vrijdag 15 maart 2019

Mogelijk

Grote kleine man is vrij. De leraren van zijn school staken. Eigenlijk zouden we er ook moeten staan, maar J. vond de klimaatmars wel even genoeg. In gedachten dus en met iets van lichte schaamte sta ik achter ze, al die hardwerkende leerkrachten die alle dagen van de doordeweekse week onze kinderen onderwijzen. Dat ze gehoord mogen worden, minder bureaucratie en hogere salarissen. Dat het onderwijs een betere plek mag worden. Voor iedereen die er werkt. En voor onze kinderen. Dat straks ook een deel van die kinderen het onderwijs in wil en kan. Gek eigenlijk dat er waarschijnlijk niemand is die het belang van goed onderwijs niet onderschrijft en toch... genoeg reden om de straat op te gaan.

Grote kleine man bouwt een achtbaan, van houten knikkerbaan- en treinspoor-delen. Later wordt hij misschien wel achtbanen-bedenker van onmogelijke achtbanen. Die gaan dan wel duizend kilometer per uur. Voor mensen die dat durven. Eerst mogen de knikkers oefenen. Op een niet zo onmogelijke achtbaan. Tikkend rollen ze zigzaggend door de houten geultjes. Het klinkt gezellig. Over de achtbaan heen stap ik voorzichtig naar de Sonos-geluidbox om ons favoriete nummer van dit moment harder te zetten: "Dont stop me now" van Queen.

"Als ik dit nummer hoor, denk ik dat ik alles kan", vertelt mijn achtjarige.
Ik knik: "Dat heb ik ook."

Terwijl de knikkers opnieuw aan de niet zo onmogelijke afdaling beginnen, komt er een gedachte op in de achtbanen-bedenker:

"Misschien was ik wel Freddy. In een vorig leven."
"Tja", twijfel ik hardop, "als je gelooft in reïncarnatie."

We zijn er even stil van.

"Als dat zo is, ontdekken we binnenkort wel jouw talent in de muziekschool."
"Ja", antwoord de gereïncarneerde Freddy afwezig.
"Misschien was je vader wel Freddy in een vorig leven."
Maar dat kan natuurlijk niet, wijst mijn zoon me terecht: "Papa heeft hem nog live zien optreden."
"Oh ja." Om te reïncarneren moeten dood en geboorte wel op logische volgorde plaatsvinden.

Terwijl J. aan een uitbreiding van de achtbaan bouwt, bedenkt hij alvast een naam voor de achtbaan die hij later gaat bedenken: Queen. Ik vind het een goed idee en kan het niet helpen een beetje te smelten bij de aanblik van vandaag.

"J. weet je dat ik heel veel van je hou?"
"Oke."
"Hou je ook veel van mij?"
"Ja, maar ik ben nu even bezig met mijn achtbaan."

Talent moet je niet teveel in de weg zitten. Net als dromen. Zaadjes zijn het. Van mogelijke bloemen. In alle mogelijke kleuren. In alle mogelijke maten. Van beroemde zanger tot achtbaan-bedenker of misschien wel leraar.  Met het juiste zetje is niks onmogelijk. Toch? Behalve dan dat ik ooit in die onmogelijke Queen-achtbaan stap.


I'm a shooting star, leaping through the sky
Like a tiger defying the laws of gravity
I'm a racing car, passing by like Lady Godiva
I'm gonna go, go, go
There's no stopping me

zondag 10 maart 2019

Wij komen ook

Lopen jullie mee? Ik deel de oproep om mee te doen met de Klimaatmars met mijn vriendinnen in WhatsApp. Vriendin I. tikt jolig dat ze al meeloopt met de Schoorl run, vriendin T. kan niet zo goed lopen vanwege haar rug en vriendin W. moet werken. Vriendinnen A. en D. doen er het zwijgen toe en de oproep verdwijnt al snel uit het scherm door nieuwe berichtjes en foto's van gevallen sneeuw die we ondanks de winter toch niet hadden verwacht. Mooi. Een paar weken later delen we onze vreugde over de lente die lijkt aangebroken en hoe warm het is in het zonnetje. Vreemd.

