maandag 22 juli 2013

Van die dingen

* Een beschuit in stukjes aantreffen in de verpakking
* Een plekje vinden in die leuke strandtent, maar ontdekken dat het de enige plek is zonder parasol en naast drie bierdrinkende Amsterdammers die om een praatje verlegen zitten
* Naar het strand gaan zonder een handdoek mee te nemen en schone kleding en het pas beseffen als kleine man kopje onder gaat in de branding
* Naar Artis ZOOmeravond met de kleine man, die op de heenweg in slaap valt
* Inpakken voor de vakantie op de eerste dag van een hittegolf in Nederland
* Vegetariër willen zijn, maar liever niet tijdens het eten
* Vakantievoorpret verwarren met vakantievoornemens en daardoor al een lichte stress voelen
* In de tuin zitten met een drankje en een stukkie leverworst van Louman en beseffen dat geluk maar een eenvoudig (helaas niet vegetarisch) meisje is


Omdat ie zo lief is: Artis de Partis







dinsdag 16 juli 2013

To blog or not to blog

Ik blog omdat ik graag schrijf. Nou denk jij (misschien niet, maar dat komt me even goed uit): dat kan toch ook op een stuk papier, de achterkant van een boodschappenlijstje of een vrolijk gekaft schriftje, ook wel dagboek genoemd. Dat doe ik ook. Door de jaren heen heb ik inmiddels een behoorlijke stapel schriftjes gevuld. Maar is toch anders.

Klopt mijn redenering dan wel? Ik blog omdat ik graag schrijf. Is het niet: Ik blog omdat ik graag word gelezen. Hoewel dat laatste zeker waar is, is het niet de reden dat ik blog. Wel een stok achter de deur. Om zo goed mogelijk te schrijven. Mezelf te oefenen in het schrijven. En om regelmatig te schrijven. Immers, ik heb een publiek (lees manlief, beste vriendin en mijn lieve mams) dat op me wacht.

Eigenlijk blog ik omdat ik beter wil schrijven. Ik wil schrijven met een kop en een staart, ik wil je laten lachen, ik wil je ontroeren en je meenemen naar de wondere wereld in mijn hoofd. Ik wil net zo mooi als Martin Bril... Waarom? Tsja. Dan komen we toch weer terug bij het begin: omdat ik zo graag schrijf. En mijn denkbeeldige lezer zet me op scherp. Waarvoor mijn dank, bij dezen. 




maandag 8 juli 2013

Taal is zeg maar echt mijn ding...

Klein man houdt van nieuwe woorden, elke dag leert hij er wel weer een paar bij. En dan maakt hij de prachtigste zinnen.

* We zetten een tentje op in de tuin. Kleine man krijgt bezoek van zijn twee zussen. Na een minuut al steekt hij zijn hoofd door het kleine raampje: "Mama, het is krap in de tent. Er zitten twee meiden in."
* Ik pas een bikini en de kleine man zit in zijn wagen in het pashokje. "Ben jij bloot mama", giechelt hij. Hij houdt me strak in de gaten via de spiegel. "En daar zijn jouw borstels!"
* We maken een trein van stoelen. Als we allemaal zitten, vertrekken we maar kleine man trekt aan de noodrem. Hij holt naar de boekenkast en legt uit: "We zijn Dribbel vegreten, gevreten, gegeten... vegeten!" Dat is ook zo, we zijn Dribbel vergeten."
* De zin die me altijd doet smelten: "Mama, ik wil op je sjoot."
* Duidelijker dan dat kan hij niet worden: "Mama, ik wil bij jou." PUNT.
* Wil je een toet Job? "Ja, ik wil creme bulee en dan moet papa met de brander!"
* "Mama, mama, mensen hebben een hoofd en kinderen hebben een koppie." Hij denkt even na over zijn eigen zin. Dan: "Mama, mama, kinderen hebben een koppie en dieren hebben een snoet."
* We eten spaghetti: "Dit is echt heerlijk mama!"
* De poes wordt geaaid en grondig bekeken door kleine man: "De kat kan niet praten mama, hij kan alleen miauw."
* We rijden langs een grote bus: "Kijk mama, dat is de sjoolreisbus van Anne".
* "Mama, ik hoorde iemand knipogen", zegt kleine man vanaf de achterbank van de auto. Het blijft even stil. Dan constateert hij: "Dat was ikzelf."







zondag 30 juni 2013

Zou je denken...

