donderdag 6 februari 2020

Het is niet normaal!

8 van de 10 jonge vrouwen wordt op straat in Amsterdam lastig gevallen. Onacceptabel vindt onze burgemeester Femke Halsema. En dat is het ook. Dat vrouwen worden lastig gevallen weet ik helaas maar al te goed. Op de weg naar volwassenheid lijkt er een leger aan mannen klaar te staan om je als object te beoordelen en te behandelen. Keurende blikken over borsten en billen. Verlekkerde blikken die ongegeneerd blijven plakken. Mannen die met je oplopen en praatjes tegen je aanhouden. Mannen die je ongevraagd aanraken. Meningen die hardop worden geroepen over hoe boos je kijkt of hoe lief of welk cijfer je verdient. Getoeter. Gefluit. Gesis.

De dreiging die je soms voelt. De woede die er soms loskomt als je hun aandacht negeert. De angst soms als de man met de verlekkerde blik op dezelfde halte als jij uitstapt en het is donker en stil op straat. Ik ben om die reden wel eens langs mijn huis doorgelopen naar de avondwinkel op de hoek waarvan ik de aardige eigenaar kende en vertrouwde. Hij is even met me meegelopen en heeft voor mijn deur gewacht tot ik veilig binnen was. Ook heb ik menig blokje omgefietst, donkere stukken vermeden, gehold soms, uitnodigingen afgeslagen om in auto's te stappen, vriendelijk om geen gedoe (of erger) te veroorzaken, mijn ogen naar de grond gericht, weggekeken, op mijn tong gebeten en mezelf bedekt of minder aantrekkelijk gemaakt. In het hotel waar ik tijdens mijn studie in de giftshop werkte, kreeg ik regelmatig een briefje met een kamernummer in mijn handen gestopt. De eerste keer dat het gebeurde, probeerde ik de man in kwestie nog uit te leggen dat hij zijn gekochte spullen gewoon zelf moest meenemen. Tot ik zijn verlekkerde blik zag. 

Ik hoorde een man ooit opscheppen dat hij in één minuut kon scannen welke vrouwen in de ruimte aantrekkelijk waren en welke niet. Ik denk dat vrouwen in één minuut kunnen scannen of een situatie veilig is of niet en wat in het laatste geval haar opties zijn. Verdrietig genoeg leer je als vrouw dat je nooit helemaal vrij bent op straat, tijdens het uitgaan, in het openbaar vervoer en zelfs op het werk. Verdrietig genoeg leer je rekening houden met mannen die je lastig kunnen vallen. Verdrietig genoeg leer je oogcontact vermijden in sommige situaties. Weg te kijken. Neutraal te kijken. Verdrietig genoeg leer je dat er zoiets als aanleidingen kunnen zijn. Of gelegenheid. En dat jij dat schijnbaar moet bewaken. Verdrietig dat vrouwen schaamte voelen om iets dat mannen doen. Verdrietig dat het impact heeft op hoe je als vrouw in de wereld staat en beweegt. 

Het is in 2020 niet anders. Mijn oudste die klaagt over een man (van middelbare leeftijd!) die om haar heen blijft hangen in de supermarkt waar ze op zondag een bijbaantje heeft. Tot haar leidinggevende hem wegstuurt. Haar beste vriendin L. die in de bar waar ze werkt regelmatig briefjes met telefoonnummers in haar handen gestopt krijgt van mannen (van middelbare leeftijd!). Ze beloven haar soms zelfs dat ze op haar willen wachten tot ze vrij is (en het donker en stil is op straat). Mannen die verlekkerd naar mijn middelste (van veertien!) kijken. Vaders op het hockeyveld die even zijn afgeleid als er een team van jongvolwassen meiden het veld oploopt. En hun mond net zo open valt als het gesprek stil. En dan heb ik het hier alleen nog maar over intimidatie die niet uit de hand loopt of erger. Dan heb ik het niet over ervaringen van vriendinnen waar dat wel het geval was.

Het is niet normaal. En ik hoef hopelijk niet al teveel zinnen te wijden aan dat niet alle mannen... Of aan dat er ook niets meer mag tegenwoordig... Intimidatie is niet normaal. Vrouwen tot object maken is niet normaal. Meisjes tot object maken is niet normaal.

