vrijdag 19 juli 2019

Slik

Ik schreef het al eens, ik ben geen Florence Nightingale. Hoewel de zorg het zwaar heeft, zie ik niet hoe ik zou kunnen bijdragen. Ik zou eventueel hun marketing kunnen doen of de ziekenhuisverhalen kunnen opschrijven die me bij het idee alleen al nieuwsgierig maken, maar daar houdt het wel mee op. Ik ben lief hoor. Heb een luisterend oor. En ik wil ook je hand vasthouden, maar als er geprikt wordt, wacht ik liever even op de gang. Ik hoef ook niet te horen over het hoe en wat van een medische ingreep, mijn voorstellingsvermogen is te groot en ik moet er zo een uurtje van bijkomen.

Toen mijn lief ooit een knip liet zetten, voelde ik het bijna zelf. En toen mijn vader een pacemaker kreeg, durfde ik bijna zijn hand niet vast te houden vanwege het infuus dat er net zo wiebelig uitzag als ik me voelde. Ik zou willen dat het anders was. Echt. Dan was ik een praktische verpleegkundige die zorgen wegnam. In werkelijkheid zou ik witter zien dan mijn uniform. Niet klepperend maar tanden klapperend op mijn Zweedse klompen.

Nu ging ik deze week met mijn lieve schoonvader naar de oogarts. Hij zag zo slecht de laatste tijd. Ik ging mee omdat hij een onderzoek zou krijgen waardoor hij niet terug zou kunnen rijden. Puur praktisch. Mijn schoonvader is niet het type dat zijn hand laat vasthouden. Het gaat eigenlijk altijd goed met en volgens hem en dit slechter zien was waarschijnlijk een kwestie van een nieuwe bril. Omdat zijn gehoor al veel langer slecht is, was mijn aanwezigheid geen overbodige luxe. In de wachtkamer, die gelukkig niet naar ziekenhuis rook, was ik zijn paar oren. Zeker nadat ze zijn ogen met een prikkend spul hadden gedruppeld en hij de wereld en monden die articuleerden door een waasje zag.

Braaf hobbelden we achter twee jonge artsen aan van de ene kamer naar de andere, van een scan naar een meetinstrument en een ouderwets letterbord. Mijn schoonvader zakte. De uitkomst was verdrietig. Natte maculadegeneratie in zijn rechteroog. Een derde arts, die achter de schermen had meegekeken, kwam het samen met een slap handje bevestigen. We waren er even stil van. Tot een van de artsen met bulderende stem vertelde dat het oog meteen behandeld moest worden. Dat hoorde mijn schoonvader goed. Gelukkig maar, want toen de arts verder bulderde dat ze met een injectie vocht uit het oog gingen halen, voelde ik me een beetje wiebelig worden. Mijn schoonvader niet, die knikte dapper en schijnbaar stoïcijns. Ik knikte braaf mee maar voelde een appelflauwte opkomen bij de uitleg van de INJECTIE IN HET OOG. Bulder. Slik.

Weer terug in de wachtkamer moesten alle paperassen en afspraken in gang gezet worden. Gelukkig was het zicht van mijn schoonvader nog steeds wazig, waardoor hij niet zag dat mijn gezicht de kleur van de steriele muren van de wachtkamer hadden aangenomen. "Ik ga morgen met je mee hoor", beloofde ik in de auto op de weg naar huis. "Dat is fijn", vond mijn schoonvader. "En ik bestel de vitaminen die je nodig hebt." Hij knikte en stopte de benodigde papieren in mijn dashboardkastje.