Naar het strand. Je kan mijn dag niet veel beter maken. Met blote voeten in het warme zand. Zee en blik op oneindig. Vandaag gingen we. Dik ingepakt vanwege de wolken, maar slippers, koeltas en strandkleed voor het geval dat. En dat was het geval. In de auto scheen de zon al veelbelovend. Terwijl vier kinderen voor ons de berg af stuiterden, kneep ik M. gelukkig in zijn hand. De dag kon al niet meer stuk. Dacht ik. Terwijl manlief een vlieger probeerde te ontwarren, was ik het eerste halfuur bezig de kinderen in te smeren. Lees: een wilde achtervolging, pak en smeer. We zaten pal voor een hippe strandtent waar slechts werd gehangen en uitgekaterd. Het enige dat daar bewoog waren de vrolijk gekleurde parasolletjes in de drankjes. 

Terwijl ik mijn cappuccino naar binnen klokte - onderwijl manlief aanspoorde die van hem niet koud te laten worden - trok de kleine man me al mee naar zee. Met zijn broek boven zijn knieën lukte het hem  binnen enkele seconden tot aan zijn billen nat te zijn. De andere drie leerden snel en slaakten indianenkreten terwijl ze in vrolijke onderbroeken de zee in stormden. En op de een of andere manier willen kinderen altijd net iets langer daar zijn waar jij niet per se wil zijn. Terwijl ik bedacht hoe ik ze weer wat dichterbij mijn zachte badlaken kon krijgen, hoorde ik mezelf: "Nee, niet met zand gooien", " niet zo ver het water in", "niet spatten", niet in zijn ogen", "pas op, een kwal"...

Hun aandacht kreeg ik pas bij: "Kijk, papa heeft de vlieger klaar!" Je zou denken dat vanaf dat moment mijn ideale dag aanbrak. Languit op het kleed, briesje, dutje. Zou je denken ja! Heb je soms geen kinderen?  Er moesten ruzies beslecht, emmertjes en schepjes gekocht, in kuilen gezeten, voeten ondergegraven, snottebellen geveegd, handen en boterhammen zandvrij gemaakt, drinken ingeschonken, achterna gezeten, getroost, gesmeerd (tweede ronde) en kusjes gegeven. 

Na vijf minuten vliegeren was manlief de rest van de middag bezig de draad weer op te rollen. Ik verdenk hem van opzet. "Hoewel het ontelbaar veel zegeningen kent, het moederschap", filosofeer ik pinnig tegen zijn rug, "is er een klein nadeel. En dat is dat je nooit meer zeggenschap hebt over je eigen tijd". Terwijl zijn rug verdacht wiebelt, pak ik eindelijk de PS uit de tas. "Let jij nu maar even op", snauw ik, terwijl ik ontdek dat ik de PS van vorige week heb ingepakt. Een kleuter met een speen en enorme snottebel kruipt mijn zachte badlaken op om een tomaatje te bietsen. De ouders zitten relaxed aan een witbiertje in de hippe strandtent terwijl hun andere kind aan het volleybalnet hangt.

Terwijl ik de peuter een zanderige tomaat in zijn handjes stop, gil ik tegen mijn kroost: IJSJES! Eerst maar eens die hippe strandtent wakker schudden en dan mogen we bijna naar huis. Eenmaal in de auto kijk ik stiekem door mijn achteruitkijkspiegeltje naar de zandmannetjes en - vrouwtjes achterin. Rode wangen van plezier en vermoeidheid. Weer dat geluksgevoel. Heel even. En dan moet er worden uitgestapt, gebadderd, gegeten en geblogd. 











zondag 23 juni 2013

Regen of spaghetti

Je ontkomt er niet aan, praten over het weer. Ook al neem je jezelf nog zo voor het niet over het weer te hebben, voor je het weet hoor je iemand (hee, dat ben jij zelf) zeggen: "het wil niet echt hè, met de zomer". Of de ander is je al voor geweest en je antwoordt tegen beter weten in: "misschien krijgen we een warme nazomer".  Zoals wij in Nederland over het weer praten, praten Italianen over eten. Koetjes en kalfjes zijn dus geografisch bepaald. Logisch. De Italianen zouden lang niet zoveel praten als het over het weer zou moeten gaan. "Warm hè, vandaag!"... "Nou, net als gisteren." Gelukkig hebben zij al dat heerlijke eten om ijs te breken, een stilte te vullen en praatjes aan te knopen. Omgekeerd zou het bij ons niet werken. Terwijl het weer elke dag verrassingen voor ons in petto heeft en dus voldoende stof tot gesprekken biedt (bij gebrek aan al die andere leuke onderwerpen?), zouden we snel zijn uitgepraat over eten. "Vanavond eet ik aardappels, snijboontjes en een gehaktbal." Je hoort de stilte al vallen...

