Popcorn tikt tegen de deksel van de pan. Ons avondeten. Kleine man en ik zouden lichtjes lopen in Amsterdam. Maar de kou veranderde onze plannen. Lief zou uit eten. Maar de griep kwam ertussen. Niet bij ons gelukkig. Dus popcorn en lichtjes binnen. Ook fijn. Tijd om te schrijven en te mijmeren. Over een jaar dat alweer bijna dichtgeklapt kan worden. Ik blader door mijn agenda omdat mijn hoofd geen talent heeft voor archiveren. Dat betekent niet dat ik vergeet hoor. Ik herinner me in willekeurige volgorde.
Ik denk aan mijn vader die twee draadjes aan zijn hart kreeg met een apparaatje eraan. Een technisch wondertje om zijn hart eraan te herinneren nog heel lang te blijven kloppen. Ik tel er een. Ik denk aan oudste die zich bij het schooltoneel had gemeld om te grimeren maar vervolgens op het podium stond in Shakespeare's Romeo & Julia. Trots en ik tel er twee. Ik denk aan kleine man en aan zwemles. Elke week samen. Hij met kikkervoeten en ik aan de kant. Van zijn A naar zijn B en begonnen aan zijn C. Drie. Ik denk aan middelste die aan haar laatste jaar als Wesp is begonnen. Haar tranen om de laatste keer kamp maar ook haar blijdschap om haar prachtige schooladvies. Nu nog een passende school voor onze zachtaardige dagdromer. Dat zijn er vier. 2017 was een jaar om te tellen. Blij met de opa's en oma's en het samen eten en zorgen op de maandag en de vrijdag. Zonder hen zou er geen vangnet hangen onder het koord waarop we ons regelmatig bevinden. Balancerend tussen werk en thuis, aandacht en boodschappen, schrijven en de was, dromen en werkelijkheid. Het een niet per se mooier dan het andere.
Ik denk aan de onvergetelijke week in Japan met beste vriendin W. De gouden berg en de lachende monnik op witte sokken waarvoor we om vijf uur uit ons bed kwamen. De houten huisjes en ontelbare Geisha's in Kyoto, de gyoza die het uur wachten op de stoep waard waren, de kraakverse sushi en de papierhemel in Tokyo. Onvergetelijk. Ik tel en blader. De zondagen gemarkeerd in mijn agenda waarin we om de beurt ons favoriete maaltje verzinnen en koken. Culi zondag. In een boekje houden we bij wat we eten en hoe het smaakt. En soms dromen we nog van de zelfgemaakte spaghetti carbonara van oudste. Ik kom de lijstjes tegen die ik elke maand maak. Van dingen om te doen en dingen om te wensen. Sommigen krijgen een vinkje, meer verhuizen mee.
Dromen en jagen.
Eentje zit ik op de hielen. Mijn boek kreeg maar liefst vijf hoofdstukken en is daarmee op weg de vorm te vinden die al zoveel jaren in mijn hoofd verborgen zat. Het enige dat ik moest doen was tijd vrijmaken en luisteren naar onverwachte zetjes en zachte aanmoedigingen. Ik tel.
Een weekend aan zee met oudste, vriendin A. en haar dochter A. Peddelend in de golven, lachend op onze yogamatten. Zomer in Portugal met het gezin. Onze roadtrip via Parijs, Bordeaux en Vallodalid. Slapen onder de sterrenhemel en nog meer golven. Aan toe. Want tussen het maken van deze mooie herinneringen werd er natuurlijk gewoon gewerkt, was er gedoe en mijn jaarlijks terugkerende blues. Vaak moe. Soms humeurig. En af en toe verdrietig. Om niks en om zaken die ik niet kan keren. Om het verdriet van mensen die me lief zijn. Om het verdriet dat gedeeld niet minder is.
Ik nam me meer voor dan ik deed, ik miste meer dan ik meemaakte. Dat is niet erg. Er bleef genoeg over. Op de bank liet ik me inspireren door mijn bijzondere burgemeester en het prachtige lawaai dat klonk in de stad na zijn dood. Hoopvol. In het theater liet ik me ontroeren door Dolf Jansen en Louise Korthals (een beetje Nouri). En ik las me door de stapels boeken naast mijn bed heen als ik maar even mijn ogen open kon houden.
