dinsdag 25 juni 2019

Pretletters

Vorige week ging ik met mijn vader fietsen in Amsterdam Noord. Voor zijn verjaardag nog. Langs Oedipus en Walhalla, twee brouwerijen en een rondje langs wat oud en nog veel meer wat nieuw. We kletsten bij en lachten. Amsterdam Noord deed haar best. De zon scheen, de brouwer brouwde en de terrassen lonkten. Aan het IJ fietste een Engelsman komkommers in schijfjes vanwege National Cucumber Day, verkochten Amsterdammers oude spullen uit hun kofferbak en we reden een poosje achter een zingend koor aan. Tegen de avond bestelden we nog een laatste proeverijtje om het af te leren en proostte mijn vader op een onvergetelijk dag. Hij verheugde zich al op de volgende, want dan zou hij nog eens kunnen terugkijken op vandaag. Napret.

Op de fiets naar huis bedacht ik dat je mensen waarschijnlijk kunt indelen in twee types, de voorpret-mensen en de napret-mensen. Mijn moeder is van de voorpret, net als mijn broer. Wanneer mijn moeder vroeger alleen al haar zin begon met 'we gaan vandaag...' gingen zijn handen al de lucht in. "Yoeheee!" Als mijn moeder haar zin dan afmaakte met '... naar de tandarts', had hij de voorpret in ieder geval al in zijn zak zitten. Mijn lief is van het moment, net als middelste. Als boeddhisten kunnen ze enorm van het moment genieten maar daarvoor en daarna zijn ze alweer druk met die andere momenten. Oudste is van de voorpret, vooral over wat ze allemaal gaat doen later als ze groot is (lees: op vakantie gaat met vrienden, op zichzelf woont met vrienden en nog zo wat varianten zonder ouders).

Hoewel ik achteraf kan nagenieten van een leuke dag, ben ik beter in voorpret. Ik hou van iets voor de boeg. Een vrolijke punaise op de denkbeeldige planner. En kleine man? Die heeft het uitgevonden. Voorpret bij alle plannetjes die hij bedenkt. Voorpret bij een mop die hij vertelt en waar ik de clou nog niet van begrijp. Voorpret bij zijn verjaardag (het hele jaar door). Voorpret als hij met zijn beste vriend T. op mijn telefoon aan het appen is en hij T. alleen nog maar ziet tikken. Hij hupst dan van zijn ene been op de andere, zegt minstens 10x mama terwijl ik al luister en lacht zo aanstekelijk dat je niet veel anders wil dan zijn plannen een zetje geven.

Voorpret of napret, waar je ook van bent, extra pret is het. En daar kan ik dan weer enorm van genieten.


Luchtfietsen voor schijfjes komkommer...

dinsdag 18 juni 2019

Afscheid

Afscheid. We nemen het liever niet. Tenminste niet van wat ons lief is. Dat houden we het liefst altijd bij ons. Niet zo bewust misschien want wat je het liefste is, is ook vaak zo vanzelfsprekend. Die man met die mooie bruine ogen die 's ochtends op een veel te vroeg tijdstip de deur uit sluipt. Je wil hem nog zeggen hoeveel je van hem houdt maar je bent nog niet wakker en dat komt vanavond wel. Die lieve vriendin die zo belangrijk voor je is maar die je het laatste jaar bijna niet hebt gesproken. Je ouders waarvan je liever niet wilt zien dat ze toch echt ouder aan het worden zijn.

Afscheid. Ik ben er niet zo goed in. Afscheid van een fijne vakantie. Afscheid van dat de kinderen nog echt klein waren. Afscheid van een dierbare. Ik denk er liever niet aan. Het laatste. Schuif het voor me uit, de bocht om, niets te zien behalve een lange zonnige weg waarover ik in een oud Volkswagen busje rijd. Geen haast en een volle bak. Met alle lifters die mijn hart onderweg heeft opgepikt. Ik beloof veilig te rijden, maar we weten allemaal beter. Geen garanties.

Vandaag neemt mijn schoonzusje afscheid van haar vader. Met verstandige woorden probeert ze door de telefoon haar verdriet een plek te geven terwijl ze naar haar moeder in Limburg rijdt. De laatste weken was ze er vaak. Om nog bij hem te kunnen zijn. Iets wat zo lang vanzelfsprekend was. Gelukkig maar. Al die tijd troost nu. Bitterzoet.

