woensdag 20 september 2017

Het wapen van Amsterdam

Ik zag hem in Zomergasten, mijn burgemeester. Hij was zoals de verhalen al deden vermoeden: integer, slim, sterk en lief. Zijn bescheidenheid was opvallend. Met een talent om hoofd van bijzaken te onderscheiden. Verantwoordelijk. Dat bleek uit de manier waarop hij zich ontfermde over presentatrice Janine en zij  op haar beurt over hem. Daarmee ontspon een onvergetelijk gesprek en een onvergetelijk avond.

Hij noemde zijn stad lief, Amsterdammers lief. En maakte zich boos over de politiek waar het elkaar vliegen afvangen de overhand had gekregen in plaats van samen naar oplossingen te zoeken. Raak! Deze man met zijn scherpe geest en grote hart had het begrepen. Niet verdelen, maar verbinden. De mensen zien die willen. Want samen zijn die zoveel sterker dan die minderheid die niet wil maar zoveel aandacht krijgt. Aandacht die de samenleving verdeelt. Bang maakt. Stokpaardjes van politici om een punt mee te maken in plaats van er een achter te zetten.

De avond was mooi maar ook verdrietig omdat de wereld mensen nodig heeft als Eberhard van der Laan. Om te blijven denken in oplossingen. Schouders eronder te zetten. Aardig tegen elkaar te zijn. Er voor elkaar te zijn wanneer dat nodig is. En de wereld te laten zien dat dat ook gebeurt. Als  tegenwicht voor al het lawaai.

Eberhard van der Laan liet het zien. Tijdens die zomeravond, tijdens zijn ambtstermijn, hoogstwaarschijnlijk daarvoor en hopelijk nog een poosje. Dat je een verschil kan maken. Als burgemeester, als mens. Als stad. Toen Amsterdam hoorde dat hij ziek was, kreeg hij eindeloos veel brieven, persoonlijke berichten en zelfs beloften van Amsterdammers. Lieve Amsterdammers, die zich aangesproken hadden gevoeld en gezien. Door een man met een scherpe geest en een groot hart.

Liefde ontwapent. Niet erg stoer misschien. Maar dat hoeft dan ook niet. Lief zijn voor elkaar. Het wapen van Amsterdam.




zaterdag 9 september 2017

Met een beetje sterrenstof

We zitten aan de ontbijttafel en kleine man denkt hardop: "Als iemand - die eerst nog niet mijn vriend was - mijn vriend is geworden, wordt hij mooier". Terwijl ik er even stil van ben, knik ik. Zo werkt het. Vriendschap en liefde zijn dankbare ontdekkingstochten waarin je steeds meer moois ontdekt. De glinstering in iemands ogen als hij probeert niet te lachen. De ontelbare sproeten of moedervlekken op onverwachte plekjes. Ontroerend mooie tenen. Van onopvallend naar wonderschoon. Omdat je er met aandacht en liefde naar kijkt. Zo ontdek je dat achter die stille persoon een ontzettend scherpe geest schuilgaat. Of achter de praatjesmaker een hart van goud. En dat die hooghartige blik slechts een manier was om onzekerheid te bedekken.

Beauty is in the eye of the beholder. Of is het andersom? De schoonheid was er altijd al, klaar om ontdekt te worden. Voor wie het wil zien. En soms ontdek je zelf pas hoe mooi je bent door de ogen van een ander. Dat is de sterrenstof van vriendschap en liefde. Ik neem kleine man op schoot en vertel hoe mooi ik hem vond vanaf de eerste dag dat hij in mijn armen lag en dat ik elke dag weer iets moois aan hem ontdek. Zoals vandaag.

Aandacht maakt alles mooier? Ja, aandacht maakt alles mooier. Met een beetje sterrenstof.




vrijdag 11 augustus 2017

Zo moe als de wind

Kinderen maken de wereld mooier. Met hun uitspraken. Hun knuffels. Hun onbevangenheid. Ergens onderweg naar het volwassen worden raken we het kwijt of leren het - misschien wel onbewust - af. 

