zaterdag 8 december 2018

Een stukje hemel

We zitten in de bioscoop, lief en ik. En omdat het vrijdagochtend is, voelt het alsof we spijbelen. We komen voor Freddy Mercury, muzikale en onvergetelijke held. Op verjaardagen spelen we wel eens het spelletje wie je nog graag zou zien optreden en dan is Queen mijn antwoord. Met Freddy natuurlijk. Voordat het licht uitgaat in de zaal, wrijft lief me nog maar eens in dat hij ze live heeft gezien. In 1986. "Toen de lucht nog schoon en de seks nog vies was", grap ik. Maar dan begint de film en meteen al goed als de gitaar van Brian May klinkt in de 20th Century Fox intro. "Die bouwde hij dus zelf, die gitaar", fluistert Wikipedia-lief in mijn oor. "En daarom herken je het altijd." Ik pak zijn hand vast en daar gaan we. Ruim twee uur lang worden we ondergedompeld in het verhaal van Queen en geloven we voor even dat Freddy still alive and kicking is.

De hoofdrolspeler zet een extravagante en tegelijkertijd bescheiden en lieve man neer, die één ding zeker wist, dat hij een performer was. Hij was op de wereld om het publiek a piece of heaven te geven. En dat heeft hij gedaan. On stage voor wie het heeft mogen meemaken. En nog altijd met zijn muziek. Met hun muziek. Want Queen bracht vier talenten bij elkaar die het beste in elkaar naar boven brachten. A family, zoals ze het zelf noemden, die altijd met elkaar verbonden bleven ondanks de gekte die roem met zich meebrengt.

Queen maakte muziek voor degenen die er niet bij hoorden. Omdat zij er niet bij hoorden. De wereld ging ervoor door de knieën, wat zegt dat. En nog steeds. Als de film is afgelopen, willen we nog even in het donker blijven. "Had jij ook steeds kippenvel?", vraag ik. Lief knikt, "en drie keer tranen".

Dat is wat muziek doet. Het laat je een stukje van de hemel zien. 's Avonds horen we dat Radio 2 de top 2000 van 2018 bekend heeft gemaakt.  Bohemian Rhapsody met stip...  wat anders. Denk jij bij dit nummer ook altijd dat je kunt zingen?


PS. Zien dus die film!

donderdag 6 december 2018

Floris Nightingale

Terwijl ik met mijn nieuwe en vlijmscherpe mes een komkommer wil fileren, schiet ik uit en fileer mijn pink. Au! denk ik terwijl ik nog geen pijn voel. Pink is waarschijnlijk in shock en kleurt dieprood. Terwijl ik kindvriendelijk -  ik ben alleen met grote kleine man - vloek, spoed ik me naar de badkamer boven. Daar liggen pleisters hoop ik. Maar voordat ik kan zoeken moet mijn pink onder de koude kraan tegen het bloeden.

Terwijl de witte wasbak rood kleurt, hoor ik van beneden: "Gaat het mama?"
Wat lief, denk ik nog en ik roep terug dat het gaat.
"Oké."

Maar het gaat niet. Pink blijft bloeden en ik bedenk of dat wiebelige en losse kapje dat een beetje blauw lijkt, vanzelf weer vast komt te zitten. Uiteindelijk. Eerst maar een pleister. Ik kan kiezen uit Ice Age of Buurman en Buurman. Grappig, normaal gesproken, maar het bloeden houdt maar niet op.

"Wil jij papa even bellen?", roep ik naar beneden.
"Waarohom?", roept mijn redder in nood terug terwijl ik hem geen aanstalten hoor maken.
"Bel nou maar even."
"Oke" en hij komt naar boven en geeft om het hoekje mijn telefoon aan. Mijn tere zieltje loopt liever geen onnodig risico door naar dingen te kijken die hij liever niet had willen zien.

Terwijl manlief me naar zijn vader verwijst die ooit een cursus EHBO volgde, is kleine man 'm alweer gepeerd. Ik hoor hoe hij beneden een nieuwe Duck van de stapel pakt. Het bloeden is nog steeds niet gestopt en mijn pink begint net als ik wit weg te trekken.

"Dichtknijpen en onder de koude kraan houden, dan stopt het bloeden vanzelf. En anders kom ik naar je toe en gaan we naar de Eerste Hulp." Ik grinnik en beloof mijn schoonvader dat het goed komt. Op pakjesavond naar de Eerste Hulp, dan eet ik nog liever mijn pink op.

Het duurt even, maar uiteindelijk stopt het ergste bloeden en kan ik pink afplakken met vier pleisters met vrolijke plaatjes. Wat je niet ziet is er ook niet. Adem in, adem uit. Nadat ik de rommel heb opgeruimd, blijft het beneden verdacht stil.