Ik was vijf jaar getrouwd met mijn mister brown eyes en hij gaf me een strippenkaart cadeau. Voor elke strip een verrassing. Hij is nog veelbelovend leeg. Eerst nog de tijd inhalen. Niet teveel terugblikken dan maar. Het past toch niet in een blog allemaal. Gelukkig.
De popcorn is op, kleine man slaapt als een roos in ons bed en grote man vraagt om een blog. Het mooie nu. Maar ik denk alweer aan morgen, als onze oudste 15 wordt. En aan overmorgen als we het nieuwe jaar inluiden bij S. en A. Heel even heb ik de tijd ingehaald in gedachten. Maar ik sta met lege handen want ze moet nog worden ingevuld. Met nieuwe herinneringen en oude bekenden. Hopelijk zijn ze fijn en af en toe groots en meeslepend. In hun eenvoud wellicht. Dat zijn de beste.
Ik wens jou alvast het allerbeste voor dat hele nieuwe jaar voor de boeg. Volop dromen en jagen maar ook stilstaan en tellen. Van al het moois aan je voeten, dat je misschien heel even was vergeten toen je naar de sterren reikte. Kus ze. Koester ze.
En be kind. Voor jezelf en voor anderen.
Over de liefde en mijn liefsten. Over mijn hoofd en mijn hart. Over koffie en brieven. Over chasing dreams. Over gewone dingen die buitengewoon zijn. En over kindness, kussen en kniesoren.
vrijdag 29 december 2017
woensdag 13 december 2017
Gevaarlijk weer
Zondag versierden we de kerstboom en viel de eerste sneeuw. Handschoenen werden weer gevonden en de eerste sneeuwballen vlogen al. In de tuin kreeg de gevallen sneeuw de vorm van een sneeuwpop. Rode neuzen en rode wangen vanwege dit witte geluk. We dronken chocolademelk met slagroom en legden onze natte sokken op de verwarming. Zou het morgen nog steeds... Ja! En nog mooier. Code rood werd een excuus om niet te jakkeren in files maar rustig te glibberen naar school. Afspraken konden verzet naar morgen. Vandaag waren de vallende vlokken het allerbelangrijkst. En ze bleven vallen en vallen en vallen. De sneeuwkoningin legde haar stolp over de wereld. Alle geluid dempte. Het werd stil. Stil en wit.
In mijn oma's stoel zat ik voor het raam. Genoeg aan de sneeuw. De wijk een beetje mooier, auto's verstopt onder een zachte laag en de kleintjes op het schoolplein schaterend. Rode neuzen en rode wangen. Gevaarlijk weer! Gevaarlijk gelukmakend weer. Je zou niet anders meer willen. Een winter lang een stolp. En code rood zodat er niets anders op zit dan thuis warme chocolademelk te drinken met slagroom. Nadat je sneeuwballen naar elkaar hebt gegooid.
zaterdag 2 december 2017
Ik nog wel van jou
Ik kruip tegen zijn warme rug aan. "Hou je van me?", fluister ik, nadat ik mijn boek op het nachtkastje heb gelegd. Ik nog wel van jou, lees ik. Op aanraden van collega E. die bij de auteur Elke Geurts een schrijfworkshop volgde. Dat wil ik ook wel, want wat schrijft ze mooi. Haar verhaal ontroert me en maakt me verdrietig omdat ik weet dat het 'waar' is. Waar volgens de schrijfster dan. In dappere hoofdstukken vertelt ze hoe haar lief, na 24 jaar samen met haar, vertelt dat de liefde over is. Zomaar ineens, voor haar gevoel dan. Voor hem voelt het anders. Maar ze begrijpt het niet. Ze hebben zoveel. Twee dochters. Elkaar. Een gezin. Ze hoopt en denkt hem terug te schrijven. Probeert te begrijpen waarom en wanneer zijn liefde ophield te bestaan. Ze beseft, nu pas echt, hoeveel ze van hem houdt. Niet zonder kan.