Tijdens de lunch op het werk waren we hardop aan het fantaseren hoe heerlijk het zou zijn om je af en toe weer als een kind te voelen en te gedragen. Om tijdens een saaie vergadering je pink in iemands neusgat te steken. Gewoon om te kijken of het past. (kleine man deed dat regelmatig bij mij toen hij kleiner was) Of tijdens de lange rij in de kantine tegen de meneer die de lekkere maaltijden maakt, zeggen: "Ik vind jou lief". Bij voorkeur met een allesomvattende knuffel. Stampvoeten mag ook of je op de grond gooien van boosheid als het even niet gaat zoals je wilt. En tijdens een lange, lange dag, doe je gewoon een knikkebol in je stoel. Schattig toch, want kijk eens hoe moe. Als de wereld niet een stukje mooier, zou hij tenminste een stukje grappiger worden. En wees maar eens boos op zo'n ontwapenende volwassene. 

Kinderen leggen hun gedrag nog niet tegen een meetlat. Ze laten windjes in het openbaar. Schateren hardop waar ze stil moeten zijn. En vinden het niet gek om hun blote billen aan je te laten zien. Want dat is toch grappig. Volwassenen leren ze dan gaandeweg wat wel en wat niet kan. Dat verschilt nog eens per land, per cultuur en per gezin. Er schuift een filter in ons brein. De meetlat waardoor we sociaal wenselijk gedrag gaan vertonen. Wat natuurlijk best handig is. Jammer is alleen dat daarmee een deel van onze onbevangenheid verdwijnt. Wat zou het heerlijk zijn om niet bij alles na te denken. Kan ik dit wel aandoen? Had ik dat wel mogen zeggen? Ik ben eigenlijk moe maar houd uit beleefdheid dit gesprek gaande... 

Gelukkig zijn er kinderen. Om ons mee te slepen. Te laten lachen. Om samen gek mee te doen. En door hun ogen naar de wereld te kijken. Opnieuw te ontdekken. Schuilt daarin de grote zegening van het ouderschap of iedere andere vorm waarin kinderen deel uitmaken van je leven? Kinderen halen soms het slechtste in je naar boven, maar ze maken je vooral een beter mens. Denk ik.

Gisteren vertelde ik kleine man dat ik moe was. Hij keek me aan, dacht even na en zei toen: "Je bent zo moe als de wind mama. Hij kan niet meer blazen." Mijn vermoeidheid verdween als sneeuw voor de zon en de glimlach bleef nog lang op mijn gezicht hangen.


Tenminste, niet in ons hoofd en hart...

 


maandag 7 augustus 2017

Toe

Het is natuurlijk een luxeprobleem. Maar toch. Hoofd knarst en Hart is al vertrokken. Lijf twijfelt tussen sputteren en laatste loodjes. Mijn to-do-lijstje op het werk is opgedeeld in twee secties: vóór vakantie en na vakantie. Wat er af is, streep ik door met een zonnig gele marker. Vakantievoorpret op kantoor. Bijna. Toe.

In de auto luister ik naar Cristina Branco en Pascal en voel omgekeerde heimwee. Het verlangen naar de zee. Bijna. Toe.

Ik denk het als de wekker gaat. Als de dag vliegt. Als ik kleine man naar opa en oma breng of het Woeste Zuiden. Hoewel ik de beste baan heb van de wereld, zou ik het liefst de hele zomer bij hem zijn. Zijn sproeten tellen en avonturen beleven. Bijna. Toe.

Een telefoontje van de meiden. Ze vertellen over hun vakantie. Met mama. Alweer thuis maar nog niet bij ons. Als ik mijn ogen dichtdoe hoor ik niet alleen hun stemmen maar zie ik ook hun blonde koppies. Bijna. Toe.

Ik bedenk wat beter is. Als eerste op vakantie of als laatste. En waarom je er zo aan toe kunt zijn. Ineens. Luxeprobleem. Ik weet het. Maar toch. Hoofd knarst en Hart is al vertrokken. Lijf twijfelt tussen sputteren en laatste loodjes. Ik stel het gerust.

Bijna.

Toe.


woensdag 2 augustus 2017

Grote broer

Vier jaar ouder dan ik. Groot en lief. Toen ik klein was, dacht ik dat je alles kon. Ik denk het stiekem nog steeds. Mijn grote broer. Als jij een kamer binnenkomt, gaan de lichtjes aan. Je maakt de wereld een beetje lichter met jouw verhalen. Die schud je uit je mouw, net zolang tot mijn mondhoeken krullen van het lachen.