Oudste wil wel meelopen de 10e. Dan gaat ze niet spijbelen van school, want dat komt eigenlijk niet goed uit. En haar vrienden zijn er eigenlijk ook niet zo mee bezig, dus dan zou ze alleen moeten gaan.  We spreken af dat we met het gezin gaan lopen. Tenminste als mama het ook goed vindt, want daar zijn ze op de dag van de Klimaatmars. Middelste vindt het prima. Ze hoeft er niet over na te denken, natuurlijk wil ze meelopen voor het klimaat. Dat was een paar weken geleden. Vrijdag vraag ik het voor de zekerheid nog even: "lopen jullie mee?" Vergeten, allebei. Maar als het lukt met huiswerk en mama dan zijn ze erbij hoor. Fijn, zeg ik en spreek af dat ze zaterdag laten weten wat ze doen. Ze knikken en laten de hele zaterdag niets van zich horen.

Wist je dat mensen met de grootste ecologische voetafdruk zich ook de meeste zorgen maken over het klimaat, vertelt mijn lief nadat hij heeft gevraagd hoe laat de mars begint. Ik wist het niet en denk aan de twee auto's die we voor de deur hebben staan. "Dus gaan we straks met de auto?", grapt lief. Ik grinnik, afwezig. Als ik dit weetje deel met vriendin D. antwoordt ze dat ze daarom besloten heeft zich geen zorgen meer te maken. Als ze het al deed. Als ik het al deed. Want zou ik dan nog kleine man met de auto naar basketbal brengen? Zou ik dan iedere keer als ik in de supermarkt sta ontdekken dat ik de netjes die ik kocht om groente en fruit in te doen alweer ben vergeten? Zou ik dan plannetjes maken om met mijn moeder naar Porto te vliegen?

Het is best makkelijk om het veranderende klimaat ver weg van mijn bed te denken. Toch voel ik ongemak. Omdat ik weet wat in mijn dagelijks leven misschien nog niet zichtbaar of voelbaar is, behalve dan die onverwachte zomerse dag in februari, er wel is. Ik lees de krant. Ik volg het nieuws. Het raakt me als ik duizenden jongeren de straat op zie gaan voor hun toekomst. Ik wil achter ze gaan staan omdat we niet genoeg voor ze zijn gaan staan. Ik vind de Klimaatmars belangrijk. Ik wil erbij zijn. Niet omdat ik de braafste leerling van de klas ben, maar omdat ik weet dat het anders kan. Moet. Ook al weet ik niet goed hoe. Ik weet dat een betere wereld begint bij mezelf. Maar ik geloof dat we samen sterker staan. Samen meer weten en samen meer kunnen bereiken.


Oudste appt: Gaan jullie nog lopen?
Ik app terug: Ja!
Oudste: Wij komen ook. Hoe gaan jullie?

Niet met de auto, grinnik ik zachtjes.


donderdag 7 maart 2019

Hee boek, hoe gaat het?

Hoe gaat het met je boek? Deze vraag werd me een paar keer gesteld de afgelopen week. En terwijl mijn antwoord iedere keer anders was, besefte ik dat ik het niet wist. Als mijn boek een contactpersoon in WhatsApp was, had ik het haar zelf gevraagd.

