donderdag 31 januari 2019

Goed gesprek - deel 2

Nadat Clash of Clans enkele dagen het onderwerp van gesprek was geweest (lees vanaf het moment van opstaan tot aan de schoolbel), vroeg kleine man waar ík het eens over wilde hebben. Hoewel opgelucht met deze wending, schoot me werkelijk geen enkel onderwerp te binnen. Ik wijt het aan de keuzestress die al de kop opsteekt als er twee smaken thee zijn en nu stond er natuurlijk veel meer op het spel. Ik had zojuist de vrijheid gekregen het gespreksonderwerp van deze ochtend te kiezen. Een vrijheid die precair was, bleek, want na een minutenlange stilte opperde ik het over school te hebben. Fout, dacht ik en kleine man bevestigde mijn gedachten. Maar ik kreeg een nieuwe kans. Muziek? Basketbal? Vakantie? Star Wars? Met slechts een diepe zucht was ik gedegradeerd tot slechtste gesprekspartner ooit. "Nee mama, weet je wat een leuk onderwerp is?" Ik knikte en was bang dat ik het al wist. Naast Clash of Clans was De Efteling sinds ons laatste bezoek een favoriet onderwerp van gesprek. "Sneeuw?", probeerde ik nog maar het was te laat. De plattegrond van het pretpark werd er al bijgehaald en de Efteling lag nu letterlijk en figuurlijk op onze ontbijttafel. Het deuntje van het Carnavalsfestival pesterig in mijn hoofd.

Hoewel de onderwerpen me niet altijd liggen, geniet ik van de gesprekken met mijn jongste. Hoe hij sneller wil praten soms dan zijn hoofd de zinnen kunnen vormen. Hoe hij denkt, wat hij voelt en wat hij vindt. En terwijl mijn vragen opdrogen over De Efteling en The Clash of Clans wens ik dat hij blijft praten, want ik kan urenlang naar hem luisteren. Zijn grapjes, zijn wijsheden en betweterigheden, zijn nieuwsgierigheid en gedachten die de mooiste bochtjes maken.

Gisteren nog, in de auto onderweg van het zwembad naar huis: "Op school hadden we een wensenlijstje mam en ik kan alvast één wens afstrepen." "Oh", maakt hij me nieuwsgierig. "Ja, dat ik in een achtbaan durf. Ik heb nu zoveel filmpjes bekeken van achtbanen dat ik denk dat ik het durf." Ik knik en lach zachtjes om mijn theorie-mannetje. "Een andere wens kan ik nog niet afstrepen, dat er een pil wordt uitgevonden tegen Diabetes. Oh en dat alle mensen die in het ziekenhuis liggen weer naar huis mogen." Ik vind mijn theorie-mannetje maar lief.

Dan wil hij Queen luisteren, zijn favoriete band van dit moment. Dat heeft hij wel verdiend dus we zetten Bohemian Rhapsody lekker hard. Nadat ik hem uitgebreid heb bijgepraat over Freddy en Brian, zijn zelfgemaakte gitaar,  de betekenis van Queen en Killer Queen is hij even stil. "Mama, muziek raakt me." Ik knik en zeg dat dat het mooie is van muziek. "Ik kreeg net even tranen in mijn ogen" stelt hij een beetje verbaasd vast. "Dat is helemaal niet gek", vertel ik. Maar dan kijkt hij me aan en bedenkt: "Het kunnen natuurlijk ook tranen van het zwemmen zijn."

donderdag 24 januari 2019

Stuk

Hij heeft vrolijke krullen en kijkt me met mooie heldere ogen aan. Als hij begint te praten, hapert hij. Een beetje maar. Het verraadt dat er iets mis is. Hij vertelt over de spierziekte die hij als kind al ontwikkelde en waardoor zijn ruggengraat begon te vergroeien. Een operatie zou het beter maken.  Maar een dag na de operatie was de uitkomst anders. Een dwarslaesie.

Ik zie nu pas de rolstoel waarin hij zit. Nooit meer lopen. Daan gelooft het niet. En waarom opgeven als het leven je zo goed bevalt. Hij lacht. Hij wil acteur worden of eigenlijk is hij het al. Naast revalideren en school zit hij bij een theatergezelschap waarmee hij voorstellingen speelt in heel Nederland. Hij is trots op het stuk ' De Bleekneusjes' dat hij samen met zijn vrienden speelt. Dat smaakt naar meer. Het leven smaakt naar meer.