Toen we klein waren, bedacht je de gekste plannen. We maakten hoorspelen, trucage-filmpjes en tekenden strips. Je zusje op sleeptouw. Zonder mopperen. Ook toen we groter werden. Naar concerten. Op vakantie. Uit. Plek genoeg in jouw grote hart en vriendenkring. Zo werd jouw eerste liefde mijn beste vriendin. En toen dat over was, verloor jij je hart aan mijn vriendin A. die me al eens had bekend dat als jij geen verkering zou hebben...  geen idee nog dat ze jouw grote liefde zou worden en moeder van mijn nichtje en neefje. Liefde werkt aanstekelijk. Ik verloor achtereenvolgens mijn hart aan A. en aan F. vrienden van jou en onweerstaanbaar leuk.  En samen hadden we bedacht dat jouw P. en mijn P. uitstekend bij elkaar zouden passen. We kregen gelijk tijdens de kanovakantie in Frankrijk en ze zijn tot op de dag van vandaag samen.

We lachten meer dan dat we serieuze gesprekken voerden. En nog steeds. Je noemt me plagend zendelinge en linksom gedraaid en wuift eventuele vragen weg die ik waarschijnlijk toch niet zou durven stellen. Dat geeft niet. Ik weet dat je er altijd voor me zal zijn. Als het nodig is. Alle mooie herinneringen en tijd die we samen doorbrachten toen we jonger waren, maakt het goed dat we elkaar nu te weinig zien. Maar als ik je zie, is het goed. De allerliefste oom voor kleine man en mijn meiden. Bulderend en dollend. Met een hart nog steeds zo groot dat iedereen in de kamer er makkelijk in past. Ik hang aan je lippen en schiet in de kleine-zus-rol als ik denk dat je niet goed naar me luistert. Dat doe je waarschijnlijk dan ook niet. Maar ik vergeef het je meteen.

Ik ben trots op je schrijverschap en dring erop aan dat je me laat meelezen. En wanneer ga je weer bloggen? Naast de lieve broer die je was en bent, zie ik de man en vader die je bent geworden. Ze boffen maar! En ik grinnik alweer om je verhalen over opvoeden en andere perikelen van en met je allerliefsten. Soms lijkt de geschiedenis zich te herhalen, toch? Er valt in ieder geval nog steeds veel te lachen. En als niet, dan vind jij de silver lining.

Vandaag word je vijftig. Ik moet het een paar keer hardop zeggen omdat ik het bijna niet kan geloven. Het getal past niet bij je. Young at heart. Of eigenlijk toch wel. Het is maar een getal en je bent vast de slingers al aan het ophangen. Tijd voor een feestje!

Te ver weg om het samen te vieren maar dat komt later. En omdat je zo ver weg niets weg kunt wuiven... Weet dat ik heel veel van je houd. En dat ik er altijd voor je zal zijn. Als het nodig is. En ook als niet.


Gefeliciteerd! En kus van je kleine zus

dinsdag 4 juli 2017

Note to self... en to world!

Er zijn van die regels waar je je in het leven aan kunt vasthouden. Een daarvan is: vraag nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Zelfs niet als het overduidelijk is. Aan die regel heb ik me altijd braaf gehouden. Gesterkt door traumatische ervaringen van vriendinnen. Vriendin M. die net de eerste verjaardag van haar dochter had gevierd en in de supermarkt werd gefeliciteerd door een wildvreemde mevrouw voor de kassa. Beiden kleurden dieprood toen het misverstand duidelijk werd. Een streng sportregime volgde en een ban op de wijn. Tijdelijk. De wond bleef.

Ook ik werd een keer aangesproken op school door een vrolijke moeder die me staande hield en me feliciteerde. Terwijl ik oprecht verbaasd vroeg waarmee - had ik iets gewonnen misschien - zag ik aan haar verschrikte blik wat ze had bedoeld. Terwijl zij zich een gat in de grond wenste, keek ik beduusd naar mijn buik. Stond de wind verkeerd (onder mijn shirt) of duurde het toch langer dan een halfjaar voor mijn ooit zwangere buik geslonken was. Ik lachte als een boer met kiespijn en de moeder koos het hazenpad. 