"Kan liefde zomaar overgaan?", fluister ik tegen mijn lief. "Poef, je kijkt naar de ander en beseft het ineens." De man in het boek vindt het moeilijk, vanwege het gezin waar hij zo moeilijk afstand van kan doen. Zijn dochters, het vertrouwde samenzijn, de rituelen die ze door de jaren heen hebben geperfectioneerd. Is dat liefde? Wat is liefde? Hij is stellig in zijn woorden maar wankelt in zijn daden. Zij houdt haar adem in tot ze hyperventileert. Waarom zij nog van hem houdt, kan ze niet in woorden vangen. Waarom hij niet meer van haar, ook niet. Ongrijpbaar of een paradox?
Lief is inmiddels wakker en draait zich om: "Ik hou van je", fluistert hij, "alleen maar meer". Tevreden kruip ik tegen hem aan, maar ik lig nog even wakker. Denk aan de schrijfster die kwijtraakt wat al die jaren zo vanzelfsprekend was. Te vanzelfsprekend misschien. Maar niet meer terug te draaien. Omdat hij het niet op tijd vertelde? Omdat zij het niet op tijd zag? Omdat het gewoon gebeurde? Poef!
Ik denk aan de tranen die ik heb vergoten vanwege de liefde. Wanneer de ander niet hetzelfde voelde als ik. Toen ik niet meer wilde wat de ander wel nog wilde. Dat "maar ik ben verliefd genoeg voor twee" niet werkt. En dat, wanneer je iemand verlaat, jij de laatste bent die de ander kan troosten. Dat het niet zwart-wit is, maar vaak met twijfel en gedoe. Dat hoofd en hart soms zo anders erover denken, maar uiteindelijk de knoop heel diep van binnen de weg wijst. Ik denk aan het zoeken en aan het vinden. Ik denk aan het geluk dat de liefde me heeft gebracht. Onderweg en inmiddels. De rust. De warmte. Een springplank en een dak tegelijkertijd. Een ja, ik wil! En het liefst tot we samen oud. Geen garanties, alleen elkaar, drie kinderen en een kat. Niet alleen.
In het donker neem ik me voor mijn liefde te koesteren, niet te laten ondersneeuwen door het alledaagse, hoewel we daar misschien wel het allerbeste in zijn. Gelukkig. Maar hoe je de liefde van de ander koestert? Ik weet het niet. Hopelijk door het eerste. En door het niet te vanzelfsprekend te gaan vinden. Misschien.
Lief heeft alweer zijn ogen dicht. Ik nog lang niet en fluister: "Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee?"
"Kan liefde zomaar overgaan?", fluister ik tegen mijn lief. "Poef, je kijkt naar de ander en beseft het ineens." De man in het boek vindt het moeilijk, vanwege het gezin waar hij zo moeilijk afstand van kan doen. Zijn dochters, het vertrouwde samenzijn, de rituelen die ze door de jaren heen hebben geperfectioneerd. Is dat liefde? Wat is liefde? Hij is stellig in zijn woorden maar wankelt in zijn daden. Zij houdt haar adem in tot ze hyperventileert. Waarom zij nog van hem houdt, kan ze niet in woorden vangen. Waarom hij niet meer van haar, ook niet. Ongrijpbaar of een paradox?
Lief is inmiddels wakker en draait zich om: "Ik hou van je", fluistert hij, "alleen maar meer". Tevreden kruip ik tegen hem aan, maar ik lig nog even wakker. Denk aan de schrijfster die kwijtraakt wat al die jaren zo vanzelfsprekend was. Te vanzelfsprekend misschien. Maar niet meer terug te draaien. Omdat hij het niet op tijd vertelde? Omdat zij het niet op tijd zag? Omdat het gewoon gebeurde? Poef!
Ik denk aan de tranen die ik heb vergoten vanwege de liefde. Wanneer de ander niet hetzelfde voelde als ik. Toen ik niet meer wilde wat de ander wel nog wilde. Dat "maar ik ben verliefd genoeg voor twee" niet werkt. En dat, wanneer je iemand verlaat, jij de laatste bent die de ander kan troosten. Dat het niet zwart-wit is, maar vaak met twijfel en gedoe. Dat hoofd en hart soms zo anders erover denken, maar uiteindelijk de knoop heel diep van binnen de weg wijst. Ik denk aan het zoeken en aan het vinden. Ik denk aan het geluk dat de liefde me heeft gebracht. Onderweg en inmiddels. De rust. De warmte. Een springplank en een dak tegelijkertijd. Een ja, ik wil! En het liefst tot we samen oud. Geen garanties, alleen elkaar, drie kinderen en een kat. Niet alleen.
