woensdag 26 september 2018

Monsters slapen nooit

Acht jaar en een held op voetbalsokken. Het liefst heeft kleine man altijd iemand in de buurt. Wanneer hij moet poetsen, doet hij dat liever niet alleen. Voor een plas hetzelfde verhaal. Dan bedenkt hij een reden voor mij om mee naar boven te lopen. Of hij doet het beneden als zijn vader daar toevallig een wasmachine staat te vullen.

"Waar ben je bang voor?", vraag ik.
"Gewoon",  schudt hij met zijn schouders. "Monsters."

Ik denk aan vroeger en de monsters onder mijn bed. Ik was blij toen mijn vader een hoog bed voor me timmerde, dan konden ze in ieder geval niet meer onverwacht mijn enkels vastpakken.

De monsters in kleine man zijn hoofd groeien met hem mee. Van de WimWam reus en de Gruffalo toen hij kleiner was tot aan it en zombies nu hij wat groter is. Reuze spannend om erover te fantaseren met beste vriend T. maar minder leuk als je met kwetsbare blote billen boven de wc hangt.

"Ze bestaan echt niet lieverd. it niet, zombies niet. Niet echt, alleen in verhalen en films. En in je hoofd." probeer ik hem gerust te stellen terwijl ik op de rand van het bad kijk naar hoe hij zijn tanden poetst. Met een mond vol schuim kijkt hij me ongelovig aan. Terwijl hij zonder aarzelen gelooft in het bestaan van een moordzuchtige clown in zijn kast, kan hij mij maar moeilijk geloven. Dus spoelt hij snel zijn mond als ik aanstalten maak om naar beneden te lopen.

"Laatst werden T. en ik gebeld toen we aan het Minecraften waren. Op de iPad en het was een onbekend nummer." Kleine man kijkt me onheilspellend aan. "Ik denk dat het de moeder van T. was", zucht hij vervolgens, "maar we durfden niet op te pakken." Ik denk aan die vreselijke griezelfilm waar een onverwacht telefoontje ook het begin van een hoop narigheid was. Of die film waarin zombies uit de grond kwamen gekropen om onschuldige mensen op het kerkhof te vermoorden. "Niet echt, niet echt", vertelde ik mezelf terwijl ik van de nachtbus een sprintje langs de bosjes naar huis trok. Toen was ik 16. Maar ik mijd ze nog steeds. Horror- en griezelfilms. En toen kleine man moest wennen aan de enge lach in het liedje Thriller van Michael Jackson, herinnerde ik me dat ik de clip de eerste paar keren door mijn oogharen keek.

Mijn held op sokken heeft het dus niet van een vreemde. En ik weet dat het goed komt. Later als hij groot is wil hij vast niet meer samen plassen. En valt hij gewoon in slaap, ook als de kast op een kier staat. Tot die tijd stel ik gerust en ben stiekem blij met zijn levendige verbeelding. Want wie denkt dat monsters nooit slapen, weet hoe magisch het leven kan zijn.

In gedachten. Niet echt. Net echt. Echt!


Heerlijk griezelen met de verhalen van Roald Dahl.

vrijdag 21 september 2018

Was de wereld maar van snoep

Sommige berichten in het nieuws kun je bijna niet verdragen. Het liefste had je het nooit gehoord. Er doorheen gepraat als iemand het toch wilde zeggen. Weggekeken. Weggelopen. Weg. Tot het niet echt was gebeurd. Je had het gedroomd en werd weer wakker. Net als de kinderen die de koppen van de krant gisteren zwarter maakten dan ooit. Ze werden wakker, zoals alleen kinderen wakker kunnen worden, vroeg en vol zin om aan de dag te beginnen. Hoe doordeweeks en doodgewoon die ook is. Niet voor hen. Met twee benen al naast het bed want de wereld wacht.

Gisteren viel de wereld heel even stil. Haperde. Hield haar adem in en probeerde weg te kijken. Om te draaien. Terug in de tijd. Weg van de plek waar het mis ging. De dag die zo veelbelovend was begonnen, brak in stukken. Het kwam niet meer goed.

Wist ik maar niet wat ik inmiddels weet. Was wat ik weet maar niet gebeurd. Was de wereld maar van snoep.


gedicht van Toon Tellegen, bron beeld.

woensdag 19 september 2018

Fant in de kast

"Mama, hoe stop je een olifant in de koelkast?"

Ik heb mijn eerste koffie nog niet op maar zie de fant en de kast voor me. Dat gaat nooit passen. De stilte duurt kleine man te lang. "Zal ik het zeggen?", proest hij nu al een klein beetje. "Doe maar", antwoord ik, terwijl ik een espresso maak.