Nooit vragen dus. Nooit! Wat me dan ook bezielde toen ik vorige week de lift instapte op mijn werk. Vermoeidheid? Slecht karma? Ik zal het nooit weten. Wel dat ik aan een mij vaag bekend voorkomende collega, die met een zware doos in haar handen stond, vroeg: "Mag jij wel zo zwaar tillen?". En terwijl deze vraag mijn mond uitrolde, was het alsof het moment bevroor. Haar antwoord wist ik eigenlijk al voordat ze het uitsprak: "hoezo?"

...

Mijn hersenen smolten terwijl ik hardop niks meer wist uit te brengen. Mijn liftgenoot probeerde zowel zichzelf als mij te redden door met een vreemde hoge stem te vertellen dat ze pas haar eerste kind had gekregen. Terwijl mijn ledematen nu ook smolten, piepte ik of ze een zoon of een dochter had gekregen. De grote zware doos als een roze olifant tussen ons in. Dat het een zoon was, klonk als goed nieuws maar daar zat ze nu even niet op te wachten. Het gezellige praatje in de lift was een ver gepasseerd station. De twee verdiepingen hadden nog nooit zo lang geduurd. En terwijl de deuren tergend traag open gingen, probeerde ik mijn zware voeten ertoe te bewegen de lift te verlaten. Het woordje sorry leek te bestaan uit vijf letters waarvan ik de juiste volgorde was vergeten. Nog een draaideur door, een onhandige zwaai en een oprechte wens om vaag bekend voorkomende collega nooit meer tegen te komen. 

Terwijl ik diep beschaamd de garage uitreed, nam ik me voor dit voorval aan niemand te vertellen. Tot ik besefte dat het delen van de regel belangrijker is dan mijn schaamte. Vraag dus nooit aan een vrouw of ze zwanger is. Nooit! Note to self: ook geen variant op deze vraag. Nooit!


Nee, ik heb de regel niet zelf verzonnen, het is een universele regel, zelfs verkrijgbaar als e-card. 

woensdag 21 juni 2017

Warm hart

Kleine man en ik fietsen naar school. Hij wil het liever niet want fietsen is maar spannend als het buiten de wijk is. Aan het ontbijt wil hij al alles weten. Over wie er voorrang heeft op het zebrapad bij school en welke bocht hij moet nemen bij dat viaduct. Ook fietst hij eigenlijk liever met papa omdat die hem zo goed kan begeleiden.

Ik vertel hem dat ik mijn best zal doen en smelt van zijn serieuze blik. Eenmaal op de fietst, kletst hij honderduit. Over hoe hij het liefste opstapt, met zijn ene pedaal naar boven. Wie er van ons over welke drempel mag en dat we op de Dijk zeker gaan stoppen bij het oversteken. Met praten bezweert hij zijn angst en gaandeweg wint hij zelfvertrouwen. Zeker als ik hem vertel dat hij de baas over zijn fiets is. Hij schatert en bedenkt dat het maar goed is dat we niet op een paard zitten. Die kunnen zomaar in draf. Zijn fiets niet en remmend gaat hij de heuvel af.

Mijn lieve kleine held. Vaak even over een denkbeeldige drempel voor hij zich een superheld voelt. Dat heeft hij vast van zijn moeder. Ik kan ook nog steeds iets schijnbaar eenvoudigs spannend vinden. Het honderduit kletsen gebeurt dan in mijn hoofd. Niet meer hardop. Ik ben immers al groot. In gedachten bedenk en versla ik beren.

"Ben jij wel eens warm om je hart, mama?"

Als ik vraag wat hij precies bedoelt, legt kleine man uit dat hij zo dicht bij de stoep fietsen een beetje eng vindt. Bang om met zijn wiel de stoep te raken. "Dan voelt het warm om mijn hart, mama." Mooi gezegd van mijn zesjarige en ik knik dat ik ook wel eens warm om mijn hart voel. "Dan maakt hij een sprongetje. Soms van angst. En soms van vreugde." Als er zomaar weer een drempel overwonnen is. Groot of klein. Mooi toch.






Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?