"Het gaat hier goed hoor", roep ik naar beneden en vraag me af of jongetjes van acht cynisme kennen.
"Oké" is het troostende antwoord, maar hij laat zich niet zien.

Eenmaal beneden kijkt mijn zoon niet op of om van zijn Duck. Ik wilde zo graag dat hij weer eens ging lezen, bedenk ik grinnikend. Toch kan ik het niet laten.

"Moest je niet even naar boven komen om mama te helpen?"
"Waarohom?"

Ja, waarom. Ik redde me toch en kijk beteuterd naar mijn beplakte pink. "Wat had je gedaan als ik flauw was gevallen?", overdrijf ik. "Dan had ik 112 gebeld", zegt de wijsneus terwijl hij nog steeds niet opkijkt van zijn strip. "Ja, als je had ontdekt dat ik van mijn stokje was gegaan", mompel ik tegen niemand in het bijzonder.

Ik smijt vlijmscherp mes in een diepe la en denk dat het zorgzame karakter van zijn vader en opa vast weer ergens in onze stamboom zal opduiken. Deze loot hier heeft het zorgzame helaas van zijn moeder.

"Wil jij nog iets drinken, Floris Nightingale?"
"Oké".

dinsdag 4 december 2018

Mijn lief

Je was 17 toen ik je leerde kennen. Je had de mooiste bruine ogen die ik ooit had gezien. Op de afdeling schrijfwaren van de V&D begonnen we te praten en hielden niet meer op. Onze vriendschap was onvermijdelijk. Je maakte me aan het lachen, met je schuine blik en standje keet. De wereld aan onze voeten. We zagen oneindig veel films, bleven hangen in de kroeg, schreven brieven aan elkaar en hingen uren aan de telefoon. Schijnbaar onverschrokken zag ik vooral hoe lief je was. Over de liefde dachten we niet na, want beste vrienden zoenen niet. Ja, met een ander, waardoor onze vriendschap na zoveel onvergetelijke jaren naar de achtergrond verdween.

18 jaar deed ik het zonder jou. Na een jaar van tranen had ik je weggestopt.  Een dierbare herinnering met een scherp randje. Een onverwacht bericht maakte dat ik naar je op zoek ging. We vonden elkaar op de dag dat jij weer opnieuw wilde beginnen. Toeval? Wij denken beter te weten.

Je was 39 toen je weer in mijn leven kwam. Je bruine ogen nog net zo mooi als ik me herinnerde. Onze vriendschap leek niet te zijn opgehouden in de jaren dat we even niet op elkaar hadden gelet. We begonnen weer met praten en hielden niet meer op. Je maakte me aan het lachen, alweer of nog steeds met je schuine blik en standje keet. Een halve wereld minstens aan onze voeten. De liefde was onvermijdelijk. Deze keer. Want It Has Always Been You.

Je was 41 toen je voor de 3e keer vader werd en van mij een stiefmoeder en moeder maakte. All you need is love toch zeker. En een huisje en een beestje, Hatsjoe! Domweg gelukkig in de vinex. Af en toe kneep ik in je arm. Dan lachte jij je aanstekelijke lach. Want hoewel we de bioscoop niet meer zo vaak van binnen zagen en ook al een tijd niet meer in de kroeg waren blijven hangen, bleek de keukentafel een goed alternatief. En bellen, dat deden we nog steeds. Zonder snoer, zoveel jaren later, maar wel elke ochtend. Onderweg van A naar B en dan weer naar C. Het maakt de liefde niet zoveel uit.

Je was 42 toen je "Ja, ik wil" tegen me zei ten overstaan van onze kinderen, familie en vrienden in een klein kerkje in Amsterdam Noord. Ik keek diep in je bruine ogen en wilde ook. Ja! Hoewel ik het eerste jaar een glimlach niet kon onderdrukken als ik over je sprak als 'mijn man'. Wat leken we met zevenmijlslaarzen door ons leven gelopen. Ons hart achterna maar diep van binnen soms nog die jongen en dat meisje van de V&D. Van beste vrienden naar geliefden naar man en vrouw. Wie had dat gedacht?

Vandaag ben je 49. Ik kan het bijna niet geloven. Ik breng je ontbijt op bed en een boekje met 49 redenen waarom ik van je hou. Ze stonden in een kwartiertje op papier. Terwijl je mijn handschrift probeert te ontcijferen, houd je je hoofd schuin. Standje keet? Ik lach en hoop dat wij onvermijdelijk blijven.