  • Ik: Hee boek, ik moest een paar keer aan je denken deze week. Hoe gaat het?
  • Boek: Oh, hee! Wat leuk om van je te horen. Hoe gaat het met jou?
  • Ik: Haha, je klinkt verbaasd. Wanneer hebben we elkaar voor het laatst gezien? Alweer een tijdje terug denk ik. Met mij gaat het goed hoor. Maar met jou?
  • Boek: Valt mee toch, ik denk dat we elkaar een maand geleden nog hebben gezien. Kort. Je was er met je gedachten niet helemaal bij.
  • Ik: Ik kan jou ook niet voor de gek houden he.
  • Boek: Dat hoeft toch ook niet. Ik vond het fijn je weer te zien. Ik was ook wel nieuwsgierig hoe het verder zou gaan. Met ons. Nou ja, je begrijpt wel wat ik bedoel. Toch?
  • Ik: Ja, jeetje. Ja. Ik ook. Ik bedoel het was fijn om je weer te zien. En ik was ook nieuwsgierig hoe verder.. lief dat je dat zegt
  • Boek: Ik meen het.
  • Boek: Weet je het ook niet zo goed?
  • Ik: Euh... nee, ik geloof van niet. Stom toch.
  • Boek: Hoezo? Ik weet het ook vaak niet. Een mooi begin toch?
  • Ik: Maar we hadden toch al een begin?
  • Boek: Dat is waar...
  • Boek: So, don't be a stranger?!
  • Ik: ...is typing
  • Ik: ...is typing
  • Ik: ...is typing
  • Ik: ok
  • Boek: *schraapt keel en zet serieuze blik op* ik zou het fijn vinden je weer eens te zien.
  • Ik: *lol*
  • Boek: No pressure.
  • Ik: Dat weet ik toch. 
  • Ik: Maar fijn dat je het zegt. *knipoogt*
  • Ik: Nu heb je nog steeds niet verteld hoe het met je gaat. 
  • Boek: Met mij gaat het goed hoor. Rustig. Hoewel mijn hart net wel een sprongetje maakte toen jij me een berichtje stuurde. *knipoogt*
  • Ik: *Bloost*
  • Boek: Zie ik je gauw?
  • Ik: ...is typing
  • Ik: ...is typing
  • Ik: ...is still typing
  • Ik: Ja! Heel gauw.
  • Boek: *boks*

zondag 3 maart 2019

Liefde gezocht

Na een jaar tekenen aan de Hogeschool van Amsterdam, besloot ik toch Nederlands te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Geen idee nog wat ik later, maar mijn liefde voor lezen en taal leek me reden genoeg. Mijn lievelingsvak op de middelbare was met stip Nederlands geweest, niet in de laatste plaats vanwege meneer Viergever. Zodra ik zijn lokaal binnenstapte, voelde ik dat er iets stond te gebeuren. Ik ging kennismaken met een nieuwe wereld. Hij draaide jazz-muziek op een oude platenspeler, liet me boeken lezen en er anders naar kijken en sleurde me mee in zijn liefde voor taal.

"Wil je kinderen nieuwsgierig maken naar het museum? Laat ze dan de eerste paar keren buiten wachten, terwijl jij binnen je tijd neemt", vertelde hij ooit voor de grap. "De volgende keer willen ze met je mee."

Ik wilde met hem mee en hij stelde me niet teleur. Dus toen ik me inschreef aan de Universiteit dacht ik aan mijn fijne leraar Nederlands met lichtjes in zijn ogen. Spijt heb ik nooit gekregen. Ik leerde onze Nederlandse taal van alle kanten beter kennen. Ik leerde debatteren en argumenteren. Ik ontdekte dat er meer Viergevers waren en hing aan de lippen van Herman Pleij. Ik liep stage bij Prometheus Bert Bakker en ontdekte hoe hard de stem van Mai Spijkers kon galmen in het oude herenpand. Ik ontdekte het werk van Astrid Roemer en schreef een scriptie over haar verwantschap met Afro-Amerikaanse schrijfsters. Het kostte me een extra jaar, waarin ik misschien wel het meeste over mezelf leerde. Mijn scriptie-begeleider Bert Paasman was streng maar trots toen ik uiteindelijk afstudeerde. Hij liet me visitekaartjes drukken met Drs. in de Nederlandse Taal en Letterkunde, dik gedrukt om het nooit meer te vergeten.