Volwassenen vinden hem vaak een pechvogel. Ze hebben medelijden dat het noodlot hem zo jong al heeft getroffen. En hoewel hij niet wil ontkennen dat het zwaar is wat hem overkomt, voelt hij zich geen pechvogel. Hij is niet zielig. Hij lacht en is nog knapper. Hij hapert als hij praat maar  zonder twijfel. Het leven is mooi, vindt Daan. 

En de wereld ligt aan zijn 16-jarige voeten in de rolstoel.


donderdag 10 januari 2019

Goed gesprek

"Nog een nachtje slapen en dan heb ik Pekka." Terwijl ik met koffie aan de keukentafel zit, kruipt er een babbelend mannetje op schoot. "Ik heb het koud mama, mag ik mijn boterham bij jou op schoot opeten?" Ik knik terwijl hij al zit. "Ik wil Pekka al heel lang en eindelijk heb ik genoeg gespaard. Dus. Zullen we over Clash of Clans praten mama?" Ik knik weer, terwijl ik zijn kleine lijfje wat dichter tegen me aantrek. "Stel jij dan een vraag mama?" verdeelt kleine man de taken terwijl hij de overgebleven vlokken op zijn bord verzamelt. Op de klok zie ik dat het één minuut over zeven is en mijn hersenen proberen te bedenken welke vraag ik over de favoriete game van mijn jongste kan vragen behalve waarom? Wie is Pekka dan maar. Pekka blijkt - anders dan een grijze wijze man in mijn verbeelding - een robot met twee zwaarden. Hij is groot en sterk en kan heel goed muren omver rammen. "Schade maken", in de woorden van J. En dat, leer ik deze ochtend, is best belangrijk bij Clash of Clans. Want je bouwt dorpen en anderen proberen die dorpen weer te verwoesten.

"Er is een nachtwereld en een overdagwereld", babbelt het pyjamamannetje verder. "Nu weer een vraag, mama" "Zijn er ook vrouwen waarvoor je kunt sparen" is mijn volgende eigenlijk best impertinente vraag. Maar mijn gesprekspartner van deze ochtend verblikt noch verbloost en vertelt me enthousiast over de Valkyries. "Dat zijn vrouwen met een hakbijl, mama! en ik heb ze gespaard. Samen met de babydraak en de grote draak en de Hawkriders", schatert hij, "die zijn vet en rijden op varkens!"

Terwijl ik word bijgespijkerd over de figuren in Clash of Clans, kleden we ons aan en poetsen we  onze tanden. In de spiegel kijkt mijn zoon me vragend aan, het tandpastaschuim op zijn lippen. Wat, trek ik mijn schouders op. "Fwragen!" spettert hij dwingend. Ik spoel mijn mond om tijd te winnen en denk wat ik nog kan vragen over dat verdomde spel. Als het te lang stil blijft, ziet kleine man zijn kans schoon en stelt voor me voordat school begint nog even het spel te laten zien op de iPad. Dus sta ik oog in oog met Pekka, zie ik dat de Valkyries sexy dames zijn en ontdek ik dat mijn zoon naast diamanten ook spreuken verzamelt. In de auto leer ik het verschil tussen een woedespreuk en een bliksemspreuk. De zullen-we-nu-maar- zwijgen-spreuk mist helaas in het rijtje en hij draait de volumeknop van de autoradio op nul. "Vraag, mama", klinkt het dwingend naast me en ik probeer mijn lachen in te houden terwijl er een bordje blanco in mijn hoofd omhoog wordt gehouden.

Het laatste stukje lopend naar school is kleine man nog lang niet uitgepraat. Tevreden met dit goede gesprek kijkt hij liefdevol naar me op. Hij moet mijn verdwaasde blik voor iets anders aanzien, want ik krijg een zeldzame hand. In de klas nog een zeldzame kus en dan ben ik weer alleen met mijn gedachten die gek genoeg het eerste halfuur nog worden bevolkt door Valkyries, varkens en vragen die ik nu niet meer kan stellen.


...

dinsdag 8 januari 2019

Lost or found?