Alweer een stukje minder wereld aan onze voeten, maar wat is ie mooi.

Wat ben jij mooi. Mijn lief. Toen en nu. Nog en voor altijd.

woensdag 28 november 2018

Ik weet niet voor jou

Middelste maakt huiswerk. Geschiedenis. Ze vertelt me over de Grieken en Romeinen en dat die laatste maar nakkers waren. "Wat waren de Romeinen?", proest ik. "Nakkers!" Ze rolt nog net niet met haar ogen als ze opsomt wat de Romeinen allemaal genakt hebben van de Grieken. Tot hun Goden aan toe. Maar dan wel met een andere naam. Nu rolt ze wel met haar ogen terwijl ze het rijtje opsomt. "Venus is dus eigenlijk Aphrodite, Jupiter Zeus en Mars Ares." Ik knik, terwijl ik in mijn hersenen het kamertje zoek waar vijf jaar Grieks en Latijn in opgesloten zitten. Ik schuif naast middelste aan de keukentafel en kijk mee in haar geschiedenisboek. We besluiten dat die Romeinen maar een brutaal en praktisch volkje waren. Ze eigenden zich niet alleen toe wat niet van hen was, maar gaven er ook nog een eigen draai aan. "Beter goed gejat, dan slecht zelf verzonnen", zeg ik. "Zou dat een spreuk uit de Romeinse Oudheid zijn?" Deze keer kijkt middelste me niet begrijpend aan. Zou ze weten wat jatten betekent?

Oudste fietst naast me. We zijn op weg naar school. Kleine man en ik naar die van hem, maar die ligt op de weg van die van oudste. Dus fietsen we samen. Haar blonde haren wapperen terwijl kleine man voor ons uit scheurt. Ze kletst de koude oren van mijn hoofd. "Ik weet niet voor jou", hoor ik tussen alle regels door. "Ik weet niet voor jou?, proest ik. "Ja, ik weet niet voor jou." Haar wenkbrauwen gaan een stukje de lucht in als ik vaststel dat dat geen goed Nederlands is. "Hoezo?", zucht ze, waarop ik haar vraag de zin te ontleden. Ze denkt even na, terwijl ik alvast begin. "Ik weet niet..., wat weet je niet, er ontbreekt een stukje. Toch? En, voor jou... wat is er voor jou? En hoe valt dat samen met niet weten van... ja, van wat?" Oudste kan net zo met haar ogen rollen als middelste.

"Ik weet niet voor jou", zegt ze dan, "maar dat is straattaal. Voor ons. Niet voor jou." Ze wacht even. "Niet voor ouderen." Au, denk ik maar zeg "O" en grinnik in de wollen kraag van mijn winterjas. Mijn bril beslaat ervan, maar voor ijdelheid ben ik vast ook te oud.

Kleine man heeft een nieuwe jas. Zelf uitgezocht. Zo eentje met bubbels en in het geel. Hij kijkt de dagen tot de levering om en valt nog net niet de postbode om de hals. Meteen passen. Hij is een jaar ouder, denk ik. Het gele Michelin-mannetje denkt hele andere dingen. Vooral dat er een mobiele telefoon in zijn binnenzak zou passen. Maar die heeft hij niet. Gelukkig wel een iPod, een ouderwetse die zijn moeder lang geleden als kerstcadeau kreeg. Heel hip, toen. Nog steeds, zie ik nu. Kleine man schuift de iPod in zijn binnenzak en doet zijn oortjes in. Met zijn heupen danst hij op iets dancerigs. Ik hoor de beat heel zachtjes. "Nu ben ik net een puber, mama." Ik rol met mijn ogen en proest tegelijkertijd.

"En jullie houden me voor eeuwig jong", zeg ik, tegen niemand in het bijzonder.





maandag 19 november 2018

De overkant

Blonde korte haren en een zware tas op je rug. Je praat honderduit en doet me denken aan kleine man. Een beetje dan. Jij bent groter en neemt de pont naar huis. In je zware tas zitten schoolboeken. Denk ik. En een apparaatje tegen benauwdheid. Zie ik. Je inhaleert diep en snel omdat je verder wil vertellen. Aan je grote zus. Denk ik. Ze is net zo blond als jij en een beetje bezorgd. Maar dat wil ze niet laten merken, dus  woelt ze door je haren en lacht. "Gaat het?" Haar rugzakje is licht en haar fiets tweedehands. Op de achterkant een sticker van Appelsap, het hiphop festival.

Je bent vandaag uitgescholden en uitgelachen, vertel je. Door kinderen op school. Omdat je een pyjama-broek aanhebt. Ik kijk en zie een hippe zwart-wit geruite broek. Hij lijkt zacht en warm. Ik vind hem mooi. Mooier dan al die dertien-in-een-dozijn-broeken.

