donderdag 19 september 2019

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De magie van het wensen lijkt net zo betrouwbaar als de magie van het schrijven. Het keurige handschrift op de envelop herken ik uit duizenden en mijn hart maakt een sprongetje. Een bericht van mijn kleine grote man die voor de allereerste keer een week op kamp is. Dit lekkers kan ik niet bewaren voor later. Met mijn jas nog aan, scheur ik de envelop voorzichtig open. Met halen en lussen en op zijn aller netst vertelt hij over hoe leuk en hoe spannend en hoe het van slapen niet echt komt. We krijgen maar liefst tien kusjes en een zachtaardige

Lievs

Ik glimlach en zie hem de brief in de envelop stoppen, ongeduldig inmiddels want de beek, het bos en het kampvuur wachten. Deze brief gaat bij de brieven die we kregen van zijn twee zussen. Toen zij op kamp waren en met hun eigen halen en lussen dat geluk in een envelop stopten om met ons te delen. Voor later, zoals voor mij de brieven die mijn moeder bij elk schoolreisje en toen ik volwassen was bij elke reis die ik maakte onderin mijn koffer verstopte. Geluk.

Ben jij al begonnen aan een brief?



woensdag 18 september 2019

Liefste

Wil je mij gelukkig maken? Schrijf me dan een brief. Handgeschreven met een datum en plaatsnaam in de hoek. Liefste of Beste of een vrolijk Hallo! In mijn hoofd is het voltallige concertgebouworkest al gaan zitten. Tromgeroffel klinkt terwijl ik het niet kan laten de blaadjes te tellen die de brief beslaan. Misschien stel ik het moment van lezen nog even uit zoals je soms het lekkerste voor later bewaart. Dan wacht er op mijn nachtkastje een brief voor het slapen gaan en de gedachte alleen al geeft de dag een gouden randje.

Ik heb veel brieven geschreven en ik heb er veel gekregen. Grappige, ontroerende, lange, korte, liefdes, moeilijke, eerlijke en dappere. Stuk voor stuk bijzonder omdat de afzender je iets van zichzelf geeft. Dat is de magie van een brief schrijven. Ga er maar eens voor zitten en kijk wat er gebeurt.

Gisteren in DWDD zat Jet Steinz aan tafel. Ze stelde het boek P.S. samen met de (volgens haar) 150 opmerkelijkste Nederlandse brieven. Wat een feest, dacht ik, tegelijk met waarom heb ik dit boek niet bedacht en samengesteld. Ze was in archieven gedoken en vertelde vol liefde over elke brief in haar boek dat ze kende bij hart. Samen met Matthijs wenste ze dat mensen weer meer brieven gingen schrijven. Amen, mompelde ik.

Dus, wil je iemand gelukkig maken? Schrijf dan een brief. Handgeschreven met een datum en plaatsnaam in de hoek. Je kunt beginnen met Liefste of Beste of een vrolijk Hallo! En dan komt de brief vanzelf. Zul je zien. Het is magie van de aller betrouwbaarste soort.

vrijdag 13 september 2019

Tips, kwartjes en kamp

De week wervelt en ik waai mee. Op mijn fietsje met Lou als bondgenoot. Het regent kwartjes en ik lach. Om de reiger die tot aan zijn enkels in de sloot staat en prinselijk onverschillig de regendruppels negeert die op hem vallen. We gaan snel naar huis omdat we van suiker zijn en kleine grote man met beste vriend een hut wil bouwen. Onder de lakens is het gezellig, zeg ik. De mannen vinden het vooral sfeervol en daar hoort behalve een discobal ook muziek bij. Klassiek is het verzoek, dus niet veel later klinkt Bach uit de kamer en een hoop gegiechel. Ik lach en maak een lijstje voor het feest dat we zaterdag vieren. Met negen kaarsjes erop en hopelijk in de tuin omdat de lavendel zo lekker ruikt.

Door het huis een spoor van speelgoed en avonturen. Als beste vriend is opgehaald, help ik opruimen en vul het bad. Met zijn duikbril kan kleine grote man onder water verder kletsen. Ik hoef dus niets te missen. Zijn flippers spetteren me nat en ik denk aan het badstoeltje waar hij als mollige baby in zat te schateren. Washandje op zijn hoofd en meestal een zus erbij. Mijn hoofd spoelt door. Naar zijn blote billen nu die straks weer een vrolijke herinnering zullen zijn.