Wanneer ben je vrienden? Mijn vriendschap met C. had een hobbelige start. Ik leerde haar kennen op het werk, waar C. op de gang zat omdat er nog geen bureau beschikbaar was. Ik vond haar eigenlijk meteen leuk. Grappig en spraakzaam maar ook een beetje overweldigend. In haar leven was vast geen plek voor nog een vriendschap, dacht ik. Vriendin Y. waar ik dagelijks mee van en naar het werk pendelde had minder last van drempels en sloot vriendschap met C.

Algauw brachten we elke dinsdagavond samen door met kaasfondue en Ally McBeal. Y. als een baken tussen ons in, onzeker wat de een van de ander en de ander van de een dacht. Tot we op een dinsdagmiddag voorafgaand aan de kaasfondue met zijn tweeën in de kroeg belanden en elkaar dat bekenden. Aan de buitenkant zo verschillend, van binnen zo hetzelfde. Het kwartje viel en onze vriendschap begon. Wat een feest! We leerden elkaar door en door kennen. Op het werk en ook daarbuiten. Uren brachten we door in haar driehoog achter in Utrecht of mijn driehoog achter in Amsterdam. Pratend, lachend en filosoferend over het leven. Ooit zouden we samen een boekwinkel beginnen waar iedereen uit de buurt graag zou komen en altijd kon blijven eten. Want C.  kon heerlijk koken. Van niets iets maken, dat was ze ten voeten uit. Of het nou om eten ging of een saaie borrel op het werk. C. strooide met haar sterrenstof, vastberaden het leven met duizend armen te omarmen. Weinig slaap nodig. Wel wijn en schoenen om op te dansen.

We kregen andere banen, relaties die aan en weer uit en weer aan gingen en we verhuisden.  Onze vriendschap bleef. Ondanks dat we allebei een hekel aan bellen hadden. Ondanks onze drukke levens. Ondanks de steen waar we ons af en toe onder verscholen. We wisten elkaar altijd weer te vinden. En dan was het goed. Vriendschap is voor altijd, geloofde C, ook als je elkaar een tijdje niet ziet. Ik geloofde C.  en wist haar in mijn hart. Daar zaten we samen op een barkruk te kletsen. Genoeg herinneringen om op te halen. Maar nieuwe herinneringen werden schaarser. Ik werd zwanger en voor het eerst leken we iets niet te kunnen delen. Voor het eerst leek de afstand tussen Amsterdam en Den Haag inmiddels te ver om te overbruggen. Bleef er iets onuitgesproken. Ging het leven ook wel door zonder haar. Ondanks een vaag gevoel van spijt. Uitmaken deden we niet, vriendschap is voor altijd. Toch? 

Wanneer ben je vrienden? Ik weet het nog precies. Daar in die kroeg op de Zeedijk. En voor altijd in mijn hart. Maar toch. Wanneer ben je geen vrienden meer? Vorig jaar heb ik haar één keer gezien. Ze was nog steeds leuk. Grappig en spraakzaam. Vertrouwd overweldigend. Maar toch. Haar zoon is een jaar jonger dan die van mij. Ik heb hem niet vaak gezien. Zij die van mij ook niet. Op LinkedIn las ik pas dat ze een nieuwe baan heeft, een goede baan zoals bij haar past. Dat ik even thuis zit van mijn werk, weet ze niet. Ik ga het haar binnenkort vertellen als we elkaar zien. We appten vorige week om af te spreken. En vandaag viel er een kaart op mijn mat. Een kerstkaart nog met de beste wensen voor 2019. Die van vorig jaar zat er ook bij. Een plaatje van Ally McBeal op de voorkant. "Weet je nog?", schrijft C. Ik glimlach.

Wanneer ben je vrienden en wanneer ben je vrienden van weleer?


Lost or found?

maandag 31 december 2018

Dag 2018!

Rituelen, ik houd ervan. Goede voornemens maken met vriendin D. vlak voor het nieuwe jaar begint. Sterretjes kopen om af te steken wanneer de klok 12 uur slaat. Het nieuwe jaar beginnen met Happy New Year van ABBA. De bollen en flappen alvast op een grote schaal leggen. Kaarsjes aansteken en een blog schrijven. De laatste van het jaar. Dag 2018! Maar voordat we echt dag zeggen wil ik je nog even overdenken. Was je een goed jaar? Wat bracht je? Was je verwarrend,  groots,  gewoon of iets anders?