In het donker neem ik me voor mijn liefde te koesteren, niet te laten ondersneeuwen door het alledaagse, hoewel we daar misschien wel het allerbeste in zijn. Gelukkig. Maar hoe je de liefde van de ander koestert? Ik weet het niet. Hopelijk door het eerste. En door het niet te vanzelfsprekend te gaan vinden. Misschien.
Lief heeft alweer zijn ogen dicht. Ik nog lang niet en fluister: "Als je bij me weggaat, mag ik dan met je mee?"
vrijdag 1 december 2017
Gewoon
Ik interview middelste voor mijn boek. We moeten er allebei een beetje om grinniken terwijl ik de dictafoon op mijn telefoon test. Met een kop thee in haar handen, kijkt ze me afwachtend aan en ik stel mijn eerste vraag. "Weet je nog de allereerste keer dat je mij ontmoette?" Ze was twee en de elfjarige tegenover me speurt haar geheugen af. Ze weet het niet meer. Geen idee. We grinniken opnieuw. En dan vertel ik haar over de eerste keer dat ik haar ontmoette. Hoe klein ze nog was en hoe kort haar krullen. En dat haar vader en ik het rustig aan deden, vanwege haar en vanwege haar zus. Dus niet meteen blijven slapen. Eerst elkaar beter leren kennen. Ze knikt goedkeurend en bedenkt dat dat een goed advies is voor alle stiefouders: "Ze moeten zich in het begin niet teveel bemoeien. Met de kinderen. Met de opvoeding." Ze knikt nog eens, tevreden met deze wijze raad. Ik knik ook en zeg dat ze gelijk heeft.
Het gesprek is verrassend en vertrouwd tegelijk. Een kijkje in haar dromerige hoofd. Het ontroert me hoe vanzelfsprekend het allemaal voor haar is. De twee gezinnen. Een stiefvader. Een stiefmoeder. Een stiefzusje maar ook een halfzusje en een halfbroertje. "Dat ben ik toch allemaal gewend", zegt ze "hoewel het voor anderen soms maar ingewikkeld is". Op school raken ze soms in de war. Dan weten ze niet wie wie is. Maar dan legt ze het gewoon nog een keertje uit. Met geduld, want daar is ze goed in. Eigenlijk mist ze niemand als ze in een van de huizen is waar niet alle anderen zijn. Ze herhaalt nog een keer dat ze het gewend is. Het is soms een beetje vervelend als ze iets is vergeten. Maar dat is alles. En nee, ze heeft niet het idee dat ik anders ben tegen haar dan tegen kleine man. En mama is ook dezelfde persoon bij alle kinderen. Mama en ik zijn best ook hetzelfde als we opvoeden. Bij zowel mama als bij mij mag ze geen windjes laten aan tafel, keet ze.
Het woord stiefmoeder vindt ze stom! Het woordje stief klinkt niet leuk en doet haar denken aan Assepoester. Daarom ben ik haar liefmoeder of gewoon Pina. Gewoon, dat is wel de rode draad van ons gesprek. En hoe gewoner ze het vindt, hoe meer het me ontroert en raakt. Mijn dromerige en tegelijkertijd zo praktische middelste. Met een wijze blik onder haar inmiddels eindeloze krullen.
We zijn er even stil van, van al onze woorden en dan knijpt ze haar ogen tot spleetjes, houdt haar hoofd een beetje schuin en lacht: "Jij mag je nu net zoveel met mij bemoeien als papa." En ik gloei een beetje, van trots en van liefde voor mijn middelste meisje die me haar stiefmoeder laat zijn.