Afscheid. We nemen het liever niet. En als we veel van iemand houden doen we het nooit helemaal. Mijn oma zit nog vaak bij me, in de lavendelblauwe stoel die van haar was en waar ik nu zo graag in dagdroom. Dan hoor en zie ik haar als ik mijn ogen sluit. Mijn opa scharrelt dan wat om haar heen, die kon namelijk nooit stilzitten. En R. en P. die zitten voorin in mijn busje met hun gordels veilig om terwijl ze een wedstrijdje doen wie het meeste kan ouwehoeren.

Hoe moeilijk ook, toch is het goed om wat meer te leven met die bocht in zicht. Niet om op de rem te gaan staan, maar wel om af en toe uit te stappen en dat stelletje lifters in je Volkswagen busje niet alleen door je achteruitkijkspiegeltje te zien.

Heb het leven en de lifters lief. En koester.


 De tekst op het briefje  is van Janne Schra en zo verdomd mooi en wijs.




maandag 17 juni 2019

Weeketariër

"Ik word vegetariër." Ik ben nog maar net binnen of oudste valt met haar deur in huis. Daar moet ik even voor gaan zitten. Je moet namelijk weten dat oudste behalve erg van koken ook erg van vlees houdt. En tot deze uitspraak was er geen enkel vermoeden dat ze het voorbeeld van haar vader, die nu al negen jaar geen vlees en vis meer eet, wilde gaan volgen. Integendeel. Af en toe verkondigde ze tegen niemand in het bijzonder (lees: haar vastberaden vega vader en twijfelende faketariër stiefmoeder) dat ze echt nooit ging stoppen met vlees eten.

"Maar je houdt zo van dieren", plaagde ik dan waarbij ik met de ene vinger naar haar en de andere naar mezelf wees. Waarop ze meestal haar hand in de lucht hield waartegen ik kon plagen als Brugman.

"Wat is er gebeurd?", vraag ik dan ook, verbaasd. "Niets", behalve dat ik vegetariër word, zegt ze met gevoel voor understatement. "Nou ja, alleen bij jullie dan, want bij mama mag het niet", vult ze praktisch haar zojuist gewijzigde levensstijl aan. Ik ben er even stil van. "Dus ook geen biefstuk van opa?", vraag ik. Vastberaden schudt ze van nee. "En de gehaktballen van oma?" "Die ook niet", bevestigt ze mijn vermoeden dat het serieus is. "En jouw spaghetti carbonara dan?" Ik moet ervan slikken en zie ook A. even verlekkerd wegdromen. "Nee", zegt ze vastberaden terwijl ik spijtig bedenk dat ze deze dus alleen nog maar bij haar moeder gaat maken.

"Ik vind het zielig voor de dieren", licht ze haar besluit toe. "En van vis hou ik eigenlijk toch niet", voegt ze er eerlijk aan toe.

Dus eigenlijk word je een weeketariër, vat ik ons gesprek samen. Ze moet lachen. "Ja, precies dat!" "Maar als jij geen vlees meer wil eten, kan ik ook niet meer achterblijven", pieker ik hardop. Oudste lacht nog maar eens. "Misschien", oordeelt ze mild. "en anders ben je gewoon een weaketariër!"

Idealist, parttime vleeseter én grappenmaker. Dat ze de wereld een stukje mooier maakt is zeker.


Hoelang kom ik nog weg met deze geweldige uitspraak van Catootje...

vrijdag 14 juni 2019

Zorg je goed voor jezelf?

Zorg je goed voor jezelf?
op school
op het plein
wanneer je in bomen klimt

Zorg je goed voor jezelf?
op de fiets
over de drukke weg
in de stad

Zorg je goed voor jezelf?
als je met anderen bent
voorbij mijn horizon
op avontuur

Zorg je goed voor jezelf? 
als je twijfelt
verdrietig bent 
of boos

Zorg je goed voor jezelf?
als ik even niet oplet
vertrouw
je weet het wel

Zorg je goed voor jezelf?
straks
met hem
of met haar

Zorg je goed voor jezelf?
als je het niet kan
delen
of wil

Zorg je goed voor jezelf?
als je later
groot
en daar

Zorg je goed voor jezelf?
als ik er even niet ben
even maar

Zorg je goed voor jezelf?
omdat je mijn alles
toch

Zorg je goed voor jezelf?
altijd
ook als ik het niet kan
want ik hou

Zorg je goed voor jezelf?
voor mij
voor jou


vrijdag 7 juni 2019

Maar niet ongelukkig

Zoals ik al een keer schreef, had mijn lieve tante A. er een pot voor. Die stond op tafel met een pen en papier binnen handbereik zodat ze alle grappige, lieve en wijze uitspraken van haar kleinkinderen kon vangen en bewaren. Inmiddels zijn haar kleinkinderen groot en haar geheugen warrig, maar ik stel me voor dat de zinnen op de papiertjes nog steeds een glimlach op haar gezicht brengen. 