"Deurtje open, olifant erin en deurtje weer dicht." Kleine man grinnikt.

Logisch, knik ik en neem mijn eerste slok.

"Mama, hoe stop je een leeuw in de koelkast?" Kleine man moet plassen maar wiebelt tot hij ook dit grappige raadsel met me heeft gedeeld.Deze keer weet ik het. "Deurtje open, leeuw erin en deurtje weer dicht." Kleine man proest en roept nee tegelijkertijd. "Zal ik het zeggen?"

"Deurtje open, olifant eruit, leeuw erin en deurtje weer dicht."

Ik maak nog een espresso, terwijl ik stiekem de inhoud van onze koelkast controleer. "Mama, koning leeuw viert zijn verjaardag. In de rivier zwemmen krokodillen. Hoe komt de olifant aan de overkant om taart te eten?" Terwijl ik de slaap uit mijn ogen wrijf, probeer ik te bedenken wie er nog in die verdomde koelkast zit. Niet de fant toch? Veel meer tijd geeft kleine man me niet. Het wiebelen is hupsen inmiddels maar eerst dit grappige grapje. "Zal ik het zeggen?"

"De olifant zwemt gewoon naar de overkant, de krokodillen zijn namelijk al op het feestje."

Terwijl mijn moppentrommel hardop schatert, wil ik de pret niet drukken maar volgens mij zit de jarige leeuw nog in onze koelkast, toch? De pretletter heeft lichtjes in zijn ogen. "Mama, hoe stop je koning leeuw in de koelkast?" Ik geef het op tegelijk met zijn 'zal ik het zeggen'.

"Deurtje open, kroontje af, leeuw erin, kroontje erbij en deurtje weer dicht."

Ik maak nog maar een espresso en bedenk of kleine man naast koning leeuw past.


dinsdag 18 september 2018

Sneeuwschuivers

Ondanks het warme weer lijkt de zomer alweer ingepakt. Samen met de vakantie netjes opgevouwen tussen de zomerjurkjes en de korte broeken. Hoewel ik me iedere dag voorneem de doos te openen om dat gevoel eruit te halen, komt er van alles tussen.

Wekkers die om half zeven gaan. Ontbijtjes die moeten gesmeerd en kinderen die moeten aangespoord. Te zware schooltassen die moeten getemd onder snelbinders. Uitzwaaien en doe je voorzichtig. Dan slingeren naar school, aansluiten in de file om op tijd te kunnen vergaderen. Nog meer vergaderen en vliegen door de dag om alweer te moeten haasten voor huis. Daar wachten de allerliefsten maar ook huiswerk, hockey en gitaar. En wat eten we vandaag. Ik wil dat je op tijd in bed ligt. Nou, daarom. Voorlezen, nog een mop en een raadsel en een vraag van de dag. I love you mushroom tot aan de maan en weer terug en wat eten we morgen?

Het is een wondere wereld schreef ik ooit en dat is het. Een sneeuwbol, geschud in de ochtend die blijft dwarrelen tot in de avond. En hoewel ik de vlokken niet wil missen, raakt er wel eens wat ondergesneeuwd. Dat vakantiegevoel. Het goede voornemen om het zo lang mogelijk vast te houden. De plannetjes en de dromen. 

Het - als ik wat minder moe en wat meer tijd- sluipt er alweer in. Zo snel al. 

Ik bespreek het met vriend F. Tien jaar ouder, geen kinderen maar een drukke baan en bekend met de bol en de sneeuw. Op zijn werk wordt er weer eens gereorganiseerd. Hij kan zich er niet meer druk om maken. De wijsheid der jaren. 

"Misschien wil ik wel heel wat anders", zegt hij. 

Ik ben even stil omdat ik mezelf hoor praten en grinnik dan. Aan de andere kant ook gegrinnik. We praten nog even verder over alles wat kan en dat het vanzelf om uiteindelijk zoals vaker gerustgesteld op te hangen.

Sneeuwschuivers zijn we. Tussen het hollen door. Die blijven dromen van dromen die blijven.


zaterdag 15 september 2018

We are all time travelers...

Van de week zag ik 'm voor de zoveelste keer, de film About Time. In mijn rijtje lievelingsfilms staat hij hoog. Het is een romantische, grappige maar vooral ontroerende film met wijsheden om te onthouden voor het dagelijks leven. De hoofdpersoon is Tim, een aardige maar verlegen jongen die op zijn achttiende te horen krijgt van zijn vader dat de mannen in zijn familie tijdreizigers zijn. Het geeft hem de mogelijkheid terug te gaan in zijn leven om dingen anders te doen. Kan hij daarmee zijn leven naar zijn hand zetten? Dat ontdekt hij gaandeweg. Als hij de liefde van zijn leven tegenkomt, zijn zus gelukkig wil maken en zijn vader ziek wordt.