Ik blader door mijn papieren agenda omdat hoofd geen talent heeft voor archiveren op chronologische volgorde. Ik lach als ik denk aan hoe we je inluidden vorig jaar. Met karaoke en een confettibom, waar vrienden A. en S. de rest van het jaar nog aan herinnerd werden. Blader. De onverwachte trip naar Parijs met vriendin A. Gewoon omdat. Blader. Naar Aarhus met het gezin en naar betoverend Bretagne. Blader. We vierden feestjes, het leven en de liefde. Groots en soms klein, gepland en soms onverwacht. Blader. Limburg. Blader. Mijn schoonouders vijfenvijftig jaar getrouwd. Blader. Lief en ik een dappere zes jaar. Blader. Jongste alweer 8. Blader. Oudste alweer 16. Op de valreep. Middelste bijna 13. Echt!

Wat holt de tijd, ik dacht het vaak dit jaar. Ik probeerde het vast te houden door het op te schrijven. Middelste naar de middelbare. De leukste school van Amsterdam maar toch... Het wende, de wekker, het fietsen, het huiswerk. Net als de overgang van 3 om 4 naar week om week wende. Wat anders is, wordt gewoon. Toch?

2018 was een jaar met een droom. Die ik achterna jaagde met een papieren netje. De wind waaide hard. Ik nam verlof van mijn werk. Een adempauze. Heel even. Meer gedachten dan ik in werkelijkheid gieten kon. Een draai die zoek was. Sneeuwschuiven. Bevroren schouder. Bevroren. Wiebelig. Niet erg. Want ik blijf dromen van dromen die blijven.

En de wereld? Nog steeds ingewikkeld. Want waarom...? En waarom niet...? Zoveel dat me tegen staat. Brullende wereldleiders die deze naam niet verdienen. Hebzucht. De hang naar meer ten koste van zovelen. Gelukkig ook een tegengeluid. De Correspondent. Het Basisinkomen. Een Donuteconomie. Hear hear! In 2015 schreef ik:

"Vaak zou ik willen dat de wereld kleiner was. Dat we het ophakken in kleine stukjes en we binnen die kleine stukjes weer voor elkaar gaan zorgen. Verantwoordelijkheid nemen voor wat we doen en wat we niet doen en daar ook anderen op mogen aanspreken. Een mini-economie. Een mini-samenleving. Mini-uitdagingen en mini-problemen. Kapitalisme wordt minimalisme. We adopteren allemaal iemand om over te waken. Buiten familie en vrienden om."

Vandaag wil ik dat nog steeds. Tegelijkertijd hebben we het meer dan goed. Maar het mag duurzamer. Bewuster. Less is more. Ik probeer het. Met vallen, opstaan en smokkelen soms. Toch ontdek ik dat het waar is. Dus gaat het voornemen mee naar mijn lijstje voor het nieuwe jaar...

2019. Wat heb ik veel zin in je. Normaal gesproken blijf ik graag nog even hangen in de bubbel van Kerst. Waarin niet zoveel hoeft, behalve elkaar en lekker eten bij voordelig licht. Maar dit jaar ben ik ongeduldig. Ik wil met mijn neus in de wind, ook als ik hem tegen heb. Hoofd laten wapperen. Ballen weer in de doos en ander glanzends uitpakken. Ik ben nieuwsgierig en vind het spannend. Leuk spannend zoals kleine man het noemt als hij wakker ligt voor iets waar hij zin in heeft.

Hopelijk heb jij ook veel zin in het nieuwe jaar en kijk je terug op een jaar dat je graag wilt onthouden. En als niet, dan is dat ook niet erg. Het is pas zinloos als je het niet meer probeert, zoals Thomas Acda me gisteren vertelde in het theater. Dus gewoon weer proberen. Dat wat beter kan. Of anders. Het is nooit te laat en nooit te vroeg. Fijn toch.

Dus droom, dans, val, sta weer op, balanceer, lach, kus, be kind en heb lief, jezelf, de ander en het leven. In al haar volmaakte onvolmaaktheid. Het is de moeite waard.


Dus kom je vanavond vuurwerk maken? (Loesje)

zondag 23 december 2018

Spijt, altijd nog een beetje.