De volgende dag vertrouwde ik hem in de wachtkamer toe dat ik niet mee naar binnen wilde. "Natuurlijk niet", keek hij me verbaasd aan. Had lief hem al over mijn niet gemiste roeping verteld? Terwijl een vrolijke assistente mijn schoonvader naar binnen riep, wankelde er een zware dame naar buiten. Zonder voet en met klompschoen. Ze maakte nog een grap voor ze de lift in strompelde. Slik. Ik nam een dubbele espresso, las over de liefde in het Psychologie Magazine en dacht: injectie, injectie, injectie. Met een soepoog kwam mijn schoonvader weer naar buiten. Met een licht schuldgevoel kon ik toch niet anders dan opgelucht zijn toen hij zijn zonnebril opdeed en soepoog aan mijn zicht verdween. "Ging het goed?", piepte ik, niet nieuwsgierig naar de details. "Prima", bevestigde mijn schoonvader. En ik hield weer een beetje meer van hem.

In de auto deed hij mijn dashboardkastje open en haalde er het recept voor de vitaminen uit. "Zal ik deze anders in je tas doen?", grinnikte hij. Lief had hem zeker over mij verteld. "Goed hoor", blufte ik. Na twee dagen en drie telefoontjes van mijn schoonmoeder, heb ik de vitaminen besteld. Ik moest even zoeken, want het recept was inmiddels uit mijn tas verdwenen. Ik had het waarschijnlijk op een plek gelegd zodat ik het niet zou vergeten. Maar waar?

De volgende afspraak van mijn schoonvader zijn we op vakantie en kan ik niet mee. Hij nam het luchtig op, toen ik het vertelde.


donderdag 11 juli 2019

10 x 30 x en door

Het werk verwees me door. Een arbeidscoach. Al bekend bij de collega's die me voorgingen. Een vriendelijke lach, pretogen en een gezicht dat bijna met pensioen ging. Hem maakte niemand meer iets. Ik zeker niet, die ondanks mijn tranen om hem moest lachen. Toen ik buiten stond, wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Naar de huisarts dus. Zij verwees me door. Een psychologe die verbonden was aan de praktijk. Jong, rustig, jong. De ruimte vulde zich met ongemakkelijkheid van ons beiden. De tweede keer dat we het probeerden, vroeg ze of er een nog jonger iemand bij het gesprek mocht komen zitten die een dagje stage liep. Eh, liever niet. Ze was blij met mijn assertiviteit. Maar dat was nou net niet... De ruimte vulde zich met verbazing en ongemakkelijkheid. Toen ik buiten stond - met een inlog voor een  online cursus mindfulness - wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Nou, één keertje dan omdat de huisarts van me verwachtte dat ik de psychologe zou uitleggen waarom. Eh... De ongemakkelijkheid duurde deze keer maar vijf minuutjes.

Het was nog steeds verstandig om met iemand te praten. Het werk verwees me door. Een loopbaancoach die ook verstand had van vastlopen. We maakten een vliegende start met een slordige landing. Ik pakte mijn parachute omdat ik steeds meer buikpijn kreeg van haar stijl van vliegen. Toen ik naar beneden dwarrelde, wist ik het even niet meer. Behalve dat ik niet terug zou komen.

Ondertussen was ik begonnen met hardlopen. 10 weken lang, drie trainingen in de week ging ik voor de 5 km in een redelijk tempo en zonder tussenpozen. De Belgische Evy en Douwe Bob verzorgden het loopschema en de support. Het viel niet mee maar wat was het fijn. Wat ik leerde?