Na mijn studie ging ik geen les geven. Ik kwam terecht in de digitale wereld, maar mijn liefde voor taal bleef de rode draad. Een leven lang schrijven en lezen heeft me veel gebracht. Ik ben in ontelbaar veel werelden gestapt, gewoon vanuit mijn luie stoel. Ik vond herkenning en vervreemding, ontdekte nieuwe manieren om naar talloze zaken te kijken en vond woorden om de gedachten in mijn hoofd en de zaken van mijn hart op papier te zetten. Mooie zinnen en woorden kunnen me nog altijd ontroeren. Ik schrijf ze op om te bewaren.


"Jij hebt nog een buitenwereld, ik heb alleen nog een binnenwereld." (Remco Campert tegen Kees van Kooten)

"Ik ben enkelvoud geworden."... "Leefdienst, weet je nog?" (Carolien Spaans in Doet Sneeuw Pijn)

"Hoe ouder ik word, des te meer ik geloof dat we alleen voor jou uitgevonden zijn. En als er een goede reden is om uitgevonden te worden, dan ben jij het." (Mariana Leky in Vanuit hier zie je alles)

Nu lees ik dat de student Nederlandse Taal en Letterkunde een bedreigde soort is. De VU heeft voor dit studiejaar maar 6 inschrijvingen. Dat is niet voldoende, lees ik verder, omdat de VU dan verlies lijdt. Alsof het om een bedrijf gaat en haar winstgevendheid in het geding komt. Een columnist geeft de schuld aan de middelbare scholen dat Nederlands niet meer sexy is, ook al zo'n opvallend gekozen combinatie. Ik weet er niet voldoende van om te verklaren waarom onze eigen taal en letterkunde de moeite van het studeren nog maar voor een enkeling de moeite waard is. Ik kan me voorstellen dat het probleem meer ligt bij de efficiency die het onderwijs in is geslopen. De druk op presteren en het onderling concurreren. De financiële uitdaging waardoor tijd en nog eens kunnen kiezen in de verdrukking komen. Het denken in een baan in plaats van intrinsieke interesse. Een politiek waar meer aandacht is voor koopkracht dan voor de wijsheid en troost van letteren en cultuur, niet alleen die van oudsher maar ook van nu en straks.

Dat de studie Nederlands dreigt te verdwijnen zegt niet zoveel over de liefde voor taal of de liefde voor literatuur. Ik durf te geloven dat die hardnekkig is, onder jong en oud. Het zegt iets over de liefde voor goed onderwijs. Goed onderwijs voor iedereen. Als recht en niet als product.

En gelukkige leerlingen zullen ons weer de mooiste dingen leren.

donderdag 14 februari 2019

Valentijntje

Mijn Valentijntje is ziek vandaag. Een dag voor kusjes, liefde en aandacht dus, ware het niet dat hij niets anders wil dan slapen. Met rode wangen ligt hij opgekruld op de bank. Ogen dicht nadat ik hem niet goed kon uitleggen waarom zijn ogen steeds nat werden. Slapen maar weer. Tegen de hoofdpijn. En tegen de malaise. De beker limonade en het beschuitje met chocolade-tijgers onaangeroerd. Hij is echt ziek. Poes vindt het wel gezellig en kruipt aan zijn voeten. Net als vroeger toen ze als een sfinx over hem waakte wanneer hij een babyslaapje deed op de bank, ingemetseld tussen de kussens.

Gisteren was het zieke schaap nog een wereldreiziger. Met de trein naar Rotterdam, eersteklas in de stilte-coupé. Een woord dat hij steeds vergat, tot ik hem het ezelsbruggetje leerde van een ijscoup met een éé erachter. Rotterdam was leuk, maar de reis het allerst. De broodjes van oma en de verhalen van opa. En als hij de schuifdeur van de coupé dichtschoof was het wel echt heel chique. Omdat we de hele coupé voor ons alleen hadden, konden we de S van stilte vergeten en hardop lachen en kletsen. De terugweg in het donker was misschien wel het leukst. Geen uitzicht maar wel lichtjes en weerspiegelende ruiten waardoor ik dubbel blond geluk zag.