Het gesprek is verrassend en vertrouwd tegelijk. Een kijkje in haar dromerige hoofd. Het ontroert me hoe vanzelfsprekend het allemaal voor haar is. De twee gezinnen. Een stiefvader. Een stiefmoeder. Een stiefzusje maar ook een halfzusje en een halfbroertje. "Dat ben ik toch allemaal gewend", zegt ze "hoewel het voor anderen soms maar ingewikkeld is". Op school raken ze soms in de war. Dan weten ze niet wie wie is. Maar dan legt ze het gewoon nog een keertje uit. Met geduld, want daar is ze goed in. Eigenlijk mist ze niemand als ze in een van de huizen is waar niet alle anderen zijn. Ze herhaalt nog een keer dat ze het gewend is. Het is soms een beetje vervelend als ze iets is vergeten. Maar dat is alles. En nee, ze heeft niet het idee dat ik anders ben tegen haar dan tegen kleine man. En mama is ook dezelfde persoon bij alle kinderen. Mama en ik zijn best ook hetzelfde als we opvoeden. Bij zowel mama als bij mij mag ze geen windjes laten aan tafel, keet ze.
Het woord stiefmoeder vindt ze stom! Het woordje stief klinkt niet leuk en doet haar denken aan Assepoester. Daarom ben ik haar liefmoeder of gewoon Pina. Gewoon, dat is wel de rode draad van ons gesprek. En hoe gewoner ze het vindt, hoe meer het me ontroert en raakt. Mijn dromerige en tegelijkertijd zo praktische middelste. Met een wijze blik onder haar inmiddels eindeloze krullen.
We zijn er even stil van, van al onze woorden en dan knijpt ze haar ogen tot spleetjes, houdt haar hoofd een beetje schuin en lacht: "Jij mag je nu net zoveel met mij bemoeien als papa." En ik gloei een beetje, van trots en van liefde voor mijn middelste meisje die me haar stiefmoeder laat zijn.
Gewoon.
woensdag 29 november 2017
Nog-niet-november
Ik hou van goede voornemens. Voornemens en projecten die mijn leven leuker, beter, zinvoller en meeslepender zullen maken. Een kleding-capsule, elke dag bloggen, elke week yoga en regelmatig brieven en kaarten schrijven, eindelijk eens een School-of-Life-workshop volgen, op school helpen met lezen en van het vlees afblijven.
Tegelijkertijd ben ik meer van de theorie dan de praktijk. Hoofd heeft twee gezichten. Enerzijds is daar de ambitieuze dame die zich dit allemaal moeiteloos voorneemt, anderzijds is daar de vooruitschuivende treuzelaar die er best over na wil denken, maar doen... Natuurlijk zou ik me kunnen voornemen om dat te veranderen (en geloof me dat ik heb ik regelmatig gedaan) maar dat blijkt nog moeilijker dan geen vlees eten (dat heb ik toch zo'n vier maanden volgehouden).
Zo aan het einde van het jaar, bedenk ik me hoe en wat ik allemaal zou willen voor het nieuwe jaar. Flauwekul natuurlijk, ik weet het, want vandaag is de eerste dag van de rest van je leven. Maar een nieuw jaar is voor mij toch een soort nieuw begin. Een lege bladzijde van de agenda waar je in eerste instantie nog met je allermooiste vulpen in schrijft. Dat je dat niet gaat volhouden, weet je heus wel, maar dat duw je nog even weg. In mijn hoofd ben ik al begonnen aan mijn lijstje. En het allerfijnste? Dat het nog niet hoeft. Het is namelijk nog-niet-november. Druk met alle feestdagen en laatste jaar-loodjes dus geen tijd - in de praktijk - om ook maar één goed voornemen op te pakken. Bovendien zijn het nog maar vijf weken tot het nieuwe jaar en dan...
De vooruitschuivende treuzelaar in mij geniet enorm van deze laatste twee maanden, de ambitieuze dame ook! In harmonie leven zij samen in mijn hoofd. De een verzint dat ik nu echt elke week naar yoga ga, terwijl de ander zonder enig schuldgevoel bevestigend knikt om daar aan toe te voegen: volgend jaar dan he, want dit jaar gaat het er niet meer van komen. Heerlijk!
maandag 27 november 2017
Mijn eigen stok!