  • Dat je soms langzaam gaat en soms hard.
  • Dat er niet altijd een peil op te trekken valt.
  • Dat het eenvoudiger is als je het in stukjes hakt, al is het in je hoofd.
  • Dat de eerste 8 minuten aan een stuk verdomd zwaar is , maar vergeleken bij de volgende 15 minuten aan een stuk een eitje.
  • Dat je op heel veel verschillende manieren kunt ademen (en naar adem kunt happen).
  • Dat je kunt stampen maar ook veren
  • Dat je ook vooruit komt met een rechtervoet die zwiept.
  • Dat winnaars een plan hebben en verliezers een excuus (volgens Evy dan).
  • Dat je jezelf kunt aanmoedigen (zachtjes en hardop).
  • Dat het leuker is als je lacht naar iedereen die je tegenkomt.
  • Dat mensen terug lachen en lieve en grappige dingen zeggen.
  • Dat hardlopen in de regen niet leuk is (nog minder leuk met mascara op).
  • Dat Amsterdam Noord groen is. 
  • Dat er af en toe zomaar iemand in het hoge gras ligt te slapen.
  • Dat de sloot vol zit met pulletjes en waterhoen-kuikens.
  • Dat waterhoen-pubers grappig zijn.
  • Dat honden je met rust laten.
  • Dat je niet alleen bent.
  • Dat op dat ene bankje altijd iemand aan het mijmeren is.
  • Dat in dat ene huis die ene man altijd de krant leest op dezelfde plek.
  • Dat armen lastiger zijn dan benen, terwijl die relatief niet veel hoeven te doen.
  • Dat bomen schaduw geven en fluisteren.
  • Dat ik wil wonen in dat ene huis op de dijk.
  • Dat ik het kan.
De 10 weken keer 30 keer trainen maakte ik vol. Ik wilde niet één keer stoppen. Ik stopte niet één keer. Ik holde en keek na mijn laatste training in de spiegel. Rood hoofd, ontploft haar maar een heldere blik. Ik was om met Evy te spreken fier op mezelf en kocht zonder aarzelen het volgende loopschema: 12 weken x 36 trainingen, 5 km duurzaam hardlopen. Ik kom niet terug, maar ik ga door. 


Ik zie hier dus een krul in :-)

woensdag 10 juli 2019

Zucht!

Zucht, ik doe het regelmatig hardop de laatste tijd. Enorm suf, vind ik. Toch doe ik het. Of nog erger, ik praat hardop. Tegen de kat, in het beste geval. Tegen niemand in het bijzonder, in de meeste gevallen. De leden van mijn gezin valt het niet op, in het beste geval. Of ze negeren het, in het meer waarschijnlijke geval. Zou het komen omdat ik niet werk? Hoewel ik er op mijn werk ook wat van kon, hardop zuchten achter mijn laptop, waarop collega's bezorgd vroegen wat er was. Nou ja op den duur ook niet meer.

Het is denk ik toch het huishouden dat me harder doet zuchten. Niet zo voor gemaakt. Meer een opgeruimd karakter dan een opgeruimd huis. Ik ben toch altijd een beetje verontwaardigd als die wasmand weer vol zit. Het is het repetitieve karakter van al die klussen dat me dwars zit. Ik hou nu eenmaal van afvinken. En van afwisseling. En verrassingen. Behalve dan als de vaatwasser de etensrestjes in schaaltjes laat zitten na een intensieve vaat. Niet dat soort verrassingen. Zucht! En daar  is 'ie dan. De hardop zucht. Of als ik de bedden opmaak en ik na twee keer draaien het hoeslaken nog verkeerd om het matras doe waardoor ik te lang heb aan de korte kant en te kort aan de lange kant. Of het wasgoed opruimen, inmiddels houd ik het ondergoed van de meiden niet meer uit elkaar en de sokken van de kleine man komen regelmatig in de sokkenla van de grote man en andersom. Zucht!

Als dan alle was is gewassen, gevouwen en opgeruimd, staat het aanrecht alweer vol. Geen beginnen aan en toch doe ik het elke keer weer. Zacht mopperend over de slakkensporen die de kinderen door het hele huis achterlaten. Donald Duckies, oplaadsnoertjes, de gitaar of tenminste de versterker, de iPad en kleine frutsels. Op de trap bouw ik spullentorentjes per kind, maar ze lopen er makkelijk tien keer langs zonder te verblikken of te verblozen. Dan volgt er een preek en verdwijnen de torentjes van de trap. Voor even. Want ook dit is repetitief. Zucht!