Eenmaal op de bank krijgt duikmans een preek omdat hij - na al het opruimen - alweer een slakkenspoor achter zich laat. Slak is met een half oor en oog al bij Mario tot hij beseft dat we de enige twee mensen in de kamer zijn en de preek dus wel voor hem bedoeld moet zijn. Prompt komt hij van de bank om verbaasd te constateren dat het toch gek is dat hij nooit iets doet met mijn tips. Hij is ze altijd meteen vergeten. Argwanend kijk ik mijn jongste aan, maar ik zie geen spoortje sarcasme als hij al zou weten wat dat zou zijn. Ik lach.

Ik wervel.

Ik waai. Door naar donderdag. Ik ontmoet mijn oudste die op zich laat wachten maar als ze er is de tijd het nakijken geeft met haar lach en haar verhalen. Die ochtend zwaaide ze haar kleine zusje uit naar kamp zoals ze maandag ook gaat doen met haar kleine broertje. Dat herinnert me aan de heimwee-brief die ik nog moet schrijven en die waarschijnlijk ongeopend het schoolarchief ingaat. Maar toch. Morgen. Ik voel aan mijn nieuwe haar. Nieuw begin? Volgens mijn oude collega's die ik die avond zie wel. We eten, lachen en praten bij.

Vrijdag de dertiende. Vandaag. Een dag die de schijn tegen heeft. Maar de drie taarten die ik bak, lukken. En lief is vrij en brengt koffie op bed. Ik lach. Er schuift nog een kleine man bij. Makkelijk. Aan het einde van de dag zijn we weer compleet als de meiden komen. Twee wervelwinden. Ik waai eromheen. Pizza want moe van al het bakken. Ik zwaai want lief en oudste waaien alweer uit, op het fietsje. Een kus voor kleine man. Voor het slapen. En straks een voor middelste. Boven mijn hoofd allebei.

De week wervelde en ik woei mee. Kwartjes tellend. Lachend. Dankbaar.

woensdag 4 september 2019

Drieduizend gedachten

De mens is complex. Of was jij daar al lang achter? Ik weet het ook, natuurlijk, stel je voor dat ik dat op mijn 47e nog moest ontdekken. Maar hoewel ik het weet, kan het me toch nog verbazen. Op een nou-ja-zeg! beetje verontwaardigde manier maar tegelijkertijd ook op een nou-ja-zeg! verwonder en bewonder manier. Gisteren op de fiets vertelde Lou (waarover later meer) me dat een mens per wakker uur wel drieduizend gedachten heeft. Drie-duizend! Holy Macaroni dacht ik op mijn fietsje, terwijl ik tegelijkertijd dacht (natuurlijk): dan heb ík er vast drieduizend en nog wat.

Dat denken doen we dus de hele tijd, als ware multitaskers tijdens het eten, een vergadering, het kussen, de boodschappen, het zwemmen, het autorijden, het ja-woord, het opruimen, het bevallen, noem maar op. Hoewel, misschien zijn er wel momenten dat je gedachten heel even stil zijn.

...

Nee, daar zijn het de types niet voor. In het beste geval zitten ze met jou in het moment en proberen ze daar hun gedachtes over te laten gaan en niet teveel uit de bocht te vliegen met hersenspinsels die je op dat moment helemaal niet wilt horen. Niet dat ze het kwaad bedoelen. Denken is gewoon wat ze het beste kunnen. Hardop in je hoofd en dus de hele dag door. Dus, wanneer je je schoenen aantrekt, bedenk je dat je nog regenlaarzen moet kopen voor je kind omdat hij op kamp gaat. Maar je moet ook nog naar de kapper. Hoe je haar zat vanmorgen kan echt niet. En kan een pony eigenlijk nog wel op je 47e? Kort en pittig, grinniken de types in je hoofd. Terwijl de volgende gedachte alweer is dat je benen nog nooit zo bruin zijn geweest. Is het een idee om ze in te smeren met dat spulletje dat je ooit kocht dat zulke bruine benen als je nu hebt, beloofde. De types lachen alweer, deze keer omdat ze beweren dat de wereldvrede bepaald niet bereikt wordt met bruine benen. Zucht!