Je zus zucht en is even stil. De lucht boven het IJ is adembenemend mooi. "Je kunt er maar beter om lachen, denk je niet?" Je kijkt weg en knippert met je ogen de tranen die aan de oppervlakte lagen weg. Ik hoop dat je ziet hoe de lucht oranje kleurt.  

We zijn aan de overkant. De dag blijft achter op de pont en we stappen de avond in. Je fietst voor me uit. Je praat nog steeds maar ik hoor niet meer wat je zegt. Je zus wel, ik zie haar lachen.  Je achterlicht heeft de vorm van een hart en geeft licht in het donker. Ik denk aan de liefde in al haar verschillende vormen.


Bron beeld StoryTiles

zaterdag 10 november 2018

Bijzonderlijk

We hebben les op de school van middelste. Sinds ze daar is begonnen, is het al de tweede keer dat we zijn uitgenodigd om de school, de leraren, de kinderen en de ouders beter te leren kennen. Participatie vinden ze belangrijk. Los van het woord, dat ik sinds De Luizenmoeder niet meer kan horen zonder aan participizza te denken, maakt het me blij. Deze school is namelijk niet van de theorie maar van de praktijk. Dus hebben alle leerlingen van klas 1b lessen voorbereid. We beginnen om 4 uur en om half 7 ben ik niet alleen wijzer maar ook trots en ontroerd. De kinderen lieten ons een krokofant tekenen, english praten, door een vergrootglas naar een boon kijken, touwtje springen en nadenken over onze levensvraag. Ook hing het klusteam voor onze neuzen een whiteboard op terwijl we het verschil leerden tussen een dril- en een klopboor. Er was ontzettend veel verteld, gelachen en gevraagd. En alle kinderen hadden meegedaan. Serieus, charmant, grappig of verlegen. Maar vooral stoer.

Tot slot vertelt klassenoudste L. nog dat iedereen zichzelf kan zijn op school. En dat iedereen zijn of haar eigen talent heeft. Want iedereen is bijzonderlijk. Een verspreking om te onthouden. De kinderen worden niet alleen gezien om wie ze zijn maar ook uitgedaagd om te worden wie ze willen zijn. En om na te denken hoe ze kunnen bijdragen aan de maatschappij waarin ze leven. Mooi toch. Het individu en het grotere geheel gaan prima samen. Met deze school zit het wel snor. Nu de wereld daarbuiten nog.

Op de fiets naar huis, kletst middelste honderduit. Trots op de les die ze heeft gegeven. Blij met de vriendinnen die ze heeft gemaakt. Ze wijst op de lichtjes in de stad en de oliebollenkramen langs de route. Die moet ze elke dag weerstaan. Ik lach en we fietsen harder om de pont naar huis te halen. Op het water wapperen haar krullen. Mijn bijzonderlijke middelste op een bijzonderlijke dag op een bijzonderlijke school.


vrijdag 9 november 2018

Wiebelig

Hoe gaat het met je? Ik kijk naar buiten en zie de zon zich uitsloven om het herfstplaatje nog perfecter te maken dan het al is. Ik probeer de kleuren te tellen, maar besef dat er oneindig veel tinten zijn tussen rood en oranje. Ik doe mijn ogen dicht en laat de zon mijn wangen aaien.

Hoe gaat het met je? Ik wandel langs de weilanden en kijk oneindig ver. De koeien houden even op met grazen als ze onze voetstappen horen. Ik lach en wijs naar het zwarte schaap tussen alle witte. We kiezen een boerderij uit waar we ooit maar eigenlijk nooit willen wonen.

Hoe gaat het met je? Ik blaas de hete thee minder heet en kijk naar je handen die kleine cadeautjes inpakken. Ik wil wel helpen, maar vraag het niet. Je redt je wel terwijl ik mijn handen vol heb aan de mok.

Hoe gaat het met je? Ik pak een pen en papier. Maar de bladzijde blijft leeg. Morgen weer een dag.

Hoe gaat het met je? Ik zucht en lach tegelijkertijd. Samen vormen ze een regenboog in mijn hoofd. 

Hoe gaat het met je? Ik trek je op schoot en houd oneindig veel van je. Ik steel een kus en krijg een vraag. Eentje die ik kan beantwoorden. Over wat we vanavond eten.

Hoe gaat het met je? Hart zwijgt koppig. Als je toch niet luistert...

Hoe gaat het met je? Wiebelig, fluister ik. Helemaal niet erg, zeg jij.