappigs of wijs aan de monden van mijn kinderen ontsnapt. Ik denk dan, die wil ik onthouden, maar breek 's avonds in bed weleens teleurgesteld mijn hoofd.

Gelukkig heb ik er ook veel onthouden.

  • Papa, ben jij graag moe?
  • Vandaag hebben we gepraat op school over de doodheid
  • Slagroomboom (slagboom)
  • Waarom is het veertien en niet viertien (terechte vraag van middelste)
  • Siekensaus (mijn nichtje toen ze nog heel klein was, we noemen het ziekenhuis nog steeds zo)
  • Mag ik jouw bakini aan? (neefje tegen middelste op vakantie, bikini is ook nog steeds bakini voor ons)
  • Mama, mag je ook met twee iemanden trouwen?
  • Ik zie je borstels mama!
  • Soms is mijn piemel groot en dan staat hij rechtop (kleine man heeft zojuist het 8e wereldwonder ontdekt)
  • Wil je mijn paagina zien? (oudste toen ze heeeel klein was, moet ik erbij zeggen)
  • Waarom ga je dood? (achterop de fiets is kleine man het meest filosofisch)
  • Mama, iedereen heeft een tweede leven. Ik: misschien wel meer. Kleine man: nee, mama, je hebt twee levens, niet meer.
  • Waarom geloof jij niet in God, mama?
  • Kleine man over de Kruidvat-reclame 'steeds verrassend, altijd voordelig'. Neeeeeeee, ze liegen gewoon mama!
  • Tita (auto natuurlijk)
  • Mooie wielen mam (toen was hij 2!)
  • Ik wil een knus! (een knuffel en kus in één)
  • Mama, privé wil ik nog wel met je kussen, maar niet op school
  • Kleine man tegen middelste  - die hem in de hal van de school altijd een filmsterrenkus geeft om te plagen - doe het anders nu alvast, dan hoeft het straks niet. 
Met kinderen kom je niet meer zo vaak in het theater. Maar je haalt cabaret in huis!


En dan heb ik het nog niet eens over de tekeningen van kinderen...

dinsdag 23 mei 2017

Papa

De man met het zachtaardigste hart dat ik ken, ligt in het ziekenhuis. Vanwege dat hart. Zachtaardigheid blijkt geen garantie voor regelmatig tikken. Hij ontdekte vorige week dat er iets niet klopte. Of beter gezegd, langzaam klopte. Hij wuifde het eerst nog weg. Zijn verjaardag moest immers gevierd met een weekend weg in Zeeland. En het ging wel weer.

Vrijdagochtend zongen we hem uit zijn bed. 75 jaar dus de kop van de kat was jarig en de pootjes vierden feest. Zondagavond versierden we het huis en zetten de Prosecco klaar voor als hij maandag thuis zou komen. Vlaggetjes en hoedjes voor de allerliefste vader en opa. Hiep hiep!

Maandag zwaaide hij Neeltje Jans gedag en reed hij mijn moeder naar huis. Hoewel zijn hart heel even sneller ging kloppen van de feestelijke ontvangst, was het toch weer mis. Een uur later lag hij in het ziekenhuis. Dankzij een oplettende dokter. Aan de monitor ontdekten ze wat mijn vader al wist, dat zijn hart haperde en dat dat niet goed was. Hij moest blijven en bewaakt door een monitor.

Mijn broer vat het samen door de telefoon en mijn wereld staat even stil.

Vandaag spreek en zie ik mijn vader. Mijn wereld begint weer te draaien. Hij lacht en vertelt. Morgen krijgt hij een pacemaker om zijn hart een handje te helpen. Niet heel ingrijpend, had de cardioloog aan zijn bed gezegd. Onder plaatselijke verdoving komt er een apparaatje tussen zijn hart en schouder dat met twee draadjes aan zijn hart wordt verbonden. Een technisch wondertje zeg maar. En op batterijen die 5 tot 10 jaar meegaan. Lang leve de medische wetenschap. Had ik ook maar voor dokter gestudeerd. Maar dat heb ik niet, dus ik houd nog maar eens mijn vader zijn hand vast en vertel hem hoeveel ik van hem houd. Hij wist het al, maar je kunt het niet vaak genoeg zeggen.

Dan is het uur gevlogen en komt de volgende sliert familie binnen. Mijn broer die met zijn grappen de wereld altijd een beetje lichter maakt. Ik laat mijn vader in goede handen achter, familie en een monitor die 24 uur zijn tikken telt. Morgen hoeft dat niet meer. Dan heeft hij zijn eigen kastje om het haperende hart alert te houden. Hopelijk nog heel lang.





zondag 21 mei 2017

Was de wereld maar van snoep

Een mail van school. Belangrijk bericht. We zitten in de tuin, de kinderen spelen tikkertje met verlos. Het is slecht nieuws. Leraar T. is overleden. Onverwacht. Hij stierf aan een hartaanval. Zowel oudste als middelste hebben les van T. gehad. Kleine man kent hem ook, het is een kleine school. We schrikken. Eenmaal binnen aan tafel vertellen we het. Drie kleine bleke koppies. Ze zijn er stil van.

Kleine man houdt zijn handen over zijn oren omdat hij het liever niet wil horen. Het is inderdaad nieuws dat je liever niet wilt horen. Of geloven. We hadden hem immers pas nog gezien. We herinneren ons dat T. voor oudste haar afscheidsspeech hield in groep 8. Hij had het niet makkelijk gehad met deze groep, maar vertelt A. hij was er voorstander van Minecraft op de schoolcomputer te installeren omdat dat goed zou zijn voor hun ruimtelijk inzicht. Instant held!

Middelste herinnert zich dat hij lief was. Ik herinner me een man die goed leek te passen bij de onderbouw. Als ik langs zijn klas liep, drentelden de kleintjes om hem heen. En elke woensdag tijdens het zingen in de hal zaten er minstens twee kinderen bij hem op schoot. Lief. Dat leek hij me.

We steken een kaarsje voor T. aan en hopen zo wat licht te sturen naar zijn gezin. Kleine man huilt als ik hem naar bed breng. Op schoot deelt hij zijn verdriet en zorgen. "Nu kan T. nooit meer mijn leraar zijn. Waarom hebben ze zijn hart niet kunnen maken, ik dacht dat dat kon." Ik probeer uit te leggen dat het soms niet lukt. "Dan lag hij vast te slapen toen het gebeurde en is hij nu begonnen aan zijn tweede leven", stelt kleine man zichzelf gerust. Ik vind het een mooie gedachte en we bedenken dat T. nu iedereen en overal ter wereld kan zijn.

Het troost maar een beetje, kleine man is nog steeds verdrietig: "Was de wereld maar van snoep."

Inderdaad was de wereld maar van snoep.




Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?