Hardop in je hoofd en dus de hele dag door. Ze zijn met veel, de types. De verslaggever die achter zijn microfoon verslag doet van jouw dagelijks leven, de tienkoppige jury die er vervolgens van alles van vindt, de strever, de dromer, het type dat zich voor alles verontschuldigt waaronder de allerzwartste gedachten van het andere type, het vrolijke kind, de angsthaas, de avonturier, de introvert die door de extrovert wordt uitgedaagd en ga zo nog maar even door. Het is kortom een schoolplein in je hoofd. De rust zet pas in als ieder kind zijn tanden heeft gepoetst en met beerlief naar dromenland is vetrokken. Maar daar ben jij ook, dus daar gaat je winst. Bij het opstaan hangen ze alweer ondersteboven aan het klimrek en joelen dat jij de tikker bent.

Drieduizend gedachten per uur. Hardop in je hoofd en dus de hele dag door, als je wakker bent. En met een beetje pech lig je langer wakker vanwege al die gedachten. Zucht!


Wist je dat we tegenover die duizenden gedachtes slechts dertig emoties hebben. Dertig!

vrijdag 16 augustus 2019

Negen

We vierden het alvast op woensdag, omdat ze donderdag gingen rijden, de vrienden waarmee we vakantie in Portugal vierden. Dat had jij bedacht, net als de gestapelde taart van gesuikerde donuts die vooral bij de kinderen in de smaak viel. ’s Avonds konden we wel gaan eten in dat ene restaurant waar je zoveel nieuwe dingen had geproefd. Regisseur van je eigen verjaardag en deze was nog maar de eerste. De echte kwam er nog aan, net als het voorgenomen verjaardagsuitje met beste vriend T., het feestje voor de familie en het partijtje. Op je bijna verjaardag, voelde het al hartstikke echt voor jou. Waarschijnlijk omdat we het grote cadeau gaven dat al twee weken in de koffer lag en dat je al een paar keer nietsvermoedend opzij had geschoven om een schone onderbroek te pakken. Het was dat wat je hardop wenste toen je de negen op de donut-taart in één keer uitblies.

Jarig in de zomervakantie. Een geïmproviseerde slinger aan de tent en opa’s en oma’s die de afstand proberen te overbruggen met een telefoontje. Maar in Portugal is het nog vroeger dan in Nederland en de jarige slaapt nog. Uitslapen gaat een stuk beter als je de cadeaus al hebt uitgepakt. Ik feliciteer lief fluisterend met ons grote geluk en we denken negen jaar terug in de tijd. Toen jij de tijd nam om geboren te worden. Te klein voor je romper en te lief om te bevatten. The days are long but the years are short. Niet voor jou. Terwijl je de slaap uit je ogen wrijft, constateer je tevreden dat je nu negen jaar bent. Best groot, vind jij, maar je zussen die naast je in het grote bed kruipen, vinden je nog een kleintje. Kijkend naar hun lange benen, grinnik ik en geef het op de ingewikkeldheid van tijd te doorgronden. Ik laat los en adem in. Klik!

Wie wil ontbijt? De jarige dag kan beginnen.




vrijdag 19 juli 2019

Slik

Ik schreef het al eens, ik ben geen Florence Nightingale. Hoewel de zorg het zwaar heeft, zie ik niet hoe ik zou kunnen bijdragen. Ik zou eventueel hun marketing kunnen doen of de ziekenhuisverhalen kunnen opschrijven die me bij het idee alleen al nieuwsgierig maken, maar daar houdt het wel mee op. Ik ben lief hoor. Heb een luisterend oor. En ik wil ook je hand vasthouden, maar als er geprikt wordt, wacht ik liever even op de gang. Ik hoef ook niet te horen over het hoe en wat van een medische ingreep, mijn voorstellingsvermogen is te groot en ik moet er zo een uurtje van bijkomen.

Toen mijn lief ooit een knip liet zetten, voelde ik het bijna zelf. En toen mijn vader een pacemaker kreeg, durfde ik bijna zijn hand niet vast te houden vanwege het infuus dat er net zo wiebelig uitzag als ik me voelde. Ik zou willen dat het anders was. Echt. Dan was ik een praktische verpleegkundige die zorgen wegnam. In werkelijkheid zou ik witter zien dan mijn uniform. Niet klepperend maar tanden klapperend op mijn Zweedse klompen.