Maar ik mag niet mopperen, zeg ik vaak tegen niemand in het bijzonder. Want elke week komt N. en die poetst en die klopt ons hele huis schoon. Voor een dag zijn we stof- en zuchtvrij. Eén dag. Want een huishouden. Dat is verdomd terugkerend. 



woensdag 3 juli 2019

Levenslessen voor gratis

Pas volgde ik een workshop bij The School of Life, opgericht door filosoof Alain de Botton omdat we volgens hem veel leren op school, maar weinig over de levensvragen die hem 's nachts wakker houden. Wat is een goede vriend? Hoe voer je een echt gesprek? Hoe vind je een baan die bij je past?  Hoe vind je liefde? Antwoorden kunnen we vinden met behulp van bijna drieduizend jaar intellectuele ontwikkeling door filosofen, kunstenaars, schrijvers en wetenschappers. Kortom je staat er niet alleen voor en je bent zeker niet de enige die 's nachts weleens wakker ligt, dat gebeurt dus al minstens drieduizend jaar.

Kleine man heeft geen levenslessen op zijn rooster staan. Toch leert hij volop. In de praktijk. Deze week ondervond hij hoe ingewikkeld vriendschap kan zijn. Met dikke tranen kwam hij uit school omdat beste vriend T. alweer niet wilde afspreken. Vriendje O. wilde graag, maar dat wilde kleine man weer niet waardoor ook teleurstelling doorbrak op het gezicht van O. Er schoot me even geen wijsheid te binnen om het grote verdriet te verzachten. Kleine man snikte en mijmerde over groep drie toen het nog echt leuk was met T. Toen was er nog geen poezennest, de reden waarom T. graag thuis is en niet wil afspreken. Ik probeer hem uit te leggen dat vrienden niet altijd hetzelfde willen als jij. Dat dat soms jammer is. Maar dat het omgekeerd ook zo werkt. En dat je dan evengoed vrienden kunt zijn. Vrienden zijn nu eenmaal geen robots die je kunt programmeren op jouw wensen. Ik wist zeker dat geen filosoof dit ooit gezegd had, maar ik had dan ook geen levenslessen op school gevolgd. Kleine man keek me niet begrijpend aan en snikte nog wat harder.

Toen probeerde ik hem uit te leggen dat het ook goed is om je eigen plan te trekken en open te staan voor andere vriendjes (ik dacht aan het beteuterde gezicht van O.). Maar zijn eigen plan was nou juist spelen met T. en in groep drie... Terwijl ik bleef praten en troosten, haalde kleine man plotsklaps zijn neus op: "Zullen we er nu over ophouden mam, ik word alleen maar verdrietig van al dat gepraat". Tsja. Erover ophouden bleek het beste idee van de middag. Samen met limonade en zijn lievelings Donald Duck. Binnen vijf minuten was hij luidkeels aan het schateren.

Ik denk aan mijn workshop, waar me na een uur ook het gevoel bekroop dat iedereen eens even lekker zijn mond moest houden. Vooral de juf, die op alles zei, "dat is mooi" om vervolgens een betekenisloze stilte te laten vallen. Niet aardig, maar toch dacht ik het. Antwoorden kreeg ik ook al niet. In het winkeltje kon ik wel boekjes kopen en doosjes met wijze quotes. Ik vond ze duur maar wat voor prijskaartje hang je aan levensvragen? Aan de hoop op antwoorden valt natuurlijk te verdienen. En niks is voor gratis. Hoewel. Ik denk aan Socrates. En aan kleine man. En aan vriend F. die beweert dat alles vanzelf gaat.  Ik grinnik en voel mijn slechte humeur langzaam wegebben. All you need is love, herhaal ik mijn eigen mantra stilletjes in de drukke hipster-winkel waar ik niks koop. En sneeuwschuivers blijven we.

Ik loop naar de buiten waar de zon schijnt en haal diep adem. Dat had ik veel eerder moeten doen. En hoewel ik niet veel wijzer ben geworden, weet ik één ding. Antwoorden komen soms vanzelf en niet altijd op de plaatsen waar je ze zoekt. Fijn toch.