Ik heb geen pot. Maar ook geen goed geheugen. De uitspraken van mijn kinderen zijn willekeurig vastgelegd in rondslingerende schriftjes, in app-berichtjes en af en toe een blog. Jammer van die geen pot, want nu ze ouder worden is het als met die andere pot. Die pot met bonen, liefde en seks. Die hier overigens ook niet staat. Maar ik dwaal af. 

Middelste is een stille wateren diepe gronden. Dat laatste veronderstel ik, maar weet ik niet goed vanwege het eerste. Toen ze kleiner was, bevolkten dromen haar hoofd, dat zag ik in haar ogen. Veel erover vertellen deed ze niet. Ze sprak met oneindig veel kusjes en knuffels. Nu ze groter is, weet ik nog altijd niet wat er allemaal in haar hoofd omgaat. Gesprekken aan tafel voeren we vaak zonder haar. Genoeg aan zichzelf, genietend van het eten, haakt ze pas in als vier paar ogen haar verwachtingsvol aankijken. Met een lichte weerstand - "Wat?" - en klaar om weer snel terug in haar hoofd te gaan.  Niks ergs, behalve dan dat mijn nieuwsgierige aard het niet altijd aankan. Wat denk je dan. Wat voel je dan. Hoe was het dan. Zucht. Gewoon, hoor ik haar zeggen. Bij het naar bed brengen, begint ze meestal wel te vertellen, geholpen door de vraag van de dag. Dan geniet ik van haar kijk op de wereld, haar eenvoudige oplossingen voor schijnbaar ingewikkelde zaken en haar grote hart. Deze week vertelde haar moeder me tijdens de avondvierdaagse dat ze E. had gevraagd of ze gelukkig was. Haar antwoord mag in de denkbeeldige pot: "Natuurlijk mam, ik weet toch niet hoe het is om ongelukkig te zijn." 

Het papiertje valt tussen de talloze uitspraken van haar broer, beter bekend als spraakwater. Zo wilde hij woensdag per se mee met beste vriend T. omdat de poes daar een nest heeft. "En vandaag krijgen de kittens ogen, mama!" 

Pot!

Als hij last heeft van rode bultjes op zijn arm en ik denk dat het geen mug maar een allergische reactie is, verklaart hij - met zijn ogen rollend dat het vast weer die huismijnen zijn. Waarop oudste droog opmerkt of hij die beestjes in huis bedoelt, die ontploffen als je erop gaat staan. 

Pot!

Of vanmiddag, toen hij hoorde dat iemand die we kennen ziek is:
"Ben jij ook nog steeds ziek, mama?" (verbaasde blik terwijl ik hem dagelijks van school haal). 
"Ik ben inderdaad nog niet aan het werk", antwoord ik. 
"Geen zin", concludeert hij terwijl hij een begripvolle arm om mijn schouders legt.
"Nou", lach ik terwijl ik hem probeer uit te leggen dat het anders zit. 
Hij luistert, knikt begripvol en zegt zijn lieve "ooh". 
Dan is hij er even stil van. 
"Hoofdpijn en duizelig", vat hij mijn omslachtige verhaal samen met woorden die uit de lucht komen vallen. 
Ik knik en begrijp dat hij er net zo weinig van heeft begrepen als ik. 
"Maar niet ongelukkig", grinnik ik zachtjes. 
Spraakwater is alweer verdiept in de achterkant van de Donald Duck.

Pot! Als ik er toch een zou hebben...


maandag 3 juni 2019

Zwanen en horloges

Als ik een zwaan zie, kijk ik altijd even waar de andere zwaan is. Heb jij dat ook? Ik zit in mijn kantoor voor vandaag en kijk uit over het IJ. Wapperende vlaggetjes en een zwaan zijn mijn uitzicht. Maar geen andere zwaan. Je hoeft ook niet alles samen te doen. Of misschien is deze zwaan niet samen. Niet meer of nog niet. Wie zal het zeggen. De zwaan in ieder geval niet. Ze lijkt tevreden.