Wat kunnen we eraan doen? Zoals de burgemeester van Amsterdam doet. Het onderzoeken. Het bespreekbaar maken. Burgers ter verantwoording roepen én verantwoordelijk maken voor dit probleem. Meisjes en jongens op weg naar volwassenheid leren dat het niet normaal is. Benoemen als je het ziet gebeuren. Mannen aanspreken op hun gedrag. Of het nou je vriend is in de kroeg, de vader op het hockeyveld of de man in de supermarkt. Om hulp vragen en hulp bieden. En laten we de schaamte teruggeven aan waar die hoort, bij de daders.

Amsterdam start nu een campagne die is gericht op meisjes en vrouwen met #jijstaatnietalleen. Ik stel voor om een campagne te starten die gericht is op jongens en mannen met #gajeschamen. We maken een poster met een opsomming van het intimiderende gedrag waar mannen zich dagelijks schuldig aan maken. De titel van de poster? HET IS NIET NORMAAL. Deze hangen we op in scholen, openbare gebouwen en het openbaar vervoer. Delen mag onder #gajeschamen.



dinsdag 4 februari 2020

Oefenen

"Vanaf de Hoornsestraat, mama." Hij fietst vlak voor me en onderhandelt. Ik trek mijn muts iets dieper over mijn voorhoofd want het regent en denk na. "Tot aan de kruising dan", komt hij me al tegemoet. Wie zwijgt, twijfelt, denk hij vast. Hij kent me.

We oefenen. In het voorjaar gaat hij alleen naar school fietsen. Daar kijkt hij al heel lang naar uit. Niet zozeer vanwege het fietsen. Niet zozeer vanwege het alleen. Hij verheugt zich op de mobiele telefoon die hij dan eindelijk krijgt van ons. Geen dag te vroeg, eerder een jaar te laat volgens mijn bijna tiener. Dus oefenen we. "Dit laatste stuk kan ik makkelijk zelf", vond hij vorige week. "Dat denk ik ook", antwoordde ik, "alleen moet je moeder ook nog oefenen." Verbaasd remde hij af. "Oefenen in loslaten", legde ik uit. "Oooh", versnelde hij alweer de trappers. "Echt iets voor moeders", hoorde ik hem hardop mopperen, "vaders zijn daar veel beter in".

Vandaag fietst hij zo hard dat ik hem niet kan bijhouden. Een gele punt in de verte. Hij passeert een grote container die in de lucht wordt getakeld maar netjes blijft bungelen als mijn rijkdom er rechts omheen draait. De afgesproken kruising komt in zicht. Ik zet mijn versnelling een tandje hoger in de hoop op een kus. Maar hoewel hij eerst netjes naar links kijkt en dan nog een keer naar rechts, kijkt hij niet meer achterom. "Oefenen", spreek ik mezelf streng toe terwijl ik toch niet afsla maar nog een stukje de gele stip volg. "Hoe weet ik nou dat hij straks echt op school is", sis ik verontwaardigd terug. Geen antwoord. Op de hoek kan ik niet verder. Tenminste niet zonder gesnapt te worden door mijn kind en ik hoor in gedachten al zijn verontwaardigde stem. Ik hou van je, denk ik dus maar en ik zwaai naar niemand in het bijzonder.

Op de terugweg waait de harde wind de muizenissen uit mijn hoofd. Ik denk aan oudste die bij het ontbijt hardop bedacht dat ze over een jaar officieel volwassen is. "18 jaar", lacht ze bij het idee. Ik schenk koffie in en denk na. "Maar ik blijf wel nog bij jullie wonen hoor", stelt ze me gerust. Wie zwijgt, twijfelt, denkt ze vast. Ze kent me.

Opvoeden is oefenen. Oefenen in loslaten. Oef.