Nu ging ik deze week met mijn lieve schoonvader naar de oogarts. Hij zag zo slecht de laatste tijd. Ik ging mee omdat hij een onderzoek zou krijgen waardoor hij niet terug zou kunnen rijden. Puur praktisch. Mijn schoonvader is niet het type dat zijn hand laat vasthouden. Het gaat eigenlijk altijd goed met en volgens hem en dit slechter zien was waarschijnlijk een kwestie van een nieuwe bril. Omdat zijn gehoor al veel langer slecht is, was mijn aanwezigheid geen overbodige luxe. In de wachtkamer, die gelukkig niet naar ziekenhuis rook, was ik zijn paar oren. Zeker nadat ze zijn ogen met een prikkend spul hadden gedruppeld en hij de wereld en monden die articuleerden door een waasje zag.

Braaf hobbelden we achter twee jonge artsen aan van de ene kamer naar de andere, van een scan naar een meetinstrument en een ouderwets letterbord. Mijn schoonvader zakte. De uitkomst was verdrietig. Natte maculadegeneratie in zijn rechteroog. Een derde arts, die achter de schermen had meegekeken, kwam het samen met een slap handje bevestigen. We waren er even stil van. Tot een van de artsen met bulderende stem vertelde dat het oog meteen behandeld moest worden. Dat hoorde mijn schoonvader goed. Gelukkig maar, want toen de arts verder bulderde dat ze met een injectie vocht uit het oog gingen halen, voelde ik me een beetje wiebelig worden. Mijn schoonvader niet, die knikte dapper en schijnbaar stoïcijns. Ik knikte braaf mee maar voelde een appelflauwte opkomen bij de uitleg van de INJECTIE IN HET OOG. Bulder. Slik.

Weer terug in de wachtkamer moesten alle paperassen en afspraken in gang gezet worden. Gelukkig was het zicht van mijn schoonvader nog steeds wazig, waardoor hij niet zag dat mijn gezicht de kleur van de steriele muren van de wachtkamer hadden aangenomen. "Ik ga morgen met je mee hoor", beloofde ik in de auto op de weg naar huis. "Dat is fijn", vond mijn schoonvader. "En ik bestel de vitaminen die je nodig hebt." Hij knikte en stopte de benodigde papieren in mijn dashboardkastje.

De volgende dag vertrouwde ik hem in de wachtkamer toe dat ik niet mee naar binnen wilde. "Natuurlijk niet", keek hij me verbaasd aan. Had lief hem al over mijn niet gemiste roeping verteld? Terwijl een vrolijke assistente mijn schoonvader naar binnen riep, wankelde er een zware dame naar buiten. Zonder voet en met klompschoen. Ze maakte nog een grap voor ze de lift in strompelde. Slik. Ik nam een dubbele espresso, las over de liefde in het Psychologie Magazine en dacht: injectie, injectie, injectie. Met een soepoog kwam mijn schoonvader weer naar buiten. Met een licht schuldgevoel kon ik toch niet anders dan opgelucht zijn toen hij zijn zonnebril opdeed en soepoog aan mijn zicht verdween. "Ging het goed?", piepte ik, niet nieuwsgierig naar de details. "Prima", bevestigde mijn schoonvader. En ik hield weer een beetje meer van hem.

In de auto deed hij mijn dashboardkastje open en haalde er het recept voor de vitaminen uit. "Zal ik deze anders in je tas doen?", grinnikte hij. Lief had hem zeker over mij verteld. "Goed hoor", blufte ik. Na twee dagen en drie telefoontjes van mijn schoonmoeder, heb ik de vitaminen besteld. Ik moest even zoeken, want het recept was inmiddels uit mijn tas verdwenen. Ik had het waarschijnlijk op een plek gelegd zodat ik het niet zou vergeten. Maar waar?