No place for beginners or sensitive hearts... snel weer verder.



dinsdag 12 februari 2019

Voor Paulien

Afgelopen zondag werd ze Wereldkampioen op de 1.500 meter, Ireen Wüst. Voor Paulien. Ik hoor het pas als ze vanavond aan tafel zit bij DWDD. Ik zie de huldiging, haar tranen en haar opgeheven middelvinger waar ze een vriendschapsring draagt. Een opgeheven middelvinger naar de kanker, verontschuldigt Ireen zich.  Want eigenlijk is ze niet iemand van de opgeheven middelvinger, legt ze uit. De tranen staan in haar ogen als ze vertelt hoe ze deze wilde schaatsen voor haar allerliefste vriendin en ook schaatster Paulien van Deutekom, die begin dit jaar aan longkanker overleed. 37 jaar oud.

Voor Paulien. En ik denk aan jou. Mijn Paulien en mijn allerliefste vriendin van vroeger. Vandaag zou je 47 jaar zijn geworden. Maar je werd niet ouder dan 33. Kanker maakte een eind aan al je dromen en je schijnbaar onuitputtelijke energie. Ook jij was niet van de opgeheven middelvinger, maar tegen kanker... Pasgeleden nog las ik alle berichten die je schreef aan familie en vrienden in het laatste jaar dat je leefde. Waarin de hoop tussen de regels door langzaam plaats maakte voor wanhoop. De kanker won, maar jij nam uiteindelijk de regie over wat er nog te regisseren viel. Zoals bij je paste. Mijn stoere, grappige en lieve vriendin. Wat had ik vandaag graag met je geproost op het leven. Op jouw leven.

Deze middelvinger van Ireen is ook voor jou. Als ik mijn ogen dichtdoe, zie ik het kuiltje in je wang verschijnen terwijl je hierom lacht. Klik! Voor altijd in mijn hart.


Mooie Ireen Wüst.

zondag 10 februari 2019

Las Vegas voor minderjarigen

Ik houd van mijn kinderen. Tot aan de maan en weer terug, zoals ik ooit elke avond aan ze vertelde voor het slapen gaan. Dat betekent niet dat ik van alles houd wat er bij kinderen komt kijken. Denk poepluiers (een herinnering inmiddels), slapeloze nachten (ingeruild voor te vroege ochtenden), het gekke uurtje (meestal vlak voordat het vriendje wordt opgehaald) en speelparadijzen (waarvan ik me werkelijk afvraag wie deze naam heeft bedacht). Een speeltuin vind ik prima, zet me op een bankje, stuur wat zonneschijn en ik vermaak me. Maar in een speelparadijs schijnt geen zon. Het is het Las Vegas voor minderjarigen waar het gebrek aan daglicht de tijd moet doen vergeten. Vergeet het. Het enige wat de tijd hier doet, is kruipen. Geïntimideerd door de holle echo van gegil en geschreeuw van teveel kinderen op te weinig vierkante meters. Als ouder heb ik het kunnen beperken, maar vermijden is me niet gelukt.

Het speelparadijs is inmiddels ingeruild voor het springparadijs, want kleine man wordt al groot. Samen met beste vriend T. luiden ze springend hun vakantie in. Nadat ik dus had gevraagd wat hij graag zou willen doen deze vakantie. Met zijn hoofd schuin en hardop dromend over de ultieme salto gaf ik toe en hier zit ik nu. Laptop op schoot, in de meest rustige hoek die het woord rustig niet verdient. Zondag blijkt een dag voor spring-partijtjes, dus veel blije kinderen in hun ondergoed en gelaten volwassenen. Er zijn natuurlijk ergere dingen, maar die kan ik nu even niet bedenken.

Ik houd van mijn kinderen. Tot aan de maan en weer terug. Maar in die baan terug naar aarde mogen we  het speelparadijs minstens weer een jaar overslaan.