Lang leve Loesje, mijn favoriete filosofe.





maandag 1 juli 2019

Klotehommel en klepmondjes

Dit weekend lag het geluk voor het oprapen. Samen met vriendin I., haar kinderen en kleine man in een huisje achter de duinen. Elk jaar zoeken we elkaar op als onze mannen zich onderdompelen op Rock Werchter of Pinkpop of allebei. Ik leerde vriendin I. kennen toen ik net samen was met M. Ze kwam erbij inbegrepen zeg maar, als nichtje van de moeder van mijn meiden en haar man een van de beste vrienden van mijn lief. De eerste keer was even wennen omdat waar ik, eerst haar nicht... en nou ja omgekeerd dezelfde drempel. Het was overkomelijk en meer dan dat. De tweede keer was koninginnenacht en leuk. We maakten plannen voor een vakantie samen die onvergetelijk zou worden en inmiddels voelt ze als familie.

I. zou een uitstekende personal planner zijn ware het niet dat ze al een uitstekende psycholoog en gedrags-therapeut is. Maar in haar vrije tijd kan ze het niet laten. Omdat ik stiekem een beetje jaloers ben op haar doortastendheid, plaag ik haar hier regelmatig mee. Het maakt haar niet uit. Voor het weekend stuurde ze me dan ook praktische boodschappen-, verdeel en to-do-lijstjes. De voorpret kon beginnen en het gourmet-stel moest mee, want I. maakt graag onze kinderen blij. Toen kleine man nog echt klein was, wilde hij op vakantie liever zwemmen met 'de andere mama', I. kende namelijk alle zwemliedjes uit haar hoofd en zweefde de kinderen eindeloos door de lucht bij het liedje 'helikopter'. En dan kende ze ook nog eens de volledige namen van alle Cars-auto's uit haar hoofd,  ik verzin het niet.

Het huisje was fijn, de duinen mooi, het strand korrelig en het zeewater verkoelend. Nadat ik stellig had beloofd dat het geen dag voor kwallen was, kreeg ik ook N., de oudste van I., het water in. Hij spetterde net zo tevreden als ik me voelde tot hij met een hoge stem vroeg of dat een kwal was. Het bewijs tentakelde doorzichtig langs onze benen. "Een hele lieve?", probeerde ik nog maar N. stond al aan de kant. Gelukkig had I. emmers en schepjes meegebracht en waar ik dacht dat ze die ontgroeid waren, werd er tot laat in de middag geschept en gegraven. Een dam tegen de vloed en de kwallen. Drie figuurtjes druk in de weer. Klik, in mijn hoofd nam ik een polaroid.

Natuurlijk moest er ook gebowld, gegourmet,  gezwommen en gesprongen op het enorme luchtkussen. Het eerste met hekjes voor de kinderen, waardoor de moeders meesterlijk werden ingemaakt. Het tweede twee keer, omdat de hamburgers het aflegden tegen de slappe pannenkoeken en er dus over was. Natuurlijk was er naast zoveel geluk ook gedoe. M., de jongste van I., verbrandde haar vinger tijdens het gourmetten aan een pannetje en de volgende avond nog maar weer eens. En kleine man werd geprikt door een hommel, waardoor we ook meteen wisten waar de krachtterm klotehommel vandaan kwam. Zijn teen werd twee keer zo dik, maar J. besefte dat de hommel meer pech had. Een pechhommel dat hij net even op dat grasveld was gaan liggen waar de jongens blotevoetenvoetbal aan het spelen waren.

Wanneer de kinderen in bed lagen, was er wijn en bijkletsen. Klepmondjes, aldus de kleine man die als een pot met grote oren in het stapelbed zijn klepmondje ook niet stil liet staan tegen N. "We hebben ook zoveel te bespreken", vertrouwde hij me later toe terwijl hij de slaap nog maar eens uit zijn ogen wreef.

Terwijl we de spullen weer inpakten, verheugden we ons alweer op de zomer. Samen in Portugal. Ga je dan veel voor me zingen, grinnikte ik omdat I. dit jaar de stoute schoenen had aangetrokken en zangeres van een band was geworden. Alleen als jij een keer over me schrijft, knipoogde ze terug. In de auto naar huis deden we alsof de maandag wegens omstandigheden was verzet.  Dat krijg je ervan, van zo'n weekend en zo'n vriendschap.


Pechhommel-teen

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...