Begin dit jaar kreeg mijn droom om een boek te schrijven over stiefmoederen een onverwacht duwtje. Ik begon met schrijven en kon bijna niet geloven dat - zonder nog een letter op papier - een uitgever geloofde in mijn droom. Wat een fijne stok achter de deur. Ik schreef zoveel als ik kon. Vaak op zondag omdat doordeweeks het dagelijks leven teveel tijd in beslag nam. Dus nam ik verlof zodat ik vaker kon schrijven en langer achter elkaar. Wat een groot geluk. Elke maand een week in mijn schrijfbubbel.
Mijn droom kreeg vorm en letters op papier. Eerst één hoofdstuk en toen twee... Ik sprak met de uitgever en toen zij twijfelde over de persoonlijke vorm, besefte ik dat ik geen ander boek kon schrijven dan het boek waar ik aan begonnen was. Ze adviseerde me met een of meer experts te gaan praten, maar ik had daar andere ideeën over. Onbewust was de uitgever niet alleen mijn stok achter de deur om tijd vrij te maken voor mijn droom maar ontdekte ik ook steeds meer welk boek ik wilde schrijven. De puzzelstukjes vielen steeds beter op hun plaats en ik legde de uitgever uit dat ik geen ander boek kon schrijven dan dit. Persoonlijk en vanuit mijn eigen ervaringen en die van andere stiefmoeders die het gewoon maar zijn gaan doen. Een positief geluid als tegenwicht voor alle zwaarte die er rondom het onderwerp lijkt te hangen. Een boek dat je aan het lachen maakt als je net verliefd bent geworden op iemand met kinderen. Een praktisch boek en vooral een liefdevol boek.
De uitgever en ik beloofden eerlijk tegen elkaar te blijven. Het ging er immers om wat het beste was voor het boek. Een mooi uitgangspunt, maar stiekem hoopte ik natuurlijk dat we er samen uit zouden komen. Ik stuurde haar vijf hoofdstukken en een opzet van wat ik nog wilde schrijven. Dat het persoonlijk was, kon ik niet ontkennen, maar alleen als rode draad voor een meer universeel verhaal. Hopelijk zag ze dat. Waar ik er steeds meer in begon te geloven, werd de twijfel bij de uitgever groter. Niet te sturen, heeft ze misschien wel gedacht. Of heb ik dat ook gezegd? In een telefoontje vertelde ze dat ze mijn verhaal mooi maar te persoonlijk vond en daarom niet goed vond passen in hun portfolio.
Het kostte me een dag om deze teleurstelling te verwerken. Dag fijne stok! Het leek ook bijna te mooi om waar te zijn, om al een uitgever te hebben voor een boek dat je nog gaat schrijven. Zo gaat het toch bijna nooit... Mijn lief was een beetje boos op de uitgever, gewoon omdat hij van me houdt. Mijn oudste schrok en wilde weten hoe het met me ging en vriendinnen kwamen met wijze woorden. En wat bleek. Hoewel de stok weg was, bleef de deur wijd open staan. Misschien nog wel uitnodigender dan eerst. Ik had immers mijn stem en vorm gevonden. Wat een groot geluk. Ik besefte dat ik mijn eigen stok kan zijn!
Dus daar ga ik weer. Een week vrij en een hoofd vol zinnen. Eerst maar eens dat verhaal op papier. Dan zie ik wel weer verder.
Bron beeld: Etsy
zondag 26 november 2017
Voor later
De tijd rolt met een razende Rrrrrr... het is vast mijn leeftijd want de kinderen hoor ik er niet over. Die wisselen moeiteloos Sint Maarten in voor Sinterklaas en kijken alweer reikhalzend uit naar het weekend waarin we de kerstboom gaan kopen. Ho Ho Ho, denk ik, eerst nog het Sinterklaasfeest en lief die 48 wordt en een weekje mee mag met beste vriendin en stewardess W.