Wat zou jij doen als je een tijdreiziger was? Naar welk moment in je leven zou jij terug gaan. Wat zou je anders doen? Zou je terug reizen naar een tijd om die nog eens her te beleven. Of is de som van alles bij elkaar opgeteld goed? Ben je hier door wat er toen. En wat zou het over je toekomst zeggen als je wist dat het nog eens over kon.

Tim en zijn vader weten het uiteindelijk. Wat het ze brengt en wat het ze leert. Terwijl ik zoals elke keer op hetzelfde moment een traan wegveeg, knoop ik het in mijn oren. Maar eigenlijk wist ik het al.

Het is de reden van mijn Dagelijkse Dingen.

We're all traveling through time, together, everyday of our lives... All we can do is do our best to relish this remarkable life.


zondag 9 september 2018

Anders

Het gewone leven is weer begonnen. Werk, wekker, school. Hoewel gewoon niet helemaal het juiste woord is. De woorden nieuw, wennen en anders omschrijven het beter. Middelste zit op de middelbare. Leuk maar ook zo spannend dat haar hoofd en buik ervan tolden. Op zondagavond lag ze wakker, te piekeren over haar nieuwe leven, dat de volgende morgen begon met een wekker om kwart voor zeven. Best vroeg vanwege dat gepieker de avond ervoor. Toch was ze in een mum van tijd aangekleed en zat ze stipt om vijf voor half acht op haar fiets om de pont te halen en door een drukke stad op tijd te zijn. Samen met vriendin Z. Als ik mijn ogen dichtdeed, zag ik ze lopen door de gangen van het mooie oude schoolgebouw. Hun hoge stemmen resonerend in de lange gangen. Giechelend maar vooral ook zenuwachtig en serieus.

De eerste dag duurde tot vier uur en meer dan moe kwam ze thuis. Huiswerk, tas uitpakken, inpakken en vertellen. In bed kwamen de tranen. Want wel leuk maar ook zo nieuw. En nooit meer het Wespennest maar wel altijd die vroege wekker. En dan had ze ook nog eens niet genoeg grote schriften. Ik kuste en suste maar het duurde lang voor ze de slaap kon vatten. De volgende ochtend wisselden de tranen zich af met gelach want hoe kon het zo leuk zijn en ook zo spannend tegelijk. En zou ze ooit wennen? Aan de wekker. Aan de afstand. Aan alles wat er van haar werd verwacht. Ze was in de film Groundhog Day belandt, grinnikten we tot ze er toch weer een beetje om moest huilen. Maar ook de tweede dag kwam ze door. En de derde. En de vierde.

In haar kamer plakten we de spreuk van Pippi Langkous: "Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan". Maar zou haar tas ooit lichter worden. En had ze het wel goed begrepen dat ze vrijdag pas om half 11 op school moest zijn. Ik vertelde hoe trots ik op haar was. Nu al. Want wat deed ze hard haar best en wat nam ze alles serieus. En dat ze nog niet gewend was, dat kwam vanzelf. Na een tijd. Een beetje of een beetje langer. Niet erg.

Ook de laatste dag kwam ze door. Met vriendin Z. en inmiddels twee nieuw gemaakte. Om 5 uur kwamen wij, voor een BBQ met alle ouders van de eerstejaars. Trots liet ze ons de school zien. Haar kluis, de kantine en het lokaal waar ze alleen nog maar Engels mocht praten. Helemaal boven had ze Beeldend, nu al haar lievelingsvak. Haar krullen krulden en haar ogen stonden moe maar straalden. Zo klein nog en al zo groot tegelijk. Ook moesten we haar mentor ontmoeten. Een man wiens vriendelijke gezicht geruststelde en ons vertelde wat een zonnestraaltje onze middelste was. Uhu, knikten wij. Trots. Alweer.

En toen eindelijk weekend. Voor de deur bij mama opnieuw tranen want behalve een nieuwe school moeten we ook voortaan wennen aan week om week. En terwijl ze mama bij ons had gemist, moest ze ons nu weer missen bij mama. Nieuw, wennen en anders. Het is niet anders. Maar het komt vanzelf goed, denk ik zachtjes. Na een tijd. Een beetje of een beetje langer. Niet erg.






Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...