Het is ook niet erg, dat we met elkaar over het weer praten. Het houdt ons bezig en dat willen we graag delen. En met een beetje mazzel loopt het weerpraatje geruisloos over in een echt leuk gesprek. Als het over eten zou gaan, is alle kans daarop natuurlijk verkeken. Dan wil je het liefst zo snel mogelijk achter de potten en pannen om al dat besproken heerlijks te bereiden en tot je te nemen. Wij Nederlanders praten rustig nog even verder, het kan namelijk vriezen of dooien en daar hebben we toch geen enkele invloed op. Toch zou het leuk zijn om af en toe een onverwachte koe of ongemakkelijk kalf erin te slingeren. Gewoon tegen de buurman of bij de kapper. "Begraven of cremeren?" Ik doe het vaak. In mijn hoofd dan. Want ik blijf natuurlijk een oer-Hollandse.


maandag 17 juni 2013

Dromen

Vrijdagavond zaten we aan de keukentafel met vrienden A. en S. Wijn en hapjes op tafel. Veel te vertellen. A. en S. staan namelijk op het punt hun leven over een andere boeg te gooien. En die boeg ligt in Spanje, op een mooi en uitgestrekt stuk grond. "Tot aan die olijfbomen in de verte", wees  A. terwijl ze een filmpje liet zien, "is het van ons". "En daar komt ons huis", wijzend op de plek met het mooiste uitzicht. Manlief had vragen. Over hoe en over wat. Over geld verdienen en verstandige zaken. A. schonk zijn glas nog eens vol:"Business plan? Ik volg gewoon mijn droom." Daar moest nodig op geproost. Ik werd er een beetje stil van en sloop naar boven om even bij kleine man te kijken. Op de stoel, die ooit van mijn oma was geweest, luisterde ik naar de ademhaling van mijn kind. Een beetje verdrietig omdat het de laatste tijd zo weinig van dromen leek te komen. Maar ook gelukkig, simpelweg vanwege het kleine mannetje dat overdwars in zijn bedje lag en grote man die beneden 101 vragen stelde. Was ik te verstandig geworden? Grote man kwam kijken waar ik was gebleven en veegde verbaasd de traan weg die over mijn wang rolde. "Wat is er lief?", fluisterde hij. "Van alles", antwoordde ik, "maar nu eerst wijn."

Weer aan de keukentafel droomde ik mee over het huis dat moest worden gebouwd en de kleine vakantiehuisjes waar ik ons al zag logeren samen met de kinderen. Ik zag A. en S. gelukkig zijn en was blij dat ze bij ons aan tafel zaten en mij eraan herinnerden hoe belangrijk het is te blijven dromen.



maandag 3 juni 2013

De onderstop-brigade en pont vol dwazen

Afgelopen week vulden ze mijn hoofd. Van die dingen, gek, grappig, stom, lief... om even bij stil te staan. En te delen:

1. Waarom is het veertien in plaats van viertien (wijze observatie van middelste tijdens het maken van haar rekensommen)
2. Op de pont tel ik 14 mensen, 12 mensen staren op een klein schermpje. De 13e (ik, zei de gek) kijkt naar deze dwazen. De 14e is de schipper.
3. Vriendin S. (moeder van twee zonen) filosofeert over opvoeden: "Ik doe het voortaan helemaal anders. Ik zeg gewoon ja, omdat ik weet dat ik dat uiteindelijk toch doe. Dat geeft een rust!"
4. Waarom is er zoveel rommel op straat en op tv?
5. "I like you", zei de verlegen jongen in de kroeg tegen haar. Zijn duim ging ongemerkt mee de lucht in. Zij lachte hem niet uit, maar fluisterde: "likes in real life are so much better".
6. Als ik weer eens denk: wat een moeilijke keuze, zegt lief: geen keuze is moeilijker.
7. Waarom steken volwassenen hun tong niet meer uit als ze iets of iemand stom vinden? Een ideale ijsbreker tijdens een vervelende vergadering of lastig gesprek.
8. Waarom, sinds ik moeder ben, eindigt ieder uitje in een speeltuin?
9. Terwijl ik met haar zat te praten, zei ik: "Luister je wel eens naar een ander? Echt luisteren. Niet alleen beleefd wachten tot jij weer kan praten" Ik zei het zachtop.  Zij hoorde het niet.
10. Iedereen zou ' s avonds in bed moeten worden gestopt. Voorlezen, kusje, grapje, laatste kusje. De onderstop-brigade tegen de eenzaamheid.

Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?