Het is heerlijk allemaal en groot geluk maar soms lijkt het sneller te gaan dan ik erbij stil kan staan. Geen tijd om het op schrijven, de mooie praatjes en magische vragen, de knuffels en het keten. Daarom leg ik het vast met mijn camera. Beelden die deze tijd vasthouden voor later. Net als de foto-albums van mijn vader, waar we vrijdag in keken tijdens mijn moeders verjaardag. De kamer vol vrienden die al mijn hele leven meegaan. Ooms en tantes die geen familie zijn maar wel zo voelen. Ouder en grijzer maar nog net zo goedlachs en lief als vroeger en bereid om de boel op stelten te zetten. Tante G. die vraagt hoe het gaat en een glaasje wijn afslaat omdat ze nu medicijnen slikt die niet goed samen gaan met een drankje. In haar ogen zie ik nog dezelfde tante G. waar ik als klein meisje altijd ging buurten. Voor lange gesprekken, koekjes en grapjes met oom A. Haar blonde krullen heeft ze niet meer maar haar engelengeduld nog wel. Ze vertelt over zoon M. en vraagt naar mijn samengestelde gezin.
Dan komt oom L. binnen. Alleen, want van tante S. hebben we alweer bijna een jaar geleden afscheid genomen. De broer van mijn vader is nog steeds een grappenmaker en geeft handig elk serieus gesprek een draai. Maar als mijn tante L. vraagt hoe het met hem gaat, betrekt zijn gezicht heel even en zegt hij: "Voor de helft". Voor mijn moeder heeft hij hyacinten meegebracht, in nagedachtenis van mijn tante die dat elk jaar deed. Zo schrijft hij ook de verjaardagskaarten die zij niet meer kan schrijven. Dan is ze er nog een beetje. Zijn daden vertellen wat hij niet zeggen kan. Voor de helft.
Er wordt alweer gebeld en uit Hoorn zijn daar oom J. en tante A., de oudste vriendin van mijn moeder. Grijzend maar nog net zo levenslustig als vroeger. Haar aanstekelijke lach klinkt terwijl ze iedereen een dikke smakkerd geeft. Oom J. komt erachteraan, de oudste van iedereen maar net terug uit Indonesië waar hij geboren is. Voor zaken van zijn oudste zoon, vertelt hij lachend: "Ik kijk of het allemaal goed gebeurt." Voorbij de tachtig maar ik zou het niet raden als ik het niet wist.
Ik ga naast R. zitten en we hebben het over leeftijd. Dat je in je hoofd ergens blijft steken rond de dertig. Ik zie het in haar ogen. Ze heeft altijd pijn en daarom is november niet haar favoriete maand. Te weinig naar buiten en teveel binnen. Ze wuift het snel weg want ze is niet gekomen om te mopperen en we praten over van alles anders. Haar man H. helpt met de koffie. De kamer is gevuld met veel gelach en gepraat. Als verrassing zijn ook tante A. en oom J. uit Apeldoorn komen rijden. En mijn moeder is het stralende middelpunt, net als vroeger toen ze met tante L. de meest gekke dingen uithaalde tot iedereen tranen had van het lachen. Ik voel me heel even weer dat meisje van toen omringd door de mensen uit mijn jeugd. En als later tante L. en oom B. er ook zijn, zie ik hoe lief ze zijn voor mijn kleine man. Net als alle anderen.
Vrienden die al een leven meegaan. Mijn familie. Gelukkig zijn de meesten er nog. Meegevlogen met de tijd. Herinneringen in hun hart maar de dag plukkend tegelijkertijd. Meer tijd dan vroeger maar ook weer niet. Voor je het weet ben je een week zoet met een bezoek aan het ziekenhuis, vertellen zowel tante A. als tante G. Je kunt er maar beter uit de buurt blijven, lachen ze. En als de eersten willen gaan, bakt mijn vader net bitterballen van Dobben en is de lach van mijn moeder nog een reden om te blijven. Ik geniet en schenk voor iedereen nog een drankje in. En ik neem me voor ze op te schrijven. Voor later.
En de tijd stónd even stil
Abonneren op:
Posts (Atom)
-
No poo... Een peuter die probeert te vertellen dat hij niet in zijn luier heeft gepoept? Misschien wel. Maar ik bedoel er iets anders mee, ...
-
Vakantie boeken. Ik heb er geen aanleg voor. De reden is keuzestress en een enorme hoge lat. In mijn hoofd heb ik al een ideaal plaatje. E...
-
De man met het zachtaardigste hart dat ik ken, ligt in het ziekenhuis. Vanwege dat hart. Zachtaardigheid blijkt geen garantie voor regelmat...