vrijdag 10 januari 2020

Meer dan een

Hij komt naar buiten. Een kleine Mignon in zijn gele winterjas. Hij trekt aan mijn mouw en vraagt: "Gaan?!" "Geen affie vandaag?", check ik. "Dat kun je dus echt niet meer zeggen, affie", is zijn antwoord. Dan lopen we richting de auto. Waar hij nog niet zo lang geleden elke maandag, woensdag en vrijdag alleen zijn rugzak aan me gaf om vervolgens met beste vriend T. te vertrekken, is het dit jaar wisselvalliger. Kleine man wil wel, maar beste vriend T. niet altijd. Dan moet hij naar de kapper, de tandarts of wil graag even alleen zijn. "Smoesjes", vindt mijn kind, "maar ik ga het ook niet meer vragen." Ik knik en stuur de Curling-moeder in mijn hoofd terug haar hok in. "Je mag er meer dan een", zeg ik nog maar eens. Hij knikt ook, met een hoofd dat het al eerder hoorde maar nog niet weet of hij daar ook daadwerkelijk iets mee wil. "Ik pas gewoon het allerbeste bij T.", vertelt hij nog maar eens. "Met hem heb ik het meeste plezier." Ik denk aan O. die pas kwam logeren en de lol die ze samen hadden. "Dan is het jammer dat jij vaker wil afspreken dan T.", vat ik het samen. De Mignon knikt, een beetje verongelijkt en een beetje verdrietig. "Toch staat hij nog steeds voor mij op nummer 1." Hij denkt even na. "En ik sta ook op nummer 1 bij T. En bij O. Bij C. sta ik op nummer 2." Dat is best veel volgens mijn zoon: "maar alleen kletst C. zoveel. Dan moet ik mijn aandacht verdelen en dat vind ik gewoon lastig. Dus speel ik het liefst alleen met T." Ik knik nog maar eens.

"Wil je me iets beloven?", vraag ik. Kleine man kijkt me wantrouwig aan. "Dat je er dit jaar nog een maakt?" Want, beloof ik, "je zult zien dat dat fijn is". Hij kijkt me aan alsof hij dat nog zo net niet weet. "Zullen we ophouden met dit gesprek mam?" Dat vind ik goed, maar in mijn hoofd praat ik nog even verder met de Curling-moeder die op het punt staat de moeder van T. te bellen om te vragen wat er aan de hand is. "Stop daarmee", sus ik. Dit zijn lessen die hij zelf moet leren, moeilijk soms, maar belangrijk. Eenmaal thuis krijg ik een onverwachte knuffel en zie ik pretlichtjes in zijn ogen als hij me probeert over te halen warme chocolademelk te maken. Hij heeft immers nog een chocolade-gingerbread-man-stick van Kerst. Ik grinnik en ben trots op hem. Negen jaar en hij weet nu al waar het in vriendschap om gaat. Onvoorwaardelijk je hart geven en een rotsvast vertrouwen.

De volgende dag naar school, vertelt kleine man opgewekt zijn plan: "Voetbal en na school spreek ik af met O". Ik knik en vertel de Curling-moeder in mijn hoofd enigszins beschaamd dat het met onze onvoorwaardelijke liefde wel goed zit maar dat we  nog wel wat mogen werken aan ons rotsvaste vertrouwen.



Als Loesje het zegt.


dinsdag 31 december 2019

Dag 2019

Het jaar bijna voorbij. We doen een rondje in het café waar we met vrienden zitten. Was het goed of niet. In gedachten tellen we het jaar terug. De moeilijke momenten. De lichte. De vakanties waarin we even helemaal niets. Hoe groot de kinderen. Hoe snel de tijd. Niemand heeft het over het klimaat, de protesten en de groeiende ongelijkheid. Eigen sores en geluk boven de verwarring in de wereld. Struisvogelpolitiek of gewoon gezegend dat het kan? Ik denk het laatste.

Het afgelopen jaar was een goed jaar voor mij. Ik besef het pas nu ik erop terug kijk. Als je het me eerder had gevraagd, had ik waarschijnlijk andere woorden gebruikt. Verwarrend. Ingewikkeld. Ongewis. Hoofd dat niet op hart durfde te vertrouwen. Koudwatervrees maar toch. Soms is het genoeg te weten wat je niet meer wil. En dan nog. Knopen werden doorgehakt. Gelukkig want ik bleek meer gebakken dan goed voor me was. Ik haalde mijn hakken uit het zand en sprong. Een halve wereld aan mijn voeten. Ruimte weer in mijn hoofd. Ruimte weer om te schrijven. Ruimte weer om te dromen. De allerliefsten zagen de blik in mijn ogen veranderen. En ik vertel ze nog maar eens hoeveel. Hoe ik niet zonder. Ze knikken en proberen hun opluchting voor me te verbergen.

Ik kijk terug en besef pas nu dat het me is gelukt. Ik bén uitgestapt op dat kleine perronnetje. Waar altijd een bankje staat. Met daarboven een bordje met de naam van een Italiaans of Frans dorpje. Het is inmiddels opgehouden met regenen. De boom ruist vol vertrouwen. De rust en tijd waren meer dan fijn. Toch pak ik mijn rugzak en sta op. Op zoek naar de treintijden. Een boemeltje bij voorkeur. Maar wie weet.