Onder mij applaus. Een man met een laptop vertelt en vier anderen klappen in hun handen. Een werkbespreking, denk ik. Leuk werk, als je applaus krijgt. Ze lachen. De koffiemachine maalt bonen en probeert me over te halen nog een koffie te bestellen. Als ze langskomt. Maar ze kijkt net als ik naar de zwaan en waarschijnlijk waar de andere.

Laat ik wat gaan doen. Maar ik denk aan lief - mijn zwaan - die vanmorgen het huis uit sloop om een vroeg vliegtuig te halen. Ik denk aan kleine man, die een gouden randje om zijn dag heeft vanwege het horloge dat hij van zijn opa en oma kreeg. Vanmorgen liet hij me zien wat het allemaal kan. Licht geven, alarmeren en de tijd tot op de seconde vertellen en bijhouden. De wereld aan zijn arm. Ik denk aan S. en A. die dit weekend vierden dat ze al 25 jaar samen zijn. Zwanen. In de tuin een zelf getimmerde dansvloer met sterren en een discobol. Iedereen danste. Vanwege de liefde.

De zwaan is weg. Uit zicht. Op zoek naar de ander, denk ik. Want alleen is maar alleen. Hoe fijn ook soms. Alleen met mijn gedachten. Alleen om te schrijven. In mijn hart die andere zwaan en nog wat gevederd spul. De vlaggetjes wapperen vrolijk tegen een grijze lucht. "Koffie?"




donderdag 30 mei 2019

Aan de buitenkant niets te zien

Ben je alweer aan het werk? Een berichtje van W. die ik al een tijdje niet heb gesproken. Nee, tik ik, helaas niet. De cursor knippert. Ik wil er nog iets aan toevoegen maar weet eigenlijk niet wat. Een verontschuldiging. Een uitleg. Zodat ze het begrijpt? Maar als de woorden niet komen, besef ik dat  het onbegonnen is. Ik begrijp het nog maar half. Ik klik op send.

Aan de buitenkant niets te zien. Ik lig niet verscholen onder mijn dekbed (nou ja, op de normale tijden). Ik houd de gordijnen niet dicht (nou ja, op de normale tijden en als ik een keer in mijn onderbroek in de woonkamer wil dansen) Ik boodschap en was. Ik smeer boterhammen voor de kinderen, stop onder, knuffel en lach. Ik kam mijn haar. Ik geniet nog altijd van de eerste koffie van de dag en maak lijstjes van wat ik wil. Anders zijn de dingen die ik erop schrijf. Anders is dat ik niet naar mijn werk ga. Anders is dat niet meer gaat wat zoveel jaren zo vanzelfsprekend was als tanden poetsen. Het kwam niet uit de lucht vallen. Als een mooie donderwolk die de hemel plotseling zwart kleurt. De wolkjes hadden zich langzaam opgestapeld. Maar dat wende en ik probeerde er figuren in te ontdekken. Hopend dat ze voorbij zouden waaien of in nieuwe figuren zouden veranderen.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Pas op, scheefgezakte fundering. Niets wat niet te repareren valt maar nog even puzzelen hoe of wat het beste. En dat kost tijd, vertelt de uitvoerder me maar weer eens. Hij schuift geduld en vertrouwen naar voren als ik grap wat dat allemaal gaat kosten. Mijn nieuwe beste vrienden. Veel gevoel voor humor hebben ze niet, maar wat zijn ze lief. Geduld probeert met zachte bezem de boel stofvrij te houden. En vertrouwen vertelt me dat ik het stutten van de balk niet alleen hoef te doen. Maar aan de buitenkant niets te zien. Dus soms zeg ik het. Of ik vraag. Ik zoek.

Ik ril, want het is koud. Soms.

Aan de buitenkant niets te zien. Maar van binnen een bordje verbouwing. Ik draag mijn steentje bij. Niet alleen. Gelukkig. De oude deur moet vervangen. Ik kies voor wijs hout met een bovenlicht van glas in lood. Het licht valt anders naar binnen nu. Mooi. Geduld en vertrouwen hebben een stoeltje voor me neergezet. Ik ga zitten en knijp mijn ogen dicht. Door mijn oogharen heen zie ik voorzichtig de nieuwe contouren van mijn oude huis.