De volgende afspraak van mijn schoonvader zijn we op vakantie en kan ik niet mee. Hij nam het luchtig op, toen ik het vertelde.


donderdag 11 juli 2019

10 x 30 x en door

Het werk verwees me door. Een arbeidscoach. Al bekend bij de collega's die me voorgingen. Een vriendelijke lach, pretogen en een gezicht dat bijna met pensioen ging. Hem maakte niemand meer iets. Ik zeker niet, die ondanks mijn tranen om hem moest lachen. Toen ik buiten stond, wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Naar de huisarts dus. Zij verwees me door. Een psychologe die verbonden was aan de praktijk. Jong, rustig, jong. De ruimte vulde zich met ongemakkelijkheid van ons beiden. De tweede keer dat we het probeerden, vroeg ze of er een nog jonger iemand bij het gesprek mocht komen zitten die een dagje stage liep. Eh, liever niet. Ze was blij met mijn assertiviteit. Maar dat was nou net niet... De ruimte vulde zich met verbazing en ongemakkelijkheid. Toen ik buiten stond - met een inlog voor een  online cursus mindfulness - wist ik dat ik niet meer terug zou komen. Nou, één keertje dan omdat de huisarts van me verwachtte dat ik de psychologe zou uitleggen waarom. Eh... De ongemakkelijkheid duurde deze keer maar vijf minuutjes.

Het was nog steeds verstandig om met iemand te praten. Het werk verwees me door. Een loopbaancoach die ook verstand had van vastlopen. We maakten een vliegende start met een slordige landing. Ik pakte mijn parachute omdat ik steeds meer buikpijn kreeg van haar stijl van vliegen. Toen ik naar beneden dwarrelde, wist ik het even niet meer. Behalve dat ik niet terug zou komen.

Ondertussen was ik begonnen met hardlopen. 10 weken lang, drie trainingen in de week ging ik voor de 5 km in een redelijk tempo en zonder tussenpozen. De Belgische Evy en Douwe Bob verzorgden het loopschema en de support. Het viel niet mee maar wat was het fijn. Wat ik leerde?

  • Dat je soms langzaam gaat en soms hard.
  • Dat er niet altijd een peil op te trekken valt.
  • Dat het eenvoudiger is als je het in stukjes hakt, al is het in je hoofd.
  • Dat de eerste 8 minuten aan een stuk verdomd zwaar is , maar vergeleken bij de volgende 15 minuten aan een stuk een eitje.
  • Dat je op heel veel verschillende manieren kunt ademen (en naar adem kunt happen).
  • Dat je kunt stampen maar ook veren
  • Dat je ook vooruit komt met een rechtervoet die zwiept.
  • Dat winnaars een plan hebben en verliezers een excuus (volgens Evy dan).
  • Dat je jezelf kunt aanmoedigen (zachtjes en hardop).
  • Dat het leuker is als je lacht naar iedereen die je tegenkomt.
  • Dat mensen terug lachen en lieve en grappige dingen zeggen.
  • Dat hardlopen in de regen niet leuk is (nog minder leuk met mascara op).
  • Dat Amsterdam Noord groen is. 
  • Dat er af en toe zomaar iemand in het hoge gras ligt te slapen.
  • Dat de sloot vol zit met pulletjes en waterhoen-kuikens.
  • Dat waterhoen-pubers grappig zijn.
  • Dat honden je met rust laten.
  • Dat je niet alleen bent.
  • Dat op dat ene bankje altijd iemand aan het mijmeren is.
  • Dat in dat ene huis die ene man altijd de krant leest op dezelfde plek.
  • Dat armen lastiger zijn dan benen, terwijl die relatief niet veel hoeven te doen.
  • Dat bomen schaduw geven en fluisteren.
  • Dat ik wil wonen in dat ene huis op de dijk.
  • Dat ik het kan.
De 10 weken keer 30 keer trainen maakte ik vol. Ik wilde niet één keer stoppen. Ik stopte niet één keer. Ik holde en keek na mijn laatste training in de spiegel. Rood hoofd, ontploft haar maar een heldere blik. Ik was om met Evy te spreken fier op mezelf en kocht zonder aarzelen het volgende loopschema: 12 weken x 36 trainingen, 5 km duurzaam hardlopen. Ik kom niet terug, maar ik ga door. 


Ik zie hier dus een krul in :-)

Lievs

Niets maakt me zo gelukkig als een brief door mijn bus, schreef ik gisteren. En wat denk je... vandaag ligt er een brief op mijn mat! De mag...