En jij? Had je een goed jaar of niet of iets ertussenin? Hopelijk het eerste en anders, wees niet bang, zoals Freek de Jonge zo mooi onder woorden heeft gebracht:

wees niet bang je mag opnieuw beginnen
vastberaden doelgericht of aarzelend op de tast
houd je aan regels volg je eigen zinnen
laat die hand maar los of pak er juist een vast

wees niet bang voor al te grote dromen
ga als je het zeker weet en als je aarzelt wacht
hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je het minste is bedacht

En ik. Ik wens je meer lichte dan moeilijke momenten. Maak plezier. Koester de wereld op jouw manier en vergeet zo nu en dan het nieuws te volgen. Vertrouw op anderen en op jezelf. De antwoorden komen meestal vanzelf. Je hoeft alleen maar de juiste vragen te stellen. Wees dapper. Be kind. En heb lief. Want daar komt het wel op neer.


maandag 23 december 2019

De liefste

Terwijl haar krullen springen, staat haar gezicht op standje heus niet. Bijna 14 en het puberen op de loer. Dus zegt ze B op mijn A en kijkt me ondoorgrondelijk aan als ik probeer uit te vissen wat er achter haar blik schuilt. Wanneer ik het probeer in te vullen, krijg ik meestal een 'nee hoor' of een 'helemaal niet', wat ze kan zeggen als geen ander in ons gezin. Ik denk aan toen ze klein was en ook als de beste kon zuchten als er iets niet ging zoals ze wilde: 'uhuaaa'. Een oerzucht die we er lang in hebben gehouden. Tot haar grote plezier. Maar als we nu oefenen op de juiste klemtoon van de 'hélemaal niet', krijgen we een opgetrokken wenkbrauw.

Waar haar kleine broertje en grote zus de oren van onze hoofden kletsen, is middelste zuinig met haar woorden. Ze is graag alleen met haar gedachten. Dan zijn we haar zomaar een tijdje kwijt als ze even naar boven is om iets te pakken. Meestal zit ze dan in haar kamer  te mijmeren op haar stoel. Haar lange benen opgekruld en geklemd tussen haar lange armen. De tijd vergeten. Gewoon. Meer mindful dan middelste ken ik ze niet. Ik probeer van haar te leren maar wordt meestal pijnlijk geconfronteerd met mijn ongeduld. Waarom, hoor ik haar denken maar ze zegt het niet. Ze trekt een gek gezicht want dat kan ze als de beste. Ik lach en zie weer een flits van het kleine meisje dat zo mijn hart in wandelde. De krullenbol met haar onvoorwaardelijke vertrouwen waar ik zo vaak om heb moeten lachen. Nog steeds kan ze onverwacht grappig en origineel uit de hoek komen. De wereld door haar ogen. Geen ruimte voor onrecht en gedoe. Als het aan haar zou liggen. Meelopen doet ze niet. Met niemand. En niet alleen omdat ze net even staat te dromen.

Ik vind haar stoer, deze puber in de dop. Het meisje dat vroeger altijd net één stap achter de rest van het gezin aan hobbelde. Met ontbijt. Met aankleden. Met jas aantrekken. Soms liep ze op haar sokken naar de auto met haar schoenen nog in haar hand. Net op tijd. Maar waarom die haast, zag je haar denken. Tsja, waarom? Het leven wacht ook op je als je niet stipt op tijd bent. Zij is het bewijs als ik haar doordeweeks vroeg naar school zie fietsen waar ze de mooiste cijfers en liefste vriendinnen verzamelt. Op het Winterfeest vlak voor de vakantie danste ze de hele avond.

Bijna 14 en het puberen op de loer. Ik vind het moeilijk, maar weet dat ik meer moet loslaten. Gewoon vertrouwen maar. Dat het goed zit. Met haar. Tussen ons. Ook als ze niet vertelt en ik haar probeer te vinden onder haar ondoorgrondelijke blik. Bij het onderstoppen bespreken we nog steeds de vraag van de dag. Ik met een filosofische blik, volgens haar en zij met haar eigen blik. Soms lezen we onze antwoorden van een paar jaar geleden, dan lijkt het ook haar te verbazen hoe groot ze al is. Ze lacht om haar jongere ik.