Ik wil een blog, roept lief vanaf de luie bank. Of eigenlijk meer lui lief vanaf de bank. Want onze bank is niet zo heel lui. Wel mooi, hoewel meer gehavend mooi aangezien onze kat - beetje te zwaar en daarom vaak op dieet en daarom weer uit haar humeur - haar nagels scherpt aan de randen. Gehavend mooie bank verving ooit onze luie bank. Waar ik soms nog stiekem naar terug kan verlangen. Omdat we daar met het hele gezin zonder moeite op pasten en dan kon er nog makkelijk iemand bij. Omdat je daar zo heerlijk op kon ploffen. Omdat kleine man als baby precies paste op het bijbehorende kussen en kat tijdens zijn dutje daarop dan als een sfinx de wacht hield. Nagels netjes ingetrokken. Omdat oudste daar wel drie koprollen op kon doen, vanaf de hoek naar de armleuning. Omdat middelste daar het lezen ontdekte, met haar vingers de regels volgend. Omdat lief en ik daarop...

Maar oude bank was moe. Hij had al veel gezien en meegemaakt. Lief en ik kochten hem toen we nog maar net verliefd waren. Onze eerste gezamenlijke aankoop. Een samengesteld gezin, een baby en een paar jaar later was bank uitgeblust. Van al het stoeien, dutten, koprollen en ploffen. Elke week klopte N. de kussens weer stevig, maar als ons gezin aan het einde van de dag thuis kwam, lieten ze hun hoofden alweer hangen. Wanneer de oma's eenmaal zaten in de bank, kwamen ze er nooit meer uit zonder hulp, mopperden ze. Dus...

Dus spijt, altijd nog een beetje. Stijlvoller is niet per se gezelliger heb ik ervan geleerd. Terwijl ik sokken aantrek omdat blote voeten statisch worden op de nieuwe. Ik trek ze onder mijn billen, maar niet zo lekker als op de oude waarin billen en voeten in een holletje vielen. Een holletje voor mij en een holletje voor lief, zichtbaar ook als we niet op de bank zaten.

Geen oude schoenen weg doen voordat je nieuwe hebt, luidt het gezegde. Hoezo? Neem van mij aan, geen oude schoenen weg doen als ze nog heerlijk zitten!




maandag 17 december 2018

Tussenstop

Ken je dat gevoel, dat je in een trein zit? De intercity, die je snel en efficiënt van punt A naar punt B brengt. Elke dag hetzelfde traject en precies dezelfde tijd. Je kijkt door het raam naar buiten maar door de snelheid zie je weinig meer dan vage contouren.  Van huizen, van mensen, van bomen. Soms mindert de trein even snelheid, als je langs een klein perronnetje komt. Daar staat altijd een bankje. Met daarboven een bordje met de naam van een Italiaans of Frans dorpje. Fijn, denk je, om daar even te zitten. Maar de trein raast alweer verder en de contouren van het bankje vervagen.

Dat gevoel had ik. Al een tijdje. En ik ging twijfelen of ik wel in de goede trein zat. Naar de juiste bestemming. Hoofd knikte verstandig van wel, maar hart maakte iedere keer een sprongetje. Bij dat perronnetje. Bij dat bankje. Opstandig. Verlangend. Verdrietig. Want zou het niet fijn zijn... Met mijn neus tegen het raam had ik een mooie oude boom naast het bankje ontdekt. Zijn takken ruisten en wenkten. De snelheid van de trein vervaagden mijn gedachten. Tot...

Ik bracht de trein met een schok tot stilstand. Omdat ik niet anders kon. Au! Ik stootte mijn hoofd aan het bagagerek maar aarzelde niet en stapte uit. Op dat perronnetje. En nu zit ik op dat bankje. Italiaans of Frans dorpje staat er boven mijn hoofd. Ik heb het nog niet gelezen omdat ik met mijn ogen dicht eerst de rust wil voelen. Het regent maar dat is niet erg. De boom buigt zich over me heen en fluistert dat ik niet van suiker ben. Ik grinnik en voel de druppels op mijn gezicht. Tranen. "Van zout", fluister ik terug.

Ik neem een tussenstop. Hier op dit perronnetje. Hier op dit bankje. En het is goed, verontschuldig ik me.


Verhuisbericht

Mijn blog is verhuisd naar dagelijksedingen.blog Zie ik je daar?