Ik zucht een zacht verlangen en hoop dat ze me niet hoort. Zuchten is nu aan haar.








dinsdag 17 december 2019

Het origineel

Ik vroeg het alweer een tijd geleden aan haar. Of ik haar mocht interviewen voor mijn boek over stiefmoederen. "Natuurlijk", aarzelde ze geen moment, terwijl we samen de Avondvierdaagse liepen met haar dochter en mijn zoon. Maar de tijd vloog en het leven kwam tussendoor, tot ik in de herfst weer begon met schrijven. Met zeven hoofdstukken in de steigers, vroeg ik het haar opnieuw. "Natuurlijk", aarzelde ze geen moment. Ze maakte twee vrijdagmiddagen vrij en aan de keukentafel in haar vroegere huis keken we elkaar verwachtingsvol aan.

Een beetje lacherig bekenden we dat we het toch wel spannend vonden. Want ook al doen we het al elf jaar, niet eerder gingen we er zo voor zitten om over het co-ouderschap te praten. Over hoe het voor haar is om de zorg voor haar dochters met een stiefmoeder te delen. Hoe ze vindt dat we het doen, hoe ze vindt dat ik het doe en hoe het voor haar is om naast een moeder ook een stiefmoeder te zijn. Ons gesprek schiet alle kanten op en voor we het weten hebben we het uitgebreid over oudste. Interviewen is een vak dat ik duidelijk nog niet onder de knie heb. En misschien komt het ook wel omdat we dit nooit doen, zo samen zonder afleiding. Gelukkig heb ik vragen voorbereid en ik begin.

N. is openhartig en eerlijk en ik durf ook de wat moeilijkere vragen te stellen. Het gesprek gaat nog steeds alle kanten op maar er is ook een voorzichtige rode draad die ik langzaam ontdek als ik later onze gesprekken terugluister. Met ergernis, want waarom praat ík zoveel? Met ontroering, want ik hoor dingen die ik nog niet wist. Met bewondering, om haar wijsheid in alle roerigheid. Voorzichtig zoekt ze haar woorden soms. Ze heeft duidelijk door de jaren heen veel over dingen nagedacht en gezocht toen het plaatje in haar hoofd anders uitpakte. Ze raakte veel kwijt, maar niet zichzelf. Haar houvast en leidraad waren altijd haar dochters.

Hoewel ik haar door de jaren heen heb leren kennen, krijgt mijn beeld van haar meer diepte. Ik voel mijn wangen gloeien als ze me bedankt voor wie ik ben en wil zijn voor de meiden. Een vraag die ik bijna niet had durven stellen. En ik beken dat ik nog weleens wil worstelen. Dan vind ik mezelf wel lief maar niet het origineel. Het origineel lacht. Ze herkent het wel als stiefmoeder. En als moeder? Weer die aanstekelijke lach: Er is toch ook maar één origineel." Ik moet nu ook lachen.  Ze heeft gelijk.

Wat boffen mijn meiden met hun origineel. En ik trouwens ook.


woensdag 4 december 2019

Lief

Knijp in mijn arm lief want je bent 50 vandaag. Vijf-tig! Het maakt op jou geen indruk. Voor altijd jong ook al vertelt de buitenkant een ander verhaal. Wat grijzer, wat kaler, wat vermoeider dan die eerste keer dat ik je zag. Toen was je 17 jaar. En nu heb je een dochter van bijna 17, over krap vier weken knijpen we in elkaars arm. Tijd vliegt, maar wat valt er veel te beleven onderweg. En wat hebben we een voorpret gehad toen vriendin T. vorig jaar op jouw verjaardag een app-groepje aanmaakte met de voorbode 'Sjaak 50'. De man die sinds zijn 18e zijn verjaardag niet meer viert, dacht er ook deze keer aan te ontkomen. Geen verrassingen, want dat had je al lang doorgehad, vertelde je me gisteravond nog terwijl ik mijn meest neutrale blik keek. Een paar minuten later ging de bel. Jouw verbazing en daaropvolgende lach? Priceless. En de stoet mensen die met feesthoedjes op hun hoofden ons huis binnen marcheerde, zingend en lachend. Nog iets meer. Je krijgt wat je verdient, lief. Van baksteen, maar wij weten toch beter. Dus knalde de champagne om 12 uur én de confetti-bom van vriendin W. We proosten en het Spotify-lijstje dat we voor je maakten ging op volume buren-ruzie: Nothing Else Matters.

En vandaag? Geen verrassingen meer? Had je gedacht! Maar één ding is zeker, ook vandaag. Ik hou van jou!


Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?